leve de vooruitgang

In 1992 schreef ik de volgende column:
qantab vroeger
"Oorspronkelijk was Qantab helemaal niet over land te bereiken, zo volkomen werd het door het gebergte afgegrendeld. Nu voert er een majestueuze snelweg naartoe, hij is pas klaar en staat nog niet op de kaart.
De donkere, grillige bergen - oveoliet, ooit zeebodem, later omhoog gestuwd - omlijsten af en toe de ogenblauwe zee. Ook hier, maar éven buiten de bebouwde wereld, één bergrug verder, absolute stilte. De snelweg maakt royale, sierlijke bochten, ligt gespreid over en dwars door ijselijke pieken, moet wel leiden naar een belangrijke stad maar stopt domweg aan het strand.
Even tevoren wordt Qantab zichtbaar: een dadelpalmplantage, witte huisjes, en weer de blauwe, blauwe zee. Het intense blauw blijft me raken, ik wilde dat er meer woorden voor bestonden dan alleen die koude klank - blauw. Het blauw van de Golf van Oman is warm, diep, glanzend, levend.
Qantab. Wel auto's, wel elektriciteitskabels en een enkele antenne, verder het Omaanse leven zoals het eeuwen was. De snoezige kinderen dartelen aan het strand. Een stel jongetjes heeft een vlieger opgelaten tot aan de zon. Onder een afdak van palmbladeren zitten vissers hun groene netten te repareren. Het strand ligt bezaaid met visresten. Het hele dorp wordt omringd, beschermd en afgesloten door machtige rotsen.
Hoe lang nog? De snelweg is een veeg teken. Alles gaat langzaam in Arabia, maar de vooruitgang gaat snel, veel te snel. Qantab over tien jaar:
De kriskras door elkaar heen gebouwde huisjes hebben plaats gemaakt voor allemaal eendere vakantiebungalows, elk met eigen rieten parasol op het terras. Een zwembad maakt de zee overbodig, een restaurant maakt de zee overbodig, een amusementsprogramma verdrijft de eentonigheid van alsmaar weer die golven. De prinsjes en prinsesjes van Qantab hebben hun sprookjesgewaden afgelegd en hebben zich in uniformen gehuld. Ze zijn hun paradijselijke jeugd vergeten, de snelweg heeft hun de zegeningen van het westen gebracht."

Nu, geen tien maar 22 jaar later, zie ik dit:
Luxury residences will lead down the valley to the pristine sands of the natural Bandar Jissah beach, masterfully integrating simple contemporary architecture with the complex mountainous terrain. The masterplan development fits perfectly in to the landscape thanks to the unique approach to community planning which prioritises preservation and conservation of the natural landscape, flora and fauna to create a native and indigenous landscape for resort living.
H2-[Z5]-EXCAVATIONWORK (1)

qantab project

afbeelding Qantab vroeger
andere afbeeldingen via blog Omancoast
Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged | Een reactie plaatsen

leestips

Zoek je nog leesvoer voor de Donkere Dagen? Hier mijn tips!

Geplaatst in lezen, recensies | 1 reactie

decemberblues

sombre christmasWaarom zo'n hekel aan december. De maand van de vrolijke lichtjes, het heerlijke eten, de gezelligheid. Ik heb het al zo lang ik me herinneren kan, en ik zal het nooit kunnen beredeneren. Het is immers een gevoel, dat laat zich niet beredeneren. En, zo heb ik geleerd, dan mag het er niet zijn ook. Gevoelens zijn alleen toegestaan als je ze met feiten kunt onderbouwen. Of met "redelijke" verklaringen. Zulks niet te mijner beoordeling. Ik heb immers altijd een heerlijk leven gehad, ik heb immers nooit mogen klagen. Hoe durfde ik het zelfs te overwegen, waar de rest van de wereld het zoveel slechter had dan ik.
Zodoende schoot ik altijd tekort. Ik vond het niet leuk, dat was mijn fout. Ondankbaar. Dus deed ik alsof. Ik zei hoe heerlijk ik het vond, hoe gezellig, het was als de zondagen en dan met de extra druk van de publieke opinie. Met moest en zou. Ik moest en zou.
Ondergronds.
Zoals altijd.
Mijn eigen kerst vormgeven. Niet loskomen van het gevoel van tekortschieten. De heerlijkste diners met de duurste ingrediënten, de prachtigste kerstballen. Het stalletje, de boom. Muziek, televisie. Toekijken als naar een toneelstuk, geheel zelf geënsceneerd. De onhaalbare gezelligheid van kerstfilms, van tijdschriften. Jaarlijks huilen om the Sound of Music. De confrontatie met het eeuwige tekort. De eeuwige verplichting om als je het nee niet kunt beredeneren ja te zeggen. Want wie ben jij om.
Alleen zijn het bewijs van een leven lang fout gedaan. The most wonderful time of the year. Ondergronds gaan. Tweede natuur. Doorbijten. Messiah draaien. Tot het januari is en ik weer mag worden wie ik ben. Van nature gelukkig, behalve in december.

(vast niet toevallig dat ik vandaag een artikel onder ogen kreeg waarin wordt beweerd dat depressievelingen helemaal niet lijden aan "denkfouten," dat het juist meestal klopt wat ze denken)
Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged | 5 Reacties

groen achter de oren

Ik was nog maar nauwelijks op de vlieghaven Schiphol aangekomen, of ik hoorde vraagtekens rinkelen. Ik was weer helemaal groen achter de oren.
Er zijn onderzoeken die aanwijzen dat repatriëring een mens niet ongeroerd laat. Zelfs al zijn je ouders bestudeerde mensen, naar mijn inziens zal dat geen doorslag spelen. Ik wil niet alle mensen over één kam scharen, maar bij mij is de knop echt omgeslagen toen ik terugkwam in Nederland.
Ik dacht dat ik de jaren zeventig zou herleven, terug in de gemeente Achterkarpsel, ik had immers een appeltje tegen de dorst, maar ik werd met verbazing geslagen. Het was moeilijk te behapstukken hoeveel er veranderd was.
Ik zal eens even wat dingen voorbijlopen.
Zo werd er met de pet naar het onderwijs toegegooid. Dat is iets wat mij als onderwijzersdochter zó aan het hart ligt. Nederland heeft daar beslist tekortgeschoten.
Iets anders waar mijn hart sneller van ging lopen, was de spliksplinternieuwe zorgverzekering. Daar kan ik me echt over verontwaardigen. Daar blijft zoveel geld aan de kapstok hangen, dat werkt al die rijke bestuurders in de kaart. Deze problematiek zou het tot agendapunt van alle politieke partijen moeten halen. Het flipte mij echt de pan uit.
sint omanEn zelfs Sinterklaas, die tot in Muscat, Aberdeen en Houston zijn tenten had neergestreken terwijl hij soms geen steek voor ogen zag, was nu geheel doorspeend van humor. Natuurlijk moet het recht zijn beloop hebben, maar hoe dit vuurtje werd aangestookt sloeg mij met verbazing. Het heeft er bij mij toe geleden dat er steeds minder enthousiasme wordt opgewakkerd.
In Amerika verlangde ik soms naar Nederlandse televisie, maar nu bleek er niet veel voor mijn gading meer bij te zijn. De van BN'ers doorzeemde programma's vierden hoogtijdagen, welke rampen zich in de wereld ook voldeden.
En als er een ramp was, waren zij er om de wiedeweer bij om de handen in elkaar te sluiten. Loodrecht tegenover de aan hun lot overgeladen slachtoffers zetten zij zich dansend en zingend in voor het goede doel.
Ik wil ze echt niet in een kwaad zonnetje zetten, als er een zwaluw over de dam is volgen er meer, maar wat voor gevolgen heeft dat op de slachtoffers? Ik maak me stug dat het niet wetenschappelijk gestoeld is. En vaak zingen ze zo vals als een hoepel.
Dit wordt mij natuurlijk op veel kritiek gestaan, maar als herinburgeraar achtervolgde ik het spoor van verandering, al die hekele punten en culturele verschijningen die Nederland hadden veranderd. Ik zal het wel uit mijn hoofd halen om dit in een feestelijk tintje te gieten, ook al speelt iedereen nog zo de verloren onschuld.
Oja, en dan die ambtenaren van de burgerlijke staat die geen homo's willen trouwen. Wanneer komt daar nu eens een mortuarium op?

afbeelding
Geplaatst in schrijven, tijdgeest | Getagged | 1 reactie

prijzencircus

kieftIk ben de eerste om te bekennen dat ik af en toe met graagte een smulboek lees. Sterker nog: ik heb er met graagte eentje geschreven.
Dus waarom moest ik dan zo zuur reageren op de NS-publieksprijsspektakel bij #dwdd? Moesten we dan niet blij zijn dat mensen in elk geval nog een boek lézen, welk boek het dan ook is?
Het bleef een beetje zaniken door mijn hoofd. Waarom werd ik zo bloedchagrijnig van die uitzending. En opeens – op de plee – shit – daar begon het me te dagen. Ik dacht terug aan de laatste uitzending van de Snijtafel, over dat #dwdd eigenlijk een lange reclame-uitzending is.
En deze uitzending over de NS-publieksprijs is de ultieme reclame-uitzending. De boeken die op de "groslijst" voor deze prijs komen, zijn uitgezocht door de CPNB. Hét reclame-instituut voor de vaderlandsche boekenbranche. Die prijswinnaars worden gekozen door boekhandelaren en biepjuffen, degenen die zien welke boeken het meest gelezen worden. Waarom worden die het meest gelezen? Omdat ze zo goed zijn? Nee, omdat er zo goed reclame voor wordt gemaakt.
Waarom wil de NS zo graag boeken promoten? Om de ontlezing tegen te gaan? Ha. Om ervoor te zorgen dat wij met z'n allen denken dat zij een geweldig bedrijf zijn. Reclame.
En dan de fantastische prijswinnaar. Een voetballer die zich te buiten is gegaan aan drank en drugs, daar met traantjes in de oogjes over heeft mogen vertellen bij #dwdd "en het boek ligt MORGEN in de winkel"! Heeft hij het boek überhaupt geschreven? Welnéé!
Ach, who cares. Waar het om gaat is dat er weer een heleboel mensen geld hebben verdiend.
Waar het NIET om gaat, is om lezen, of schrijven.
Als het daar wél om ging, had Matthijs op z'n minst kunnen vertellen dat Marente de Moor de Europese Literatuurprijs heeft gewonnen met de Nederlandse Maagd. Maar dat levert natuurlijk geen cent op.

Geplaatst in lezen, literatuur, tijdgeest | Getagged | 5 Reacties

The Bone Clocks by David Mitchell

bone clocksHoe schrijf je een recensie van een achtbaanrit? Of van een kaleidoscoop? Spannend, hilarisch, veelkleurig, klaar?
Laat ik maar beginnen met de achtbaan in mijn hoofd, nadat ik het boek gister uitlas. Acht lange avonden van spanning en sensatie. Een boek dat begint als een coming-of-age roman over een meisje van vijftien, dan aansluiting zoekt bij Brideshead Revisited, vervolgens een Engelse familieroman wordt met licht paranormale trekjes, daarop helemaal meta gaat door een schrijverspersonage, een schrijver die een pesthekel heeft aan fantasy, dus het volgende deel wordt zo fantasy-scifi als maar enigszins mogelijk, om uit te monden in een dystopie zoals we die kennen van Nei de Klap en The Road.
Zelf heb ik me tot nu toe met opzet verre gehouden van welke recensie of bespreking dan ook. Misschien moet jij dat ook doen en nu eerst het boek gaan lezen.
[…]
Klaar?
Behalve een kort regeltje bij de aankondiging van de Booker Prize Nominees Longlist had ik niets gelezen over de inhoud. Bovendien had ik nooit iets van Mitchell gelezen, al kende ik wel een paar titels, en toen de naam van Jacob de Zoet in dit boek viel, vroeg ik me af of hij soms meer geciteerd heeft uit eigen werk.
Hij citeert wel uit liedjes en gedichten, wat ik altijd zo'n razend knappe manier vind om een scène of beschrijving een complete extra lading mee te geven. Zo bijvoorbeeld: What immortal hand or eye could frame these charted miles, welded girders, inhabited sidewalks, and more bricks than there are stars? (p488) Zo resoneert William Blake met zijn vurige wereldeinden mee.
De hoofdstukken over de schrijver (losjes gebaseerd op Martin Amis) geven commentaar op schrijven in het algemeen, maar ook op dit boek, waardoor de structuur iets labyrintigs krijgt, waardoor de vorm de functie volgt, waardoor ik persoonlijk van mijn stoel val van bewondering. Zo schrijft in het verhaal een recensent over een boek van het schrijverspersonage: The fantasy subplot clashes so violently with the book’s State of the World pretensions, I cannot bear to look. En wat doet The Bone Clocks? Precies.
Het hele boek door wordt er gerefereerd aan The Script. Alsof alles wat er gebeurt al vantevoren geschreven staat. Wat ook zo is want het is een boek.
Toen ik het uit had, gisteravond om half twee – nadat ik de hele week op twitter had verzucht: wát een boek! – dacht ik: en? Was het 't waard? Of was deze rijke soep uiteindelijk de kool niet waard?
Maar toen ik vanmorgen wakker schrok uit een wonderlijke droom vol enorme tapijten en gordijnen, dacht ik: zelfs als het much ado about nothing is, is het nog een wonder van vernuft en pracht. Een boek dat me in zekere zin wel deed denken aan de Ontdekking van de Hemel, zo wereldomvattend en geheimzinnig en uiteindelijk god-loos. En het heeft – meer dan de Ontdekking – zeker een boodschap: waar zijn wij in 2043 als we doorgaan op deze weg? Moeten we dan de strijd met het kwaad niet nú aangaan?
Maar wat is het kwaad?
Met deze grote thema's houdt het boek zich absoluut bezig. Het laat ook zien – geïllustreerd door wat uitstapjes naar het verleden – dat het kwaad er altijd geweest is, dat niets menselijks het kwaad vreemd is. Heel soms wordt het bijna preachy, maar het grote geheel absorbeert dat wel.
Wat ronduit griezelig is – nu – is hoe Mitchell ebola een rol laat spelen in het verhaal. Terwijl het toch uitkwam voor deze laatste uitbraak zo uit de hand ging lopen.
Ik heb – de zegen van e-books – een heleboel passages genoteerd. Ik zit ze nu door te lezen, en google het een en ander. Zo is er bijvoorbeeld een griezelig klooster op de Sidelhorn Pas. Wat blijkt? De Sidelhorn staat precies op de Europese waterscheiding.
Het wintersportplaatsje Fontaine St. Agnès bestaat niet echt, maar Agnes (vaak afgebeeld met een lam omdat haar naam lijkt op het Latijnse Agnus – en Hugo Lamb is de hoofdpersoon van dit deel) is de beschermheilige van de jonge meisjes, iets wat hoofdpersoon Holly Sykes wel nodig heeft.
Rottnest Island – Rattennest genoemd door Hollandse ontdekkingsreizigers – bestaat weer wel echt, en het is een voorafschaduwing van de RatFlu, de ziekte die in het laatste deel zijn dodelijk werk doet. The Script loves foreshadow.
De schrijver, Crispin Hershey, heeft zichzelf het Script in geschreven, zo leren we, in een verhaal dat The Voorman Problem heet. Wat blijkt? Dat is een korte film, geschreven door David Mitchell. Het personage Elijah d'Arnoq komt ook voor in Mitchells Cloud Atlas.
Hershey's beroemdste boek heet Dessicated Embryos. Dat blijkt een werk van Satie. (En Martin Amis heeft een boek geschreven dat Dead Babies heet, zo vernam ik vandaag.)
En die Bone Clock? Het lichaam dat een tijdbijhoudmachine is? Wetenschappelijk bewezen. Ga er maar aanstaan.
En deze heerlijke verwarrende plot is ook nog eens op majestueuze wijze opgeschreven. Rijk aan beelden en originele vergelijkingen, de stem van iedere hoofdpersoon totaal verschillend, heel veel fraai verzonnen nieuwe woorden voor toekomstige ontwikkelingen en voor alles wat het geheime genootschap van Horology aangaat, kortom: ik ben er weg van. Vijf sterren.
Gaan we nu eens kijken wat de echte recensenten ervan vonden.
The NewYorker prijst zijn stijl en vertelkunst, maar vraagt zich af of er wel genoeg te vertellen vált. Mijn much-ado-about-nothing-twijfel dus. Mitchell has plenty to tell, but does he have much to say? De recensent vindt duidelijk van niet. Hij zegt: But these happenings, which occur over hundreds of pages, feel a bit empty, because they are not humanly significant. What occurs in the novel between people has meaning only in relation to what occurs in the novel between Anchorites and Horologists.
Maar daar gáát het toch juist om? De fantasy-strijd geeft toch prachtig symbolisch weer hoe de menselijke strijd eruit ziet? En de afloop van die strijd is toch de oorzaak van de gebeurtenissen in het laatste deel?
Ook de Daily Beast vindt het boek een verzameling lege snoeppapiertjes: heerlijk tijdens, maar teleurstellend daarna.
The Atlantic heeft niets dan lof. The Bone Clocks affords its readers the singular gift of reading—the wish to stay put and to be nowhere else but here. En dat is uiteindelijk de definitie van een goed boek.
Nu mijn recensie nog onder de pet houden tot de bespreking op de boekbloggersclub over twee weken!
(Dat was dus vandaag. Benieuwd naar de recensies van de anderen!)

• hier de bespreking op Boekhappen
• bespreking op Anna's Leesreis (let op: verklappertjes!)
• bespreking op Bettina Schrijft
• bespreking op lalagè leest

Geplaatst in recensies | Getagged , , | 6 Reacties

Griet op de Beeck – kom hier dat ik u kus

opdebeeckIk had niet eerder iets van Op de Beeck gelezen, maar toen ik haar kortgeleden op tv zag – bij Kunststof tv – dacht ik meteen: wat een leuk mens. Daar wil ik wel iets van lezen.
En wat werd ik beloond!
Wat schrijft zij verrukkelijk. Het is deels het "sappige Vlaams" dat haar toon bepaalt (en ik denk aan al die Belgische schrijvers die ik voor mijn lijst las, Claus, Gijsen, Ruyslinck, Vandeloo, was het toen verboden om een regiokleur aan je taal te geven?), maar het is vooral haar inlevingsvermogen. Het boek is in drie delen verdeeld, de ik-figuur is achtereenvolgens tien, drieëntwintig en vijfendertig. Vooral het eerste deel is razend knap, het is zo'n aandoenlijk wijs, haar-best-doend kind, die Mona, en wat geeft zij een accuraat beeld van het gezin waarin zij opgroeit. Zonder alles te begrijpen, natuurlijk. Dat komt pas later.
Het is geen dramatisch disfunctioneel gezin, het is een gezin van mensen die allemaal naar beste vermogen handelen, zich neerleggend bij het lot. Door te beginnen vanuit het perspectief van het kind, dat zich wel móet neerleggen bij het lot, zien we hoe dat werkt. Zien we hoe de volwassenen zich in feite als kinderen gedragen. En natuurlijk neemt de oudere Mona dat mee in haar leven. Wat je als kind meekrijgt, wordt de norm, en er moet heel wat gebeuren om je daarvan los te maken.
Het boek is één groot voorbeeld van show don't tell, het heeft nergens de tobberige prekerigheid die Nederlandse boeken over een dergelijk onderwerp vaak zo kenmerkt, het is een feest om te lezen, de personages zijn met mededogen uitgewerkt, nergens met de spottende superioriteit die je zo vaak in boeken tegenkomt. (Ik las bijvoorbeeld pas The Idea of Perfection van Kate Grenville, over twee een beetje mislukte mensen die mekaar toch krijgen aan het eind. Daar voelde ik constant dat de schrijfster ze op het randje van belachelijk maken beschreef.)
Met de leesclub gaan we Vele Hemels Boven de Zevende lezen. Ik heb er nu al zin in.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 7 Reacties

allerzielig

walkhighlandsdat ik met allerzielen ween
is niet om wie ik in de aarde heb geborgen
moeders, grootmoeders zijn daarboven
poes mauwt hier naast me wat er is
in mij vecht de schaamte van weleer
je hebt het goed, denk aan de arme mensen
met de in mij geborgen doden
in wie ik zo geloofde
de doden waar ik nu
omheen probeer te leven
zij hebben mij begraven
krab jij die aarde anders even weg, poes

afbeelding van Walkhighlands
Geplaatst in gedichten | Een reactie plaatsen

onderzoekend

Ik weet niet waarom, maar een van mijn hoofdpersonen woont in Australië, en heeft daar een dadelplantage. Nu is het helemaal niet moeilijk om allerlei informatie te verzamelen over de dadelteelt, en het verloop van een jaar, van bevruchting tot oogst. (Ik moest tenslotte wel weten wanneer hij van huis kon.)
Maar elke keer als er weer een scène daar speelde, stokte het. Ik ben immers nooit in Australië geweest. Ik heb zelfs wel overwogen om hem maar naar Amerika te verhuizen, maar dan kon hij nooit met Simmer 2000 van huis sukkel! Dus dat was echt geen optie.

Nu ging hij iemand van het vliegveld halen in Alice Springs, en ik ben met googlemannetje de hele Stuart Highway afgereisd. Leuk detail: de zon staat in het noorden. Maar toen ik de satellietbeelden eens beter bestudeerde dacht ik: ja, maar waar in al die rotsige leegheid kan een dadelplantage groeien? Ik heb er een aantal gevonden, ze bestaan, maar waar dan precies? Wat dat aangaat is outback Australië net Oman, ze hebben geen adressen omdat er geen wegen zijn, alleen maar karresporen door het zand. Geen terrein voor googlemannetje.

Omdat ik toch kwakkelig thuis zat, heb ik gister de godganse dag de omgeving van Alice Springs afgespeurd op zoek naar iets wat op mensgemaakte natuur leek, iets van een rechthoek tussen al die afzonderlijke groeisels. En na minstens zes uur speuren heb ik het gevonden. Ongelooflijk!
Het betekent wel dat ik nu alle scènes op de plantage moet herschrijven. Niks Stuart Highway, gewoon met de fourwheeldrive – of ute, zoals dat daar heet – over het zand stuiven.

Ik vond ook nog een prachtig filmpje over een van die plantages.
Hoe deden schrijvers dat vroeger?
Of was het toen geen probleem omdat niemand van de lezers wist hoe Australië eruit zag? Of koos je dan in arren moede maar voor een spruitjesteler uit Oost-Groningen?

kaart waar de date farm is
date farm satellite

Geplaatst in schrijven | Getagged | 2 Reacties

kunstenaar

Hoera, er was weer eens voer voor een stokpaard vanmorgen. Een Groningse galeriehouder beweerde met veel aplomb het volgende:

Wat mij begint te ergeren dat iedereen zich maar kunstenaar noemt...die hoogmoed. En dan gaan mensen zich er ook nog helemaal naar kleden...in mijn bestaan, 30 jaar als kunsthandelaar, heb ik al zoveel van dat werk bekeken.. Het is of niet goed genoeg ,of het is helemaal niks...ik zie dat als een inflatie van mijn vak...daarom wil ik er een halt toe roepen [sic]

en vervolgens:

Ik vind nog steeds een belangrijke maatstaf… Als je van je kunst kan leven. Dan kan en mag je je een kunstenaar noemen. Zeker als je jezelf een paar jaar de tijd hiervoor gegeven hebt. (genoeg verkoop) Is dat niet het geval, dan ben je niet goed genoeg.

Waarop ik natuurlijk terstond verwees naar mijn column Beroeps en hij mij op twitter toevoegde dat ik zeker bedoelde "leve de amateurs."
Zoals zovaak vroeg ik me af waarom mijn stokpaard mij altijd zo vertrapt, waarom ik mij zo kwaad maak waar negeren misschien een betere optie was. Gezonder voor mij, in elk geval.
Gisteravond heb ik de autobiografie van Emily Carr uitgelezen. Zij is als kunstenaar pas in het laatst van haar leven ontdekt en erkend, puur en alleen omdat ze aan de – toen nog – verlaten westkust van Canada werkte, en in haar eentje langs die afgelegen Indianendorpjes trok, en de wouden verkende.
Eenmaal ontdekt werd ze gelauwerd als degene die het best de ziel van Canada had verbeeld. Tot die tijd was ze een amateur die geen cent verdiende met haar harde werk, die bleef werken uitsluitend omdat ze er zelf in geloofde.
Dát is een kunstenaar. Niet degene die het "maakt" omdat een gewiekste galeriehouder er een commercieel succes in ziet.
Op Facebook volg ik de pagina Arab Women Artists. Daar komen prachtige werken voorbij. Van vrouwen die verbeelden wat het betekent om vrouw te zijn in haar cultuur, of om te leven in een door oorlog verscheurd land. Wat zij maken raakt direct, is verstaanbaarder dan prijskaartjes of politieke verhandelingen. Zulk werk komt niet in een galerie, en dat heeft met de kwaliteit ervan volstrekt niets te maken.
Het is de ongelooflijke moed van zulke vrouwen die me zo kwaad maakt op de hoogmoed van een kunsthandelaar.
Over de machinaties in de kunstwereld – wie hoe bepaalt wie het "maakt" – raad ik de romans van Siri Hustvedt aan, What I Loved en The Blazing World.
Over de machinaties in de literatuurwereld is genoeg geschreven. Ondanks decennia van emancipatie heerst daar nog altijd de maatstaf van de dode blanke mannen, en hij wordt evenzeer gehanteerd door vrouwen als door mannen. Daar zou ik Silences van Tillie Olsen nog maar eens op nalezen.
Om mijzelf nog maar eens te parafraseren: Er zijn slechts twee criteria die je het recht geven jezelf schrijver of kunstenaar te noemen. De zekerheid dat je móet schrijven / schilderen / beeldhouwen / kunst maken, en de bereidheid om te werken naar de top van je kunnen.
Zo stokpaard, nu maar weer op stal.

Rouya Raouf - Irak

Rouya Raouf - Irak

Geplaatst in kunst, schrijven | Getagged | 2 Reacties