Ik kwam The Invitation voor het eerst tegen in 2009, in een boek uit de biep. In het Nederlands vertaald, zoals gewoonlijk weer niet naar mijn zin, dus de Engelstalige uitgave tweedehands besteld via amazon.
Soms brengt een schrijver zo precies onder woorden wat je nodig hebt op een moment, ik had dat met David Whyte, en met Oriah heb ik het ook. Dus successievelijk al haar boeken gekocht, en ik zie dat ik What We Ache For niet uitgelezen heb, de voorflap van het kaft zit nog tussen de bladzijden.
Vaak verdunnen zulke schrijvers zich wat, dat zie je bij Julia Cameron ook. En toch is het soms fijn om dezelfde boodschap weer eens in andere bewoordingen te lezen. Ik ga het maar bij m'n bed leggen.

uitnodiging
cirkel van woorden
Ha, hier is tenminste de prijssticker op blijven zitten. Ik bracht al eerder een ode aan de Half Price Books. (Ik mis De Slegte nog steeds verschrikkelijk.)
Ik blader het door en zie meteen weer waarom Circle of Stones destijds een noodzakelijk boek voor me was.
En nog.
Ik denk zovaak: kon ik, met de kennis van nu, maar praten met mijn moeder, mijn grootmoeders, en daar de moeders weer van. De oude tantes, al die vrouwen die me voorgingen en voor-leefden, maar die me toen ze nog leefden veel te weinig interesseerden.
En dat was het niet alleen: ik wist niet dat er vragen waren. Ik wist alleen de antwoorden, gegeven door mannen en vaders, antwoorden waarvan ik dacht – want zo werden ze gegeven - dat ze "de realiteit" waren.
Het is een boek dat meegewogen heeft in Heldinne's Reis, die cirkel van woorden.
eerste stappen
Had ik maar, net als paps, in alle boeken het kassabonnetje achterin gestopt. Dan wist ik nog waar en wanneer ik het kocht, Writing down the Bones. Natalie Goldberg is een van mijn schrijfgoeroes. Het boek is uit 1986, ik vermoed dat ik het pas tien jaar later ontdekte.
Het pad van mijn schrijverschap begon denk ik met de columns die ik schreef voor de Raskrabbel in Oman. Voor het eerst complimenten krijge voor je schrijverij, dat opent mogelijkheden. Het enige schrijfboek dat ik toen had was van Damon Knight (we komen het nog wel tegen), een afscheidscadeautje van een collega op de biep, die het al eerder in mij zag.
Al legde ik in Oman de allereerste stenen voor Brandsporen, het zou nog jaren duren voor ik echt durfde. En daar dragen zulke schrijfboeken – van de doehetmaargewooniedereenkanhet-school – enorm aan bij.
Het schiet me opeens te binnen dat ik een jaar geleden al een stapeltje schrijfboeken weggemariekondoot heb. Dit even for the record.
schaken
Wat ben ik toch een warhoofd! En een slechte biepjuf! Wat doet Schachnovelle nu in de kast met schrijfboeken, ik heb geen idee. Natuurlijk is het weer een erfstuk, paps was de hele Perpetuareeks aan het verzamelen. Maar ik heb het boek gelezen voor mijn lijst, en het heeft veel indruk gemaakt. Dat gevoel van bezetenheid, dat je hele hersenpan in beslag genomen wordt, dat het gewoon pijn doet om te denken … het is zo prachtig overgebracht. En ik heb zelf geprobeerd om schaken te leren, maar mijn hersentjes konden het niet aan. Al die verschillende mogelijkheden, dat verre door-denken … het voelde als turnen met je hersencellen.
Schachnovelle gaat naar de gewone boekenkast, en ik moet het nodig eens herlezen.
hokjeskast
Dit is de boekenkast op mijn werkkamer. De hokjeskast, voor de verandering geërfd van kindeke. Toen zij op kamers ging kon ze hem niet kwijt, en sindsdien heb ik hem geannexeerd. Zij kreeg hem in Schotland, het was een ingenieus bouwpakket dat uit 46 plankjes bestond die we eerst nog wit moesten beitsen ook.
Hij bevat 11 compartimentjes met boeken, heeft verder een afdeling administratie (heel praktisch precies achter mijn rug), nog wat verdwaalde fotoalbums, een antieke trommel voor post, en een witte doos waar mijn Dekentje voor de Middagdut in verstopt zit. Ik kan weer even vooruit met de boekenkaststukjes!
ATW
Soms leer je bij een studie dingen die werkelijk een eye-opener zijn, dingen die je daarvoor niet wist, waar je nooit van gehoord had dat ze bestonden. Dan voel je je hoofd groter worden, je leven rijker.
In dat ene jaar Engels in Groningen (1976-77) had ik dat een beetje met Oud Engels, dat je dat als Fries gewoon bijna lezen kon. En vooral had ik het met ATW. Algemene Taalwetenschap, gegeven door een ontzettend hippe, springerige professor met lang grijs krulhaar.
Dat alle talen eigen hetzelfde waren, alleen met andere woorden. Dat je taal, los van betekenissen, als structuren kon bestuderen. Ik vond het mateloos interessant.
Baal er alleen van dat ik niet meer weet hoe die professor heette.
als blogger zijnde
Het één na laatste boek. Ook weer een erfstuk. Ik heb het (what else is new) nog niet vaak open geslagen. Prangende grammaticakwesties leg ik voor aan @onzetaal of twitter in het algemeen. Maar toch is het wel nuttig om in huis te hebben, als schrijfcoach zijnde. En dat is fout, dat weet ik, al kan ik nooit onthouden waarom en hoe die fout dan heet.
Maar nu die andere vraag. Nog 1 boek en ik ben klaar met de boekenkast.
Ik beleef zelf enorm veel plezier aan het dagelijks ritueel, van boek fotograferen, het wegen op de hand en in woorden, er even bij stilstaan. Het heeft me ook veel ruimte geschonken, wat goed voelt. Ik kan het iedereen aanraden, de boekenkast te lijf met Marie Kondo. Want wat kunnen ze zwaar op de ziel liggen, die ongezonde bladzijden.
Zal ik verder gaan met de andere kasten? Op de werkkamer staan de schrijf- en creaboeken, in de gang staan de meisjesboeken, de Frieslandboeken, de Havankjes. Op de creakamer nog wat oude kinderboeken. Zal ik maar gewoon doorgaan? Vinden jullie het nog leuk?
voetnoten
Na de fantastische bespreking van Anna (lees die nu eerst) ben ik onmiddellijk in Americanah begonnen. Ik kan het alleen maar met haar eens zijn: absoluut lezen, dit intelligente, stimulerende en inspirerende boek.
Anna vangt in haar recensie de essentie van het boek, dus wat zal ik daar nog aan toevoegen?
Losse dingen die ik herkende.
Zelf ben ik nooit in Nigeria geweest, maar kindeke wel, toen exgenoot daar woonde. Door haar foto's en verhalen heb ik een behoorlijk goed beeld van het land gekregen. Maar het ligt ruimer. Wat ik herkende waren algemene dingen die met het expat-zijn te maken hebben.
De verschillen tussen witte expat en zwarte expat.
Wat je opvalt als je als buitenlander in Amerika komt wonen.
Kortom: alles wat ik gehighlight heb voeg ik hier nu maar toe als voetnoot.
Een passage die Anna ook aanhaalde leek me actueel in het licht van het huidige gelukszoekersdebat:
… they would not understand the need to escape from the oppressive lethargy of choicelessness. They would not understand why people like him, who were raised well fed and watered but mired in dissatisfaction, conditioned from birth to look towards somewhere else, eternally convinced that real lives happened in that somewhere else, were now resolved to do dangerous things, illegal things, so as to leave, none of them starving, or raped, or from burned villages, but merely hungry for choice and certainty.
Voor witneusexpats is het zo vanzelfsprekend: je gaat naar het land van je keuze, geniet er van de exotica, en je hebt altijd je veilige paspoort om terug te keren naar je veilige land. Je bent nooit ergens illegaal. Je mag je geluk zoeken waar je wilt.
En dat geldt in zekere zin voor Ifemelu ook als ze terugkeert:
she felt suddenly, guiltily grateful that she had a blue American passport in her bag. It shielded her from choicelessness. She could always leave; she did not have to stay.
I came from a country where race was not an issue; I did not think of myself as black and I only became black when I came to America.
Zo dachten wij ook niet aan onszelf als blank voor we vertrokken (naar Oman, in 1990). Maar het is niet te vergelijken. In een Arabisch land weet je: Arabieren kijken neer op Christenen. Maar je staat wel bovenaan de neerkijkladder, boven de Indiërs, de Aziaten, de zwarten (in die volgorde). En bovendien bekijk je zelf (tot je eigen schok en schande) de lokale bevolking met een soort neerbuigende geamuseerdheid. Als blanke weet je (en daar kom je pas achter als je werkelijk woont in een vreemd land, en dan schrik je van jezelf) dat je stiekem tóch bovenaan staat.
(Ik herinner me dat ik al eerder over dit ongemakkelijke gevoel schreef.)
Niet-Amerikaanse zwarten doen hun best om zo Amerikaans mogelijk te spreken. Ifemelu houdt daar op een bepaald moment bewust mee op. Ik herinnerde me hoe leuk ik het juist had gevonden, altijd die belangstelling van Amerikanen als ze je accent horen, "where you from?" Maar dat is alleen maar leuk als er geen automatisch neerkijken aan te pas komt.
Ifemelu stelt de vraag aan de orde of je wel een relatie kunt hebben met iemand die niet van je eigen ras is. Haar vriend Blaine (zelf Afro-Amerikaans) voel zich buitengesloten als zij grapjes maakt met een andere Afrikaanse zwarte man.
The thing about cross-cultural relationships is that you spend so much time explaining. My ex-boyfriends and I spent a lot of time explaining. I sometimes wondered whether we would even have anything at all to say to each other if we were from the same place.
Wat ze zegt over Amerika kan ik onderschrijven.
The best thing about America is that it gives you space.
Van Blaine moet Ifemelu moderne Amerikaanse romans lezen. Ze zegt daarover héél raak: novels written by young and youngish men and packed with things, a fascinating, confounding accumulation of brands and music and comic books and icons, with emotions skimmed over, and each sentence stylishly aware of its own stylishness.
En dan de terugkeer naar je eigen land. You can't go home again.
She was no longer sure what was new in Lagos and what was new in herself. Dat ervoer ik na vijftien jaar buitenland precies zo in Leeuwarden.
Af en toe onderstreepte ik een zin alleen maar om de schoonheid ervan.
Their silence was full of stones.
It was late autumn, the trees had grown antlers …
He had held her always clasped in the palm of his mind.
Ook wil ik nog iets kwijt over de structuur van het boek. Het grootste deel zit Ifemelu bij de kapster die haar haar vlecht, en intussen krijgen we haar hele geschiedenis – en die van haar geliefde Obinze – te weten. Op een heel natuurlijke en dromerige manier zwemmen we door de tijd, totdat ze eindelijk terugkeert naar Nigeria. Dan wordt het eindelijk NU.
Wat een rijk boek.
(en ja, het is ook vertaald)
spreekwoordelijk
Ik moet eerlijk bekennen dat ik het spreekwoordenboek – ooit voor ƒ135 aangeschaft door paps – nog nooit had opengeslagen.
En nu was ik blij verrast: er staan spreekwoorden in in alle mogelijke talen, en ze zijn op een leuke manier gerubriceerd.
Het is niet zozeer een opzoekboek als wel een verbaas- en verwonderboek.
Duits
Vati was natuurlijk Deutschlehrer. Ik herinner me nog dat ik na zijn examen een prachtig ophangbord had geknutseld met de volgende woorden:
en langdurige lessen
komt pappa nu thuis
met zijn MOA Duits
We keken thuis ook veel Duitse krimi's (Tatort! Kommissar Haferkamp!) en buitenlandse uitstapjes gingen naar Duitsland.
Ik dacht dat mijn Duits inmiddels ontzettend versleten was, maar toen we Im Westen Nichts Neues gingen lezen met de leesclub gleed ik er weer moeiteloos in. En soms vind ik Duits opeens ook zo romantisch. Ik kwam net nog een mooi gedicht tegen:
Manchmal
Manchmal, wenn ein Vogel ruft
Oder ein Wind geht in den Zweigen
Oder ein Hund bellt im fernnsten Gehöft,
Dann muß ich lange lauschen und schweigen.
Meine Seele flieht zurück,
bis wo vor tausend vergessenen Jahren
Der Vogel und der wehende Wind
mir ähnlich und meine Brüder waren.
Meine Seele wird Baum
Und ein Tier und ein Wolkenweben.
Verwandelt und fremd kehrt sie zurück
Und fragt mich. Wie soll ich Antwort geben?
Hermann Hesse














