praten over boeken

Gister eindelijk weer eens een samenkomste van de boekbloggertjes waar ik bij kon zijn (helemaal vergeten een foto te maken, bedenk ik nu). Lekker lunchen en over boeken praten, beter wordt het bijna niet in het leven. Ieder heeft een eigen smaak en voorkeur – ik geloof dat ik toch de enige Nora Robertsfan blijf – maar we vinden elkaar in het enthousiasme, en in boeken waar we wél allemaal weg van zijn.

Sommigen lezen moeiteloos een heel weekend achter elkaar, anderen toch vooral in de avond. Zelf ga ik nog steeds niet midden op de dag zomaar een boek zitten lezen. Of het moet al vakliteratuur zijn of een recensieboek dat snel uit moet. Terwijl ik als kind wél hele dagen kon lezen. De vier woensdagse biepboeken had ik op zaterdag al uit, zodat ik nieuwe voorraad kon halen. Wanneer is die eerst-stofzuigen-mentaliteit erin geslopen?

Sommigen lezen graag met een muziekje op de achtergrond, anderen juist met zacht geklets op de radio. Het verschilt bij mij heel sterk per boek, het zegt denk ik ook iets over de kwaliteit ervan, hoe goed het mijn aandacht weet vast te houden. Schrijven met gepraat kan ik absoluut niet. Terwijl ik dit schrijf hoor ik ergens buiten een speaker – geen idee bij wat voor evenement – en ik raak verward in mijn zinnen. Schrijven met muziek gaat soms juist beter, vooral als de muziek een rol speelt in het verhaal.

Als bloggers hebben we allemaal dezelfde missie: proberen zo goed mogelijk onder woorden te brengen hoe onze ervaring was bij het lezen van het betreffende boek. Daarom is het bespreken voor uitgevers of nieuwe-boeken-websites ook zo moeilijk: dan durf je niet meer eerlijk te zijn. Of je maakt je er vanaf met het overtypen van de flaptekst en een waardeoordeel in een paar zinnetjes. Terwijl juist persoonlijke verhalen zo goed overbrengen of een boek de moeite waard is, en welke argumenten daarbij een rol spelen. Niets is zo goed voor het verlengen van Het Lijstje. We konden ons allemaal niets voorstellen bij de uitspraak "ik heb nix meer te lezen."

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 4 Reacties

dropje

Wat ik ook deed op de school van kindeke in Aberdeen was leesmoederen. Helpen bij niveaulezen. Wat een uitvinding! Lezen in groepjes in plaats van je met de hele klas doodvervelen. En wat hadden we een prachtige boekjes ook. Ik heb enorm genoten van het voorlezen toen kindeke klein was, en tot mijn grote favorieten behoorden de Robin-boeken van Sjoerd Kuyper. Van hem hadden we ook een niveauleesboekje, ik weet niet meer hoe het heette, maar die vergelijking "het was er zo donker als binnenin een dropje" ben ik nooit vergeten. Ik hoop dat ik op de kinderen in mijn groepje heb weten over te brengen hoe bijzonder het is dat iemand zoiets verzint. Hoe mooi taal kan zijn, hoe je ermee kunt spelen.

En het is weer eens zover. Ik ga googelen om te zien of ik die titel toch kan achterhalen, en kom op een heel andere titel uit: Het Donker Opzij van Erik van Os. Zit ik gewoon te liegen! Zie meteen nog wat andere titels op een lijst van niveauleesboekjes waarvan ik me herinner dat de kinderen ze leuk vonden, zoals Erge Ellie en Nare Nellie.
En De Poes van Loes, waar ik ooit zelf iets over heb geschreven.
Dank google, voor het opschonen van mijn geheugen!

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

dagboeken lezen en schrijven

Wat ben ik toch blij met boekbloggers. Dankzij Joke ben ik nu in de autobiografie van Hilary Mantel begonnen, en wat schrijft zij mooi! Het leest als een roman, en vooral als één brok inspiratie om zelf te gaan schrijven. Bij alles wat ze noteert – het eerste deel gaat over haar jeugd in jaren-vijftig Engeland – denk ik: hoe ging dat bij ons? Hoe keek ik naar mijn grootouders, naar de buurvrouwen, naar andere kinderen op school? Ik denk aan hele vroege jeugdvriendjes die ik al bijna vergeten was. Ik probeer te bedenken wat ik écht voelde, zo jong. Mantel lijkt dat allemaal nog precies te weten.

Ik denk ook aan dagboeken en memoires in 't algemeen. Hoe die me altijd tot (beter) schrijven hebben geïnspireerd. Anne Frank, natuurlijk, dan kwam er opeens in mijn dagboek wat meer diepgang, wat meer overweging naast de feitelijke relazen van wat er gebeurde op school. Etty Hillesum, mijn onbewoondeilandboek. Maar ik herinner me ook de dagboeken van Cees Buddingh' die ik met enorm veel plezier las op mijn studentenkamer in Groningen, die hadden niet zozeer diepgang als wel – ik denk opeens aan zijn gedicht over het dekseltje van de sandwichspread dat ook op het marmitepotje past of hoe ging het ook weer – een enorm observatievermogen. Een uitlichten van details die alleen daardoor veelzeggend werden.
Ik vind er een mooi artikel over.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen, schrijven | Getagged | 4 Reacties

eindes

De afgelopen dagen las ik twee romans tegelijk. Ik was net begonnen met Mr. Penumbra's 24-Hour Bookstore – al lang op m'n lijstje door de besprekingen van Anna en Bettina en weer in herinnering gebracht door de bespreking van Coen – toen het nieuwe recensieboek arriveerde: Dead Writers in Rehab.

Lees nu eerst die besprekingen even, dan hoef ik het verhaal van Penumbra niet nog eens uit de doeken te doen. Het is een heerlijk jongensboek ergens tussen Dan Brown en The Circle qua thematiek – een eeuwenoud raadsel uit een eeuwenoud boek gaat ontrafeld worden met de supercomputers van Google - maar met een frisse, meeslepende stijl, en vol heerlijke personages. Het speelt een fijn spel met werkelijkheid en fictie en biedt stof tot nadenken zonder ook maar een seconde prekerig te worden.

Dead Writers in Rehab gaat over een losbollige schrijver – Foster James - die wakker wordt in een vreemd landhuis, waarvan hij vermoedt dat het de zoveelste afkickkliniek is. Tot hij Hemingway tegen het lijf loopt, en Wilkie Collins, en Coleridge, en Dorothy Parker. We krijgen van hen allemaal stukjes te lezen uit het behandelingsdagboek dat ze bijhouden, best knappe pastiches in de stijl van de betreffende schrijver.
Mocht je dit boek op grond van dit gegeven willen lezen, lees dan nu niet door. Want ik ga het einde verklappen.
Het boek is verschenen bij Unbound, een uitgeverij die met crowdfunding werkt. Mensen kunnen dus geld geven aan de schrijver om diens boek te laten uitgeven. Op grond van het gegeven had ik misschien ook wel gedacht: leuk! Ik doe mee!

Maar uitwerking is alles. Davies doet iets wat verboden is volgens artikel 13.13 van het Schrijfwetboek: "het was allemaal maar een droom geweest." De laatste 30 bladzijden zijn als zo'n symfonie die maar door blijft beuken met slotaccoorden. Elke keer wil je klappen maar taDAAAAM daar komt er nog een. Eerst blijkt dat hij niet dood is maar met deze fantasie de ontkenning van zijn verslaving heeft willen vormgeven. Die grafredes waren ook verzonnen. Dan blijkt hij toch dood te gaan. Of nee, toch niet. Of ja, toch wel.
Man!
Ik vind het een zwaktebod. Je gaat iets heel diepzinnigs aan maar je durft het niet uit te redeneren. Je sleept je lezers mee en laat ze vervolgens in de kou staan, met lege handen.
In zo'n grootschalig jongensboek dat meestal draait om Leven en Dood is het einde vaak ook lastig, want we weten allemaal dat onsterfelijkheid nog steeds niet is uitgevonden en dat de wereld ook nog steeds zijn rondjes draait. Dan is het een kunst om een einde te vinden dat op een ander niveau bevredigt. Warmte van binnen, noem ik het maar. Het jongensboek als drager van hoop. Doe mij die maar.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

ziekzeurtje (2)

Vlak voor ik ziek werd, had ik het erover met de psycholoog. Ik zou van alles ondernemen: leuke cursussen, interessante lezingen …
Toen ik in 2005 terug in Nederland kwam, leefden mijn ouders nog. De Grote Verraden hadden nog niet plaatsgevonden. Ik voelde me omringd door mensen die het beste met mij voorhadden. Maar ik verloor ze, de een na de ander. Ik bouwde een werkkring op, ontmoette leuke mensen op dezelfde golflengte, maar de werkzaamheden werden wegbezuinigd.

Door te verhuizen had ik in elk geval een paar mensen in de buurt die voor me konden zorgen als de nood echt aan de vrouw kwam. Ik hoopte ook dat ik in de grote stad weer werk zou kunnen vinden. Dat werd een desillusie. Ik raakte de krachtdadigheid van die eerste jaren kwijt, wie weet woelde het ziekzijn toen al, de energie was op, van het altijd maar weer op barricaden en bressen, en alles alleen te moeten klaren.
Dat alleen klaren heb ik levenslang gedaan. Het wordt een gewoonte om niet om hulp te vragen. Net zoals het een gewoonte wordt om niets te verwachten, nergens om te vragen want de vernedering is vaak zo enorm. Oja, dat zei de psycholoog ook tegen mij. Je mag best om dingen vragen. Je zegt gewoon "ik zou het fijn vinden als …" en dan laat je het verder bij die ander. Ik krijg het m'n strot niet uit.

Nu zit ik inmiddels twee-en-half jaar thuis. De paar overgebleven trouwe mohikaantjes hebben zelf drukke levens, dat begrijp ik, en ik ben dankbaar voor wat ze me geven. Er zijn een paar vriendinnen, verspreid door het land, die ik af en toe zie. Waar ik enorm van kan genieten. Ik geniet ook van de contacten via de zo verguisde sociale media, en van de leesclub.
De ziekte is onberekenbaar. Cursussen op vaste, vaak verkeerde tijdstippen zijn geen optie, lezingen in de avond ook nauwelijks. En ik ben niet meer de brutale vrouw die zichzelf als columnist bij Trouw aanmeldde, of de onverschrokken wereldreiziger die alleen door Ouarzazate dwaalde. Dat was ik. Nu ben ik iemand anders. Creatiever dan ik dacht, sterker dan ik dacht. Maar ook stokouder, onzekerder, in een piepklein wereldje.
In de wachtkamer van de internist lag een oude Zin. Met daarin een artikel "Vrienden maken, hoe deed je dat ook alweer?" De tips zijn werkelijk een eye-opener. Je moet jezelf beter leren kennen, je passies najagen en wandeltrips of filmavondjes organiseren. Oja, en zorgen dat je mentaal en fysiek fit bent.
Wachten tot ik beter ben dan maar.

Geplaatst in autobio | Getagged | Een reactie plaatsen

lezen in Oman

Gister schreef ik over de boekwinkels in Aberdeen, en zo gingen mijn gedachten naar de boekwinkel in Oman – ik geloof echt dat er maar één was: de Family Bookshop. Ze hadden daar vrome (Christelijke) kinderboekjes, reisgidsen, en een enorme voorraad tweedehands smulboeken. Altijd goed voor als je helemaal zonder leesvoer zat, al had de bibliotheek ook een aardige collectie.
Ik kan me niet meer herinneren waar hij precies zat. Google maps geeft hem aan op een plek die ik niet herken, volgens mij was hij dichter bij waar wij woonden. Helaas kun je niet door Oman wandelen. En elders zie ik dat hij gesloten is, maar waarschijnlijk was dat de oude locatie want ik zie nieuwere foto's van een Family Bookshop in Medinat.
Raar idee om bijna 4 jaar in een land zonder boeken te wonen. Elk verlof namen we weer wat mee in de koffer. Tijdschriften kregen we soms opgestuurd door familie of vrienden, maar die moesten dan eerst door de censuur. Staat de rubriek "my body" nog altijd in de Viva? In elk geval waren de blote mannetjes en vrouwtjes er steevast uitgeknipt als wij de bladen eindelijk thuis kregen.
Verder googelend zie ik dat er nu een Borders in Muscat zit, en er is ook nog een House of Prose, de tijden zijn duidelijk verbeterd!

afbeelding

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Getagged | Een reactie plaatsen

zondagherinneringen

We verhuisden naar Aberdeen in 1994, en ik geloof dat het woord koopzondag nog niet eens bestond, ik kan me in elk geval niet herinneren dat er ooit iets open was op zondag. Dus was het een enorm vreugdevolle ontdekking dat het in Groot-Brittannië de gewoonte was om op zondag wel de boekwinkels open te stellen! Het gaf zo'n koopuitje iets extra's, iets feestelijks, je ging naar de boekwinkel met alle tijd van de wereld om te snuffelen en te sneupen en tussen lezers te zijn, gelijkgezinden en –gestemden. Ik heb ook altijd gepleit voor een zondagsopenstelling van de bibliotheek: geen betere manier om die dag te gebruiken, toch?
In Aberdeen was de grote boekwinkel Waterstones aan Union Street. Die is er nog steeds. In Old Aberdeen (het oude deel van de stad waar de oude universiteitsgebouwen zijn, en waar ik mezelf zo ontzettend oud voelde toen ik er rondliep met kindeke in wandelwagen, tussen de kwetterende studentjes) is ook een boekwinkel, waar ze voornamelijk studieboeken verkopen, en er waren ook nog een stuk of wat Oxfam-achtige antiquariaatjes. En die knutselwinkel die ook een boekenoutlet was. Maar Waterstones was toch de ware schatkamer, met naast boeken ook prachtige schrijfspullen en kaarten enzo.
En nu ga ik op zoek naar een foto, en zie dat Waterstones nu in het winkelcentrum aan de overkant van de weg zit. Ik wandel met google street view door Union Street en vraag me af waar hij dan vroeger zat. En denk opeens: was het wel Waterstones? Of was het W.H. Smith?
Klopt er wel íets van wat ik hier allemaal vertel?
Of herinneren we ons uiteindelijk alleen maar het gevoel dat bij de herinnering hoort?

afbeelding

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

Edna Ferber – So Big

Toen ik Perry uit had wist ik niet zo goed wat ik nu moest lezen. Iets luchtigers, maar niet te modern? Of toch een SF-klassieker, een van de titels die LeGuin aanraadt? Sommige boeken sla je dicht om meteen in een ander te beginnen, maar soms is een boek zo bijzonder dat alles daarna flets lijkt. Toen las ik de mooie en enthousiaste bespreking van Bettina van Het Purperen Land van Edna Ferber. Wonderlijke titel wel, voor een boek dat So Big heet.
Edna Ferber ken ik wel, na het zien van de film Giant (starring James Dean!) ben ik – lang geleden – meteen het boek gaan lezen. Even terug in de tijd, net wat ik nodig had.

En ik kan het alleen maar eens zijn met Bettina: het is een schitterend boek vol levende personages, in een setting die voor ons Nederlandsers extra interessant is. "Og Heden!" roepen de bewoners van High Prairie om de haverklap uit, en we zien ze voor ons als personages van Cor Bruijn.
Ik beleefde er ook een soort Cissy-van-Marxveldt-genoegen aan, vooral verderop in het boek, als So Big (zijn echte naam is Dirk DeJong) het als zakenman 'maakt' in de roaring twenties. Dat gevoel dat je soms ook kunt hebben bij Murakami. Het boek als stiekem kijkgat in een andere wereld.

Ferber schrijft in zekere zin ouderwets (ik zou Giant moeten herlezen om te zien of ze dat in 1952 nog steeds doet), ze neemt de lezer als verteller bij de hand mee door het verhaal. Maar haar inzichten zijn modern, daar is ze zich ook van bewust, dat ze 'nu' (1924) bijvoorbeeld het woord zelf-expressie gebruikt waar dat in de tijd die ze beschrijft – het verhaal begint rond 1885 - nog helemaal niet bestond. Ze schrijft met humor en menslievendheid, met een open oog voor alle lagen van de bevolking. Dat zie je bij Van Marxveldt niet, die ziet arbeiders of dienstmeisjes toch niet helemaal voor vol aan. Ze ziet ook wat Amerikaans zijn inhoudt, de goede én de slechte kanten ervan, en ze trekt Chicago voor je ogen op.
Ik moet beslist meer van haar lezen (oja, ik heb natuurlijk ook nog Mijlpalen!).

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

naar de biep in Aberdeen (3)

Naast een leesclub hadden we op een gegeven moment ook een kunstclub of zoiets, ik herinner het me niet eens precies meer. Anyway … ik moest dia's produceren voor lezingen. (Heb ook nog een kunstles gegeven op school, erg leuk om te doen, en een lezing over Romanesque Churches in Friesland voor huisvrouwen in een Aberdeens buurthuis, ze vonden het geweldig!)
Met het fototoestel op de boorstandaard in de vensterbank maakte ik dia's uit kunstboeken, die ik dan later afplakte met metaaltape. Wat een gepluis en gepriegel, leven fotoshop en beamers!
Ik had dus boeken nodig met goede afbeeldingen, en zo belandde ik in de UB van Aberdeen, officieel bekend als de Queen Mother Library. Destijds een oostblokkig gebouw waar je de architect in zou moeten inmetselen, zo lelijk. Maar wel vrij toegankelijk voor niet-studenten en met heel veel boeken in open opstelling. Wat ben ik daar met ontilbare stapels vandaan gekomen!
Inmiddels staat er een überhippe nieuwe designbibliotheek, ik vond een foto waarop de oude QML nog niet is afgebroken, kijk en vergelijk.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

Arabella

Gisteravond las ik Arabella de Hemelkat (ik moest het vanmorgen zelf toevoegen op Goodreads), een snoezig en grappig getekend prentenboekje over poes Arabella, die acht jaar na haar overlijden haar vrouwtje opzoekt vanuit de kattenhemel. Alleen Hogere Wezens (katten dus) kunnen haar zien, het vrouwtje bespeurt wel af en toe haar aanwezigheid, zoals ik nu nog steeds Pjotr vanuit mijn ooghoek zie.
Acht jaar! Dat is best lang om geen nieuwe kat te nemen. Ik weet nog niet wat ik wil. Ik ga er nu maar vanuit dat Pjotr dat voor mij gaat regelen op het moment dat ik er klaar voor ben.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 1 reactie