schrijftips 5

REIKWIJDTE

Je moet veel meer over je personages weten dan je ooit zult gebruiken in je verhaal. De reikwijdte van je personages moet zich uitstrekken van ver voor tot ver na het verhaal, en zelfs náást het verhaal. Waarschijnlijk beschrijf je nooit hoe hij de krant leest, een appel eet, naar de wc gaat, maar het is een valkuil om te denken dat je dat niet hoeft te weten.

Je moet je personages kennen als huisgenoten. Je weet waar ze geboren zijn, hoe ze hun jeugd doorbrachten, wat ze deden vijf minuten voor aanvang van het verhaal, wat ze doen als ze niet in beeld zijn. In veel moderne romans wordt niet vermeld wat de hoofdpersoon voor de kost doet, klaagde Harry Mulisch eens. Misschien doet zijn beroep er niets toe voor de plot van het verhaal, maar de wijze waarop je personage zijn dagen doorbrengt, en de hoogte van zijn salaris, beïnvloeden natuurlijk hoe hij reageert op de gebeurtenissen.

Vergeet niet dat de belangrijkste reden om een boek uit te lezen is, dat het je echt iets kan schelen hoe het met deze persoon afloopt. Om personages te creëren die dat bewerkstelligen, moet je alles doen om ze te leren kennen. Veel werk? Natuurlijk. Maar het leukste werk dat er is.
Onthoud: geen enkele zin die opschrijft als je werkt aan een verhaal (kort verhaal, roman of alles daar tussenin) is verspild. Denk aan de ijsbergtheorie: veel van wat 'onder water' zit, is ooit door jou opgeschreven, of tenminste bedacht. Het resoneert mee in het verhaal zoals dat uiteindelijk, definitief, op papier staat. "Er is een verschil tussen een boek dat vanaf het begin maar tweehonderd pagina's telde, en een boek van tweehonderd pagina's dat ooit achthonderd pagina's was. Die andere zeshonderd zitten er in. Je ziet ze alleen niet meer." (Elie Wiesel)
Daarom geloof ik ook niet in schrijfboeken die propageren dat je zo goed moet plotten dat je in één keer, zonder herschrijven, een volmaakt verhaal opschrijft. Nog wat spel- en stijlfouten weghalen en klaar. Onzin. Dat gaat alleen op als je schrijft over wat je al weet. Schrijven is een ontdekkingsreis, geen verzorgde trip naar een toeristisch oord.

Er zijn ontzaglijk veel mogelijkheden om personages te leren kennen, of om ideeën op te doen voor interessante karakters. Als beginnende schrijver heb je de neiging om alle mensen op jezelf te laten lijken. Ze reageren allemaal volgens je eigen normen en patronen, het worden stuk voor stuk secundair reagerende, observerende filosofeerders van gelijke leeftijd, die niet veel vuurwerk in het verhaal brengen. De komende tijd zal ik verscheidene manieren aanreiken om personages te ontwikkelen.

Om Aristoteles nog even uit de kast te halen: "terwijl hun karakters maken dat mensen zus of zo zijn, is het in hun handelingen dat zij gelukkig zijn of het tegendeel daarvan." Knoop dat in je oren. Weet voor jezelf wat voor karaktertrekken je personages bezitten, maar noem ze niet: maak ze zichtbaar door de handelingen die de personages verrichten.

In het synoniemenwoordenboek op zoek naar een andere term voor personage, stuitte ik op de zeven kolommen bij het lemma "persoon."
Maak een heleboel kleine briefjes, en zet op elk briefje het woord voor een persoonlijkheid met bepaalde kenmerken. Stop al die briefjes dubbelgevouwen in een klein doosje. Als je verlegen zit om een karakteristiek personage, haal je er gewoon een uit je doosje.

personages2

Geplaatst in schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

schrijftips 4

AANGENAAM - over het introduceren van personages
Heldenreis Handout 4

Als je iemand voor het eerst ontmoet, trek je direct een aantal conclusies. Is hij aardig/onaardig, (on)interessant, arm/rijk, dom/intelligent, en ga zo maar door. Als je een personage introduceert, moet je dit in gedachten houden. Zie het voor je als een toneelstuk: je wilt dat de toeschouwers deze persoon ogenblikkelijk juist inschatten. De eerste kennismaking moet dus heel wat duidelijk maken:

• uiterlijk en leeftijd van het personage
• de - voor dit verhaal - voornaamste karaktertrek
• zijn bezigheden (hobby of beroep)
• het milieu waar hij uit komt / bij hoort
• de tijd waarin hij leeft

Dit kan op verschillende manieren, afhankelijk van het soort boek, het soort personage, of de tijd waarin het speelt. Vergelijk Toni (Het Jaar Van De Kreeft, 1972) met Eline (Eline Vere, 1889).

"Het meisje had kortgeknipt, slordig zittend zwart haar, een breed gezicht met koortsvlekken en groefjes om de ogen, plooien van een dubbele kin. Zij droeg een truitje met kanariegele en zuurstokrode strepen, een zwartgelakte minirok, laarzen met een sheriff-ster op de enkels."

"Eline kwam, een weinig bleek, binnen in een wit flanellen peignoir, met los hangend haar. [...] Eline rekte zich, kwijnend."

Beide vrouwen worden gekarakteriseerd door een omschrijving van hun uiterlijk.

Je kunt personages ook karakteriseren door de manier waarop ze spreken. Onno (De Ontdekking Van De Hemel, 1992):

"Hoort mijn oor de onwelluidende stem van mijn oudste broer? De bigotste der calvinisten? Wat is vreselijker dan een oudste broer te zijn? Dat zal ik nu langs de wal mijner tanden laten ontsnappen [...]"

Of je voert ze meteen handelend op, zodat je de lezer een filmbeeld voor ogen tovert. Bouw (Het Geheim, 1997)

"was moe. [...] Hij opende de terrasdeuren, wrong zijn voeten uit de schoenen zonder de veters los te maken en haalde een fles mineraalwater uit de ijskast. Een bodempje whisky. IJsblokjes. De krant."

Toon ze, indien mogelijk, aan het werk, of bezig iets te doen dat hen karakteriseert. Fardau (Brandsporen, 2004):

"Een voor een doemden de foto's op uit hun ontwikkelaarbad, wonderen van eeuwenoude stilte. De sneeuwrandjes schitterden in de weerkaatste zon van een vroege ochtend. Een heel rolletje had ik volgeschoten, die winterochtend, rondlopend over het kerkhof met statief, draadontspanner en reflectiescherm, zoekend, genietend van de nieuwe belichtingsmogelijkheden. [...] De sneeuw was inmiddels weggedooid, en deze regenachtige zondag was een uitgelezen dag om de hele film af te drukken. Ik zwom in de donkerrode schoot van de doka rond als een embryo, ongeboren en veilig."

Als je het ene personage het andere laat observeren, sla je twee vliegen in een klap. Kit over Ara (De Vriendschap, 1995)

"[...] toen ik naar buiten rende, zag ik haar. Ze droeg een zwarte wollen winterjas, die tot op haar enkels reikte. Het liep tegen de twintig graden. Ze stond er op een manier, zoals ik nog nooit iemand had zien staan, met een soevereine nonchalance: uitdagend, trots en onverschillig."

Iemand die zulke trekken bewondert, moet zelf wel de tegenovergestelde bezitten.

Maak dus nooit de fout te denken dat een lange beschrijving van je personage de lezer bijblijft. Laat hem zien, en leg de nadruk op karakteristieken die belangrijk zijn voor het verhaal.

Geplaatst in schrijven | Getagged | 2 Reacties

schrijftips 3

FICTIONELE DROOM
Heldenreis Handout 3

Het allerbelangrijkste waar je als schrijver op moet letten is het instandhouden van de fictionele droom. Deze term is van een beroemde Amerikaanse schrijfdocent: John Gardner. Fictie noemen we alle verhalen die verzonnen zijn, dus korte verhalen en romans.
De lezer van je verhaal moet helemaal in het verhaal zitten, en mag zich er nauwelijks bewust van zijn dat hij woorden leest.
Voor een fantasie-verhaal geldt dat de droom zo echt moet zijn, dat de lezer ervan overtuigd raakt dat het verhaal zich werkelijk zo heeft afgespeeld. Natuurlijk weet hij wel dat dat niet zo is, maar dat is eigenlijk het contract dat een schrijver met een lezer sluit: ik vertel jou een verhaal, en jij gelooft terwijl je het leest dat het écht waar is.
Dit geldt zelfs als het verhaal dingen bevat die in 't echt niet kunnen. Hierbij hoef je niet eens per se aan sprekende dieren of bewoonde planeten te denken. Als een verhaal in de ik-vorm is geschreven, is het wel heel bijzonder dat die ik-figuur zich alle gesprekken woordelijk herinnert. Toch neem je dat als lezer voor waar aan.
De fictionele droom moet zo goed worden voorgespiegeld, dat de lezer alles voor zich ziet alsof hij er zelf bij is, hij moet voelen wat de personages voelen en meeleven met hun dilemma's. De fictionele droom is dus niet passief, maar actief: we maken ons werkelijk zorgen, we zijn werkelijk bang, we proberen mee te puzzelen om het raadsel op te lossen, we vergeten de tijd, missen de bus, laten de aardappels aanbranden ...

Hoe zorg je ervoor dat de droom zo echt mogelijk wordt, en dat de lezer niet wakker schrikt?

Om te beginnen moet je je lezer zo snel mogelijk ankeren in het verhaal, zodat hij niet uit het verhaal raakt doordat hij dingen niet snapt. Wie was dit nu ook al weer? Waar zijn we nu? Wanneer speelt dit verhaal eigenlijk? Maak zulke dingen meteen duidelijk.
Maak ook duidelijk wie de hoofdpersoon is, met wie de lezer het avontuur meebeleeft.

Als je steeds heen en weer springt tussen verschillende personages, kan de lezer zich ook minder goed inleven, want hij krijgt dan het gevoel dat er een poppenspeler tussen hem en het verhaal instaat.

Heel belangrijk is het gebruik van specifieke details. Schrijf niet 'bloemen', schrijf 'tulpen.' Gebruik specifieke werkwoorden: schrijf niet 'lopen' maar 'slenteren' of 'rennen.' Probeer op alle zintuigen te werken, beschrijf niet alleen wat je ziet, maar ook wat je ruikt, hoort, proeft, aanraakt. Maak de droom zo levendig mogelijk.
Heel belangrijk is ook, dat je zoveel mogelijk werkt met handeling en dialoog om je personages tot leven te wekken. Je kent vast het bekende gezegde show don't tell, wat je zou kunnen vertalen met 'Geen Woorden Maar Daden!' Hang dat maar ingelijst boven je bureau.

Laat de lezer zien wat er gebeurt, en zijn eigen conclusie trekken.
Schrijf niet 'ze was zenuwachtig', schrijf 'met trillende vingers probeerde ze het pakje open te maken.'
Zodra je schrijft 'hij was boos' stap je als schrijver zelf op het podium. Je onderbreekt als het ware het toneelstuk en vertelt aan het publiek wat de acteurs bedoelen. Hetzelfde geldt als je kwalificerende woorden gebruikt. Schrijf niet 'zij was mooi' maar vertel alleen hoe zij eruit ziet.

Als je tijdens het schrijven diep in de bron van je inspiratie zakt, zul je merken dat je de gebeurtenissen waarover je wilt schrijven, voor je ziet als een droom. Stap in die droom, en vertel de lezer precies wat je ziet. Precisie is het toverwoord. Hang deze spreuk ook maar boven je schrijfplek: Der liebe Gott steckt im Detail. (God zit in de details – Mies van der Rohe)

Geplaatst in schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

schrijftips 2

STIJL
Heldenreis Handout 2

Het onderwerp stijl raakt aan zoveel aspecten van het schrijven en is tegelijk nauwelijks te definiëren. "Wijze van zich in geschrifte uit te drukken," zegt Van Dale. Ja, duh! De vierde omschrijving (van kunstwerken) komt wat dichter in de buurt: "harmonische eenheid in vormgeving, kleuren en tonen." Dat zegt weliswaar niets over de volstrekt eigen stijl die elke schrijver bezit, maar wel over nastrevenswaardige zaken om tot een fraaier resultaat te komen.

Deze laatste paar zinnen geven meteen al een voorbeeld van wat in de literatuurwetenschap stijlbreuk heet. De toon van "Ja, duh!" is in vergelijking tot "nastrevenswaardig" wel erg populair. Tegelijk is dat, denk ik, een voorbeeld van mijn unieke stijl. Een kwestie van smaak, waarover te twisten valt. In De Kunst Van Het Schrijven zegt John Gardner: "... over het algemeen is het zoeken naar absolute esthetische normen voor een schrijver verspilling van energie."

Bij de tandarts las ik in een oude Elsevier zo'n lelijke zin dat ik hem ter plekke heb overgeschreven – niet het nummer vermeld, wel de schrijfster (Marijke Hilhorst). De zin luidde: "Er was een torenhoge stapel lege kistjes van meer dan een meter achtergebleven." Wauw, wat een berg valkuilen in één regel! Sigarenkistjes van meer dan een meter? Een torenhoge stapel? En dan maar meterhoog? Dat kan korter, maar misschien haalde de columniste dan haar aantal woorden niet. "Er was een toren van lege kistjes achtergebleven." Spaar lelijke zinnen en leer ervan.
Spaar vooral mooie zinnen. Lees goede boeken twee keer: een keer om te weten hoe het afloopt, de tweede keer om te zien wat de schrijver heeft gedaan.

Er zijn een paar uiteenlopende algemene regels te geven. Of is dat ook alleen maar mijn mening? Ik vind dat je moet proberen om, nee ik vind dat je moet, nee je moet alle woorden achterwege laten die je eigen zinnen ontkrachten. Kwalificaties als "heel" "erg" "zeer" maken de indruk dat je zelf niet gelooft wat je zegt. Alsof je het moet bewijzen. "Ik voel me eigenlijk echt heel erg akelig." Smeek, smeek, geloof me nou! Eigenlijk kan meestal weg, maar en want kunnen meestal weg.

Een andere bewering van Gardner onderschrijf ik ook: "De literaire mode hoeft nooit erg serieus te worden genomen."
In Nederland wordt vaak afgegeven op het Amerikaanse schrijfonderwijs. Dat zou leiden tot allemaal identieke boeken. Tot op zekere hoogte is dat waar, maar (en?) dat heeft mijns inziens meer te maken met het feit dat de schrijvers allemaal uit hetzelfde bevoorrechte milieu komen dan met de gedoceerde stijl. En hierbij wordt vergeten dat er ook in Nederland een bepaalde stijl gedoceerd wordt, die als norm dient bij het beoordelen van literatuur. Het lekkerste woord in het Nederlandse schrijfonderwijs is "schrappen", onmiddellijk gevolgd door "sober" en "onderkoeld". Bloemrijk en wijdlopig, romantisch en aangrijpend, zijn evenzovele scheldwoorden. Een kwestie van smaak, alweer. Zolang je je dat maar bewust bent.

Mijn belangrijkste advies: doe nooit je best om Literatuur te schrijven. Doe je best om op jouw eigen manier zo goed, zo mooi, zo effectief mogelijk te schrijven. Blijf authentiek, geloof wat je schrijft.

Geplaatst in schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

onzeker weten

creatief met kunstOh jongens, jullie weten alles zo zeker. Jullie richten Facebookpagina's op, maken logeerkamers in orde, staan met open armen klaar om ze te ontvangen.
En ik hink op oneindig veel gedachten.
Uit het expatleven weet ik hoe het is, logees hebben. Je zet je leven op pauze en gaat sights seeën met het bezoek. Je bedenkt leuke etens, doet twee keer zo vaak boodschappen, drinkt twee keer zoveel wijn, en aan het eind van de rit zijn er de dekbedhoezen.
Twee weken gaat, na een maand is er nauwelijks meer iets van je over.
"Je" = "ik." Hét verschil tussen schoonmama en mijn ouders was dat de eerste genoot van mensen en reuring in huis – ze werd er niet anders van, alleen vrolijker – terwijl bij mij thuis algauw de spanningen opspeelden van mensen die hun eigen gangetje versperd zagen.
Ik ga zelf paps en mams achterna, vrees ik. Van kindsbeen af heb ik al veel tijd voor mezelf nodig.
Wat natuurlijk een super-egoïstisch excuus vormt in het licht van vluchtelingenmarsen en dode jongetjes aan de vloedlijn.
En ik weet ook niet meer wat het beste is.
Soms denk ik dat nietsdoen het beste is, op het storten van geld naar bevoegde instanties na. Dat we in een tijd van grootschalige omwentelingen zitten waar geen individu tegenop gewassen is. Dat we ons er maar bij moeten neerleggen dat onze rijkdommen en verworvenheden eerlijker verdeeld moeten worden over de wereld, en dat dat beter goedschiks kan dan kwaadschiks.
En dan zie ik de verwoestingen in Palmyra en denk: de beschaving! De cultuur! Alles wat het bestaan bestaanbaar en zinvol maakt, moeten we dat niet te vuur en te zwaard verdedigen?
Wat als de Sint Pieter en de Keulse Dom en de Uffizi … waartoe zijn wij dan nog op aarde?
Het voelt soms zo apocalyptisch dat ik me meer en meer terugtrek om mooie plaatjes te fabrieken op mijn knutselkamertje. Of ik maak me druk om kleine uitwasjes in Nederland. Ik probeer kritisch te blijven en me door niets te laten meeslepen, maar komt het kwaad er juist niet mee weg als goede mensen zwijgend toekijken?
Of zijn juist de zekerweters de bron van alle kwaad?

Geplaatst in autobio, tijdgeest | 2 Reacties

schrijftips 1

TIPS VOOR HET SCHRIJVEN VAN COLUMNS

• Begin met een goede, spannende openingszin.
• Je eerste zin is het visitekaartje van je column. Die zin moet je meteen in het onderwerp plaatsen en hij moet je lezer zin geven om verder te lezen.
• Focus je op één onderwerp; wijk daar niet vanaf. Spring niet van de hak op de tak. Dat maakt je column slordig.
• Probeer je lezers te overtuigen van je mening. Wat jij zegt is waar.
• Schrijf met zelfvertrouwen. Breng je mening naar voren als iets waar je 100% in gelooft. Wees origineel, onconventioneel en oorspronkelijk. Overdrijf. Durf te prikkelen!
• Overtuig je lezers ervan dat jouw visie de juiste is. Bedenk wat mensen tegen jouw mening in zullen brengen. Geef aan waarom die weerleggingen fout zijn.
• Ondersteun je mening eventueel met feiten. Haal die feiten uit betrouwbare bronnen.
• Schrijf voor je publiek. Een column voor Margriet is totaal anders dan een voor Vrij Nederland.
• Vergeet de conclusie niet. Die is net zo belangrijk als je eerste zin. hij moet je column goed afsluiten en verrassend zijn. Een beetje humor en zelfspot maakt je column nog leuker.
• Bedenk (als je klaar bent) een pakkende titel die de clou niet weggeeft.

• Controleer je column op spelfouten en grammaticale fouten.
• Overschrijd het maximaal aantal woorden niet, je loopt anders kans dat je lezers halverwege afhaken. Plus: woorden tellen = ieder woord telt.
• Wees vernieuwend. Vermijd clichés. Gebruik beeldende taal, woorden die duidelijk en concreet een situatie aangeven en niet algemeen en abstract zijn. (bv leuk / akelig: specificeren)
• Wees nooit en te nimmer SAAI.

• Als je de eerste versie afhebt, begint het echte werk.
• Vraag je af: Wat wil ik precies zeggen met deze column? In de meeste stukjes die je schrijft, is er altijd 1 kernzin of 1 kernalinea die aangeeft waar het hele stukje over gaat.
• Stem alles af op dat ene thema.
• Schep eenheid. Behalve door het thema kan dat ook door de plaats waar alles zich afspeelt, of waar de columnist zich bevindt als hij deze dingen overdenkt. In bed, aan de keukentafel, in het café ...
• Durf persoonlijk te zijn. Koppel je column zoveel mogelijk aan het persoonlijke leven (mag natuurlijk best fictie zijn, of een béétje verzonnen).
• Vind je stem door jezelf als een personage te zien, je innerlijke zuurpruim, mopperkont, feminist, wijze vrouw, bezorgde moeder, natuurliefhebber, dierenactivist etc.
• Zet jezelf neer als een overdreven versie van jezelf.
• Zorg ervoor dat je je lezer iets laat voelen
• Een columnist verwoordt vaak wat veel mensen denken. Dat is een pré maar ook een valkuil. Om het dan nog steeds boeiend te laten zijn, moet je overdrijven én persoonlijk durven zijn.
• Zie een column als een miniatuurtje, m.a.w. als een mooie ronde schildering van een bepaalde misstand.
• Maak een verhaal rond door begin en einde aan elkaar te koppelen.

Geplaatst in schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

regen

dis 1 2015-09-04 09.43dis 2 2015-09-04 09.46

 

 

 

 

 

De Wandelaar heb ik natuurlijk gelezen, ik vond het prachtig. Adriaan van Dis is zo'n schrijver die je ziet rijpen, ik vond Ik Kom Terug zijn nieuwste zijn beste. Dit boek staat in de kast nu al drie jaar de plaats van De Wandelaar in te nemen, geloof ik, want ik sla het open en zie dat ik het beslist nooit gelezen heb, met al die gekleurde bladzijden erin. Ook weer van paps geërfd, vermoedelijk. Ik heb – for the record – vanmorgen de kachel aangezet, de regen striemt tegen de ruiten, daar is dit precies het goede boek voor. Joy!

Geplaatst in autobiobibliografie | Getagged | Een reactie plaatsen

de heerlijkheid van het lezen

heerlijkheidDit is mijn nieuwste boek. Deze maand begint de leesclub weer, en we hadden voor de vakantie afgesproken dat iedereen 3 titels zou aandragen voor het nieuwe seizoen, met een kleine aanbeveling erbij. Zelf heb ik het volgende lijstje ingediend:
Tim Parks – Waarom ik lees – where I'm reading from
Een boek met essays over de verschillende facetten van lezen, veel onderwerpen voor discussie.
Hier staat een mooie bespreking.
Michel Faber - Het boek van wonderlijke nieuwe dingen – the book of strange new things
Ik hoor van verschillende kanten dat dit een prachtig boek is. In Vrij Nederland stond een mooi interview met de schrijver hierover.
Marcel Proust – De kant van Swann – Du coté de chez Swann – deel 1 van De Verloren Tijd
Met een clubje boekbloggers hadden we ons voorgenomen om nu eindelijk Proust te gaan lezen. Helaas zijn er een paar afgehaakt. Dit is zo'n boek waar je op eigen houtje zo moeilijk aan begint, ik zou het leuk vinden om het met de leesclub te proberen.

Het boek van Kumpfmüller stond op het lijstje van een andere deelnemer, en toen ik deze bespreking las dacht ik meteen: dat wil ik sowieso lezen. Een roman over de laatste dagen van Kafka, "een tragische, mooie liefdesroman over de laatste liefde van Kafka." Bovendien wil ik proberen om me iets minder te beperken tot Engels- en Nederlandstalige boeken.
Nu maar hopen dat het goed vertaald is. Want de vertaling van Hesse valt me niet mee.

Geplaatst in autobiobibliografie, lezen | Getagged | 2 Reacties

lezen

hesse 1 2015-09-01 10.47hesse 2015-09-01 10.47Over Literatuur van Herman Hesse komt weer uit het boekenbezit van paps. Op het etiket staat zijn naam, en de datum: 17 december 2007. Mijn moeder was op 6 december overleden. Daarna werden de stapels boeken op de eettafel waar hij altijd zat te lezen zo hoog dat hij er nauwelijks meer overheen kon kijken. Als ik bij hem at, kon ik net een hoekje voor twee borden vrijmaken, of soms aten we ook gewoon met het bord op schoot.
Ik kan nergens aan zien of hij dit boek gelezen heeft (bij sommige vond ik halverwege nog wel eens een kassabon of een bidprentje). Ik ga dat in elk geval wel doen. Nu beginnen!

de uitgebreide recensie staat hier

Geplaatst in autobiobibliografie, lezen, literatuur | Getagged | Een reactie plaatsen

Heldinnen

Goddesses: Mysteries of the Feminine DivineGoddesses: Mysteries of the Feminine Divine by Joseph Campbell
My rating: 4 of 5 stars

Voor alle duidelijkheid: Joseph Campbell is mijn held, mijn goeroe. Op zijn werk is mijn Heldenreis gebaseerd. Maar het is ook niet voor niets dat ik daarna Heldinne's Reis heb ontwikkeld. Zijn werk blijft geschreven vanuit een mannelijke vooringenomenheid. Vrouwen hoeven niet op reis, zij zijn het doel waarnaar de man op reis is, op die manier.
Dus ik was blij verrast toen ik op de site van de Joseph Campbell Foundation een boek over The Goddess tegenkwam. Zou hij tenslotte tot inkeer gekomen zijn?
Spoiler alert: NO.

Het is op zich een prachtig en interessant boek. Het is in feite een uitwerking van colleges die Campbell heeft gegeven, en je hoort hem praten. Het leest geweldig. Je komt veel aan de weet over de plaats van het vrouwelijke goddelijke in diverse culturen, over de parallellen en verschillen, en over hoe de overgang naar patriarchale godsdiensten heeft plaatsgevonden. Je leert wat mythen en godsdienst werkelijk zijn: een venster op het transcendente. De oorzaak van alle kwaad door religies is dat ze het symbool als absolute waarheid bestempelen. De lenigheid van Campbells geest is enorm.

Maar lezendeweg versleet ik toch een heel ikeapotloodje aan onderstrepingen en uitroepen in de marge. In het voorwoord zegt de bezorger: I hope this volume holds the counterpoint to the idea that Campbell was focused solely on the hero and was not sensitive to or did not find of interest goddesses, their mythologies, or the questions and concerns of women who seek to understand themselves in relation to these stories.

Het boek begint met de bewering dat er geen modellen in de mythologie zijn voor Heldinne's Reis.
Die zijn er wel. Denk aan de verhalen van Inanna en van Demeter (beide in de cursus behandeld), maar denk ook aan alle sprookjes die Pinkola Estes gebruikt in Women Who Run With the Wolves.

Het hele boek door blijft de Godin een abstractie. Zij staat voor de schepping, voor het universum, voor het leven en de dood, fixed goal for all eternity, voor de transformatie. Zijzelf is onveranderlijk. Zij is de as waarom het wiel draait. Zij is de muze. Zij blijft de prinses, opgesloten in het kasteel.
She is woman as the transformer, while the male is that which is transformed.

Over de relatie van de vrouw tot de held zegt hij: The hero is someone who has given his life for the cause of others. And this giving of life is here (in de tombes in Ur, waarbij de vrouw samen met de koning werd begraven) represented in the female role as the wife who goes into the underworld for her husband because she is one with him, and brings him back to eternal life.

Hoe Campbell ook zijn best doet buiten zijn eigen box te denken, hij speelt het niet klaar. The important thing about the Goddess is not whether women sat on thrones and ruled in a matriarchal social structure; it is whether the quality of Woman, the being of Woman, the sense of Woman was understood, known and respected.
Nee, meneer Campbell. We zitten niet te wachten op die hoofdletter die ons reduceert tot een type, tot een gevaarloze visie op de vrouw voor de man om te aanbidden. Wij weten zelf wie we zijn! Het gaat niet om het vrouwelijk principe, het gaat om vrouwen! We worden er niet vrijer of blijer van als u ons the source and the end noemt!
Het is pas op de allerlaatste bladzij dat Campbell zelf het volgende zegt:
Each woman has the opportunity, for the first time (de colleges werden gegeven tussen 1972-1986), to find her own path, to take her own role – not simply as Woman, but as this woman, this personality. En even verderop: … all I can tell you about mythology is what men have said and have experienced, and now women have to tell us from their point of view what the possibilities of the feminine future are.
Daarom, vrouwen. Schrijven met donder!

View all my reviews

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , , | 4 Reacties