Ik kan me maar een keer herinneren dat ik daadwerkelijk vanwege een boek heb gewenst dat ik ergens was, en dat waren de avonturen van Alexandrine Tinne, ik weet niet eens meer welk boek, ik denk of dat van Jan Kikkert of van Clare Lennart. Oh, daar te zijn, in de Himalaya, en de woorden Khyberpas en Karakoram gewoon gebruiken.
En ik zoek haar op, Freule Tinne, en zie dat zij alleen door de Sahara heeft gereisd, zou daar mijn voorliefde voor woestijnen zijn ontstaan? Maar wie was dan die onverschrokken dame in de Himalaya?
Hoe dan ook, het werkt voor mij meestal andersom. Ik ben ergens, of ergens geweest, en wil dan boeken lezen die daar spelen. Zo kocht ik in Petra Married to a Bedouin van Marguerite van Geldermalsen, een van oorsprong Nederlandse vrouw die daar echt gewoond en geleefd heeft.
In Marokko las ik In Morocco van Edith Wharton. In Frankrijk las ik de Rad van Fortuintrilogie van Thea Beckman, in Oman las ik dat schitterende Arabian Sands van Wilfred Thesiger.
Ik ben dol op de reisboeken van Paul Theroux, Arita Baaijens, Lieve Joris, Jonathan Raban, noem maar op. Niet zozeer om daar werkelijk te zijn, ik vind leunstoelreizen ook heerlijk.
Met de leesclub lazen we ooit Mutant Message Down Under, van Marlo Morgan. Een wat erg esoterisch (en naar later bleek nep-) geval, dat desalniettemin mijn heimwee naar Australië bewust maakte. Daarna natuurlijk Songlines gelezen, Walkabout, en The Secret River, en het is alleen maar aangewakkerd.
Heimwee naar een land waar je nooit geweest bent, dat is eigenlijk een betere uitdrukking dan verliefd worden.
Welk boek heeft jou verliefd doen worden op een stad of land?
krassen in het tafelblad (sv)
Welnee, hoe kom je erbij. De eettafel was bedekt met een zeiltje, een wollen tafelkleed, een plastic tafelkleed en een al dan niet geborduurd tafellaken met de vlekken van de week en op zondag het mooie roze met de glimmende bloemen.
Door de zachte onderlaag kon je mooi met de punt van het heft van je vork of lepel in het tafelkleed krassen wat je niet durfde zeggen, tijdens een oratie van de heer des huizes, of des Hiltermanns gezever.
Ik heb het Gero Zilmeta Puntfilet zonder spijt naar de kringloop gedaan, want tegenwoordig durf ik bijna alles te zeggen en zet ik de borden zo op het hout.
schrijfveerhaiku
the Proppian Fairy Tale Generator
In the place where I live people wear soft leather bottomed shoes to glide over soil. Our feet do not make a sound. We show respect to those who fell to the floor during the wars of our times.
"What weighs you down will make you drown," he said with a loud crescent shaped grin. I believed him. I may have been a fool but with my head thrown asunder by the crashing tides of water I took off my shoes and bag and threw them across the stream on the other bank.
Inside my head lived a frightened little boy who nibbled at his nails whenever a strange man glanced at him. I could not leave that fright alone.
The sun shone bright on my upturned face. My eyelids closed, my mouth smiling, I let the heat seep into my every pore. Walking towards the sun, away from my house, I couldn’t feel happier.
A foreigner stopped me on my rise toward the mountaintop. He had one eye and loose skin that folded around his body like paper cloth. Laid before him was a set of colored tablets and sticks. "Stay for a game," he said to me. "After you win your game with me I'll let you go on your way."
Forms circulated around my body on all sides and I could no longer breathe. Lungs tight and waist constricted I watched as my skin turned into the color of soil. I could no longer distinguish my body from the mountain's.
Before I entered my home my brothers came out, and, thinking I was a peddler, asked how much the jade I carried was worth.
I was offered a place in the palace, but I could not accept. I wanted to be with the mountain; I felt it move under my skin as I knew part of me was in the mountain too.
schrijfveerhaiku
een stoffig dashboard (sv)
afbeelding: John William Waterhouse, Penelope and the Suitors
daarom af en toe een gedicht
over het maken van een omweg
het ongewetene begon te formuleren
de innerlijke mens gestalte gaf
ver voor de uiterlijke mens begreep
mij
pas achteraf valt vast te stellen
dat de omweg nodig was
om het doel te herkennen
om mijzelf (en anderen) er weer even aan te herinneren
daarom af en toe een gedicht
MAMEEN
even the sailing hawk misses, a wraith
among the rocks where the mist parts slowly.
Recall the way mere mortals are overwhelmed
by circumstance, how great reputations
dissolve with infirmity and how you,
in particular, live a hairsbreadth from losing
everyone you hold dear.
you can see and how you live best
as an appreciator of horizons,
whether you reach them or not.
Admit that once you have got up
from your chair and opened the door,
once you have walked out into the clean air
toward that edge and taken the path up high
beyond the ordinary, you have become
the privileged and the pilgrim,
the one who will tell the story
and the one, coming back
from the mountain,
who helped to make it.
from "River Flow: New & Selected Poems"
dat zelfs de zeilende havik ontgaat, een schim
tussen de rotsen waar de nevel langzaam splijt.
Weet weer hoe stervelingen overspoeld raken
door omstandigheden, hoe grote namen
oplossen in zwakte en hoe jij
jij vooral, maar een haarbreed verwijderd leeft
van het verlies van al je dierbaren.
dat je kunt zien en hoe je op je best bent
als waarnemer van horizonnen
of je ze nu bereikt of niet.
Geef toe dat wanneer je bent opgestaan
uit je stoel en de deur hebt geopend,
wanneer je de klare lucht inliep
naar de rand, en het pad omhoog koos
voorbij het gewone, dat je dan
bevoorrecht bent, en pelgrim,
degene die het verhaal zal vertellen
en degene die, terug
van de berg, meehielp
hem te maken.
In hoeverre mag je rekening houden met de persoon van de auteur bij het lezen van zijn/haar fictie?
Het schijnt dat ik deze vraag heb ingebracht, herinner me er niets van. Wat ik me wel herinner is het volgende: het eerste boek dat ik schreef, voor de Libelle romanwedstrijd, speelde in Oman, in het expatwereldje, met de nodige liefdesintriges. Vriendinnen vroegen geschokt of ik écht met Tjeerd ...
Zo schreef ik een verhaal voor de LOI-cursus, waarin ik een stelletje van school – een verkering van zes weken en een tranendal daarna – weer bij elkaar bracht in de trein naar Rome. RomAmoR.
Een schrijver gebruikt altijd zijn leven als schatkamer, dat kan niet anders.
Maar als je zijn leven moet kennen om zijn boeken te begrijpen, dan deugt het schrijfwerk niet. Dan is het alsof je na iemands dood zijn dagboeken leest en je afvraagt wat er bedoeld wordt. In de Nagelaten Geschriften van Etty Hillesum vind ik dat wel boeiend om te zien: hoe de bezorger werkelijk elke eigennaam nagevlooid heeft. Voor fictie moet dat niet nodig zijn. Bovendien is een verhaal 'gebaseerd op ware gebeurtenissen' meestal niet te pruimen.
Dan is er het geval Mulisch. Voor de leesclub zou ik Voer voor Psychologen ontmantelen. Het heeft me gefascineerd. Hier was sprake van een bolwerk van fictie en fascinatie dat een hele persoonlijkheid aan het overgroeien was, een samensmelting van persoon en personage, van leven en mythe. Hier voegde kennis van het leven van de schrijver iets toe aan het genot. Dat genot bestond voornamelijk uit het langzaam oplossen van een puzzel, de levenspuzzel van Mulisch die hij zelf in De Ontdekking van de Hemel heeft opgelost.
Als een boek gaat over belangrijke gebeurtenissen in een bepaald land, wil ik wel dat de schrijver op de een of andere manier het 'recht' heeft, daarover te schrijven. Zelf meegemaakt of er getuige van geweest, voortgekomen uit die cultuur, noem maar op. Anders krijg je zo'n gotspe als dat vreselijke Haar Naam was Sarah.
Maar met dit alles blijft die ene zin overeind: als je het leven van de schrijver moet kennen om zijn boeken te begrijpen en te waarderen, dan deugt het schrijfwerk niet. Dan is het geen roman, met welke koeienletters dat er ook opstaat. Dan is het een ego-document, zo'n zuigend moeras, in plaats van een vruchtbaar, veroverd en voortbrengend landschap.
you can’t go home again
Ik was nog wel 1 of 2x even teruggeweest in Delft, maar de laatste bijna 20 jaar toch niet meer. Dit was echt een nostalgietrip, samen met een vriendin terug naar Vroegergewoond.
Het studentenhuis stond er nog. Dat had de laatste 25 jaar geen likje verf meer gezien. De snackbar was geen snackbar meer, maar Pleun had nog wel een Heineken-uithangbord. Het afhaalChineesje waar we ooit een levende tor uit de smoor djawa visten, was er nog. Het benedenhuisje aan de gracht was nu bij het bovenhuis getrokken, en café de Paraplu heette nu De Pelikaan. De shoarmatent – toen iets nieuws en heerlijks – was er nog, en de bakker van de heerlijke puddingbroodjes ook. Slagerij van Vliet was opgestoomd in de kant-en-klare-maaltijdenmarkt, Prins van de kantoorstoelen was nog gewoon Prins, Hotel Centraal was zo dood als een pier, het Postkantoor (gelieve dat uit te spreken met het Engelse accent van John Cleese) was nu een gezellig grand café, de markt was nog de markt, compleet met vrolijke kaasboer ...
Ik kan wel doorgaan. Het was alsof ik rondliep door het landschap van mijn dromen, want hoe vaak droom ik niet – nog steeds – dat we nog een sleutel hebben van die voordeur, en gewoon weer binnentreden. Maar ik maakte een foto van delftsblauwe windmolentjes en een oude dame vroeg: u woont hier zeker niet? Nee, zei ik. Ik heb hier gewoond.
Mijn Delft was het al lang niet meer. En dat kwam niet alleen door de bouwput van het spoor, en de idiootlelijke nieuwbouw die er is gepleegd.
Het was ook zo voorbij als iets maar zijn kan. Een heel ander voorbij dan het voorbij van Leeuwarden, daar liggen voor altijd mijn roots. Maar uit Delft heb ik ze opgetrokken, die wortels. Toen al, maar nu voorgoed.

















