Het volgende boek (stargazing with binoculars) sla ik maar even over. Het brengt geen vreugde, alleen een bak verdriet. Ooit kreeg ik op mijn verjaardag een schitterende piepkleine maar sterk vergrotende verrekijker, en na de scheiding heb ik hem niet meer teruggezien. Toen ik dat aan mijn vader vertelde, gaf hij me direct zijn verrekijker, wat heel erg lief was. Maar het is een groot gevaarte, je neemt hem niet mee in je jaszak.
Dus weg met dat boek, en op naar de volgende dunne dingetjes die mijn scripties van de middelbare school blijken te zijn. Ik moet ze meegenomen hebben van thuis, en met de ogen dicht in de boekenkast geparkeerd, want ik wist niet dat ik ze nog had. Twee ervan hebben achterin een getypt briefje van Groenman, de geschiedenisleraar, met een beoordeling van de scriptie en aanwijzingen voor het mondeling tentamen. Ze zijn allemaal handgeschreven, met ingeplakte plaatjes erbij. Van het werk eraan kan ik me niets meer herinneren, maar wel zijn de onderwerpen me nog altijd dierbaar.
verdriet en vreugde
Dit bericht is geplaatst in autobiobibliografie, schrijven met de tags marie kondo. Bookmark de permalink.