Hier kan ik kort over zijn: naar de knipkamer! Geen idee meer waar en wanneer ik het op de kop getikt heb, het moet wel heel goedkoop geweest zijn want qua tekst en vormgeving is het bepaald niet inspirerend, en het ruikt ook nog eens muf. En het zijn juist de wonderlijkste afbeeldingen die zich het beste lenen voor het droomproces dat het maken van een collage is.
Ik kan me van de colleges moderne kunst niets herinneren over deze stroming. Wel raakte het zien van het kopje van bont in The Met me erg. Maar dat is dat overweldigende gevoel van echt oog in oog staan met iets waarvan je alleen gehoord hebt, hetzelfde had ik met de sfinx.
Bijna tranen. Ontroering, dankbaarheid, schok van herkenning, het echte dat mooier is dan de afbeelding ooit had kunnen doen vermoeden.
Een prachtige emotie die vreugde schenkt, en waar ik toch door dit boek weer even aan herinnerd werd. Omdat het kopje van Oppenheim er ook in staat.
de vreugde van het echte
later veel verdienen
Ik heb in een huis gewoond met tien jongens. Met een ervan woonde ik samen, achter dat zolderraam rechtsboven (ik ben 3 jaar geleden nog eens gaan kijken in Delft, en het was nog steeds een studentenhuis) en toen we gingen trouwen gaven de anderen ons dit boek.
De inhoud is prachtig omdat art déco nu eenmaal prachtig is, maar de vreugde komt toch vooral van de herinnering aan die zorgeloze, lolgevulde wilde jaren, de spreekwoordelijke studententijd, al deed ik toen maar twee jaar hbo en ging ik daarna aan het werk als biepjuf (kunstgeschiedenis deed ik later, in deeltijd).
Het motto van ons huis stond destijds op de voordeur geschilderd: allemaal jongetjes met één meisje die stonden voor LVV. Later Veel Verdienen. Ben benieuwd wat er van ze geworden is.
kunstnijverheid

Hè, mijn hart springt werkelijk op als ik dit boek van de plank pak. Ook deze colleges waren voor mij een enorme eye-opener, en het begin van mijn voorliefde voor jaren-vijftig aardewerk. Voor die tijd wist ik niet dat het kon: dat het servies van je ouders Kunst kon zijn. Fris Aardewerk. Zelf vonden ze het niets bijzonders, en vervingen ze probleemloos gehavende borden door andere witte, van een ander merk. Kregen we andere schaaltjes voor de komkommer of de appelmoes, mokken met oren, en werden de botervlootjes (ik zie ze nog voor me met chocoboter erin) vervangen door de kuipjes van becel.
Niet de colleges zelf – of de man die ze gaf, iemand met weinig talent voor het overbrengen van zijn eigen fascinaties – openden mijn ogen, maar gewoon het pure feit dat je servies en je vaasjes en je tapijten en je meubels Kunst konden zijn. En daarna op studiereis naar Wenen en de mooiste kunstnijverheid aanschouwen. Wat heb ik daar twee jaar geleden ook weer geweldig van genoten in het Museum für Angewandte Kunst.

eerbied
Dit zijn twee van de meest eerbiedwaardige boeken in mijn bezit. Ik denk dat ik ze op de kop getikt heb bij de Haagse Boekenbeurs in Delft, een verrukkelijk antiquariaat aan de Hippolytusbuurt, waar altijd klassieke muziek op stond, en de regen zo heerlijk raasde op het daklicht achterin de winkel. Uren kon ik er sneupen.
Ze kostten 35 gulden per stuk, deze mooie boeken uit de serie De Schoonheid van Ons Land, de tekst is doorwrocht en wetenschappelijk verantwoord, en de foto's zijn groot en duidelijk. Ze zijn van vlak na de oorlog (1949 en 1953) en weerspiegelen een tijd waarin er nog meer geloof was in verheffing dan in … ja, hoe zal ik het noemen, die tegenwoordige neiging om alles aan te passen aan de laagste gemene deler.
Zo kan wat vreugde schenkt ook verdrietig maken.
the Wapshot Chronicle
Ik heb The Wapshot Chronicle met veel plezier gelezen. Ik moest regelmatig schateren om de absurde situaties en grappige formuleringen.
… in the last year he had reached the summit of his physical maturity and had emerged with the gift of judicious and tranquil self-admiration … (p14)
"Would you like some whisky?" Honora asked.
"Yes, please," Leander said.
"There isn’t any, Honora said. "Have a cookie." (p198)
Ik onderstreepte regelmatig mooie zinnen, zoals in het tweede hoofdstuk, waarin de kroniek de hele familiegeschiedenis uiteenzet, te beginnen bij de Vaincre-Chauds, een naam die langzaam verbasterd werd tot Wapshot, en waarvan Ezekiel de stamvader is van de huidige Wapshots.
He was offered a post in the Royal Government but he judiciously refused, establishing a family tradition of thoughtful regret that would—three hundred years later—chaff Leander and his sons. (p19)
Cheever schrijft echt als een chroniqueur, die regelmatig zelf aan het woord is.
Hear what Aunt Adelaide has to say. (p40)
And now we come to the unsavory or homosexual part of our tale and any disinterested reader is encouraged to skip.(p243)
De kroniek gaat over de zonen Wapshot, Moses en Coverly, en hun coming of age. Ze ontvluchten allebei het achterlijke vissersdorpje St. Botolphs, en zoeken hun heil (en een echtgenote) in de grote stad. Hun vader en moeder blijven min of meer reddeloos achter.
Het verhaal springt heen en weer door tijd - af en toe lezen we wat uit de oude dagboeken van vader Leander – en plaats, en brengt zo mooi in beeld hoe in het echte leven ook niet alles lineair en/of causaal verloopt. Wat Cheever knap doet, is door middel van een enkele zinsnede een andere gebeurtenis in herinnering te brengen.
Een brandend huis vergelijkt hij met the hull of a river boat, wat ons doet terugdenken aan de geliefde boot van Leander.
Formuleringen in de dagboeken van Leander komen soms overeen met die uit de belevenissen van Moses of Coverly.
Dit ontdek je pas bij nadere bezinning. Ik moet eerlijk toegeven dat ik tijdens het lezen regelmatig afdwaalde door het gebrek aan narrative pull. Dus is het een aanrader? Ja. Er valt enorm veel te genieten. Al is het verhaal soms wat warrig, de afzonderlijke gebeurtenissen zijn geweldig beschreven (de zwerftochten over het dak van een Amerikaans kasteel zijn onvergetelijk), de taal is om te smullen, en het verhaal leeft van de absurde personages. Maar stiekem heb ik toch liever dat een boek me bij de lurven grijpt.
God en vaderland enzo

Nog drie dunne dingetjes op de plank. Uit de nalatenschap van oma. Die Wereldkroniek, geen idee wat voor blad dat is, en of het nog bestaat. (wel online) Mijn oog stuit op een vreemd-stellige bewering over de pil, van "een medicus." Oude blaadjes zijn altijd leuk, en ik snap wel waarom oma juist deze nummers bewaard heeft. Ik weet niet of ik ze nog bewaren moet, ze zullen weer als zand naar de bodem van mijn bewustzijn zakken, en over een paar jaar zal ik ze weer nieuwsgierig inkijken, tenzij ik ze nu maar wegdoe.
Het kerstboek is natuurlijk veel leuker. Oma heeft het gekregen toen ze tien was, de toon is W.G. van Hulst-enthousiast en lief.
Er werd bij mijn opa en oma niet aan godsdienst gedaan, opa deed er zelfs vaak wat spottend over – "dat 's Heeren zegen op u daal' gelijk een heiblok op een paal" – en dan is het grappig om te merken dat zij blijkbaar uit een heel ander nest stamde.
Alweer te laat om het er nog over te hebben. Die Wereldkroniek zegt ook duidelijk dat ze niets moeten hebben van godsdienst of politiek.
Nu heb ik geen idee wat oma zelf vond. Hoop dat ze er in het hiernamaals van komen, die goede gesprekken.
verdriet en vreugde
Het volgende boek (stargazing with binoculars) sla ik maar even over. Het brengt geen vreugde, alleen een bak verdriet. Ooit kreeg ik op mijn verjaardag een schitterende piepkleine maar sterk vergrotende verrekijker, en na de scheiding heb ik hem niet meer teruggezien. Toen ik dat aan mijn vader vertelde, gaf hij me direct zijn verrekijker, wat heel erg lief was. Maar het is een groot gevaarte, je neemt hem niet mee in je jaszak.
Dus weg met dat boek, en op naar de volgende dunne dingetjes die mijn scripties van de middelbare school blijken te zijn. Ik moet ze meegenomen hebben van thuis, en met de ogen dicht in de boekenkast geparkeerd, want ik wist niet dat ik ze nog had. Twee ervan hebben achterin een getypt briefje van Groenman, de geschiedenisleraar, met een beoordeling van de scriptie en aanwijzingen voor het mondeling tentamen. Ze zijn allemaal handgeschreven, met ingeplakte plaatjes erbij. Van het werk eraan kan ik me niets meer herinneren, maar wel zijn de onderwerpen me nog altijd dierbaar.
krijg de kleren
Ik vind het interessant, kostuumgeschiedenis. Vooral omdat je aan kleding zo precies een datering kunt aflezen. Zelf kan ik dat zo tot en met de eighties, daarna ging ik buitenslans en raakte ik de voeling met de mode een beetje kwijt.
Maar nu dit fysieke boek, het is een afgeschreven bibliotheekexemplaar uit 1973, het lijkt wel een ingebonden collegedictaat, er is zelfs een plaatje uitgeknipt, schande! 😉
Het is degelijk en overzichtelijk van inhoud, ik dacht: het kan wel weg want dat zoek ik wel op internet op, maar waar vind je zo'n mooi chronologisch overzicht? Op wikipedia alvast niet.
Ik sla het nog eens open, zie achterin een register met allemaal woorden die vreugde schenken: van zouavenjakje tot apenstaart, van fardegalijn tot tootschoenen, we zullen het allemaal weer terugzien.
Toch maar gewoon bewaren dus!
potverjanhinnekont
Ook dit is weer een boek uit de erfenis. Het is mooi en interessant, en toch zou ik het zelf nooit gekocht hebben.
Van de geschiedenis van Leeuwarden weet ik het meeste wel door mijn studie, en dit is er alleen maar een frisse nieuwe illustratie van. Het schenkt wel vreugde bij het inkijken omdat de materie zo interessant is, en oh wat zou ik graag willen tijdreizen en die oude Sint Vitus eens bekijken.
Dus waarom bewaar je dan zo'n boek? Misschien wel om dezelfde reden als waarom paps het kocht: omdat je alles wat je geboortegrond betreft toch om je heen wilt hebben.
Dus waarom bewaar ik dan zo'n boek? Omdat ik het niet over mijn hart kan verkrijgen iets weg te doen wat over Friesland gaat. Potverjanhinnekont.
kaartlezen
Het heeft wel iets, zo'n topografische atlas. Ik heb ook altijd erg gehouden van de Ordnance Survey kaarten van Schotland, waar elk rotsblok, elke standing stone en elke beek op werd weergegeven. Ideaal voor zwerftochten. Zo zou ik ook met die atlas op stap kunnen gaan, maar dat doe je niet gauw in je eentje, zonder kaartlezer ernaast. In de kast is het in feite een zinloos object, en ook voor het gevaarlijke monster – Hella met de Schaar – is het geen prooi.
Maar ja, Friesland hè. Toch maar terug op de plank.











