
niets is nog helder
behalve de mistboodschap
die gemis onthult
misthaiku
114 red de kapkat!
Hij ontsnapte gister toen ik de verpakking van mijn nieuwe ikea-kastje weggooide. In de mist liep daar opeens een griezelig beest door de nacht. Telkens liep hij ergens tegenop, en dan hoorde je schuddend plastic. Alsof iemand het grondzeil uitklapt om het op te vouwen. Hij kwam dan ook al snel weer binnen. Maar oh, wat begint hij ervan te balen. Al weken zit hij in huis. Een abces aan zijn staart (resultaat van de zoveelste vechtpartij met die Rooie) moest opengesneden en heelde vervolgens niet. Toen kreeg hij een kap om en honingspray. En wonder boven wonder: de wond trekt langzaam dicht. Maar zodra hij even de kap afheeft, begint hij eraan te knauwen en te likken. Mag niet!
Hij bivakkeert nu op zolder want mag niet op de bank met zijn honingkleefbloedstaart. Hij begint steeds spannender toeren uit te halen daar. Van stoel naar boekenkast naar wasmachine naar bankje naar knutseltafel, en het geringste mouwtje dat buiten de kleerkastdeur steekt, wordt aan flarden geklauwd. Gelukkig, Pjotr is bijna beter!
herfstdag
Al dat gratuite geleuter. Zeggen dat je Tegen Kanker bent. Goh, nou. Super! Dat is net zoiets als zeggen dat je tegen kakkerlakken bent. Het is zo makkelijk allemaal. Kanker is erg, natuurlijk! Ook ik heb er mensen aan verloren die veel te jong stierven. Maar terwijl al die BN'ers meelevend rondhuppelen op een podium, terwijl een geldverslindende tv-show iedereen de mogelijkheid geeft om al borstkloppend Goed te Doen, gaan elders mensen gewoon zachtjes dood van de honger, of aan een simpel te genezen diarree. Het is zo selectief, en het is zo gratuit. Waarom zijn die paar kankerdoden van ons erger dan miljoenen doden elders?
En dan helemaal in een land dat voetbal het belangrijkste nieuws van de dag vindt. Dan ben je toch wel heel erg van God los. Ik merk dat mijn razernij zich langzamerhand omsmelt tot verdriet. Wat valt hier nog te redden?
Vandaag werd tante Hilly gecremeerd. We troostten elkaar dat ze nu weer bij haar man was, daarboven ergens, boven die ondoordringbare mist die Friesland bedekte. Verdriet en dankbaarheid, een terugdenken in liefde, Neef die ook vijftig wordt, net zoals ik mijn vijftigste vierde vlak na het overlijden van mijn moeder. De droefheid vermengd met familieschootwarmte.
En dat iemand dan luidop zegt: wat een afschuwelijke muziek!
Plaatsvervangend schaamde ik mij. Wat een nodeloze borstklopperij, met je cd's vol correcte uitvoerders die je nooit draait. Alsof de muziekkeuze bij een uitvaart niet het enige ware is, wat je nog voor iemand kunt doen. Voor de buurman die met 43 stierf aan een hersentumor hadden ze Led Zeppelin. Kedéng!
Thuis keek ik naar de documentaire "Beethoven in Congo" (nog te zien tot 25/11) en de tranen bleven stromen. Om al die futiele drukmakerij van ons, rijke witneuzen, en om de macht van muziek. En om alles.
Ooit een normaal mens ontmoet?
Nederlandse middelbare scholen moeten meer aandacht besteden aan homoseksualiteit. Uhhuh. Dat werkt dus niet. Als je ergens "speciaal" aandacht aan schenkt (jongens en meisjes, er zijn hele gekke mensen maar dat geeft niet want ze zijn ook heel lief en je mag er niet lelijk tegen doen) blijft het beeld bestaan van iets dat niet normaal is.
Om aan te geven dat alle mensen normaal en gelijk zijn, moeten ze allemaal figureren in alle lesmethodes vanaf de basisschool. Zoals sommige leesboekjes Piet en Fatima, Jannie en Achmed hebben, kunnen ze toch ook gewoon twee mannen in een tuin zetten, of twee vrouwen in een bakkerij? En een bakker in een rolstoel en een tuinvrouw die Downsyndroom heeft? En dan gewoon uitrekenen hoeveel bloembollen ... of hoeveel kilometer ... Wanneer houden we eens op met "aandacht besteden" en beschouwen we eens IEDEREEN als normaal?
En alleen hen die wélke andere mens kwaad doen – dood wensen – als abnormaal?
wat doet de schrijfcoach?
- Ja, maar wat doet dan een schrijfcoach?
De schrijfcoach zorgt er samen met jou voor, dat dat boek er komt.
- Maar iemand moet het toch gewoon zelf schrijven?
Natuurlijk. Maar dat 'gewoon,' daar zit hem de kneep. Mensen kunnen om zoveel verschillende redenen tegen een blokkade oplopen.
- Zoals daar zijn?
Vaak is het een kwestie van faalangst. Iemand zit nog zo met de strenge eisen van de leraar Nederlands in het hoofd, dat hij nauwelijks een pen op papier durft te zetten. Of hij vindt dat hij toch minstens zo goed moet zijn als … noem maar een idool, of anders kan hij er beter niet aan beginnen.
- En wat doe jij daar dan aan?
Ik leg uit hoe dat werkt. Dat het altijd weer je innerlijke Censor is die de boel komt versjteren. Wat je daartegen moet doen. Er zijn tips en trucs genoeg, en zodra je dat weet, gaat de inkt vanzelf stromen.
- Wat houdt mensen nog meer tegen?
Soms zijn ze bang de familie pijn te doen. Dan adviseer ik vaak om hun levensverhaal eerst maar eens in de derde persoon op te schrijven, zodat het voor henzelf meer als een roman voelt, en niet zo griezelig dichtbij.
- Maar niet al jouw klanten zijn bang, mag ik hopen?
Nee hoor. Heel veel zitten alleen met een vormprobleem. Ze weten al wat ze willen vertellen. Dat kan van alles zijn: ze hebben een interessante hobby, of willen iets over hun vak opschrijven. Of een levens- of familieverhaal. Of een grootschalige roman (dan kom ik natuurlijk meteen met de Heldenreis op de proppen). Of ze dichten, en willen een poëziebundel uitgeven, of regelmatiger leren bloggen.
In al die gevallen kan de schrijfcoach overzicht bieden, en het project in behapbare stukken hakken.
- Ik zie bij een coach eigenlijk altijd Gerard Kemkers voor me. Lijkt jouw werk daar op?
Soms wel ja, sommige schrijvers ontbreekt het aan een innerlijke stok-achter-de-deur, of ze hebben te weinig geloof in zichzelf. Dan stuur ik ze elke week een mail, om te vragen hoe het ging, en om ze moed in te spreken. Zitten ze nog netjes op schema? Is het schema haalbaar of moeten we het aanpassen?
- Neem je alle klanten aan die zich aanmelden?
In principe wel. Het is maar heel zelden dat ik denk: dit wordt niks. Deze persoon moet eerst leren schrijven. Zo iemand raad ik dan de Honderd Valkuilen aan. Of iemand heeft zijn hele boek al af: dan kan hij beter een leesrapport aanvragen. Maar ik merk snel genoeg of een project levensvatbaar is, en of iemand het goede schrijfvuur in zich draagt. En er is geen heerlijker moment dan voor de eerste keer iemands manuscript te openen en te merken dat hier een talentvol schrijver aan het werk is. Dat te mogen begeleiden, daar doe ik het voor!
- Waar kunnen mensen schrijfcoaching aanvragen?
Hier.
yin yang
We gingen naar het Natuurmuseum voor de Zandtovenaar en de geologiedag (stenen en fossielen, mmm), maar ik moet ook altijd even naar het reiskabinet. De sfeer daar, van de blauw fluwelen bank met opgezette kater, en vitrines vol schatten uit pas-ontdekte verre verten, tot aan zo'n kast met duizend laadjes vol stenen en schelpen, maakt me altijd diep gelukkig. Ben ik vroeger een zeekapitein geweest? Het zou zomaar kunnen. Ik denk dan altijd dat ik het thuis ook zo wil, zo schatkamerig, fonkelig schemerig en vol.
Tot ik thuiskom, en de zen-elegantie van mijn jaren-vijftig-keramiek zie. Dan wil ik alles leger en grijzer.
Ze strijden in mij, de sprookjesprinses en de zenmeesteres. Ik wil het volle en het lege, het drukke en het kalme, het kleurrijke en het koele.
Terwijl ik in feite zou moeten afstoffen en stofzuigen. Maar dat is de poetsvrouw in mij. Die heeft alleen verstand van schoon. Niet van heid.
Ik Ben Niet Aardig
Ik heb de Loesjekaart die kindeke me stuurde opgehangen: Ik Ben Niet Aardig.
Toch blijf ik aardig. Ik aardig me een slag in de rondte en brandend maagzuur, ben lief en attent en cadeauvol. Ik heb alweer de kerstkaart ontworpen waarmee ik eenieder Zaligs toewens. De stapel sinterklaaspakjes groeit gestaag, en natuurlijk ga ik vanavond mee zingen op de bruiloft van een huwend koorlid.
Een beperkt aantal openbare ergernissen spui ik op twitter, dat is een beetje onaardig. Ik denk dat Matthijs zelf helemaal niet zoveel zeggenschap heeft, over zijn haar.
In de auto zit er meestal niemand naast mij. Ik ga ervan uit dat de meeste weggebruikers niet kunnen liplezen dat ik ze verrot scheld en naar nare oorden wens. Dat de ramen soms beslaan wijten ze aan mijn zekere leeftijd.
Ondanks mijn leven als gewetensvolle padvindster ben ik niet aardig. Liever zou ik vilein een fileermes hanteren, botte bijlen scherpen en koppen snellen, luid kond doen van wat me razend maakt.
Dat het alleen maar over miljarden neuro's en zeuro's gaat, terwijl een handjevol van die dingen elders de waterputten zouden slaan die mensenlevens redden in plaats van banken. Dat mensen zo kritiekloos gedoodverfde bestsellers lezen. Dat er altijd weer geniepigerds zijn die hun onaardigheid als bovenmenselijk aardig weten te presenteren, en dat hele volksstammen zich laten verlakken. Dat alle meneren op datingsites een slanke rugzakloze wensen van minstens 15 jaar jonger, terwijl ze er zelf 15 jaar ouder uitzien. Dat er werkelijk nooit iets op tv is. Dat radio 1 nog steeds gestoord is. Dat ik iedere november weer de zwarte hond onder mijn dekens aantref. Dat de kat altijd gaat vechten als een regelrechte afstammeling van Bush, en mij met de ontstoken wonden opzadelt. Dat ik doodziek word van antibiotica. Dat ik blij ben dat het ouderlijk huis leeg is, en verdrietig dat het me blij maakt. Dat er ieder jaar weer feestdagen zijn. Dat ik de hond van de buren haat die door de muren blaft. Dat ik de goedkope smakeloze troep in winkels haat, en die hele nepeconomie die moet draaien, als een op hol geslagen zweef met klotemuziek en schrille kleuren.
En dat ik geen flauw idee heb wat ik daarmee moet, als aardig oud meisje zijnde.
afbeelding
en dit dankzij Adriaan!
Het bloeien van de porseleinboom
Het is altijd eng, om een boek terug te lezen dat je jaren geleden schitterend vond. Eind jaren '70, begin jaren '80 was het een enorme hit in de bibliotheek: De Porseleinboom Trilogie van Olaf J. de Landell. Altijd zat er wel een van de delen bij de reserveringen (kaartje schrijven, etiketje schrijven, op plankje plakken, in de kast zetten op de plek van het boek), en wij van het personeel hadden ze ook allemaal gelezen. Een verrukkelijke roman die in Friesland speelde, en ging over de lotgevallen van een deftige familie en hun porseleinfabriek, van begin negentiende eeuw tot … dat weet ik eigenlijk niet meer (nog niet).
Na aarzelen ben ik er weer in begonnen. Ik lees kritischer dan toen, ik zie dat er wel veel tell don't show inzit - maar verder geniet ik met volle teugen. Want het vertellen is meeslepend, en sinds ik me in mijn eigen stamboom heb verdiept, vinden zulke familiesaga's meer weerklank in me.
En ik ontdek nog iets. Iets heeft zich destijds in mij vastgezet, om twintig jaar later verteerd tot eigen inspiratie terug te komen in mijn eigen boek. Ik heb me weleens verbaasd over hoe het kon dat ik de flashbacks die rond 1900 spelen zo levendig voor me zag, hoe ik me die wereld zo gedetailleerd kon voorstellen. Ik zie nu dat dit boek daartoe heeft bijgedragen.
Eén beeld is regelrecht – maar ongeweten – vanuit dit boek in mijn eigen boek terechtgekomen. De oma uit de Porseleinboom danst met haar kleinkinderen, en in haar hoofd "woei het balboekje open." In mijn boek staat het zo: "je gesloten boek waait open, de bladzijden een waaier van lenteplaatjes."
Zo werkt dat dus, ik heb er pas nog een mooi citaat over gelezen: De beste manier om een succesvolle schrijver te worden is om goed geschreven teksten te lezen, ze te onthouden, en dan de bron te vergeten - Gene Fowler.
artistiek verantwoorde fantoompijn
"Sprakeloos" van Tom Lanoye gaat over het verval en de ondergang van zijn moeder na een hersenbloeding, en is in de eerste plaats een familiegeschiedenis, met veel liefde en haat opgetekend door een jongste zoon.
Maar in de eerste plaats is het een boek over schrijven, over hoe het werkt als je zo'n geschiedenis wilt optekenen – hoe ook de vader eerst dood moest zijn – we maken het schrijfproces als het ware mee.
En in de eerste plaats zijn daar een paar stukken over schrijven in het algemeen die me uit het hart gegrepen zijn. Het eerste stond vorige week als citaat op mijn homepage en luidde:
Schrijven is vernielen, bij gebrek aan beter. Waar je over schrijft gaat pas dan en juist daardoor voorbij. Literatuur is loslaten. Schrijven is verdrijven.
Het tweede is nog langer dan ik het hier opteken. Het is een pleidooi voor bloemrijk schrijven, tegen de al zo lang heersende mode van de soberheid en de heerlijkheid van het schrappen. Wat nou, zegt Lanoye, het heet toch niet voor niets woordenschát? Ik heb genoten (net zoals ik geniet van Mortier en Verhulst, en laat al die geschrapte Nederlandse aardappels de pip krijgen!).
Sprakeloos p.179 ev:
… en het tijdsgewricht en het taalgebied waarin u en ik gedwongen zijn te leven, lezer, vereisen dat ik hier en nu verslag zou uitbrengen van die laatste opsmukbeurt en dat laatste optreden in slechts enkele regels en in de meest sobere bewoordingen, naar de slogan 'Less is more' die de laatste decennia in onze letteren zodanig veel opgang heeft gemaakt dat men gerust mag spreken van een ziektebeeld, genaamd literaire anorexia nervosa.
Het spijt me zeer, maar ik zeg nee tegen keurig karige geschriften. Niet eens uit roeping of uit doctrinaire aandrift. Ik zeg nee omdat magerzucht in geschrifte een verraad zou betekenen ten aanzien van mijn onderwerpen en hun omgeving. Ik heb in dezen ook nog eens mijzelf tegen, met mijn temperament dat ik van geen vreemden heb. Ik zie geen heil in geforceerde verstilling als weergave van een storm of een symfonie, ik word niet wild van kaalheid als vertolking van weelde, ik heb schijt aan pasteltinten en breekbaar esteticisme als uitbeelding van waarachtig vlees en bloed. Iedereen moet maar doen en laten wat hij wil, zeker wie zich dezer dagen nog wil wagen aan de kunst van het schrijven – maar als er tien termen bestaan voor één en hetzelfde verschijnsel, waarom zou uitgerekend iemand als ik er dan slechts eentje gebruiken in plaats van al die tien? Waarom zou ik er niet ook nog een paar nieuwe bij proberen te verzinnen? Het heet niet voor niets woordenschát.
Bespaar ons die strijdkreet van de schoolfrik, dat afgezaagde 'Geen woord te veel.' Een adagium dat je blijkbaar ook nog eens hoort uit te spreken met een gezicht alsof je zojuist een nachtemmer azijn hebt leeggedronken. Geen woord te veel? In gebruiksaanwijzingen van iPod-oortjes en elektrische tandenborstels, daar hoort geen woord te veel te staan. De gebruiksaanwijzing van alles wat een mens in zijn oor of in zijn mond moet steken en bij uitbreiding in al zijn lichaamsopeningen – daarvan moet, akkoord, de uitleg bondig zijn en droog. Maar als het gaat over letteren die niet in de eerste plaats naar schoonheid haken, maar naar waarachtigheid, zelfs al moeten ze daarvoor uit hun voegen barsten en knarsen en botsen en krijsen? Kom dan om de liefde Gods niet elke keer en bij ieder thema aankakken met dat vervloekte 'Minder is meer', dat bij enkele groot-meesters, ik geef het grif toe, briljante boeken heeft opgeleverd, tijdloze teksten, nederigmakende chefs-d'oeuvre, maar dat daarbuiten voornamelijk wordt misbruikt door onmachtigen en ongetalenteerden om hun gebrekkige greep te verhullen op zowel hun materiaal als hun materieel.
p 182 ev:
'Minder' is een laffe constructie, gemakzuchtig bedrog, minimalistische kitsch. Het leven is geen galerie, van boven tot onder in steriel wit geschilderd, met maar één kubistisch winterlandschapje aan de muur, of met maar één stuk excrement dat aan één draadje aan de zoldering hangt te draaien, of met maar één aquarium waarin op sterk water ocharme één beest ronddraait dat proper in tweeën is gesneden […] Zonder context verliest kunst haar kloten en wordt ze een koud verkleinwoord van zichzelf. Een responsabel samengestelde gezondheidslolly, daar waar je rauw en nog lauw orgaanvlees verwacht, of een honingkoek met glasscherven, of een negerzoen met weerhaken […]
Minder ís minder. En daarmee uit.
anti biotica
Potverdikke. Zit ik hier met een zielige kat (open wond na opensnijden staart-abces), voeg ik mijzelf bij het zzm-gilde. Was er al een beetje lid van natuurlijk, na de apexresectie en de antibioticakuren daarbij. En nu krijg ik potverdikke DOOR de antibiotica weer blaasontsteking terwijl ik dat zo succesvol en alternatief had weten uit te bannen.
Best moeilijk zo, om keuzes te maken in de medische wetenschap. Ga je niet dood aan een ontstoken wortelpunt, ga je weer dood aan de medicijnen daartegen. Misschien moet ik de raad van Vaagtaal maar opvolgen. In m'n kracht gaan staan en even decontextualiseren van de dagelijkse dingetjes. Functionele zuivel heeft mijn aandacht, en beleidshandreikingen uit het blogveld worden gewaardeerd.









