251 – terug naar de Heerweg (2)

We werden op dezelfde manier gewekt als ik destijds, aan het begin van mijn tocht over de Heerweg. Een boze herbergier die ons met zijn voet wakker porde en gromde dat we weg moesten wezen. Moeizaam kwamen we overeind. Op de Heerweg bleven we even staan. Zagen we in de verte de boomgaard? Nee, dat kon niet. We moesten verder. We moesten eten, drinken. Doorgaan met leven, hoe geschokt we ook waren. Het is een wrede reisgenoot, dat overlevingsinstinct. Gruwelen moeten zo snel mogelijk afgevoerd want het lichaam moet door. Hoe dan ook. Brood, kaas, thee. Appels ook, maar we konden even geen appel meer zien.

Over een paar dagen zouden we Signadida bereiken, en de grens met MancuKundalu, het land van de ijshellingen. Ik herinnerde me dat de dogman erover verteld had, en had geprobeerd uit te leggen wat ijs was. Dat water keihard werd en te koud om aan te raken, ik kon me er niets bij voorstellen. En nog niet, eigenlijk, ook al hadden we het onderweg al best koud gehad. We liepen nog steeds over vlak terrein maar in de verte waren alweer bergen te zien.

Wasijma deed me vooral heel erg denken aan mezelf, maar dan de Yima van voor haar huwelijk. De nieuwsgierige spring-in-'t-veld die alles onderzocht en alles aandurfde. Ze was wel onder de indruk van wat Roosma was overkomen, maar ze zei ook: "Misschien maar goed, dat Roosma niet verder kon."
"Waarom zeg je dat?"
"Ze leek me niet sterk, terwijl ze tegelijk zo vastbesloten was."
"Dat was ze ook aan haar stand verplicht," zei ik.

"Daar heb ik gelukkig geen last van," zei Wasijma nuchter. "Mijn vader was – is – bouwer. Barrador moest versterkt worden, tegen de vreemdelingen uit Mingia, of dat was het verhaal. Ik had niets tegen ze, ik vond het interessant, en dat glas … zo prachtig. Ik wilde ook wel graag meer van de wereld zien. Of van Inhemren dan. Ik vond het niet eens zo erg dat ik weg moest. Alleen mijn moeder huilde, en mijn zus een beetje. Zij is al getrouwd, ze was in verwachting toen ik weg ging. En jij? Ben je echt een dienares?"

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.