Auteur Archief: Hella
284 – de weg naar het westen
We hurkten naast het pad en op een platte steen goot ik ze uit. Het bergje, het kruis … Noord en oost sloten zich meteen. Toen gebeurde er een tijdje niets. Waren ze uitgewerkt? Hadden ze net als de Hemrond … Lees verder
boerenprotest
Weten jullie het nog, schrijverkens en ander kunstenaarsvolk? Hoe de maatregelen van Halve Zoolstra en consorten kunstencentra om zeep hielpen en kunstonderwijs voor steeds minder mensen toegankelijk maakten? De boeren denken nu dat hun hetzelfde lot wacht. Ik vermoed dat … Lees verder
283 – naar de ijshellingen
Ik vertelde over tante Wizma, de zus van Bo's oma, die hij zich natuurlijk helemaal niet herinnerde. Wat was ze verrukt geweest van haar tweede kleinzoon, haar prinsje. Ik vertelde over Tiarva die me zo aan Bo had doen denken. … Lees verder
282 – op weg met Bo
Eerst naar beneden klauteren, naar het pad langs de Helvarderaflu. Was het verstandig om op het pad te blijven? Zolang het donker was, en wij onzichtbaar, kon het geen kwaad. Het was veiliger dan in het duister over onbekende grond … Lees verder
281 – weer op weg (2)
De vrouwen zetten eten voor ons klaar. Toen we gingen zitten kreeg Bo Kuuksi in het oog. "Wat is er gebeurd?" Clarma vertelde het, terwijl wij de warme stoofpot naar binnen lepelden. Kuuksi's velletje rimpelde af en toe in een … Lees verder
280 – verzetterskamp
Toen ik ter hoogte van de lichtjes was gekomen, probeerde ik te onderscheiden wat het precies was, daar op een plateautje hoog boven de weg. Had ik Kuuksi's nachtogen maar! Wat doen we, Kuuks? Ze legde haar goede pootje in … Lees verder
in het bos slapen
Schrijfvriendin en vertaler Sietske Boonstra (zij werkte ook mee aan onze vertaling van The Hill We Climb) werkt momenteel aan de vertaling van gedichten van Mary Oliver. Mary Oliver (1935 - 2019) is een van de meest geliefde en geëerde … Lees verder
279 – terug naar de rivier
En het lukte. Uiteindelijk bereikte ik de poort waardoor ik de stad was binnengekomen. Het voelde veel langer geleden dan het was. Ik was verschrikkelijk moe na de doorwaakte nacht maar ik moest verder. Er stonden veel meer wachters nu, … Lees verder
278 – weg uit Spirabyad
Het was te gevaarlijk om de rechte weg naar de noordelijke stadspoort te volgen. Vast en zeker zouden ze me daar opwachten. Koortsachtig dwaalde ik door het schemerige labyrint, tot ik alle gevoel voor richting kwijt was. Ik voelde Kuuksi … Lees verder
277 – weer op weg
"Je moet hier zo snel mogelijk weg," zei Clarma. Kuuksi hief haar kopje. Wankel en voorzichtig probeerde ze op te staan. Het viel nog niet mee, maar het ging. Clarma goot wat geitenmelk op een bordje, verkruimelde er wat brood … Lees verder










