anything that was ever worth knowing began with once upon a time

The Essex Serpent van Sarah Perry is zo'n verrukkelijk boek! Qua Victoriaanse sfeer doet het een beetje denken aan The Signature of All Things van Elizabeth Gilbert, over een vrouwelijke naturalist die mossen onderzoekt. Maar Cora uit The Essex Serpent is alleen gefascineerd door de natuur, door fossielen en geologie. Na het overlijden van haar man vertrekt ze met haar zoon naar Colchester, om fossielen te zoeken, en – wie weet – meer te weten te komen over The Essex Serpent, een soort monster van Loch Ness dat daar in zee huist. Om nog dichterbij te komen, neemt ze later haar intrek in een huisje in Aldwinter, vlakbij de Blackwater Estuary. In dat dorp heerst een grote angst voor het zeemonster, en dominee William Ransome doet er alles aan om zijn kudde gerust te stellen.

Tot zover de setting. Want hoe moet je een verhaal navertellen dat achteraf niet eens zoveel om het lijf had, en dat toch vol symboliek en zeer doorwrocht langs allerlei soorten van Leven en Dood scheerde?
Cora symboliseert de nieuwe tijd, William de oude. William's vrouw Stella is een soort Maria-figuur (Sterre der Zee), en Cora eerder Venus (ze heet dan ook Seaborne). Ook de dokter die haar man verzorgde is een goede vriend, en ook hij staat op de rand van de nieuwe tijd, met nieuwe medische mogelijkheden, zoals gewaagde operaties. Haar zoon Francis is een wonderlijke, in zichzelf gekeerde jongen, die toch dondersgoed ziet wat er allemaal gebeurt. Mede door zijn toedoen wordt het raadsel van het monster uiteindelijk opgelost.

Ik heb vooral zo genoten omdat het eindelijk weer eens een boek was om me in onder te dompelen. Dickensiaans van sfeer en stijl (een belangrijke verhaallijn is ook de huisvesting van de armen in Londen), prachtig van sfeer, vol mooie citaten en Shakesperiaanse zinnen, en – uiteindelijk het belangrijkste – vol personages om wie ik echt ging geven, wier (on)geluk me echt aan het hart ging. Een sprookjesachtig mooi boek.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 5 Reacties

kaarten

Tot mijn grote verbazing komt dit boek ook van paps, terwijl ik het voor mijn gevoel altijd gehad heb. Ik heb eruit leren besiquen, hartenjagen, gin-rummyen, toepen en klaverjassen. En mocht er zich nog ooit weer een kaartbaar gezelschap rond mijn tafel verzamelen, dan kan ik zó weer even opzoeken hoe het ook alweer moest. En pesten, en pokeren.
Black Lady staat er trouwens niet in, dat leerden we op vakantie in Bretagne van twee Engelsen, Dan and Nigel. En tachtigen ook niet, dat speelden we vroeger bij ons thuis. Toen alles nog gewoon gezellig was, soms.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | 2 Reacties

bedevaart

Ik begin meteen te twijfelen, waren paps en mams nu naar Santiago geweest of alleen naar Lourdes? Of toch allebei? Aan de souvenirs te zien in elk geval wel. Alleen een piepklein Jacobje heb ik bewaard. En dit boek uit 1999, geschreven door mevrouw Madou over wie ik al vaker geloftrompetterd heb.
Ooit kende ik al die preromaanse kerkjes en hun decoratie. Nu blader ik het boek door en voel een wonderlijk soort onverschilligheid. Zijn zulke gevoelens eigenlijk wel betrouwbaar? Of zijn ze een momentopname op grond waarvan je dan een compleet verkeerde beslissing neemt?
Nu denk ik: ik ga dat allemaal toch niet meer zien. Of ik moet al heel toevallig én weer helemaal gezond en fit worden én iemand vinden die mij daar in een camper bij langs rijdt. Of wie weet is er zelfs een verzorgde reis langs die schatten.
Voor nu is het een zinloos boek met minutieuze beschrijvingen en kleine plaatjes, mijn hart springt er niet van op maar slaat ervan neer. Misschien moet ík anders eerst naar Lourdes.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | 4 Reacties

Monica Soeting – Cissy van Marxveldt

Voor alle duidelijkheid: ik heb de tekst van het proefschrift gelezen, niet de handelsuitgave van deze biografie. Ik kom er niet goed achter of die wél foto's bevat, of een voorbeeld van Cissy's handschrift of iets dergelijks.
Als groot fan ken ik Cissy's romans op mijn duimpje – ik was dan ook stomverbaasd toen gister op de leesclub bleek dat sommigen nog nooit iets van haar gelezen hadden. Een leven zonder Joop ter Heul!
Maar voor wie dat ook geldt: lees dan deze biografie niet, want Soeting vertelt van ieder boek uitgebreid de plot. Dat gebeurt wel met een doel, want steeds probeert ze na te gaan wat er autobiografisch aan is, of zoals zij het noemt: autobiografictie. Dat is als je je boekpersonages laat meemaken wat je zelf graag had meegemaakt, of als zij iets vertegenwoordigen – betere stand, betere opleiding – wat je zelf niet bereikt hebt. In een roman kan een schrijver de werkelijkheid naar haar hand zetten, en dat heeft Cissy vaak gedaan. Haar heldinnen zijn altijd net iets rijker of doortastender dan zijzelf in vergelijkbare omstandigheden.
Ook gaat het boek uitgebreid in op de positie van de meisjesboeken(auteurs) in de literaire wereld van destijds (zeg: 1900-1945). Ik was verbaasd hoe uitgebreid de meisjesboeken gerecenseerd werden. Maar 'meetellen' deden ze natuurlijk niet. Echte boeken werden alleen door mannen geschreven.
Er is van Cissy niet veel autobiografisch materiaal bewaard gebleven. Een kort dagboek uit haar tijd in Engeland (eerst als au pair, later op kostschool), en verder wat brieven. Toch heeft Soeting veel over haar leven uitgezocht, en ik vond het boeiend om dat allemaal aan de weet te komen. Belangrijk voor haar was de vriendschap met een andere meisjesboekenschrijfster: Emmy Belinfante-Belinfante. Van haar heb ik ooit Mies Demming gelezen omdat Sylvia Witteman daar op twitter zo enthousiast over was. Het was schokkend om te lezen dat zij is vermoord in Theresienstadt, nadat we haar zo vaak gezellig op de thee hadden gezien bij Cissy.
In de oorlog komt ook Cissy's man om het leven, en zij sterft in 1948. Ik hoop maar dat ze weet dat haar boeken de tand des tijds hebben doorstaan!

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

identiteit

In 1978 was Wegen der Nederlandse Schilderkunst hét nieuwe standaardwerk over Nederlandse schilderkunst, van de (Vlaamse) Primitieven tot en met een mij onbekende schilder uit 1975. Mooie laatste zin wel: "het werk is geen verbeelding, het is een feit." Dat is precies die inhoudloosheid waar ik het bij Mondriaan over had. Maar moet ik het boek om die ene zin bewaren?
Op de primitieven ben ik altijd dol geweest: onder de indruk van de fabelachtige schoonheid en de sprookjesachtige verbeeldingskracht. En de blik op het middeleeuwse leven. Maar die hele beroemde zeventiende eeuw, Rembrandt, Frans Hals, Vermeer, noem ze allemaal maar op … écht koud of warm word ik er niet van. Ze benemen me niet de adem. Van de Haagse School heb ik wel gehouden, en Vincent is natuurlijk buitencategorie (daar heb ik dan ook hele mooie boeken over).
Dit boekje is nu niet meer nodig.
Ik bedenk opeens hoe wonderlijk dit is. Door mijn ziekte voel ik me vaak zo onzeker, en van een wiebelige identiteit. Toch blijkt die identiteit veel duidelijker dan ik weet, dat merk ik bij het doornemen van de boeken. Zoveel is geïnternaliseerd, of juist overbodig, en daarover twijfel ik bijna niet.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen

Naumburg

In juli 2014 waren we nog in Naumburg, kindeke en ik. Ik wilde haar zo graag laten beleven wat ikzelf veel eerder had beleefd: Naumburg bezoeken vlak na de val van de muur, met een hoofd vol kennis over de beelden, wie wie was en waarom Uta zo verschrikt kijkt. Dit boekje moet ik toen gekocht hebben, het is uit 1990.
Nu was Naumburg inmiddels wat opgekalefaterd, wel heel schilderachtig nog, maar ik kon de oude verrukking toch niet helemaal terugvinden, en niet overbrengen dus.
Ik kan soms met heimwee denken aan alles wat we gezien hebben, wat ik – denk ik op zo'n moment – nog zo graag eens terug zou willen zien. Maar inmiddels zou ik beter moeten weten, oude verrukkingen liggen niet alleen in het schoons dat je bezoekt, maar ook in de mens die je toen was.
Beter de herinnering de herinnering te laten – dit boekje ook zeker bewaren – en op zoek te gaan naar nieuwe schoonheid. Zo keek ik gister naar Gevaarlijkste Wegen, ze waren in Kazachstan, en wat was het daar wondermooi.

 

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | 2 Reacties

ongeïnspireerd stukje

Imperial Rome and Christian Triumph kwam pas in 1998 uit, jaren na mijn afstuderen. Tijdens de studie deden we het vooral met dictaten, herinner ik me. (Ik weet eigenlijk net zeker of ik die al gemariekondood heb of dat ze nog in de berging liggen.) Het is een gedegen studieboek, vol mooie foto's. Het gaat over die overgangsperiode die zo wonderlijk interessant is en waarover zoveel negentiende-eeuwse mythes de ronde doen. Gelezen heb ik het niet, maar de afbeeldingen maken dat ik het niet weg kan doen.
Een hoofd vol klei maakt eentonige zinnen.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst, schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

dit vertrekt

Nou, deze Sources of Modern Architecture and Design had ik wel kunnen meenemen met het stukje van gister. Alle bekende sterren komen weer langs: Hoffmann, Frank Lloyd Wright, Rietveld, Mies von der Rohe, Mackintosh, Berlage. Het is allemaal erg mooi, ik heb er veel van gezien, en intussen staat de radio aan en ben ik er maar half bij met m'n hoofd. Het boek mag ook weg, ik heb het niet meer nodig.
Ik keek gister naar Ik Vertrek – altijd groot plezier met twitter erbij – en verbijsterde me over de ouwe meuk aan boeken die de vrouw des huizes inpakte. Ik herinner me nog heel goed dat ik voor ons vertrek naar Oman heel veel boeken heb weggedaan, me toen al bewust van wat je wel of niet moet bewaren.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | 3 Reacties

helder en klaar

Theory and Design in the First Machine Age, ga er maar aanstaan. Wel liep mijn liefde van de middeleeuwen meteen door naar eind negentiende eeuw en zo door naar het modernisme. De tijd daar tussenin … ik heb er veel over geleerd, heb er de merites van leren zien, maar mijn hart raakte het nauwelijks. Wat is er dan zo mooi aan het moderne? De strakke, klare lijn? Het zeker weten: zo is het goed en krijgen we een betere wereld? Gevaarlijke dogmatiek, die uiteindelijk leidde tot de Bijlmers van deze wereld.
Het was allemaal een reactie op het verheerlijken van het verleden – al die neo-stijlen – in de negentiende eeuw, die toch maar mooi in een wereldoorlog was uitgemond. (Dit kon Huizinga in zijn dagen nog niet zien.) Het was het streven naar een kunst leeg van inhoud – denk Mondriaan. Ik vond dat prachtig in het Bauhaus, geen tierlantijnen als kooflijsten of rozetten, alleen hier en daar een blauw, rood of geel vlak. En verder alleen de doelmatige, schone lijnen van het gebouw.
Maar dit boek heb ik niet meer nodig.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | 3 Reacties

Sir Nikolaus Pevsner

Dag Pevsner, long time no see. Ooit wist ik álles wat in dit boek staat. Als ik het doorblader is er nog wel veel wat me bekend voorkomt hoor. Zo herken ik Melk direct, die fraaie barokabdij waar ik op onze Wenen-excursie een referaat over moest houden. Nu zouden we ook een rondleiding krijgen, en we hadden inmiddels meer Oostenrijkse rondleiders gehad: ze vertelden echt alles, en ze waren vooral heel dol op maten en gewichten. Dus we zaten daar met onze groep op het terras te wachten, en ik dacht: straks maait de rondleider me alle gras voor de voeten weg, ik doe het nu vast! Het ging prima, verschillende groepsleden vroegen of ik 'in het onderwijs' zat – toen nog niet nee. Maar het was fijn om te weten dat ik deze gave van paps had overgenomen, hij zou me vele jaren later nog van pas komen.
Nee, Pevsner mag blijven. Soort extern breintje, zeg maar.

Geplaatst in autobiobibliografie, kunst | Getagged | Een reactie plaatsen