Het is misschien geen wonder dat ik niet kon slapen gisteravond. Te veel opwinding voor mijn tere zieltje. Eerst bij Zembla, waar de falende opvoeding door de hedendaagse ouders op allerlei diepzinnige wijzen werd geduid, terwijl er voorbij werd gegaan aan wat volgens mij dé oorzaak is: namelijk het absolute gebrek aan waardering en erkenning voor opvoeden en opvoeders. Het boven alles waarde toekennen aan betaalde arbeid, en dat ge-opvoed doe je maar in je eigen tijd.
Als ik fulltime zou werken, had ik ook niet meer de energie om de strijd aan te gaan met tegendraadse peuters of pubers, was ik al lang blij dat ik ze niet hoorde achter hun i-pad.
Ik ben nog altijd zo dankbaar dat ik alle tijd had voor mijn kind. Dat ze meeging boodschappen doen, dat ze tijdens het koken op het aanrecht zat, dat ze heerlijk buiten kon spelen en altijd binnen kon waaien voor drinken of een pleister.
Toen door naar het programma over Anne Frank.
Op 42 minuten komt Rutte aan het woord. Hij zegt het volgende: "De boodschap dat je uiteindelijk mensen nooit beoordeelt op hun afkomst maar op wat ze bijdragen aan de maatschappij, dat je mensen nooit beoordeelt op huidskleur of geloof maar op wat ze dóen, hoe ze in het leven staan, die boodschap is vandaag net zo relevant als in de jaren dertig en veertig."

Hoe meer ik erover nadenk, hoe griezeliger ik het vind. Want aan wie is dan dat oordeel? Draag ik met mijn wrakke lijf nog genoeg bij? Draagt een verstandelijk gehandicapte genoeg bij? Staat een depressieveling wel goed in het leven? Vindt Rutte iemand die bizarre kunst maakt iemand die hij positief beoordeelt op wat hij doet?
Is dit oordeel niet altijd te veroordelen, en is het niet buitengewoon griezelig dat wij een vrijgezelle, rijke, witte, rechtse meneer aan het hoofd hebben die zich dat oordeel zonder blikken of blozen aanmatigt?
Ga ik nu even een dutje doen, MinPres. Met uw welnemen.
oordeel
English verse
Dit zijn de onderste twee van dat stapeltje links. Die blauwe neem ik nog regelmatig ter hand. Alle Engelse gedichten die je in je leven tegenkomt, staan erin. Tyger tyger burning bright, To his coy mistress, Break break break, Break of day in the trenches ...
Maar in het andere boek heb ik nooit meer gekeken, besef ik nu ik het opensla. Het bevat gedichten, maar ook commentaar. Een beetje tussen bloemlezing en geschiedenisboek in. Ik heb het nooit gelezen en ik zal het ook nooit lezen.
Jullie mogen de wereld in, English Poets! Er zal vast weer een student Engels verliefd op jullie worden.
menigten
Ik weet niet meer waar en wanneer ik hem kocht, deze uitgave van Leaves of Grass van Walt Whitman uit 1900. Ik weet nog wel waarom. In The Vein of Gold introduceert Julia Cameron het begrip secret selves: verborgen ikken. Ze citeert de dichter Walt Whitman, die in zijn gedicht Song of Myself zei: "I am large, I contain multitudes." Ik wilde de secret selves gaan gebruiken in mijn workshops over personages.
Ik verdiepte me in Whitman, en kwam zoveel bekende zinsneden tegen! Wie kent niet "O Captain, my captain" uit Dead Poets Society? Of "I sing the body electric"? Of "Pioneers! O Pioneers!"
Na alle Britse dichters die ik kende, zong hij opeens zo'n ander lied!
Ik sta nu met het boek in handen en denk: ga ik het ooit helemaal lezen?
Ik blader erin en zie voor het eerst de dunne velletjes met het handschrift van Whitman.
Het is een met veel liefde en eerbied uitgebrachte editie. En het staat ook voor iets dat me aanspreekt: de expansiedrang die Amerika doordrenkt(e). Voor al het goede dat het land mijzelf heeft gebracht. Wij horen vaak alleen het slechte, maar het goede is er ook.
Terri Windling zegt dat heel mooi op haar blog Myth & Moor:
I find it both sad and painful that my country is primarily known outside its borders through facile Hollywood representations, and for the darker, nuttier, Fox-News-amplified side of American life (and foreign policy) - whereas those of us who have lived there know that the other side of America is equally strong: the land of civil rights, gay rights, passionate feminism, proud union men and women on the picket lines, and a bred-in-the-bone tradition of volunteerism; a land of organic farms and alternative communities and tireless activists on behalf of the North American wild; a land of kind, open-hearted, and generous people from a dizzying number of ethnic backgrounds and cultural traditions.
geleerd
Ook dit boek dateert uit de anderhalf jaar dat ik Engels studeerde. Reist ook al bijna veertig jaar met me mee dus. Ik vond het altijd wel geleerd staan, zo'n boek van de OUP (en dan weten wat die afko betekent).
Val ik me daar even gigantisch door de mand! Want alles wat er in dit boek staat, kun je tegenwoordig natuurlijk gewoon wikipediaën. Bovendien is het een uitgave uit 1970, hállo.
De enige joy die het nog sparkt (hoe zal ik dat eens vertalen, zo'n knetterend vreugdevonkje) is de herinnering – alweer – aan een wereld die openging. Een andere wereld dan die van de poëzie. De wereld van de Hogere Wetenschap en dat je daar voortaan deel van uitmaakte.
Het maakt immers niet uit wat je studeert. Wat je meeneemt van een universitaire studie is de denkhouding, en de zelfverzekerdheid die daar op meelift. Dat je dan nog een boek in de kast nodig hebt om je te bewijzen is wel een tikje sneu.
U mag naar de mamamini, Concise Oxford Dictionary of English Lit!
Only Connect
Deze twee boekjes zijn nog van mijn eerste jaar in Groningen (1976). Engels studeren omdat je zo van Tennyson houdt – het is misschien niet de meest ideale motivatie. De lessen uitspraak en Engelse geschiedenis, stomvervelend vond ik ze. Maar poëzie! Zoveel prachtigs aangereikt krijgen en een wereld voelen opengaan!
Ik zie me nog zitten, in zo'n ouderwetse collegezaal met houten banken, buiten vlamden de herfstbomen en binnen ontsloten zich schatkamers.
Zoveel boeken mogen dáárom blijven, als herinnering aan vreugde.
Joy to the World!
Al een tijdlang ben ik in de ban van Marie Kondo, de Japanse opruimgoeroe. Haar boek is een aanrader, je wilt meteen aan de slag. Toen ik nog ziek op bed lag, pakte ik kleine laadjes aan, en mestte ik mijn sieradendoosje uit, waar op raadselachtige wijze ook veiligheidsspelden en gordijnrailwieltjes waren komen wonen.
Uit de klerenkast gingen volle vuilniszakken richting mamamini, en mappen vol oude administratie ben ik heerlijk in het zonnetje aan 't leegscheuren. Ik doe het niet helemaal volgens het boekje: hele kasten leeghalen en alles op de vloer dumpen, en dan een voor een de dingen door je handen laten gaan om te checken of ze "joy sparken" is me nog wat te vermoeiend. Met de boeken moet je dat ook doen van haar. Hop, alle planken leeg en ze een voor een in handen nemen. Niet lezen, alleen voelen.
Nu ben ik, na al die verhuizingen, best een rigoureuze boekenopruimer. Wat ik uitheb en wat niet bijster veel indruk maakte gaat meteen de kringloop in. Maar er blijft toch een grote vaste kern die al jaren met me meereist. Ik stel me Marie Kondo voor in zo'n piepklein, totaal zen Japans appartementje met van die rijstpapieren deuren. Helemaal mindfull, vrij van bagage.
Maar ik heb mijn bagage nodig. Ik wil om me heen hebben wat me vormde, voedde, verrijkte. De verhalen in de dingen, de herinneringen. Mijn boekenkast is een weerspiegeling van wie ik was, werd, en worden zal (ik zou de inhoudsopgave van mijn e-reader er wel ingelijst naast willen hangen).
Dus ik sta zo'n beetje voor de kast te wiebelen, pak er hier en daar nog eentje uit die bij nader inzien toch wel weg kan, maar dat is het.
En nu dacht ik vanmorgen opeens: wat als ik het één voor één doe? Echt per boek bedenken: waarom woon jij hier? Wat beteken je voor me? Wat is precies de "joy" waarom jij blijven mag?
Ziehier de bovenste linker plank van de boekenkast. Ziehier het boekje linksboven.
Een gedichtenbundeltje van Shelley uit 1910 (tenminste, toen kwam het in bezit van mevrouw L.B. de Bruyn Ouboter).
Ik weet niet meer wanneer ik het kocht. Ik weet wel dat het twee joy-sparkers bevat, twee van mijn boekenliefdes. Eén: Engelse gedichten. Ik heb wel eens geschreven over Tennyson en Swaentje. Die liefde is nooit weer overgegaan. Twee: oude, mooi ontworpen boeken. Dit is zo'n fraai uitgaafje met zijn Jugendstilrankjes!
Hij mag blijven.
aansteller
Ik vind officieel ziek zijn nog best moeilijk. Kwakkelaar zijn is anders. Dan trek je je uit het openbare leven terug als de kwakkels zich aandienen, en ben je weer fit, dan toon je je frisse snoet aan de buitenwereld. Kwakkelen doe je met de gordijnen dicht, dan heeft niemand er last van.
En de zinnen met 'je' verraden al dat hier een Censor aan het woord is. De verinnerlijkte kritieken van mensen die geen geduld hebben met kwakkelaars. Zij zijn tenslotte ook nooit ziek.
Soms denk ik dat ik mijn diagnose daarom met zo'n zenne kalmte in ontvangst nam: beestje heeft naam, beestje mag bestaan, ik ben geen aansteller!
De ene dag kan ik meer dan de andere. Het drukke prednisonhoofd wil de hele dag van alles. Stuurt mij naar het winkelcentrum om een ovenschaaltje voor dat nieuwe gerecht, en ik slof over de gladde tegels alsof ik honderdzeven ben. Halverwege moet ik even neerzijgen op zo'n bankje waar oudjes het gewemel aanschouwen. Ik heb het gevoel dat ik er ook heel zielig bij moet kijken omdat 'ze' anders wel zullen denken.
Op een andere dag loop ik als een kieviet door de Hanos, om een nieuw potje vijgenjam voor bij de geitenkaas, en verheug me: het gaat beter! Enthousiast vertel ik dat ook, aan het ziekenbezoek dat gezellig langswipt.
De volgende dag is het lijf bij het ontwaken meteen al honderdzeven. Het ziekenbezoek zou me nu eens moeten zien. Ze zouden denken dat ik me aanstel. Ze zouden zeggen: wees eens wat flinker, jij.
Wat een warboel.
Waarom is zo'n Censor eigenlijk nooit ziek?
afbeelding
ouwevrouwenbotjes
Ik heb getwijfeld of ik wel over ziek zijn moet schrijven op mijn blog. Het is tenslotte ook mijn werkstek en mensen moeten niet denken dat ik te zwak ziek en misselijk ben om te werken. Laat mij u verzekeren: zolang mijn hersen, ogen en vingers het doen, kan ik werken, ook lekker lui in de kussens.
Het heet spierreuma of PMR, en het gaat wel even duren.
Maar waarom daar dan over bloggen?
Omdat ik in korte tijd in deze medische mallemolen verbijsterende dingen ben tegengekomen.
De ziekte wordt behandeld met prednison (dat is, naast bepaalde markers in het bloed, ook een diagnosemiddel: als de prednison direct aanslaat, is dat een teken dat het deze ziekte betreft, en niet bijvoorbeeld fibromyalgie). Dat is een levensgevaarlijk paardemiddel, je ouwevrouwenbotjes verkruimelen er terstond van, dus krijg je er een batterij pillen tegen osteoporose bij.
Kalktabletten met vitamine D. Klinkt onschuldig. Tot je de bijsluiter leest, en ziet dat er aspartaam aan toegevoegd is. Waarom??? Je gaat een geneesmiddel toch niet volproppen met giftige stoffen?
Veel erger is het andere middel: alendroninezuur. Je moet het rechtopstaand innemen en dan een half uur blijven staan, anders krijg je gaatjes in je slokdarm. Als je gaat googelen (en in deze zie ik mij niet als neuroot maar als Mondige Patient) vind je dat in Amerika diverse lawsuits lopen tegen dit medicijn (merknaam fosamax), omdat mensen er spontane dijbeenbotbreuken van krijgen.
Zelf had ik vrij veel last van mijn kaken, maakte me een beetje ongerust, en belde naar de internist. Die belde al heel snel zeer verontrust terug. Want van die pillen kon je ook kaakkopnecrose krijgen. Dat je hele kaak afsterft. Joepie! Gelukkig kon ik haar opbiechten dat ik had besloten het middel niet te slikken. En die zere kaken hoorden er gewoon bij.
Had ik nu die enge pillen wél genomen, dat had ik er ook een maagbeschermer bij moeten slikken. Wat las ik in de bijsluiter van de omeprazol? Kan botontkalking veroorzaken!
Wat?
Pillen tegen botontkalking slikken en dan de bijwerkingen bestrijden met pillen die botontkalking veroorzaken?
Ik lachte altijd een beetje schamper om mensen die tekeergaan tegen Big Pharma. Maar nu begin ik toch te beseffen dat je de regie in eigen hand moet houden, en niet klakkeloos alles moet slikken.
Voor mijn ouwevrouwenbotjes ga ik voorlopig maar gewoon lekker in de zon zitten.
onderwereld
Ze deden me gewoon lichamelijk pijn, die beelden van de moedwillige destructie van de duizenden jaren oude kunstwerken in Mosul, het oude Ninive.
Ik weet wel dat het vreselijker is als er mensen omgebracht (en erger) worden.
Maar zulke oude kunst, die zoveel eeuwen van oorlogen en rampen heeft doorstaan, schenkt een gevoel van geloof in beschaving. Dat de mensheid altijd met schoonheid heeft willen bijdragen aan de schepping. Dat dat uiteindelijk de essentie van mens-zijn is: de wereld door het scheppende werk van je handen mooier achterlaten dan je hem aantrof.
Vier jaar geleden zat ik met tranen in mijn ogen te kijken naar de vernielingen in het Egyptisch Museum in Cairo.
De vernielingen die nu plaatsvinden in het oude Tweestromenland – echt de bakermat van onze beschaving – raken me extra omdat ik me zo in die cultuur heb verdiept voor Inanna's Afdaling in de Onderwereld (een van de verhalen waar Heldinne's Reis op is gebaseerd). Het dateert in oorsprong uit 4000 bC. Er is een albasten kop bewaard gebleven uit 3100 bC die bekendstaat als het Masker van Inanna. De afbeelding alleen al geeft mij een gevoel van rechtstreekse betrokkenheid bij die oeroude beschavingen en verhalen.
Beeldenstormers willen geen betrokkenheid. Zij willen onderwerping en apocalyps.
En dan toch het geloof bewaren. Houd de verhalen levend. Blijf schrijven!
the night
onder alles door
altijd het vermoeden
dat het wel verdiend
of eigen schuld moet zijn
dat je zo godsgruwelijk
bent liefgehad dus
vergeet nu maar die
plannen voor een fijner leven
en doe je plicht zoals
wij allemaal,
we hebben het toch goed?










