238 – over de tweede brug

Was het een van de nieuw-aangekomen meisjes? Ze maakte zich los en sprong. De grootuil op de boog was een miniem ogenblik onzeker, toen koos hij. Hij zette zijn klauwen in de ezelman en liet hem te pletter vallen op de zuilengalerij.

De meisjes gilden. De meesten hadden waarschijnlijk niet gezien dat Kirama de sprong had gewaagd. We konden niet zien hoe dat afliep, de wachters lieten ons niet zo dichtbij de rand komen. We schuifelden door. Op de top van de brug zagen we de schaduw van de Rondweg naar de verte wegspiralen. Bovenop de hoogste boog hing, als een slappe pop, een meisje in het wit dat het blijkbaar ook had geprobeerd. Twee grootuilen deden zich tegoed aan haar jonge lijf.
De Brug van Schaamte. Wie moest zich hier eigenlijk schamen? Maar zulke gedachten waren gevaarlijk. Ik sloeg mijn ogen neer en leidde Roosma, die trilde van schrik, naar beneden.

We lieten het ruisen van de Helvarderaflu achter ons. Het landschap rondom werd grimmig, kale donkere bergtoppen aan alle kanten. Hier moest de Heerweg zijn uitgehakt, de bogen maakten plaats voor rotswanden. Een lange slang van witte meisjes – met hier en daar een oudere vrouw als ik – liep zwijgend door wat nu wel een kloof leek. Het werd al donker, waar moesten we slapen? Hier was geen plaats voor herbergen langs de weg. Wachters waren er ook niet, af en toe zeilde er een grootuil onder de schaduw door, onwillekeurig krompen we dan ineen, die hele stoet, vol angst door wat we hadden meegemaakt en gezien. Bij mij overheerste de woede maar als je niets kunt uitrichten maakt dat alleen maar moe.

Toen zagen we in de verte een licht. Twee lichten. Twee toortsen bij een opening in de rots. Wie liep er voorop? Wie volgden wij zo lijdzaam? Een grote grot slokte ons allemaal op, die lange stoet van verbijsterde jonge vrouwen.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

4 Reacties op 238 – over de tweede brug

  1. Ferrara schreef:

    Hoewel het hele verhaal uit jouw pen komt hoor ik in de laatste zin van de derde alinea jouw stem bijna hardop doorklinken.

  2. Ferrara schreef:

    Het past zeker bij Yima. Ik heb niet bedoeld dat het niet goed zou zijn. Als ik had gezegd dat ik jou in die zin herkende was dat misschien beter uitgedrukt. Het komt voort uit de boosheid/machteloosheid die je hier soms laat zien over items die met deze feuilleton niets hebben te maken.
    Overigens bewonder ik bovenmate dat je in staat bent de gruwelijkheden te beschrijven. Mij lukt dat niet. Ik heb Henk zijn vriend laten begraven zonder details te noemen, de lezer kan op zijn klompen aanvoelen dat het er niet fraai heeft uitgezien, maar ik kreeg het niet van mijn toetsenbord.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.