Welk dierenboek is je altijd bijgebleven?

Ik heb nooit erg van dierenboeken gehouden. Ik kreeg Kazan de Wolfshond als kind, maar er is me niets van bijgebleven. Ik las Waterschapsheuvel toen iedereen dat las, maar vond er niet veel aan.

Wel schitterend vond ik prentenboeken die over dieren gingen, de Kleine Beerserie, Ze Lopen Gewoon met me Mee, Rupsje Nooitgenoeg, noem ze allemaal maar op, het genot van iedere voorleesouder.
Er is maar 1 dierenboek waar ik dol op ben, dat ik eindeloos kan herlezen – en terwijl ik dat opschrijf denk ik: Oh, en Winnie de Poeh! Maar zijn dat dieren? Dat zijn speelgoedbeesten.
Nee, ik bedoelde natuurlijk Minoes. Toen het uitkwam was ik al bijna te groot voor kinderboeken, ik kreeg het "van Opa en Oma voor mijn bevordering naar 2e klas Gymnasium, juni 1971."
Wát een knap boek is dat. Door het eten van chemisch afval wordt een kat opeens een juffrouw. Maar ze blijft kats, spreekt op het dak met de kattenpersdienst en raakt zo op de hoogte van alle stadsnieuwtjes, die zij dan weer doorbrieft aan Tibbe, de journalist bij wie ze logeert. In een doos.
Het is niet echt een dierenboek omdat er ook mensen in meespelen, maar de belangrijkste rollen zijn wel voor de katten weggelegd.
Ach, en de film is ook zo mooi!

dit naar aanleiding van vraag 12 van 50books

Geplaatst in lezen | Getagged , | 9 Reacties

nieuwe draken op Heldinne’s Reis

meer hierover in de Heldenreis Nieuwsbrief van april. Ook ontvangen? Mail info@heldenreis.nl.

Geplaatst in schrijven | Getagged | 1 reactie

mooi!

The Secret Door

The Secret Door is presented by Safestyle UK

Geplaatst in creatief, schrijven | Een reactie plaatsen

Soerabaja – Pauline Slot

Ik vond Soerabaja een prachtig boek. Beter dan literaire non-fictie ooit kan, legde dit de geschiedenis vast van een oudtante van Pauline Slot, haar huwelijk, emigratie naar Indië, drie dochters krijgen en dan door de oorlog van haar man gescheiden raken, hij in krijgsgevangenschap richting Birmaspoorweg, zij geïnterneerd op Java.

Hij heeft al die tijd een dagboek bijgehouden, dat bewaard is gebleven. Ook zijn er veel brieven waar Slot uit put, afgewisseld met stukken fictie die goed ingeleefd zijn, en een verhaal zintuiglijk veel dichterbij brengen dan bijvoorbeeld zo'n boek als Sonny Boy. Al die tijd leef je in hoop en vrees mee met die twee: zullen ze elkaar terugzien?

Dus waarom er dan zo'n verteltruc aan toevoegen? Het verhaal wordt grotendeels verteld door de vrouw, en zij blikt terug vanuit een verre toekomst. Als lezer sla je aan het rekenen, ze moet nu in de negentig zijn. Kan. Ze laat af en toe doorschemeren dat haar man, die haar toch al die gruwelijke jaren trouw was gebleven, heel snel na de oorlog een ander heeft.
Als lezer vermoed je het ergste. Wordt Beppie verkracht door een Jap zodat hij haar niet terugwil? Zwicht hij toch voor de verleidingen van een oosters hoertje en loopt hij een enge ziekte op?
Nee. Het was een truc. Die aan het einde hetzelfde effect heeft als zo'n verhaal dat eindigt met 'gelukkig was het allemaal maar een droom geweest.' Je bent in één keer uit de fictionele droom wakker geschud.
En het was nergens voor nodig! Niets is immers zo'n verhaalaandrijver als de Story Question: zullen de geliefden elkaar ooit terugzien? Denk Doctor Zhivago, denk Ali en Nino, denk Sister of my Heart.
Maar verder een prachtig geschreven boek, alweer: gewone mensen vermalen door de verschrikkelijke oorlog. Helaas ook een eeuwigdurend en altijd werkend verhaalthema.

Geplaatst in recensies | Getagged | 1 reactie

mythes over schrijven (8)

BEGINZINNEN


Och heden. We hebben er weer een. De gruwelijke hel van het vinden van de juiste beginzin. In Opzij staat een recensie van Mijn Leven is Mooier dan Literatuur van Jannah Loontjens. Wat beweegt mensen om te gaan schrijven?

Goede vraag, want hemeltjelief, wat een kwelling is schrijven vooral. Die vangt al aan voor er nog maar een letter het daglicht heeft gezien. 'Het eindeloos gepeins over de eerste zin van een boek kan schrijvers tot wanhoop drijven.' [...] Het boek is er nog niet, maar je moet met de eerste zin al wel een toekomstverwachting uitspreken en in ieder geval de contouren van de rest van het boek in je hoofd hebben.

Geloof zulke onzin alsjeblieft niet! Natuurlijk is je beginzin belangrijk, maar moet je hem bedenken voor je begint te schrijven? Natuurlijk niet. Als schrijver ben je gezegend met een denkende pen. Als jij maar gehoorzaam opschrijft wat hij dicteert, dan staat ergens in je eerste bladzijden een droom van een beginzin. Die kun je niet met bewust redeneren verzinnen, die moet je geboren laten worden.

En dat geldt evenzeer voor je eindzin. Als je die maar niet kunt 'verzinnen' lees dan je laatste hoofdstukken eens door. Wedden dat hij er al lang instaat?
Waarbij ik niets zeg over de rest van Loontjens boek, want dat heb ik niet gelezen. Waar het mij om gaat is dat dergelijke beweringen de mythes over schrijven klakke- en kritiekloos in stand houden.

Geplaatst in schrijven | 1 reactie

dierlijk

katje valt van de stoel
slaakt een kreet
rent verdwaasd door het huis
alle nagels als kiezelstenen
op het hout

op zijn zij

doffe ogen
en toch later weer
slapend op de bank

maar de angst hapte

in mijn nekhaar
katje, huisgenoot P
ik heb jou al jaren
even nodig als jij mij

Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties

de laatste winter

Op de vorige boekbloggersbijeenkomst maakte ik kennis met Cathelijne Esser en het mij tot dan toe onbekende verschijnsel van prereaders.  Had ik daar maar van gehoord toen mijn eigen boek uitkwam!
Anyway, vorige week kreeg ik mijn eerste preread: De Laatste Winter van Femke Roobol. Een boek dat ik normaal niet gauw gekozen zou hebben, maar juist dat was voor mij een reden om mee te doen.
Het niet-literaire boek is in Nederland een ondergeschoven kindje. Zelfs de meest ordinaire thrillers worden nog 'literair' genoemd om ze maar besproken te krijgen.
Terwijl er helemaal niets mis is met een goed verhaal. Ze worden bij bosjes uit het Engels vertaald, maar in het Nederlands geschreven? Nauwelijks.
En ja, het is een goed verhaal. Zo'n boek dat je liefst in één adem uitleest, zo benieuwd ben je naar de afloop. Dat is een technische vaardigheid die Roobol uitstekend beheerst. Mét hoofdpersoon Anna willen we te weten komen of broer Maarten het kamp overleefd heeft, waar hij toevallig – verkeerde tijd, verkeerde plek, namelijk Putten – terecht is gekomen. Anna's moeizame bestaan in de hongerwinter in Amsterdam wordt afgewisseld door fragmenten kamp, waar een andere gevangene ervoor zorgt dat Maarten het redt.
Ik zal het einde niet verklappen, want dit boek moet het vooral hebben van de Story Question: zal Maarten de oorlog overleven en lukt het Anna (die zich schuldig voelt omdat ze hem meevroeg naar oom en tante in Putten om eten te halen) hem terug te vinden?
Roobol weet historische details prima door het verhaal te vlechten, van die dingen die je het gevoel geven dat je erbij bent: de looppaadjes van kratjes en zandzakken door de onder water gezette landerijen is daar maar één voorbeeld van.
Er zitten ook foutjes in: zo krijgt Anna kousen van een Canadese soldaat, die later panty genoemd worden. De eerste panty dateert van 1959.
Als schrijfdocent hamer ik er altijd op: benoem NOOIT gevoelens. Als we iemands zak-en-asgedachten van nabij hebben meegemaakt en er staat dan "bezorgd wrong ze haar handen" dan streep ik dat door. Evenals "ineens voelde ze zich heel erg alleen." Duh!
Het lijkt wel of uitgeverijen tegenwoordig nog nauwelijks aan redactie doen, en het zal de gemiddelde lezer waarschijnlijk ook worst wezen.
Conclusie: een goed verteld, spannend en informatief verhaal over gewone mensen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, dat met een zorgvuldiger redactie naar een hoger plan getild had kunnen worden.

 

Geplaatst in recensies | 3 Reacties

Welk boek las je onlangs en wil je iedereen aanraden ook te lezen?

Ik heb onlangs wel 3 romans gelezen die ik iedereen van harte aanraad:
Caleb's Crossing van Geraldine Brooks (volgens mij niet vertaald)
Flight Behavior van Barbara Kingsolver (vertaald als Vlieggedrag)
The Brutal Telling van Louise Penny (niet vertaald)

Het eerste gaat over een Indiaan die rond 1650 op Martha's Vineyard door de Europese settlers aldaar zo wordt opgevoed dat hij naar Harvard kan. Het verhaal wordt verteld door de dochter des huizes, die vanwege haar vrouwzijn natuurlijk geen onderwijs behoeft.

Met ongelooflijke verbeeldingskracht geschreven roman, wonderschoon taalgebruik dat ook helemaal in de tijd past, en ook nog eens informatief en leerzaam, plus zo'n boek dat je doet stilstaan bij je eigen normen en waarden.
Dat zijn voor mij de essenties van een goed boek.
Natuurlijk voldoet Kingsolver daar ook aan. Hele wolke oranje monarchvlinders zijn verdwaald en neergestreken in het bos achter de schapenfarm van de hoofdpersoon. Het hele milieuwetenschapgebeuren klont samen rond haar huis, en activisten delen briefjes uit met milieubesparende tips. Zoals: neem voortaan je eigen plastic doosjes mee als je uit eten gaat. Haha, zegt Dellarobia, ik ben al twee jaar niet meer uit eten geweest. Door die wolken vlinders krijgt het boek iets sprookjesachtigs, en tegelijk zet het je aan het denken over zoveel aspecten van milieubescherming.

Penny schrijft een serie detectives over de vriendelijke hoofdinspecteur Gamache. Ze spelen allemaal in een dorpje in Quebec, zodat we in elke aflevering iets meer te weten komen over de inwoners. Het klinkt een beetje Miss Marple-achtig zo, en dat is het totaal niet. Haar boeken hebben een sfeer die onder je huid kruipt, en laten je ook bij elke moord weer nadenken over je eigen normen.
In deze speelde onder andere de schilder Emily Carr een rol, die de laatste resten Indiaans Canada vastlegde op de Charlotte Islands. Zo draagt een roman ook weer bij aan je eigen culturele ontwikkeling.
En mijn eeuwige aanraders staan natuurlijk hier.
 
 
 
dit naar aanleiding van 50books vraag 11 

afbeelding vlinders

 
Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , , , , | 3 Reacties

leve de Topvrouw!

Nu het kapitalisme zoals wij dat kennen zolangzamerhand wel is uitgewoed, komt Opzij nog eens even met een nummer vol aansporingen dat wij vrouwen heus wel net zo hard kunnen werken als mannen. Onze kinderen lijden er niet onder, trouwens, wát nou, kinderen. In andere landen zitten moeders daar ook niet mee, en zie eens hoe goed het daar gaat.
Zeker nog nooit in een willekeurige achterstandswijk in een willekeurige Engelse of Amerikaanse stad geweest, dames van Opzij. Waar de vrouwen wel móeten werken omdat de mannen volslagen afwezig zijn, of omdat er van 1 salaris eenvoudig niet te leven valt. Nee, dan begrijp ik wel dat "onderzoek uitwijst" (onder 1364 vrouwen in North Carolina, voorwaar een van de vrolijkste Staten van Amerika) dat de werkende moeders gezonder en gelukkiger zijn dan hun niet-werkende buurvrouwen. Die kunnen ternauwernood rondkomen, laat staan gezondheidszorg betalen!
Hoe kan het toch dat gezinnen ooit rondkwamen van 1 salaris? Waarom hebben vrouwen in die tijd niet de kans gegrepen en gezegd: John, weet je, we gaan het samen doen. Allebei een halve baan, allebei een halve huishouding.
Nee, eMANciperen zegt het al: alleen het mannelijk model van carrière maken is zaligmakend. Daar moeten wij vrouwen naar streven en wie dat niet wil, is een verwerpelijke, verfoeilijke feMEnist. Zo'n suf wijf dat NIET achter de mannelijke definitie van een leven wil staan.
Hoe was het cliché ook weer - geen man zegt op z'n sterfbed: had ik maar meer uren gewerkt. Ze verzuchten allemaal: had ik maar meer tijd met m'n kinderen doorgebracht. Een beetje vrouw wil ook zo'n leven, zegt Mrs van der Linden. Of zou dat moeten willen, in elk geval, om het Opzijse goedkeuringsstempel te verdienen.
Dat moeder zijn niet alleen maar te maken heeft met een kwalitijds voorleesuurtje, maar met zorgen in het algemeen en voor mensheid en moeder Aarde in het bijzonder, wordt vergeten. Goede moeders zijn vrouwen die een kindje uitpoepen en daar verder niet moeilijk over doen.
"Juist de economische crisis kan ons nu helpen de traditionele rolverdeling af te zweren" beweert Mrs van der Linden. Terwijl het enige wat zij tegen heug en meug in stand houdt, de traditionele wereld van het patriarchaat is, het hiërarchisch piramidemodel dat overal zoveel vreugde en welzijn heeft gebracht.
Juist de economische crisis kan een keerpunt zijn, een beginpunt om na 5000 jaar patriarchaat een andere weg in te slaan. De weg van man en vrouw samen voor een betere wereld.  In plaats van het verheerlijken van Topvrouwen op Topposities. Denken ze nu echt dat het sappelend mensdom erop vooruitgaat als een enkeling aan de top meeborrelt met de mannen? Natuurlijk niet. De verdeling is niet man/vrouw, de verdeling is topdogs/underdogs. Daaraan te willen bijdragen, en het propageren daarvan, vind ik achterhaald en verwerpelijk.

afbeelding

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , | 7 Reacties

op de verrekijk

Gister het boekenweekgeschenk gescoord, en tot over de helft gekomen met lezen, 's avonds. Het is theelichtjesgezellig proza dat een hoop verschillende typetjes van Koot in zich verenigt. Diverse nostalgische en kritische oude mannetjes die wij, zo blijkt, allemaal van stond af aan in ons hebben.
Niets ten kwade en vaak een glimlach van herkenning.
Maar.
Driekwart van de inhoud ken ik al uit mijn hoofd! Want Koot was bij Kunststof en bij Boeken en overal vertelde hij over de drollenvanger en de blokletters en de lilaluitenant en koningin Juliana en de prijs van pepermuntjes en de vermelding van moeder Annie in de agenda van zijn toen zeventien– ohnee zestien-jarige vader (inclusief die leeftijdscorrectie).
Dat moet afgelopen zijn! Ik verbaasde mij pas nog over Renate Dorrestein en het mediacircuit en al die vastgeroeste formuleringen. Maar het euvel is blijkbaar gewoon ons mediacircuit. Wat je wist, heb je opgeschreven, meer kun je niet over de inhoud vertellen. Logisch!
Maar dan ook niet meer doen, graag.
En interviewers: betere vragen stellen. Neem een voorbeeld aan Adriaan van Dis.

Geplaatst in lezen, schrijven | Getagged | 4 Reacties