Grieks

grieks 2016-03-27 12.03Dit was toen wij naar Kreta gingen, 1999. Vanwege pappa's werk konden we niet in de zomer op vakantie, dus snoepten we een week in oktober. Vanuit de Aberdeense bijna-winter terug de zomer in, dertig graden en een wijnrode zee.
We stapten op het vliegveld in ons huurautootje, het was al bijna donker, we moesten nog boodschappen doen op weg naar ons appartement, we stopten bij een supermarkt. De hele vriezer lag vol enorme inktvissen met zuignappen van het formaat waar wij thuis op de wc een handdoekje aan hingen.
Wat was het een mooie wereld, wat was het leuk om uit eten te gaan en in de keuken je maaltje uit te zoeken, om te lopen door die ruige bergen en hier en daar piepkleine kapelletjes in te gaan waar altijd de verering leefde.
Zo raar dat ik er nooit weer terug geweest ben!

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

de skriver

‘Ik kan altijd precies horen wanneer je weer met Jan gaat spelen, Lodewijk. Je weet dat je vader er niet van houdt, van dat platte gepraat.’ Moeder sprak zonder stemverheffing, want vader zat boven te schrijven.
‘Hoe laat mut ik thúskomme?’ had Lodewijk gevraagd. Hij had zijn voetbalschoenen al aan.
‘Hoe laat eten we?’ vroeg hij.
‘Zes uur.’
‘Wat eten we?’
‘Pannenkoeken.’
‘Pánkoeken! Mag Jan dan metéte?’
Moeder zweeg.
Lodewijk zweeg. Geseur fan dat mêns altyd. ‘t Was al erch genoech at hij de jonges fertelle must hoe ‘t ie hytte. Loadewyk, dat was een straatnaam. De Willem Loadewykstraat. En at y dan oek nòch netsjes prate sú, dan kon y beter thúsblive. Bij Jan thús praatten se allegare gewoan. Maar pa fon ‘t daar dan oek een súterech spultsje. Pa wú feul liever dat hij met syn brave buurjonge speulde, de seun fan ‘e dokter. ‘Dat is een veel beter milieu voor de zoon van een historicus,’ fòlges pa. Ha, en dan de hele saterdach skake seker. Of leze. Daar had y toch gyn nije foetbalskúnen foar kregen!
Wat sú moeke sêge?
‘Vooruit dan maar,’ zei ze. ‘Maar denk erom, ik wil geen plat gepraat aan tafel.’
‘Goed mam. Dag mam!’
Sú syn fader komme te kiken? De fader fan Jan dy was der alle saterdagen. Ston y te skreeuwen laans de kant met een dikke segaar in ‘e mon. Hy deed oek wel es met, at se een man te min hadden en hy kon ut nòch best!
Lodewijk zuchtte even, ondanks zijn nieuwe voetbalschoenen. Cadeau van oom Ids en tante Nynke – hij zag nog het misprijzende gezicht van zijn vader toen de doos uit het rode papier tevoorschijn kwam. Brutaal had tante Nynke, de jongste zus van zijn vader, gezegd: ‘Soa’n jonge mut foetballe, dy mut búten spele. Anders wurdt ut krek soa’n slappeneen as dou. Altyd mar sitte te skriven. Wannear wurdt dyn boek nou es útgeven?’ Fader fut, naar syn stúdearkamer. Tante Nynke frat syn stuk oranjekoek oek op. Moaie ferjaardach …

Klokslag zes uur liepen Lodewijk en Jan het tuinpad op. Moe en bezweet, maar met stralende ogen. Ze hadden het Roaie Durp verslagen!
‘Dat doëlpunt fan dij, man, dat was wel soa alderheislekst goëd!’ Jan wilde de achterdeur al open trekken.
‘Skúnen út!’ waarschuwde Lodewijk. ‘En Jan …’
‘Wat?’
‘Kanstou oek … Nederlaans prate?’
‘Soa as op skoal?’
‘Ja.’
‘Hoe dat soa?’
‘Myn moeke wil gyn Liwwarders hoare, sie.’
‘Nou, dan kan ze oek beter ferhúze niet?’
‘Mar se kan wel heel goëd pankoekbakke!’
‘Nou, ik sal het proberen hoor,’ zei Jan op zijn keurigst. Op sokken stapten ze de keuken in.
De tafel was al gedekt, ze konden direct aanschuiven. Moeder stond met een doek om haar haren achter het fornuis.
‘Spek of appel, jongens?’
‘Spek graag, mefrouw. Appel fyn – eh find ik so luizig…’
Lodewijk stootte hem aan. Wàt nou? Had hij dat niet keurig gezegd? Luizig in plaats van lúzig?
‘Dat heet flauw,’ fluisterde Lodewijk.
Het zou Jan allemaal worst wezen. De spekpannenkoek die op zijn bord gedrapeerd werd verdrong alle taalkundige overwegingen. Hij dacht er nog net op tijd aan dat er een mes en een vork klaar lagen en werkte de pannenkoek zonder iets te zeggen achter elkaar naar binnen.
Lodewijk vertelde intussen over de voetbalwedstrijd. Lodewijk kon goed vertellen, hij bracht het als een verhaal dat steeds spannender werd.
‘En toen mam, en toen … Douwe gaf een voorzet, Jappie miste hem maar daar kwam ik aangerend, vanuit het midden, zo via rechtsbuiten, en ik knal hem erin! Drie twee! Zo jammer dat pappa niet kon komen kijken, hij had het toch beloofd?’
‘Ik weet het kind. Het zal hem vast wel spijten als hij dit hoort. Maar je weet hoe hij is: als de muze aanklopt moet hij direct aan het werk.’
‘Nou,’ zei Jan, die zijn pannenkoek op had, ‘as jum last fan múzen hewwe – oans kat het krek jongen kregen!’
Waarop Lodewijk in lachen uitbarstte. En vervolgens in tranen.
liwwadders 2016-03-26 10.15

Voor de LOI-cursus Creatief Schrijven moesten we een streekverhaal schrijven, met gebruik van dialect. Dankzij mijn Woardeboek fan ut Leewarders kon ik helemaal losgaan!

Geplaatst in autobiobibliografie, schrijven | Getagged | 3 Reacties

Italiaans

ital 2016-03-25 10.20Italiaans voor op Reis kocht ik voor op Romereis met school, 1975. Toen spraken de Romeinen nog geen Engels, of tenminste nauwelijks. Ik moet bij dit boekje altijd denken aan die conference van Fons Jansen, over de zinloze zinnetjes in conversatiegidsen. "Help! Ik ben in de orkestbak gevallen!"
Tien jaar later gingen we met kunstgeschiedenis naar Rome, en moest iedereen een referaat voorbereiden. Ik deed het over de San Lorenzo, en het enige fatsoenlijke boek daarover was in het Italiaans. Woordenboekjes gekocht, Linguaphonecursus uit de biep gehaald en aan de slag! Die cursussen zijn fantastisch, al na één cassettebandje kon ik het boek begrijpen. Eén zinsnede heb ik altijd onthouden: in ginocchioni sul pavimento. Op knieën op straat.
In diezelfde tijd werd het Italiaanse grammaticaboek afgeschreven bij de biep: dat was dus voor mij. Opnieuw naar de eeuwige stad. Het woord dat ik van die reis heb overgehouden: tramezzini. Van die verrukkelijke sandwichjes met alle mogelijke soorten vulling, ik vond die met spinazie en kaas het lekkerst.
Nog weer vierentwintig jaar later ging ik met kindeke naar Rome. Zij had het al gezegd na haar eigen Romeschoolreis: ze spreken allemaal Engels. En inderdaad. Mijn versleten maar niet vergeten Italiaans was niet meer nodig.
Eigenlijk kan dit hele zootje dus weg nu. Maar de herinneringen schenken nog te veel vreugde.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | 2 Reacties

vreemde talen

point itDit is een überhandig woordenboekje zonder woorden. Het heet Point It! en je hoeft alleen maar de plaatjes aan te wijzen die je nodig hebt. Ideaal voor verre landen waarvan je de taal totaal niet kunt begrijpen.
Ik heb het altijd vreselijk moeilijk gevonden om een taal te leren waar je niets bekends in terugvindt. Tot zelfs Russisch aan toe heeft nog wel hier en daar een woord dat je kunt herleiden, maar Arabisch was een brug te ver. Ik heb maar een heel paar woordjes geleerd, en ik herinner me nu alleen nog shukran (bedankt) en ma fi faloes (geen geld). Dat laatste kwam te pas toen we op wadi een stel vissers tegenkwamen met handenvol reuzengarnalen die ze ons zomaar wilden geven, we hoefden er niet voor te betalen, ma fi faloes.
Verder sprak eigenlijk iedereen in Oman wel een mondje Engels, dus ik heb ook nooit erg m'n best gedaan om Arabisch te leren. Wel jammer, achteraf.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

Frans

frans 2016-03-23 11.04Ik was op school echt goed in Frans, ben zelfs met een 9 op mijn eindlijst geslaagd. In de eerste jaren na school gingen we nog regelmatig naar Frankrijk en hield ik het nog wat op peil, maar langzamerhand is het behoorlijk weggezakt. Kindeke kreeg op school in Amerika al vroeg Frans (het was een van oorsprong Franse school) dus toen kwam ik weer een beetje in actie. En helemaal toen ze in Nederland aan de bak moest, in 2005. Uit die tijd zijn deze woordenboekjes. Veelgebruikt zien ze er niet uit maar ik vind het toch wel belangrijk om woordenboeken in alle courante talen te hebben.
Pas toen we in 2007 naar Marokko gingen, en kindeke zo ziek werd dat ze moest worden opgenomen, bleek al dat verroeste Frans nog allemaal in mijn hoofd te zitten. Ik kon de dokter in Ouarzazate prima verstaan, en ook zinvolle vragen stellen. Een nachtje privékliniek en aan het infuus met dat arme uitgedroogde ding.
Het enige woord dat ik nooit geleerd had in het Frans was kakkerlak.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | 1 reactie

studiehoofd

english 2016-03-22 10.33In 1976 ging ik Engels studeren, om geen andere reden dan dat ik zo van een paar Engelse gedichten hield. Dit zijn de studieboeken die ik uiteindelijk altijd bewaard heb, en ben blijven gebruiken (met uitzondering van de ALD misschien, maar daar staan tekeningetjes in). De Chambers geeft ook etymologie en mag alleen daarom al blijven. Thomson en Martinet is gewoon een super grammatica boek, en het synoniemenwoordenboek gebruik ik echt nog heel vaak. Het geeft niet gewoon synoniemen zoals Roget's Thesaurus, maar het legt omstandig uit in welke zin je welk woord precies gebruikt. De echte subtiele woordverschillen.
Het was taai hoor, dat jaar Engels. Vooral de Engelse geschiedenis die je op je duimpje moest kennen, en dat vertalen enzo. Toch ben ik blij dat ik het heb gedaan, want ik heb er mijn hele leven profijt van gehad.
Toen riep de liefde mij naar Delft, waar ik eerst ging werken, en vervolgens belandde op de bibliotheekacademie. Het is nog niet eens zo lang geleden dat ik mijn sisomap heb weggegooid. Na drie jaar bibliotheekwerk kreeg ik weer de studiekriebels, en ben ik kunstgeschiedenis gaan doen in Leiden, in deeltijd. Soms vind ik het moeilijk te bevatten wat er in de loop der jaren allemaal in mijn hoofd gepast heeft.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

diepfries

frysk 2016-03-21 10.11Ik ben niet in het Fries opgevoed. Paps en mams spraken Liwwadders met elkaar en dat was geen keurige taal om je kindje in op te voeden, dus werd het hooghaarlemmerdijks voor mij. Maar bij pake en beppe en de hele Bergsma-familie werd Fries gesproken, dus ik kreeg het alsnog wel met de paplepel ingegoten.
Spreken doe ik het slecht en houterig, maar lezen en verstaan is geen probleem, ik sta er soms zelf van te kijken hoe goed ik doorheb of iets geef Frysk of min Frysk is. Van binnen ben ik een onherstelbare diepfries.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

Engels

engels 2016-03-20 12.34Toen we in 2001 naar Amerika verhuisden, leek het me noodzakelijk om een goed Engels woordenboek aan te schaffen. Kindeke zou er op z'n minst een aantal jaren middelbare school doorbrengen, en als ik zelf in het Engels wilde schrijven kon ik er ook niet zonder.
Mijn Engels is nooit zo goed geweest als in die jaren. Ik richtte een schrijfclub op van deelnemers uit alle windstreken, die allemaal in het Engels schreven. Fascinerend hoe iedereen dan toch de taal op zijn eigen manier gebruikt.
En kindeke? Die sprak binnen een paar maanden als een echte Texaan. (Maar wat waren die eerste maanden hartbrekend zwaar.) Dat moest ze nog weer een beetje afleren toen ze op het gymnasium doorging voor Cambridge Engels.

Geplaatst in autobiobibliografie, schrijven | Getagged | 2 Reacties

onze taal

dale 2016-03-19 11.09Toen paps zichzelf een nieuwe editie van de Dikke van Dale cadeau deed, kreeg ik de vorige. Blij mee! Want tot dan toe had ik het gedaan met mijn oude Koenen van de middelbare school. Tegenwoordig bestaat er ook een app, zie ik, maar voor 80 euries heb ik dan toch liever echte boeken in de kast. Al was het maar omdat je met een app zo moeilijk het Woordenboekspel kunt spelen. En dat is sowieso het probleem met digitale opzoekmachines: je vindt alleen (of niet) wat je zoekt. Je vindt nooit wat je niet zocht. Alle serendipiteit wordt uitgebannen, alle perongelukke dwaaltochten door lemma's die om heel andere dan rationele redenen in je oog springen.
Mijn Dikke is inmiddels uit 1992, en ik zou misschien de aanschaf van een nieuwe moeten overwegen. Maar als ik tegenwoordig echt taalkundig omhoogzit (moet dat nu aan elkaar of niet), dan tweet ik even naar @onzetaal. Die snoezen weten alles en ik hoef nooit op antwoord te wachten.

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | 1 reactie

boekenwurm

synoniem 2016-03-17 09.29synoniem 2016-03-17 09.31

 

 

 

 

 

 

Het synoniemenwoordenboek heb ik op verjaardag gevraagd toen ik ernst begon te maken met het schrijverschap. Als je in het buitenland woont, wordt je moedertaalgevoel te weinig gevoed, en dan is het zaak daar bewust aan te werken. Het synoniemenwoordenboek is een bron van vermaak: wat zijn er voor sommige begrippen toch enorm veel woorden! We zijn dan misschien geen eskimo's die elke sneeuwvlok apart benoemen, maar daartegenover hebben wij oneindig veel manieren om mensen te omschrijven.
Als je verlegen zit om een karakteristiek personage, haal je er gewoon een uit het woordenboek. Zoals daar zijn:
snoeshaan, engel, vrijbuiter, mannetjesputter, neuroot, binnenvetter, pechvogel, warhoofd, koploper, tobber, virtuoos, bolleboos, boekenwurm, waaghals, gladjanus, losbol, kniesoor, zeiksnor, iezegrim, kwast, lobbes, schijtlaars, stoethaspel, spook.

Geplaatst in autobiobibliografie, schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen