Af en toe heb ik behoefte aan de geborgenheid van een ouderwets boek. Zo begon ik aan de klassieker A Town Like Alice van Nevil Shute. Juist omdat het zo'n klassieker is, heb ik het tot aan het eind het voordeel van de twijfel gegund, maar nu ik het uitheb moet ik zeggen: wat een raar, onevenwichtig boek! Wat een slecht gekozen vertelsituatie!
Dit wordt een bespreking vol spoilers, dus stop met lezen als je het boek nog lezen wilt.
Een advocaat regelt de nalatenschap van een oude man die nauwelijks familie heeft, alleen een verre schoonzus met twee kinderen. Er wordt precies geregeld wat er met zijn geld moet gebeuren mocht een van die kinderen erfgenaam worden, en als het het meisje is, moet het geld tot haar vijfendertigste voor haar in trust gehouden worden, want jonge vrouwen en geld, dat wordt nix.
Zo raakt de advocaat – Noel Strachan – in een soort vaderpositie voor Jean Paget, als zij uiteindelijk de erfgename wordt.
Het is vlak na de oorlog, ze is werkzaam als typiste bij een firma in damesschoenen en –tassen. Noel vindt het belangrijk om haar beter te leren kennen, en tijdens verschillende ontmoetingen vertelt zij hem haar levensverhaal.
In de oorlog woonde zij in Maleisië, waar ze na de bezetting door de Japanners terechtkomt in een groep vrouwen en kinderen die bestemd zijn voor een Jappenkamp, maar uiteindelijk van hot naar her gestuurd worden. Ze lopen eindeloos door het hete landschap, er sterven veel onderweg, en Jean wordt een beetje de leider omdat zij de enige is die vloeiend Maleis spreekt.
Onderweg ontmoeten ze op een keer een stel (ook gevangen) Australische soldaten. Een van hen steelt kippen voor de vrouwen. De Japanse bewakers komen erachter, ze nagelen hem aan een boom en slaan hem halfdood.
De groep vrouwen trekt verder, ze belanden uiteindelijk in een dorpje waar ze kunnen blijven door te werken in de rijstteelt. Aan het eind van de oorlog hoort ze bij toeval dat de soldaat het overleefd heeft.
De vorm waarin we deze hele geschiedenis te horen krijgen is uit de mond van Noel, die als het ware weergeeft van Jean hem heeft verteld. Maar dan wel heel beeldend en met alle dialogen en gevoelens. En hij is ook geen schrijver of iemand die gewend is verhalen op te tekenen. De vorm stemt totaal niet overeen met zijn personage.
Na de oorlog gaat Jean terug naar Engeland, ze heeft verder geen familie meer. Wel blijft ze denken aan die Australische soldaat, Joe Harman, ze hebben een paar keer zo fijn gepraat samen.
Nu ze een vrouw in bonus is geworden, besluit ze naar Australië te gaan en hem te zoeken. Ze weet alleen de naam van het veestation waar hij werkte, maar daar moet achter te komen zijn.
Het verhaal over de belevenissen in Maleisië was aangrijpend, maar blijkbaar toch niet de hoofdmoot, of de Story Question, waar dit verhaal om draaien zou. Ik verwachtte dat het vanaf nu een 'krijgen ze elkaar' verhaal zou worden, waar helemaal niks mis mee is. Immers genoeg stof tot drama, hun beider belevenissen, hoe je tegenover elkaar staat als je weer in het gewone leven bent beland, hoe hij eraan toe zal zijn na die marteling …
Zij vertrekt naar Australië, en wonder der wonderen, Joe is tegelijkertijd naar Engeland gereisd. Hij komt terecht bij Noel.
Op dat moment dacht ik: nu wordt het spannend, en nu wordt duidelijk waarom Noel zo'n belangrijke verteller is. Want hij vertelt Joe helemaal niet dat Jean naar hem op zoek is. Hij zegt alleen maar dat ze op reis is. (Oja, Jean wil van haar geld een waterput laten aanleggen in het Maleise dorp waar ze 3 jaar heeft gewoond, en dan vandaar door naar Australië.)
Ik dacht: Noel wil haar niet delen, hij wil haar in Engeland houden. Ik voorzag drama.
Maar nee, Noel hangt gewoon de vaderlijke fortuinbeheerder uit, die alles goed wil checken voor hij zijn cliëntje aan de eerste de beste Australische boer uitlevert.
Afijn.
Ze krijgen elkaar.
En dan gaat het laatste deel van het boek nog over hoe Jean het outback-dorpje waar werkelijk niets te doen of te koop is, langzaam omvormt tot 'a town like Alice' door er een krokodillenlerenschoenenworkshop te openen, een zwembad, een ijssalon, een groentewinkel … Ze krijgt en passant ook nog twee kinderen, ze helpt ook nog bij een reddingsactie in de woestijn …
Toen werd de vertellersrol van Noel echt belachelijk. We horen alle radio-gesprekken rondom dat ongeluk, iets waar Jean niet bij was, we vliegen mee met de reddingspiloot, waar Jean ook niet bij was.
Alle mogelijke spanning die het verhaal had kunnen opleveren wordt teniet gedaan door de verteller die er als een bemoeizieke opa steeds tussenin staat (hoewel hij best een eigen verhaal had verdiend). En het verhaal van Jean mist alle focus. Ze is alleen maar ontzettend flink en ondernemend. We leren wat over Maleisië in de oorlog, en het nut van de sarong, en over de veeteelt, het landschap en het weer in Australië.
Wat hád dit een prachtig boek kunnen zijn.