Alice Hoffman – The Red Garden

Soms krijgt het programma (Cool Reader) waarmee ik e-books lees op de tablet de hik, en kan ik niet verder lezen. Het gebeurt niet vaak, en ik kan het boek gewoon uitlezen in een ander programma of op de e-reader, maar ik baal altijd verschrikkelijk omdat ik dan ook al mijn aantekeningen kwijt ben.
The Red Garden staat vol schitterende, schrijfveerwaardige zinnetjes en die was ik nu in één klap allemaal kwijt.

Alice Hoffman is een schrijfster die ik erg bewonder. Haar boeken hebben iets sprookjesachtigs, iets magisch-realistisch' en ze zijn tegelijk zweverig én aards. Ik weet nog dat ik in New York haar boek The Story Sisters las, en met andere ogen de huizen rond Central Park bekeek.

The Red Garden gaat over een tuin met rode aarde, waarin alleen rode dingen groeien: tomaten, radijzen, watermeloenen - en groene bonen worden er rood. Hij is aangelegd door de eerste bewoners van die plek, die eerst Bearsville heette maar uiteindelijk Blackwell werd. Het boek bestaat uit 14 verhalen, van 1750 tot ergens in de jaren '90, en het geeft een prachtig beeld van de groei van zo'n Amerikaans stadje in de middle of nowhere (ergens in Massachusetts). Het laat prachtig zien hoe verhalen vervormd en verweven raken met de geschiedenis, hoe bepaalde kenmerken van families altijd doorgegeven worden, hoe namen veranderen (Dead Husband's Meadow heet uiteindelijk Band's Meadow), hoe een ware gebeurtenis een legende wordt (de Verschijning aan de rivier), en hoe belangrijk de beren blijven voor het welzijn van de bewoners.
Eigenlijk wou ik ooit zo'n boek over Wrochtum schrijven.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 5 Reacties

Rumer Godden – The Greengage Summer

Ik was erg weg van het vorige boek dat ik las van Rumer Godden (The Battle of the Villa Fiorita), en hoopte dat The Greengage Summer net zo mooi zou zijn. Daardoor viel het een beetje tegen, ik weet niet precies waar dat aan lag. Er stond wat te weinig op het spel, er waren wat te veel overbodige personages ... In het voorwoord schrijft ze dat het verhaal gebaseerd is op een zomer in Frankrijk uit haar eigen jeugd, misschien heeft ze daardoor te weinig afstand genomen van de werkelijkheid. Wat niet wegneemt dat ik het wel met veel plezier gelezen heb. Het is een sfeervol verhaal over een stel Engelse kinderen in een Frans hotel (moeder ligt met bloedvergiftiging in het ziekenhuis), die zich best wereldwijs wanen maar geschokt worden door wat er zich vlak onder hun neus afspeelt.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Ray Bradbury – Fahrenheit 451

Ik las Fahrenheit 451 als e-book, het had 431 bladzijden (ik heb het lettertype altijd lekker groot staan) dus toen ik op bladzij 280 was verwachtte ik nog heel veel avonturen. Maar het was afgelopen! De rest was theorie en nabeschouwing (het was de 60th anniversary edition).
Ik weet niet of het alleen daardoor kwam dat ik zo schrok van de abrupte afloop. Voor mijn gevoel was het verhaal nog lang niet af. In Heldenreistermen: Montag had de Vuurproef doorstaan, had zijn feestje gevierd met de Bondgenoten, maar de Weg Terug moest nog beginnen!
Natuurlijk kun je daartegen inbrengen dat de Vuurproef al eerder was geweest, en dat de Weg Terug naar zijn eigen menselijkheid al lang was ingezet, maar toch … ik vond het onbevredigend.
Het boek stond al jaren op mijn lijstje. Bradbury's boek over schrijven (Zen in the Art of Writing, besproken in de nieuwsbrief van april 2014) vond ik fantastisch, één en al tegeltje, zo iemand moet dan ook een roman schrijven waar ik zonder voorbehoud 5 sterren aan kan geven. En tijdens het lezen had ik ook werkelijk dat gevoel. Het is zo beeldend en zintuiglijk geschreven, er staan zoveel briljante zinnen in, er wordt zoveel wijsheid verkondigd.
Het is enorm voorspellend in de manier waarop het een maatschappij schetst waarin er alles aan gedaan wordt om mensen af te houden van zelfstandig nadenken. TV en muziek tetteren de hele dag, het enige vermaak daarnaast is keihard rondrazen in auto's.
Guy Montag is een brandman. Brand weren is niet langer de opdracht, brand stichten is zijn taak. Boeken verbranden, huizen verbranden van boeklezers, desnoods met de lezers erbij. In een prachtig staaltje Fake News wordt beweerd dat dit al sinds 1790, ten tijde van Benjamin Franklin, de taak van de brandman is geweest. Het leven speelt zich alleen nog af in het hier en nu (en opeens werd ik toch weer een beetje beducht van de mindfulness die me ook zoveel goeds brengt). Mensen worden vol informatie gepropt, zo vol dat er geen ruimte meer is om nog na te denken terwijl ze tegelijk het gevoel hebben helemaal op de hoogte te zijn. Kinderen gaan steeds vroeger naar school, zodat ouders niet de kans krijgen ze te verpesten.
Kortom: een visionair boek. En misschien was dat visioen zo erg, zo dichtbij, dat ik het gewoon niet verdroeg om achter te blijven met een stad in puin, en alleen een paar mensen die gezamenlijk de terugweg ondernemen. Salva me!

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

Rumer Godden – The Battle of the Villa Fiorita

Er kwam op twitter een enthousiaste bespreking voorbij van The Battle of the Villa Fiorita van Rumer Godden. En ik dacht: Rumer Godden, ik ken de naam, maar waarvan ook weer … Midden in de nacht kwam er zomaar een titel in mijn hoofd: de zomer van de reine claudes. Waar vandaan? Stond het vroeger bij mijn moeder in de kast? Al googelend kwam ik ook langs Black Narcissus, en ik herinnerde me héél vaag de film (hoewel het goed mogelijk is dat ik in de war ben met The Nun's Story).
Nu heb ik the Villa Fiorita uit, en wil ik alles van haar lezen. Zo wonderlijk!

Het begint een beetje Enid Blyton-achtig, qua sfeer en qua toon. Twee Engelse kinderen gaan stiekem niet naar hun respectievelijke kostscholen, maar nemen in plaats daarvan de trein naar Italië, op weg naar hun moeder die ervandoor is met een filmregisseur. Hun vader is iets hoogs in de geheime dienst, en vaak lang van huis. Hun moeder hield het huishouden gaande, en het landhuis met grote tuin in het dorp waar ze woonden, tot er een filmcrew neerstreek en de ontmoeting met Roberto alles veranderde. Het doel van de kinderen, Hugh (14) en Caddie (11) is om moeder terug op het rechte pad te brengen.

Wat het boek zo bijzonder maakt, is niet de plot, maar de vertelstijl. Godden breekt met álle wetten. Ze wisselt van de ene op de andere zin van vertelperspectief, ze wipt van verleden naar heden naar toekomst, ze geeft als verteller commentaar …
Het is alsof zij in een grote leunstoel zit, terwijl de personages zich om haar heen verdringen om hun versie van het verhaal te vertellen. De verteller schrijft zo snel ze kan mee, noteert ook het commentaar van de personages daarop, herinnert zich wat de personages er veel later nog over zeiden … "… would Fanny say afterwards …" "… but it was not like that, she could have cried …"
Dit geeft het verhaal een vaart en een levendigheid die helemaal passen bij de omgeving van de Villa aan het Gardameer, met druk kwetterende Italianen, snel veranderend licht, weelderige tuin, geuren van bloemen en maaltijden, alles totaal anders dan het gezapige en voorspelbare Engelse bestaan dat de familie Clavering tot dan toe leidde.
Ik ben heel benieuwd naar haar andere boeken. Misschien begin ik wel met die reine claudes.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 9 Reacties

ziekzeurtje (3)

Ik heb er dagen bij, dan kan ik alles. Uren ronddwalen met kindeke door meubelzaken, op zoek naar een nieuwe bank. Tot in de kleine uurtjes blijven hangen op een super gezellig verjaarsfeest, en de volgende dag niet eens helemaal dood zijn. Ik durf niet te denken: ik word beter! Maar ik denk wel: het is allemaal zo erg niet, ik stel me zeker aan.
Tot er een dag komt als vandaag, waarop ik me zónder aanwijsbare oorzaak voel alsof ik door een vrachtwagen overreden ben. Een vrachtwagen met dufspuitmiddel. Ik kan me nauwelijks bewegen en kan nauwelijks helder denken. Ik kruip maar weer terug in bed en droom de wildste dingen. Onder andere dat ik weer aan het werk moet in de biep van Rijswijk maar sinds die zo verbouwd is weet ik er de weg niet meer.
Morgen heb ik een feestje dat begint om 2 uur. Ik heb maar alvast doorgegeven dat ik instroom tegen vijven. Dan kan ik morgen eventueel ook nog de dag in bed doorbrengen. Tegelijk ben ik bang (dat is mijn eigen schaamtegevoel, nog altijd) dat 'ze' wel zullen denken: vorige week kon je het toch ook?
Maar dat maakt het juist zo moeilijk. Dat is nog steeds waarom ik niet ver van huis durf. Van de ene dag op de andere ben ik weer echt ziek en voel ik me tachtig, negentig, honderd. Nou, tot zover even dit ziekzeurtje. Nu maar weer terug in bed. En als het kan een droom over een ver, mooi land.

afbeelding

Geplaatst in autobio | Getagged | 5 Reacties

Sleuteloog

Sleuteloog stond al in de kast sinds kindeke het in 2007 voor school moest aanschaffen. Nu gingen we het lezen voor de leesclub. Ik vond het prachtig.
Het verhaal is zo simpel als wat: Herma Warner, een oude vrouw, krijgt een brief van een journalist, die onderzoek doet naar ene Mila Wychinska, naar algauw blijkt een jeugdvriendin van Herma, uit haar tijd in Indië, die Dee Mijers heette. Al Herma's aandenkens aan Indië liggen opgeslagen in een ebbehouten kist, nog uit het huis van haar ouders, maar ze is de sleutel ervan kwijt. Nu moet ze uit haar herinneringen putten, aan dingen die ze veel liever vergeten was. Ze schrijft ze op zo ze bovenkomen, in fragmenten. Haar jeugd in Indië, de mensen met wie ze omging, de subtiele verschillen tussen blanke en Indo-Europese families, de veranderingen in wat eens een fijne vriendschap was. Haar studietijd in Nederland, haar huwelijk met de bioloog Taco Tadema, de keren dat ze terugging naar Indonesië. En alle ontdekkingen die ze doet, die leidden tot handelingen die ze zichzelf niet vergeven kan. Zij, de engelachtig blonde belanda.
De reacties van de journalist dwingen haar steeds dieper te graven, steeds denkt ze: dat schrift zit in de kist, die foto, die ansichtkaart … Is het kwijtraken van de sleutel een Freudiaanse Fehlleistung?
Ik zag pas een leuk vragenlijstje voor leesclubs, en daar stond onder andere de vraag bij: wilde je dat dit een dikker boek was?
En ik dacht: ja! Wat een doorwrochte, doorweven geschiedenis, je zou er wel een trilogie van kunnen maken. Maar tegelijk: in deze vorm – onderkoeld, terughoudend – heeft het verhaal misschien meer impact. Ik moest denken aan Sense of an Ending. Ook zo'n dun boekje dat een enorme nadreuner bleek.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties

Angie Thomas – the hate u give

The hate u give is zo'n boek dat alles goed doet. Dit is hoe protestliteratuur eruit hoort te zien, ik geloof zelfs dat je alleen zó de wereld kunt veranderen. Door te laten zien wat er gebeurt, in een concreet geval, door de ogen van een hoofdpersoon die slim genoeg is om meerdere kanten te zien, ook al wordt ze nog zo verschrikkelijk persoonlijk geraakt.

Starr Carter is een zwart meisje van 16 dat in een gevaarlijke zwarte buurt (hood, of ghetto) in een grote stad woont. Schietpartijen en plunderingen zijn er aan de orde van de dag, en tegelijk is er ook warm contact tussen de buren onderling. Twee bendes maken er de dienst uit. Starr's vader heeft er een supermarkt, haar moeder werkt in de kliniek. Haar ouders hebben haar en haar broers op een witte school gedaan om hen meer kansen te geven. Starr voelt zich verscheurd tussen die twee werelden: op school is ze als (bijna) enige zwarte automatisch 'cool' maar moet ze wel netjes blijven spreken, en thuis hoeft ze met haar witte vriendje Chris niet aan te komen.

Als ze op een feest is in haar eigen buurt, wordt daar geschoten door bendeleden. Ze ontvlucht het huis, samen met haar jeugdvriend Kahlil. Ze rijden zo rustig mogelijk weg, maar worden toch aangehouden. Kahlil vraagt de agent waarom, die sleurt hem uit de auto. Terwijl de agent naar de politieauto loopt, buigt Kahlil zich naar binnen om te vragen of Starr oké is. Op dat moment schiet de agent hem dood.

Deze gebeurtenis – we kennen hem maar al te goed uit het nieuws – zet het hele verhaal in gang. Een verhaal over moed – moet je getuigen, ook al ben je nog zo bang? Over begrip – Kahlil handelde in drugs, maar waarom eigenlijk? En is dat reden genoeg om hem dood te willen? Over rechtvaardigheid en hoe je die bereikt, door geweld, opstand en plunderingen? Of door het woord? Over wat het betekent om zwart te zijn, of wit. Wat je wel mag zeggen en wat niet. Als ze in de auto zitten en meezingen met Ice Cube houdt Chris zijn mond elke keer als het woord nigga valt.
En ook een verhaal over een geweldige meid die er eindelijk in slaagt om haar verschillende leefwerelden te verenigen. Onder het mopperig toezicht van haar vader.

De titel komt van Thug Life, een hiphop groep, waarvan de naam staat voor The Hate U Give Little Infants Fucks Everybody.
Ik moest regelmatig even naar de Urban Dictionary om woorden op te zoeken, ik kan me voorstellen dat de vertaler een hele kluif aan dit boek had.
Zeker in deze tijden een boek dat iedereen zou moeten lezen.

(met dank aan Hanneke de Jong en Susan Venings voor de tip)
Geplaatst in recensies, tijdgeest | Getagged , | 6 Reacties

onbegrijpelijk

Het is een wonderlijke sensatie om een boek te lezen waar je helemaal niets van begrijpt. Als het nu over quantummechanica ging, zou dat logisch zijn, ik heb nu eenmaal een klein bèta-verstandje. Maar als alfamens zou je toch iets moeten snappen van een toneelstuk over Oedipus. Ik las De Naam van Oidipous als laatste in mijn korte Oedipus-hype. Ik had er allerlei geleerds over gelezen, zoals hier in het boek Re-Visioning Myth, waarin wordt betoogd dat Cixous de hele mannelijke manier van vertellen aan de kaak stelt, of hier waarin Decreus uitlegt dat Jocaste Oedipus uitnodigt om het verlangen naar de moeder niet uit de weg te gaan en de diepte van de zichzelf gevende moeder te exploreren.

Maar de tekst bestaat uit losse zinsfragmenten, waar ik geen touw aan vast kan knopen. Gelukkig ben ik niet de enige. In de beide recensies die ik van de uitvoering door theater Persona kan vinden, begrijpt de recensent er ook helemaal niets van. Een onverteerbaar brok diepzinnigheid, zegt Wijnand Zeilstra. Lang geleden dat ik een voorstelling heb gezien die me zo volstrekt onverschillig liet, zegt Peter Liefhebber.

En toch … ik heb heel veel van die zinsfragmenten aangestreept omdat ze kant-en-klare schrijfveren waren. Ik stel me voor dat je deze teksten als hoorspel zou moeten ervaren, terwijl je half in slaap aan het vallen bent, zodat ze rechtstreeks je onderbewuste in glijden. Dat ze zich verweven met droombeelden. Met het verstand valt deze tekst niet te bevatten, maar met de diepere lagen misschien wel.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , , | 6 Reacties

wespennest

Refuge van Dina Nayeri vertelt het verhaal van de in 1987 gevluchte Iraanse Niloo Hamidi, en van haar vader Bahman Hamidi die achterbleef in Isfahan, of meer nauwkeurig: in het dorp Ardestoon waar Niloo tot haar achtste opgroeide.
Het is een sterk autobiografisch boek, je kunt Niloo bijna één op één uitwisselen met Dina, als je de interviews zo hier en daar leest. Dina is heel uitgesproken in haar meningen over wat het betekent om een vluchteling te zijn. Waar ze vooral van baalt, is dat vluchtelingen altijd maar 'dankbaar' moeten zijn. Dankbaar dat ze gered zijn, dankbaar dat ze in een welvarend land mogen opgroeien en studeren. Vluchtelingen moeten assimileren, en niet hun land van herkomst liever hebben dan hun nieuwe land. Als zogenaamd goede mensen beweren dat vluchtelingen zoveel bijdragen aan hun nieuwe land, benadrukken ze in feite nog steeds dat de ex-vluchteling – nu officieel Amerikaan of Europeaan – nooit net zo vanzelfsprekend goed zal zijn als de autochtonen. Hij moet er iets voor presteren.

Niloo is inmiddels 30, en woont met haar Franse echtgenoot in Amsterdam, waar ze in contact komt met een groep Iraanse illegalen. Een belangrijk deel van het boek speelt in Amsterdam, en Nederland komt er buitengewoon slecht vanaf. Het regent er altijd, de autoriteiten zijn verschrikkelijk dom en onverschillig, het kan ze niets schelen dat een vluchteling zelfmoord pleegt door zichzelf in brand te steken. Binnenkort is Wilders aan de macht (het verhaal speelt in 2009) want zijn boodschap spreekt de slecht opgeleide landelijke boeren aan. En Nederlanders geven maar één koekje bij de koffie.

Ik vond het best moeilijk om dit allemaal te lezen.
Wat het denk ik vooral zo moeilijk maakt, is dat Niloo spreekt vanuit een verwende positie. Ze is geen vluchteling meer, ze is een expat met een groot appartement in de Pijp. Ze heeft een goede baan aan de universiteit, en een echtgenoot die advocaat is. Waar haar man de vluchtelingen rechtshulp aanbiedt, zit zij er alleen maar te zwelgen in heimwee en zelfmedelijden.
Haar moeder is wat dat aangaat een stuk pragmatischer, die gaat met Perzische koekjes naar de buren om hun stofzuiger te lenen. Haar vader slaagt erin zijn opiumverslaving te overwinnen en tot de slotsom te komen dat je dorp en je huis en je tandartspraktijk en je fotoalbums niet zijn wat je 'thuis' behelst.
Maar Niloo – en in feite Dina – geeft een in mijn ogen onverdiend oordeel over een land dat – als ik in mijn kringen rondkijk – zijn best doet om mensen te helpen. Hoe gebrekkig af en toe ook. Als ze het verhaal van de man die zelfmoord pleegde had verteld, was de kritiek – in het verhaal - terecht geweest. Maar deze hoofdpersoon is net zo kortzichtig als ze de Nederlanders verwijt te zijn.
Wat een verschil met bijvoorbeeld Americanah.

Geplaatst in recensies, tijdgeest | Getagged , | Een reactie plaatsen

gepoeste

Er staan twee poezen op Facebook, van iemand die ze tot groot verdriet kwijt moet, en ze kijken zó lief. Ze zijn 5 en 6 jaar, ze zijn gewend om binnen te blijven, het zijn mannetjes en hun namen kan ik natuurlijk gewoon veranderen ;-).
Maar wil ik ze?
Ik denk aan mijn lieve Pjotr, hoe goed we elkaar kenden, hoe ik precies wist wat hij zou gaan doen, en waar ik hem vertrouwen kon. Nooit op tafel, nooit op het aanrecht, geen gevaarlijke kluchten op balkon, zelfs niet ontsnappen via de voordeur (na die ene keer).
Ik denk aan zijn zachte velletje dat nooit door een andere kat geëvenaard zal worden.
Ik denk aan zijn clementie, hoe hij me nooit wakker mauwde, of zo zachtjes dat ik er niet wakker van werd als ik echt sliep.
Maar eerlijk is eerlijk: ik denk ook aan vieze kattenbakken, gesjouw met grit, stofzuigen, bed vol pluisjes, stinkende berging, altijd alles opruimen in het knutselkamertje (want daar is de enige naar-buiten-kijk-plek voor gepoeste), oppasproblemen (stel dat ik ooit weer eens op vakantie kan), en stel dat dit wel wakkermauwers zijn? En stel dat ik voor deze wél allergisch ben? Of ben ik daar nu echt overheen gegroeid?
Kortom, ik weet niet wat ik wil. Ik weet alleen dat ze vreselijk lief kijken.

Geplaatst in autobio | 10 Reacties