van de schoonheid en de troost

Soms kom ik online een afbeelding tegen die me treft door zijn schoonheid. Altijd een wonderlijk gebeuren, waarom is het juist deze afbeelding? Ik tik de naam van de maker – Martin Lewis – in op Pinterest, al zijn werken blijken prachtig, toch blijft het juist deze die me zo raakt.
Het is een prent met een hoofdpersoon. Als ik kijk naar de afbeeldingen die mijn wanden sieren, zijn het óf min of meer abstracte landschappen die mij als beschouwer opnemen, of er staan hoofdpersonen op die mij van iets deelgenoot maken. De vrouw voor de spiegel – "Het Oorringetje" - van Breitner bijvoorbeeld, een oude Openbaar-Kunstbezitafbeelding die al tientallen jaren met me meereist, of dat beeld van die gescheurde vrouw – "Expansion" - bij de Brooklyn Bridge (van Paige Bradley).
Een schilderij moet me binnenlaten, ofwel direct, ofwel via de afgebeelde persoon. En dan moet er nog iets zijn wat raakt aan mijn geschiedenis. Aan iets wat ik heb gezien of meegemaakt, of gelezen zelfs. Ik heb al vaak geschreven over mijn fascinatie voor New York en waar die ontstaan is. Een andere fascinatie betreft het leven in de jaren twintig, onlangs nog zo fijn gevoed door het boek van Edna Ferber.
En op dieper niveau – alsof je aan droomuitleg doet – ben ik het zelf, die vrouw alleen op haar balkonnetje (meer waarschijnlijk de buitentrap) met de lichtjes van de stad rondom met als lichtend, lokkend hoogtepunt The Chanin Building (in mijn geval het topje van de Martinitoren).

Geplaatst in autobio, kunst | Getagged | 2 Reacties

Sarah Winman – Tin Man

Joke voorspelde het al toen ze mij dit boek tipte: ook 5 sterren, maar hele andere sterren.
Want dat is het probleem als je een boek 5 sterren geeft, dan ga je het volgende daarmee vergelijken: is het wel net zo goed? Is er ook niets op aan te merken?
Tin Man en The Unseen World zijn niet te vergelijken. Waar het tweede zijn sterren verdiende met plot en personages, verdient het eerste ze met – vooral – sensibiliteit. Verschillende malen heb ik iets onderstreept en erbij gezet: wat zorgvuldig geobserveerd!
Zo staan twee jongens op een winteravond uit het raam te kijken:
They looked at one another in the reflection of the glass and snow fell behind their eyes.
Waar The Unseen World is opgebouwd als een computerspel, is Tin Man haast geschilderd. Niet voor niets spelen de zonnebloemen van Van Gogh een grote rol.

Het verhaal is eigenlijk simpel: Ellis, een man van in de veertig, is blijven steken in de rouw om zijn vrouw Annie en zijn beste vriend Michael. Pas als hij op de fiets wordt aangereden en gedwongen thuiszit, komt langzaam het herstel op gang. Pas dan durft hij het aan om een doos met spullen van zijn vriend open te maken. Daarin zitten zijn eigen oude schetsboeken (die hij altijd weggooide als ze vol waren) en de dagboeken van zijn vriend. In deel twee krijgen we dan het leven van Michael te lezen, dat zo'n totaal andere kant uitging nadat Ellis eenmaal met Annie getrouwd was.

Het verhaal gaat over liefde en (homo)seksualiteit, over aids, over trouw en ontrouw aan jezelf en anderen, over kunst en het leven durven leiden waarvoor je bestemd bent.
Het wordt nergens unbearably poignant – dat is ook nooit een aanbeveling!
Maar er zijn regelmatig formuleringen die me zo raken in hun raak-heid.
Zo schrijft Michael over hun eerste gezamenlijke reis naar Frankrijk: I felt as if nothing else had previously existed.
En als ze elkaar na jaren terugzien:
I missed you, he says.
In my chest, the sound of an exhausted swallow falling gently to earth.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties

zomergasten met Glenn Helberg

Ik heb zomergasten gisteravond niet uitgekeken. Ik twitterde op een gegeven moment: ik geloof dat ik niet zo goed tegen een spreker kan die alles zo zeker weet. En even daarna: ik geef het op. Bij zoveel stelligheid voel ik me niet binnengelaten.

Het was niet dat ik het inhoudelijk totaal oneens was met Glenn Helberg. Het was die onafgebroken barrage van stellige beweringen. Een houding die bij Janine Abbring meteen haar innerlijke onwetende meisje tevoorschijn riep. Ik ben ook eens bij zo'n psycholoog geweest. Die zou aan de hand van de door mij verfoeide familieopstellingen wel eens even uitleggen hoe het zat met mij. Alleen is mijn innerlijke onwetende meisje inmiddels gelukkig vervangen door een vrouw die alle stellingen in twijfel trekt.
Bovendien vond Hellberg dat hij als homo en bruine (zwarte) het alleenrecht had op het doen van uitspraken over uitgesloten zijn cq erbij horen. Terwijl wij vrouwen – Abbring incluis – daar ook wel iets van weten. Maar zij had geen recht van spreken, als witte hetero.

En opeens dacht ik: er zijn zovéél manieren van uitsluiting. Niet alleen wit vs zwart, man vs vrouw, religies onderling. Alles wat gaat over wij/zij.
Ooit was ik slank, blond en mooi. Zeg ik maar zonder gêne. Ik voelde me nergens buitengesloten. Nou, behalve in het begin in Oman. Toen moest ik eerst moeder worden om me weer overal, tot in de verste dorpjes, geaccepteerd te voelen. Nu ben ik dik, grijs en lelijk, want ziek. Ik voel me van bijna alles uitgesloten. Van het heersende discours, van festiviteiten in de stad, van modewinkels … Ik hoor eigenlijk nergens meer bij, alle positieve affirmaties ten spijt.
En als iemand zich dan opstelt als de vleesgeworden buitengeslotene, als de enige die daarover de waarheid en het verkondigingsrecht in pacht heeft, dan voel ik me ook van zo'n tv-programma buitengesloten.
Wat een verschil met Van der Laan, vorige week.

Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged , | 21 Reacties

Liz Moore – The Unseen World

Ik werd zo naar wakker dat ik na het ontbijt maar weer in bed ben gekropen. Geen straf, want heerlijk verder lezen in The Unseen World, dat echt zo'n boek is om zoveel mogelijk achter elkaar uit te lezen, omdat je dan het best meekrijgt hoe doorwrocht het in elkaar zit.
Ik kreeg de tip van Joke, en zij schreef een mooie bespreking, dus lees die nu eerst even, dan weet je waar het boek over gaat.

Het is niet alleen de spannende speurtocht naar het ware verleden van David Sibelius, en de impact daarvan op zijn dochter Ada waardoor het boek me zo pakt. Wel deels: Ada is een aandoenlijke hoofdpersoon met wie ik erg meeleef, en ook de mensen om haar heen gaan werkelijk leven. Het zijn ook de vele details waarmee Moore me onderdompelt. Op een gegeven moment denk ik: zijn het niet wat véél details? Wordt het niet nodeloos lang zo? De schrijfjuf wil dat alles een functie heeft. En ze wordt aan het eind op haar wenken bediend: al die details hadden een voor de plot onmisbare functie. Wat fantastisch.

De schrijfjuf vroeg zich ook af en toe af wat de vertelsituatie was. Er was een alwetende verteller die kon switchen van de jaren '80 naar het jaar 2009, en terug naar de jaren '20 en '30. Dat accepteer je als lezer, dat is een soort contract dat de schrijver met de lezer sluit: zo zijn de regels van dit verhaal. Maar hoe ver staat deze verteller af van het verhaal? Wanneer vertelt hij het? Op een gegeven moment staat er zo'n zinnetje "Computer-animated people, in 2009, still looked stilted and bizarre." Ik denk bij mezelf: is dat in die 7 jaar dan zo enorm verbeterd? (Ervan uitgaand dat de verteller in het jaar van uitgave van het boek leeft.) Wacht maar af, schrijfjuf …

Dit is een boek om jaloers op te zijn. Waarin vorm en inhoud precies met elkaar kloppen, terwijl het toch geen steriele puzzel is met clichépersonages als pionnen.
Ik denk terug aan Ithaca en weet opeens het juiste woord voor zovéél van die drie-sterrenboeken die met ronkende superlatieven moeten worden aangeprezen: gemakzuchtig. Heel Ithaca wordt bevolkt door cliché-personages met cliché-problemen in een cliché-setting. De schrijver heeft totaal geen moeite gedaan om er iets bijzonders van te maken, om de diepte op te zoeken. Hij heeft Zielig verward met Zielvol.
Ik google nog even wat recensies, en zie nergens "unbelievably poignant" en "fiercely emotional" of termen van gelijke strekking. Ik weet nu dat je die niet moet vertrouwen. Goede wijn behoeft geen krans. Maar wel vijf sterren!

Geplaatst in recensies | Getagged , , | 4 Reacties

raak

Ik begon weer eens aan mezelf te twijfelen. Ik had Ithaca uit, en zocht wat recensies op. De loftuitingen buitelden: "ferociously funny" en "unbelievably poignant" en "fiercely emotional," er moest wel iets mis zijn met mij dat ik daar zo lauw op reageerde. Hoe kan een halve wees in een achtergebleven Iers dorp die zichzelf snijdt met scheermesjes en glasscherven je nu koud laten?
Eigenlijk heb ik daar geen antwoord op. Het was zo cliché, zo dertien-in-een-dozijn, zo been-there-done-that.
Het lijkt ook wel of het vaak mannelijke auteurs zijn die mij niet weten te raken ook al doen ze nog zo hun gevoelige best.
Affijn, in mijn korte oudheid-frenzy (1, 2) had ik ook dat kleine boekje van Ali Smith besteld, The Story of Antigone. Het maakt deel uit van de serie Save the Story, waarin oude verhalen voor kinderen herteld worden. Ik las het gisteravond, en opeens wist ik: het ligt niet aan mij! Het ligt aan de schrijvers!
Want wat raakte mij dit!
Ali Smith (van wie ik eerder het raadselachtige Autumn besprak) kiest als perspectiefpersonage een kraai. Een kraai die mensen "the still-alive" noemt. Want doden hebben haar voorkeur, want voedsel. Deze kraai heeft alles wel voorbij zien komen in Thebe, ze heeft haar nest op een van de zeven poorten, ze kent de prinsessen Antigone en Ismene. Het is de dag na de strijd waarin Polynices en Eteocles elkaar hebben gedood, en de nieuwe koning Creon verbiedt de begrafenis van Polynices.
Het is een tragedie, maar de vertelstem van de nuchtere kraai maakt het een wrange mengeling van droefheid en humor. Ze legt het een en ander uit aan een jong hondje.

"Because, listen, this Oedipus," she went on, "he'd been cursed at birth, and the curse was that he'd kill his father and marry his mother."
The dog shrugged.
"I know," the crow said. "Makes no difference to me either. But it's the kind of rubbish that preoccupies the still-alives. Scandal. Fate. Gods. Curses. They wear them like clothes. It's because they've no feathers. Or fur."

En de illustraties van Laura Paleoletti treffen precies de juiste toon.
Het boek eindigt met een vraaggesprek tussen de kraai en Ali Smith. Het feit dat het verhaal van Antigone al zo lang verteld blijft worden, suggereert dat we dit verhaal nodig hebben, zegt Ali, "[…] that it might be one of the ways that we make life and death meaningful."

Geplaatst in recensies | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Henry Treece – Oedipus

Ik begon vol goede moed aan Oedipus. Het begon in elk geval een stuk mysterieuzer dan het onttoverde Children of Jocasta. Oedipus vertelt zijn levensverhaal in de ik-vorm, en begint als hij een klein, mank jongetje is (de naam Oedipus betekent 'gezwollen voeten'), zoontje van een arm herdersechtpaar. De vertelsituatie lijkt die van een oude man die terugkijkt op zijn leven. Pas over de helft zegt hij opeens "I tell you, my lords …" Mij werd niet duidelijk wie deze lords zijn.

Oedipus ontvlucht zijn milieu en komt terecht in Korinthe, dat wordt beschreven als een soort kampement van lemen hutjes en tenten. Het kinderloze koningspaar Polybus en Periboea neemt hem op als hun zoon. Hij krijgt sandalen aangemeten waardoor hij goed leert lopen, en gaat zich steeds meer een held voelen. Als het gedaan is met de welvaart in Korinthe, gaat hij opnieuw zwerven. Hij is nu groot en volwassen en een held in eigen ogen. Min of meer volgens het boekje (dwz de bekende mythe) vermoordt hij de koning van Thebe en huwt hij de koningin. Nergens blijkt dat hij in 't echt de zoon is van Laius en Iocaste.

Thebe wordt uitgebreid beschreven op een manier die het midden houdt tussen Fantasy en Science Fiction, vol koepels en onderaardse ruimtes, en een afgrond buiten de zuidmuur waar alle doden en ter dood veroordeelden in geflikkerd worden (mensen en dieren). De lijken worden verbrand waardoor de stad de meeste tijd gehuld is in stinkende zwarte rook. Een totaal ander beeld dan het klassieke paleis in The Children of Jocasta.

Het verhaal zelf wijkt meer en meer af van de mythe, waardoor het in feite zijn diepe, voor ons nog altijd invoelbare, essentie verliest. Het heeft iets barbaars, terwijl het tegelijk flirt met het Christendom, in de manier waarop sommige handelingen van Oedipus worden beschreven. Zo wordt hij als koningszoon "Shepherd of the People" van Korinthe. Als hij naar het orakel van Delphi gaat, wordt daar verteld dat de doden er drie dagen liggen, en dat er een steen voor hun graf wordt gerold. Als aan het eind van de rit het Thebaanse volk om zijn dood vraagt, en roept dat hij zich in de afgrond moet werpen, doet dat heel sterk denken aan het Crucify Crucify Crucify uit Jesus Christ Superstar.

In een nawoord vertelt de schrijver dat hij het verhaal heeft gesitueerd in een tijd ver voor de geschriften van Homerus en Sophocles. Hij voert daarvoor allerlei archeologische vondsten als argumentatie aan.
Ik heb zelf het gevoel dat als je zo graag een verhaal wilt schrijven dat in 2000 voor Christus speelt, je beter andere personages kunt kiezen. Ze zelf bedenken, en ze laten rondlopen in het Korinthe van die tijd, een totaal andere stad dan het klassieke Korinthe waar nu nog resten van te vinden zijn. Of misschien kiezen voor Polybus en Periboea als personages. Over hun rijk, en hun vlucht naar Egypte (hé, waar heb ik dat eerder gehoord) valt best een heel boek te schrijven.
Maar zo'n mythe van zijn diepe betekenis ontdoen – ik zie er de zin niet van.

Geplaatst in recensies | Getagged , , | Een reactie plaatsen

dipje

Ik ben compleet inspiratieloos de laatste dagen. Er komt geen schrijfsel of knutsel uit mijn handen. Een zomerdip door gebrek aan vakantie, door weer een matige bloeduitslag en aanverwante perikelen. Dan wil ik altijd van alles wat niet kan, zoals verhuizen of andere meubels (terwijl ik alles wat ik heb prachtig vind).
Meestal sla ik dan maar aan 't mariekondoën. Zo heb ik vanochtend toch weer drie boeken en een stapel oud papier verwijderd. En een diploma van kindeke teruggevonden. Ik heb spullen op Marktplaats gezet die nu allebei verkocht lijken (duimduim) en andere spullen in de Gratis in het Noorden Groep die ook worden opgehaald. Goed bezig!
En dan toch – pure verveling – even naar de kringloop. Nou, ook wel een beetje een Artist's Date, deze Handelsfabriek in Tolbert. Vooral heel veel grote, industriële kasten en lampen. De foto is niet representatief, de meeste spullen zijn zwart of van dat enge groen.
Ik heb iets met eng groen. Ik word daar heel bang van. Ik had ooit een nachtmerrie die zich afspeelde in een soort keuken annex slachterij waar de metalen kasten en planken ook van dat groen waren.
Dus nee, ik heb er niets gekocht. Nog maar even door naar de Goud Goed, twee collageboeken over het Oude Griekenland gescoord, waar ik nog steeds verwijl. Binnenkort te bespreken!

Geplaatst in autobio | Getagged , , | 5 Reacties

monsters en eenhoorns

stenen verleden
grot in duister woud
net niet vergeten

Geplaatst in schrijfveerhaiku | Een reactie plaatsen

Natalie Haynes – The Children of Jocasta

Ik kloeg al mijn nood over mijn slecht beklijvende kennis van de klassieke mythen.

Tijdens het lezen van The Children of Jocasta (ik schreef al een stuk over het gebrekkige vertelperspectief daarin) moest ik herhaaldelijk checken hoe het ook weer zat met Oedipus en met Antigone. Alsof het historische personages zijn met een vastliggende geschiedenis. Dat is dus niet zo, verschillende schrijvers vertellen het verhaal op een andere manier. Maar een paar mythische gegevens liggen toch wel vast, met als belangrijkste motief dat van de Sfinx, die Thebe gegijzeld houdt, en van wie Oedipus het raadsel oplost.
Haynes maakt van de Sfinx een legertje struikrovers, dat reizigers in de bergen terroriseert. De Sfinx worden door Oedipus verslagen.
Een ander "vaststaand" gegeven is dat Oedipus (onwetend) zijn vader doodt en zijn moeder trouwt. Als dat uitkomt, verhangt echtgenote Iocaste zich uit schaamte. Haynes maakt er iets heel anders van: Iocaste verhangt zich omdat ook zij besmet is met de pest, en zo wil zij voorkomen dat haar kinderen besmet raken.
Ook verandert Haynes de tijdlijn van het Thebaanse koningschap, en is het bovendien de andere broer die dood voor de roofvogels wordt achtergelaten. Anders dan in het klassieke Antigone-verhaal dat we kennen van Sophocles, hoewel sommige gesprekken deels uit dit stuk zijn overgenomen.

Ik vraag me af wat iemand bezielt om een mythe - een identiteitsverlenende constructie, belangrijk voor de geestelijke gezondheid van individu en volk – zo te veranderen, en vind een mooi artikel waar deze definitie uit afkomstig is.
Deze mythe is in de loop der eeuwen (millennia) heel vaak aangepast of veranderd, altijd om de tijdgeest te ondersteunen of uit te drukken. Moeten we daaruit concluderen dat Haynes de mythe voor onze tijd heeft ontdaan van álle mysterie en van alle taboes? Is dat nu onze tijdgeest?

Ik ben gisteravond begonnen in Oedipus van Henry Treece. Ik was zo ondergedompeld in die wereld dat ik er nog niet uit wilde. Het begint in elk geval een stuk mysterieuzer. Ook heb ik The Story of Antigone van Ali Smith, De naam van Oidipus: Zang van het verboden lichaam van Hélène Cixous en The Cry for Myth van Rolly May nog op het lijstje gezet.
Ik geloof dat mysteries onmisbaar zijn. Alles met TL-buizen verlichten onttovert de wereld, en laat geen ruimte voor wat onverklaarbaar is. Wat er wel is.

Geplaatst in recensies, tijdgeest | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

gezond eten

Waarom maken wetenschappers of andere zelfverklaarde objectievewaarheidweters zich zo druk over het feit dat sommige mensen denken dat ze gezonder worden of zich beter voelen door bepaalde voedingsmiddelen te laten staan?
Welk doel dienen zij uiteindelijk?
Het voelt voor mij net zo als zelfverzekerde atheïsten die dag aan dag moeten verklaren dat Godgelovers achterlijke nitwits zijn die door de wetenschap allang zijn ingehaald. Grappig genoeg verwijten de wetenschappers de natuurlijketers dat zij dat aanhangen als een godsdienst. En dus gek zijn.
Ik denk dat ik een agnost ben. Of misschien iets meer dan dat. Ik heb wel degelijk leiding en/of voorzienigheid ervaren in mijn leven. In mooie kerken ervaar ik een Aanwezigheid (in lelijke kerken niet). Maar of de patriarchale god uit de bijbel mijn God is? Ik weet het niet.

En zo sta ik ook in het voedingsdebat. Mijn eerste reactie, toen ik hoorde dat ik een autoimmuunziekte had, was om alle kunstmatige voedingsmiddelen de deur uit te doen. Al die Knorrzakjes die al levenslang gebruikte, die chips, snoepjes, koekjes en andere overbodige vreterij. Vervolgens ging ik googelen wat ontstekingveroorzakende voedingsmiddelen waren, en daarbij stond tarwe bovenaan. Als je dan alternatieven voor brood zoekt, kom je algauw op koolhydraatarme recepten uit, en zo knutselde ik mijn simpele dieet in elkaar.

Nu kunnen wetenschappers best beweren dat E-nummers niet ongezond zijn wánt door de wetenschap goedgekeurd. Maar je kunt mij niet wijsmaken dat kunstmatige toevoegingen bijdragen aan iemand gezondheid. Ze dragen bij aan houdbaarheid, ja. Fijn dat je je ongezonde cakejes een jaar na aankoop nog kunt eten. Mijn bananencake is inderdaad binnen twee dagen beschimmeld. Maar daarvoor heb ik een vriezer. Volgens mij dienen al die wetenschappers uiteindelijk maar één doel, en dat is niet de volksgezondheid.
Ik kan me tenminste niet voorstellen dat optimel, becel, knorr, en noem al die reclamevoertjes maar op, extra bijdragen aan de gezondheid.

 

Hier veel verschillende reacties over dit onderwerp.
Hier een mooi genuanceerd artikel.
Hier een interview met Rosanne Hertzberger, 23 juli de eerste Zomergast.
Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged , , , | 6 Reacties