248 – de appelgaard

We vielen neer op het gras, geschokt en vol schuldgevoel, tenslotte hadden wij onze wil doorgedreven, tegen die van Roosma in. Ze leek nu helemaal bewusteloos. We legden haar zo comfortabel mogelijk op het gras, met een bundeltje van haar kleren onder haar hoofd. Arm prinsesje.
Ik zat met mijn rug tegen de stam van een appelboom. Wat moesten we doen? Was het levensreddende water tegelijk levenvretend water?

Er plofte een appel naast me in het gras. Zonder nadenken nam ik een hap. Opeens sprong er een woord in mijn hoofd, een gedachte, een herinnering. Zeeoor.
Ik moest de hele draagzak leeghalen, zo ver onderin zat hij. Hoeveel manen geleden had ik hem gekregen? Bo was nog piepklein, Langen San het eerste eiland dat ik bereikte op mijn vlucht, Valma en Pydva mijn eerste helpers.

Net als destijds hield ik de schelp over mijn echte oor, knielde aan de waterkant en hield mijn hoofd opzij onder water. Héél even maar, voor het water kon bedenken dat het hongerde naar mij. Wat ik hoorde klonk alsof een hele menigte mensen steeds maar happen nam van knapperige appels, dat knakgeluid en iets van sproeien, precies zoals ik het pas gehoord had in de kloof met de slaapgrotten. Ik wist wat me te doen stond. Ik pakte mijn mes, sneed ragdunne snippers van de appel en duwde die tussen Roosma's lippen. Ze maakte kleine smakbewegingen, ze zoog het snippertje naar binnen. Wasijma keek stil toe. Er was ook niets te zeggen.

Ik bleef doorgaan tot de appel op was. Een grote moeheid overviel me, ik sukkelde in slaap. De zon stond veel lager toen ik wakker werd. Even was er de zalige onwetendheid van het wakker worden, heel even maar. Wasijma en Roosma lagen te slapen in het gras, Roosma toegedekt met een warme witte mantel. Ik streelde haar wang. Ze sloeg haar ogen op, ook daar een ogenblik van onwetendheid, toen de schrik en de afschuw. Ze sloeg de mantel van zich af en schreeuwde.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.