Dit is een boek uit een vorig leven. Zelf heb ik er niet aan bijgedragen, wel ken ik verschillende van de Shell-vrouwen die, in verhaalvorm, essay of poëzie, een beeld hebben gegeven van (een aspect van) het leven als expat-vrouw.
Het boek is uit 1996, langzamerhand werden expatvrouwen iets minder vrouw-van, het bedrijf deed echt zijn best om ze een stem te geven, en mogelijkheden zich te ontwikkelen of een carrière voort te zetten in het buitenland.
Wat ik me van dit boek herinner (misschien gekleurd door eigen herinneringen) is dat het een stem geeft aan de moeilijkere kanten van het expatbestaan. Iets waarover weinig werd gesproken, ik heb nergens zoveel mooi weer gespeeld zien worden als daar. Mensen die scheidden, mensen die aan boze ziektes overleden, mensen die het niet redden door heimwee of depressie, ze smolten geruisloos weg uit de gemeenschap van beautiful people.
En als ik het boek opensla, zie ik ook allerlei positieve verhalen over de exotische avonturen die het bestaan natuurlijk ook bood. Een bestaan dat ik niet had willen missen omdat het me heeft gemaakt tot wie ik nu ben. Life now.
leven nu
nul sterren
Ik heb ooit een boek van Jane Smiley gelezen dat schitterend was: A Thousand Acres. Het verhaal van King Lear overgezet naar modern Amerika. Dus vandaar dat ik deze turf meegenomen heb van het boekenfestijn. En nooit gelezen. Terwijl de flaptekst "an unputdownable tale of love and war, sex and politics, friendship and betrayal" me zo tegemoet ronkt!
Eens even kijken wat goodreads ervan zegt.
Mmmmm. Ternauwernood tweeënhalve ster. "If I ever pick up another book by Jane Smiley I hope somebody shoots me," zegt Nancy (nul sterren).
Ik geloof dat vijf centimeter vrije boekenplank mij vrolijker toelacht.
fakkel
Natuurlijk uit de bibliotheek van paps, deze fakkel. Waarom ik hem eruit gepikt heb? Vanwege de naam Canetti (ik geloof dat Massa en Macht bij kindeke beland is), maar toch vooral vanwege het tijdperk: Wenen tussen 1921 en 1931, in de kunst een enorm boeiende tijd, en in de politiek natuurlijk nog meer, en dit boek behelst allebei. Het is zo'n boek waarvan Marie Kondo onmiddellijk zou zeggen dat het weg kon: je hebt je vreugde eraan beleefd, je hebt de inhoud in je binnenste opgenomen, het is klaar. Maar het gevoel van een 'rijke bibliotheek' te hebben wil ook gevoed. En dit boek is een rijke bijdrage.
in de roos
Over het eerste boek van links op de derde plank van de linkerkant van de boekenkast schreef ik al. Die vreugde is nog zo kort geleden! En Etty Hillesum is zo vanzelfsprekend belangrijk als een bijbel voor iemand anders.
Dan De Naam van de Roos. Ik zou wel eens willen weten bij hoeveel mensen het in de kast staat. Het was destijds (ik kreeg het in 1984) iets geheel nieuws, zo'n lijvige, spannende, mysterieuze, erudiete roman in een historische setting. Het genre vertakte zich daarna: een tak ging richting literaire non-fictie (ik denk aan boeken als Montaillou en de Waanzinnige Veertiende Eeuw), en de andere tak liep uiteindelijk uit in de Da Vincicode.
Latere boeken van Eco konden me niet boeien, maar dit is me altijd bijgebleven. Ook de film was mooi, en we zijn zelfs het klooster op gaan zoeken waar een deel was opgenomen. Mooie tijden, deel van mijn geschiedenis. Een blijvertje.
de volgende plank
Hoogste tijd voor de volgende plank. Links een boekensteun uit de erfenis van oudtante Hilly (God hebbe haar ziel) waarvan mijn moeder dacht dat hij echt wat voor Hella was. De rechter helft van het stel staat op een andere plank, en ja, ik was er heel blij mee.
De rechter steun is een kwart plakje boomstam. Gekocht in het Petrified Forest. Het is een gepolijst stuk versteend hout, zo magisch!
Voor de boeken staat een doosje dat ik van kindeke op Sinterklaas kreeg.

Erin een paar kostbaarheidjes: een steentje dat op een ongeboren kindje lijkt, een brokje amethyst, een parfumflesje uit Oman gemaakt van twee munten, en een pluimpje van de Via Appia.
Ik probeer me voor te stellen hoe het is om huis en haard te verlaten en ook al zulke bezittingen los te laten, voorgoed.
schrijftips 9
AUTOBIOGRAFIE REVISIE
goeie vragen om te stellen
vanuit de lezer
1. Hoe voelde ik me na het lezen/horen van dit verhaal?
2. Wat probeert dit verhaal volgens mij te zeggen? Waarom wilde de schrijver dit verhaal vertellen?
3. Wat vind ik het beste aan dit verhaal? Wat "werkt"?
4. Geloof ik dit verhaal? (dit staat los van of het echt, precies zo gebeurd is)
5. Waar wil ik meer over horen?
6. Zou ik dit uitlezen als het niet hoefde? Waar ligt dat aan?
7. Wat maakt dit verhaal interessant? (spanning, bijzondere informatie, ontroering)
8. Kunnen de mensen over wie het gaat mij echt wat schelen?
9. Veroorzaakt het verhaal duidelijke, overtuigende beelden in mijn hoofd?
10. Is het mij meteen duidelijk waar en wanneer het speelt?
11. Let op show en tell hebben de belangrijkste gebeurtenissen scènes gekregen?
12. Is de 'stem' overtuigend, passen de toon en het taalgebruik goed bij het verhaal?
13. Is het vertelperspectief goed gekozen? (tegenwoordige of verleden tijd, klein kind of volwassene)
14. Heeft het verhaal een goeie titel?
voor de schrijver
15. Waarom wilde je dit verhaal vertellen?
16. Wat is het thema van het verhaal? Kun je dat kort formuleren?
17. Komt het thema duidelijk genoeg naar voren?
18. Hoe kun je het verhaal kort samenvatten (bv zoals in een tvgids)?
19. Zitten er stukken in die eigenlijk in een ander verhaal thuishoren?
20. Als lezers je verhaal niet goed begrijpen, waar ligt dat dan aan? Taalgebruik, te weinig informatie, verwarrende familierelaties etc.
21. Komen de personen over wie het gaat over als echte mensen? Leren we ze kennen in verschillende gemoedstoestanden? Hebben de personen ook lichaamstaal?
22. Bied je de lezer mogelijkheden om iets (sympathie, antipathie, begrip) te voelen voor de
hoofdpersoon?
23. Hoe komt deze persoon het verhaal binnen, herkennen we dan meteen wat hem of haar uniek maakt?
24. Zitten er dialogen in het verhaal? (Maken het extra levendig.)
25. Begint het verhaal met de juiste zin/alinea?
26. Zijn eventueel gebruikte flashbacks er goed in verwerkt? Blijft het duidelijk wanneer alles zich afspeelt?
27. Is het verhaal in de tegenwoordige tijd of in de verleden tijd geschreven? Is dat goed gekozen? Is het consequent volgehouden?
28. Was het een knallend einde, of een voorspelbare afloop?
29. Is de locatie belangrijk voor het verhaal? Is de locatie goed beschreven?
30. Gebruik je genoeg details om een duidelijk beeld op te roepen?
31. Heb je steeds alle zintuigen gebruikt?
32. Hoe is het taalgebruik? Geen mooischrijverij of deftigheid! Let op bijwoorden en passieve zinnen.
33. Heb je cliché's gebruikt?
34. Heb je alle nutteloze (bij)woorden eruitgegooid? (bv. "hij rende snel...")
35. Heb je 'erg' en 'heel' en 'zeer' eruit gegooid?
36. Heb je alle kwalificaties eruit gegooid? (mooi, lelijk, goed, slecht etc.)
37. Heb je sommige opvallende woorden of zinsneden te vaak gebruikt, val je in herhalingen?
38. Klopt het verhaal chronologisch?
39. Zitten er spelfouten of grammaticale fouten in?
40. Lijkt het verhaal op wat je van plan was te schrijven?
schrijftips 8
HOE MAAK JE EEN VERHAAL SPANNEND
Heldenreis Handout 9
• Zorg dat de lezer weet waar de hoofdpersoon bang voor is, en laat dan dan juist gebeuren.
• Zorg dat de lezer meeleeft met de hoofdpersoon. We moeten begrijpen wat er voor hem op het spel staat, en waarom dat voor hem zo belangrijk is.
• Zorg dat het lijkt alsof de hoofdpersoon deze problemen haast onmogelijk kan overwinnen. Stapel er in de loop van het verhaal nog wat extra moeilijkheden bij. Sommige van deze obstakels moeten liefst in de hoofdpersoon zelf zitten (bv lichamelijke of geestelijke problemen), andere komen van buitenaf (door een eventuele vijand of iets anders wat hem tegenwerkt).
• Schep een "goeie" Vijand = iemand waar de lezer met zo'n hekel aan heeft als de hoofdpersoon.
• Gebruik alle zintuigen om de lezer te laten voelen wat de hoofdpersoon voelt. In angstsituaties neem je extra scherp waar, breng dat over op de lezer.
• Laat aan het begin iets engs gebeuren om de lezer te laten schrikken, dan kun je daarna heel lang spelen met de angst dat het nog eens gebeurt.
• Probeer een "tikkende klok" in het spel te brengen.
De hoofdpersoon moet zijn doel bereiken voor 12 uur, want anders ...
• Probeer de omgeving (de "setting") een rol te laten spelen in het verhaal. Ook het weer kan meespelen, het was misschien donker en mistig, of de zon brandde genadeloos ...
• Probeer het tempo af te wisselen. Gebruik korte zinnetjes om snelheid en paniek aan te geven, maar gebruik juist langzame zinnen, met oog voor ieder detail, op de spannendste momenten (vgl een film die een ongeluk in slow motion laat zien).
schrijftips 7
BESCHRIJVING MET ALLE ZINTUIGEN - Heldenreis Handout 8
Hierin verschilt schrijven van film: je kunt alle zintuigen inzetten om een zo levendig mogelijke beschrijving te geven. Natuurlijk hoef je ze niet in elke scène allemaal in te zetten. Drie van de vijf is over het algemeen genoeg. Vraag je daarbij af, welk zintuig hier het meest effectief is.
De verschillende manieren van waarnemen – via de verschillende zintuigen – doen verschillende dingen met ons. Als je daar rekening mee houdt, kun je er veel nauwkeuriger de gewenste indruk op de lezer mee maken.
zien
Visuele informatie, de zaken die we zien, verwerken we over het algemeen op een cognitief niveau, dat wil zeggen: met behulp van ons intellect. We nemen beslissingen of ondernemen actie gebaseerd op wat we zien.
horen
Emoties worden vaak beïnvloed door wat we horen. Denk maar aan een geliefd stuk muziek, iemands stemgeluid, de stoomfluit van een schip. Tijdens een gesprek geeft de toon van iemands stem veel betrouwbaarder de stemming weer dan de woorden alleen. Geluiden kunnen ons doen rillen, huiveren, opspringen. Het huilen van een wolf roept emotionele reacties op.
ruiken
Dingen die we ruiken roepen vaak sterke herinneringen op. (Voor proeven geldt dat ook : iedereen kent het verhaal van de madeleines van Proust.) Zelf heb ik het bijvoorbeeld met de geur van garages: dan ben ik meteen terug in de fietswerkplaats van mijn opa. Carboleum doet me denken aan schiphuizen, wierook aan Oman, patchouli aan mijn schooltijd. Geur is de manier om je lezers naar een bepaalde streek of tijd te transporteren.
voelen
Voelen, aanraken, tastzin – soms herinneren je handen zich iets wat je zelf al lang vergeten was.
schrijver als camera
We zijn nu eenmaal sterk visueel ingesteld. Het helpt om jezelf al schrijvend steeds in te beelden dat je een cameraman bent. Hoe neem je iets visueel waar? Hoe doen ze dat in een film? Veel films beginnen met een zogenaamd establishing shot, de overzichtsopname die de kijker vertrouwd maakt met de geografie van de omgeving waar het verhaal zich afspeelt. Eerst zien we bijvoorbeeld een bepaalde stadswijk van bovenaf, dan zakt de camera tot op straatniveau en zoomt langzaam in op de voordeur van het huis waarbinnen de gebeurtenissen plaatsvinden. Ook bij scènewisselingen komt af en toe een totaalshot, om de kijker te heroriënteren.
En hoe nam je tijdens die gebeurtenis de omgeving waar? Van links naar rechts? Van dichtbij naar veraf? Van boven naar beneden?
een aantal voorbeelden
"Boven de kwekerij stond de hemel wit als zink en de nokken van de kassen waren glanzende koepels. Het wasgoed had doodstil aan de drooglijn bij de bessenstruiken gehangen. Daarna was het ongemerkt licht gaan deinen en de hemel had geleidelijk aan de tint van de Poire William tegen de zuidmuur gekregen en toen, onverwacht, werd het kwaadaardig donker."
(Siebelink, Knielen Op Een Bed Violen, p. 223)
Let op wat Siebelink hier doet: hij werkt alleen met beelden, het is letterlijk stil voor de storm. De enige vergelijking die hij gebruikt (de hemel die zo geel wordt als peren) past precies in de leefwereld van de hoofdpersoon.
"De vleugel hing in de lucht en tekende zich als een geblakerde karbonade af tegen de besneeuwde bergtoppen."
(Enquist, Het Geheim, p.7) Let op hoe je blik als een camera over dit tafereel gedwongen wordt: naar boven, naar de verte, tegenlicht. En die geblakerde karbonade – hij geeft de vorm erg goed weer, maar past hij ook in het verhaal dat erop volgt?
"Ze kijkt op een bordje dat wordt verlicht door de straatlantaarn om te zien hoe laat de volgende gaat, maar er zijn geen tijden aangegeven. Op het anders zo levendige plein beweegt zich niets. Ze leunt tegen de lantaarnpaal als een figurant op een lege set."
(Steenbeek, Schimmenrijk, p.9) Ook hier weer die verschillende blikrichtingen. Close-up (de bushalte) en dan opeens een totaalshot van het hele plein.
schrijftips 6
DIALOOG - Heldenreis Handout 7
Functies van dialoog in een verhaal:
1. Iemands karakter duidelijk maken. Dialoog moet passen bij iemands leeftijd, generatie, opleidingsniveau, afkomst, herkomst etc. Dus niet: "Wat dolletjes!" zei de gepensioneerde houthakker.
2. Feitelijke informatie geven over de spreker. Iemand kan zeggen "Als bejaarde heb ik daar veel mee te maken..." of "Bij ons in de klas..."
3. Informatie geven over een ander personage. In plaats van: George houdt altijd het grootste stuk pizza voor zichzelf kun iemand fluisteren: "Zie je wel, hij doet het weer. Staat weer de plakjes salami te tellen voor hij de doos op tafel zet."
4. Laten zien dat mensen iets anders zeggen dan ze denken. "Wat vind je van mijn schilderijen?" "Ja, enig hoor. En lekkere wijn ook, enige galerie, ideaal, zo vlakbij de parkeergarage."
5. De plot vooruit helpen. In plaats van: ze liepen haastig naar school kunnen ze zeggen: "We moeten opschieten, Alberts wordt razend als we te laat zijn!"
6. Iets over het verleden onthullen door iemand dat te laten vertellen aan iemand anders die dat nog niet wist. "Dat is niet zijn eigen vader, nee, dat was een heel schandaal destijds..."
7. Voorafschaduwing. "Ik kan je wel vermoorden!"
8. Het thema van het verhaal aangeven. In plaats van: Ze had zich de hele dag eenzaam gevoeld kun je haar 's avonds laten zeggen "Ik heb mijn nagels gelakt. Ja, ook van mijn tenen. En de postbode liep voorbij."
9. Iets beschrijven. In plaats van op te schrijven: Het was een blauwe kast kun je iemand laten zeggen: "Ik ben dol op dat verbleekte blauw."
10. duidelijk maken dat er tijd verstreken is. In plaats van de volgende alinea te beginnen met: Drie maanden later... kun je iemand laten zeggen: "Goh, jij bent zeker de hele zomer met de boot weg geweest!"
Wie zegt wat?
Als je dialoog echt goed is, zou je geen attributies nodig hebben (zei zij, vond hij). Uit de manier van spreken moet je kunnen afleiden wie er aan het woord is. Maar de lezer wil geen zinnen moeten tellen, dus houd het overzichtelijk. Begin bij elke nieuwe spreker op een nieuwe regel.
"Zei hij" of "zei zij" zijn de meest gebruikte attributies. Omdat een geschreven tekst geen stemgeluid en mimiek bijlevert, kun je een 'regie-aanwijzing' geven. "Zei hij boos" of "zei zij zacht."
Maar eigenlijk moet je dialoog zonder kunnen. Achter "blijf daar verdomme met je poten van af" hoeft niet ook nog "zei hij boos" te staan.
Geef regie-aanwijzingen wel als de woorden in tegenspraak zijn met de manier waarop ze gezegd worden. "Ik houd van je," zei hij boos. "Blijf daar met je poten vanaf," zei zij lief.
Of breng ze over in de dialoog èn de actie. Niet: "Zal ik je koffers dragen?" vroeg hij zenuwachtig.
Wel: "Zal ik … mag ik …" Hij legde een trillende hand op een van haar koffers.
Je kunt dus een actie-zinnetje als attributie gebruiken. Hij rukte het autoportier open. "Eruit!"
Vermijd andere woorden dan "zeggen." Schreeuwen, roepen en fluisteren zijn oké, die geven een volume-aanwijzing. Maar niet "Ik weet het niet," schokschouderde hij. Of "Wat een heerlijk weertje," lachte zij. En de door WF Hermans beroemd gemaakte kritiek: "siste hij" als er in de hele dialoog geen s-klank zit. "Achter je, kijk achter je," siste hij.
Indirecte rede
Hij zei dat hij dat nooit zou doen.
Dialoog samenvatten
Om langdradigheid te voorkomen en meteen tot de kern van de scène te komen.
Na een eindeloze discussie over de weersvoorspelling en de gladheid van gister, vroeg ze: "Mag ik vandaag je auto lenen?"
Dingen om te vermijden in dialoog
1. Stop geen "expositie" (uitleg) in je dialoog. Niet: "Wat eten we vandaag?" "Ik maak tagliatelle, je weet wel, dat Italiaanse gerecht met die pastasliertjes in roomsaus waarvoor ik altijd het recept van je grootmoeder gebruik van toen zij nog in Venetië woonde."
2. Laat je personages niet preken. Het is niet aan hen om uit te leggen waar het verhaal over gaat.
3. Gebruik zo weinig mogelijk uitroeptekens. Kies gewoon de juiste woorden.
4. Schrijf geen volslagen dialect. Probeer de specifieke manier van spreken met een paar dingen duidelijk te maken.
goede bedoelingen
Ik heb inmiddels geld overgemaakt aan het Rode Kruis (en geef maandelijks aan vluchtelingenwerk), nu ze zelf zeggen dat ze dat liever hebben dan de goedbedoelde knuffels.
Dat "goedbedoeld," daar wil ik het nog even over hebben.
Want hoe "goedbedoeld" is het eigenlijk? Het valt me steeds meer op dat mensen op social media een wedstrijd aangaan wie het meest begaan is. Men bedoelt het vooral publiekelijk goed. Kijk mijn hart eens groot en warm zijn.
Dat zal niet de enige motivatie zijn. De verschrikkingen die ons dagelijks overspoelen maken ook dat je / men / ik / we op zoek gaan naar een actie, een handeling om dat machteloze rotgevoel weg te krijgen. Niets maakt immers zo onrustig als een situatie in transitie waarbij je zelf alleen maar kunt toekijken.
Terwijl toekijken – "zijn met wat is" – soms de beste actie is. Omdat je midden in de verschrikking helemaal de oplossing niet kunt zien. Sterker nog, misschien is er wel helemaal geen oplossing. Misschien kunnen we alleen maar tenten bouwen boven de hoofden van de op drift geraakten, en pas later begrijpen wat we moeten doen voor de lange termijn.
Mensen willen altijd meteen nú iets bereiken.
Nú laten zien hoe warm en groot het hart is.
Joost Zwagerman is nog niet dood of de wedstrijdjes barsten los. Wie sprak hem het kortst geleden, wie kende hem het best, er was zelfs iemand die beweerde dat hij vroeger zoveel op hem leek. En wat we moeten doen! Hard roepen dat depressie een rotziekte is! En hem de hemel in prijzen! Zelf voelde ik me schuldig omdat ik hem eens hard had aangepakt, over pertinente onjuistheden in een artikel over kunst. Nagel aan zijn doodkist.
We kúnnen niets doen. Behalve een tent bouwen boven het hoofd van een depressieveling. Maar dat gevoel is moeilijk te hanteren. En intussen wordt de geestelijke gezondheidszorg gewoon verder afgebouwd, en geen mens brengt een knuffel aan de geesteszieke.
illustratie: Sheila Sitalsing in de Volkskrant









