254 – een eerste blik op de Rots

"Zou je kunnen voorspellen waar we hierna heengaan? Zou je schild dat weten? Zou jij dat toen al geweten hebben?" vroeg Wasijma.
"Nee," zei ik. "Ik was het niet. Het gebeurde toen ik aankwam op Langen San. Alle paneeltjes verschoven."
Ik hoorde nog dat ritselige geluid, ik zag nog de begerige blik van de schipper die het mooiste paneeltje wilde hebben. Maar de verbanden werden me nu pas duidelijk. Ik zag hoe Kraeckten San aan Blyntera vastzat, dacht aan wat de vrouw in het verzetterskamp had gezegd, dat juist ik de tocht naar de Rots moest ondernemen vanwege mijn kennis van het verhaal van Kraeckten San, en besloot dat ik nu nog niet wilde weten wat ons te wachten stond. Eerst MancuKondalu doorkruisen. Waren onze kleren warm genoeg?

Langs de weg verschenen kraampjes met bontlaarzen, met dikke, bontgevoerde mantels. Dankzij het geld van Roosma konden we ze aanschaffen. Ik kocht ook een kleine buidel die ik om mijn middel kon dragen, onder mijn tuniek. Daar deed ik mijn twee gouden kettingen in, de munt met mijn beeltenis, de munten met de vreemde tekentjes, het flesje platenbloed, de straalzaadjes, de Hemrond – daar had ik Wasijma niet over verteld, ik weet niet waarom niet.

De eerste dagen ging het steeds bergopwaarts, we liepen te hijgen en waren soms nauwelijks in staat om met elkaar te praten. Uit de monden van alle pelgrims – groepen meisjes die ons inhaalden, groepjes vrouwen die wij passeerden – stegen stoomwolkjes op.
Uiteindelijk bereikten we een grote hoogvlakte, waar de koude wind langs onze oren suisde. Links en rechts zagen we in de verte de ijshellingen, in het koude zonlicht leken het platen glas die uit de aarde omhoog staken.

Op een dag was het zo helder, dat we laag in de verte de schaduw zagen van wat weer de Rondweg moest zijn, en daar bovenuit de onverbiddelijke punt, einddoel van onze reis – de Rots. Langs de weg overal wachters die ons tot eerbied maanden. Het voelde alsof ze zeiden: "Gedenk te sterven," terwijl ze in feite alleen aanmoedigend wezen: dáár! Daar moet je zijn!

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

2 Reacties op 254 – een eerste blik op de Rots

  1. Ferrara schreef:

    Wat een spannend slot aan deze aflevering. Wat bedoelen de wachters werkelijk. Moet je dáár zijn om te sterven of wachten er betere tijden.

    Mooie weergave van de ijshellingen, ik zie het voor me.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.