Jaja, de jonge sla. En alle andere vast ook heel mooi, dus blijven mag hij zeker. Maar ik heb geloof ik meer genoten van het marathoninterview met Van den Hoofdakker. Wat het is, dat mij zo verrukt aan die lange interviews met schrijvers en psychiaters (die heb ik er tot nu toe uitgepikt)? Het zijn de levens die zich ontvouwen zoals een personage zich kan ontvouwen in je hoofd als je maar de goede vragen stelt. Luisteren, en tegelijk je handen hun werk laten doen.
Ik vertelde laatst aan iemand hoe ik te werk ga, met de gelliplate en de uitknipsels, en hij vroeg verbaasd: "Dus het toeval speelt een heel grote rol?"
Toeval?
Overgave.
The creative process is a process of surrender, not control. (Julia Cameron)
Midden in dit boek staat een gedeelte dagboek, het gaat over het maken van een gedicht. En tegelijk is de psychiater aan het duiden: hoe ontstaat een gedicht? En wat zegt dit gedicht over mij? Hij laat Freud erop los, en verlatingsangst. "Wat ik altijd geheimzinnig heb gevonden is de duisternis tussen dennen."
de duisternis tussen dennen
om de mond van het licht
Toen een lieve oom van mij veel te jong overleed (een verkeersongeluk) las mijn vader op de crematie het gedicht van Hans Andreus voor dat in glanzend blauw op de voorkant van dit verzameld werk staat afgedrukt. Ik was vijftien en het maakte veel indruk.
De rest moet ik allemaal nog lezen, al springen bij het doorbladeren meer bekende in mijn oog, zoals "ik zou je nooit anders dan anders willen" of dit dat ik niet kende maar nu wel herken "na het noodweer, na de droefheid, o goden van mijn ziel, wordt vuur weer, vuur en onbelemmerd licht."
gelukskind
Zo uit mijn hoofd ken ik geloof ik niet een gedicht van Ida Gerhard. Toch heb ik haar niet voor niets meegenomen. Even googelen. En oja. Zeven maal om de aarde.
Zeven maal om de aarde gaan,
als het zou moeten op handen en voeten;
zevenmaal om die éne te groeten
die daar lachend te wachten zou staan.
Zeven maal om de aarde gaan.
Zeven maal over de zeeën te gaan,
schraal in de kleren, wat zou het mij deren,
kon uit de dood ik die éne doen keren.
Zeven maal over de zeeën te gaan -
zeven maal, om met zijn tweeën te staan.
Een gedicht dat ik leerde kennen tijdens de autobiolessen met mijn Dames. Zo'n verdriet te doorstaan, het is mij tot nu toe bespaard gebleven, heb dank. Ik heb wel geliefden verloren aan de dood, en ik zou ze graag nog eens spreken, vooral mijn moeder en mijn grootmoeders, en zelfs de moeders daarvoor. Maar goed beschouwd ben ik een gelukskind. Zou Ida Gerhardt daarover ook een gedicht hebben geschreven?
brieven van schrijvers
Wat staan er toch nog een bende ongelezen schatten in de kast. Ik lees graag brieven van schrijvers en kunstenaars. Daar zijn zij zelf aan het woord, in tegenstelling tot biografieën waar het altijd de biograaf met zijn bewijsvoering is, die aan het woord is.
Toch kan een brievenboeksamensteller ook nog veel misdoen. Door alleen te focussen op een bepaald onderwerp. Ik herinner me de brieven van Annie MG Schmidt, waar héél soms in een noot iets stond uit een niet-opgenomen brief, waarin het dan wél ging over haar schrijfproces. De samensteller was alleen geïnteresseerd in haar liefdesavonturen. Een verschrikkelijke gemiste kans.
Dus ik hoop maar dat dit boek me meer vreugde zal schenken.
verblinding
Toen ik schreef over de Fakkel in het Oor realiseerde ik me geloof ik niet dat ik Het Martyrium ook heb. Ik heb altijd mijn bibliotheek keurig op alfabet gehad zoals het een biepjuf betaamt, en sinds ik terug ben in Nederland heb ik de boeken altijd maar zo in de kast geklapt, nog wel soort bij soort (Engels, Nederlands, fictie en non-fictie, en grote boeken op de onderste planken) maar niet meer alles van 1 schrijver bij elkaar.
Zo kwam ik er pas achter dat in mijn schrijfboekenkast (hier waar ik mijn stukjes typ) nóg een Gilgamesj-epos staat. Een oudere uitgave, die ik vermoedelijk van paps kreeg toen hij die nieuwe aanschafte. Ik moet nog kijken welke vertaling me meer aanspreekt.
Ik lees achterin dat Het Martyrium een van de vrouwonvriendelijkste boeken ter wereld is. Het zal mij benieuwen. Ik vond de Canetti van de Fakkel een interessant mens. Hij zal zijn redenen gehad hebben om een dergelijk boek te schrijven. En ik vraag me nu al af waarom het niet Verblinding heet.
de achtste plank
De achtste plank is de poëzieplank. Niet dat ik nu zo veel poëzie lees, of alleen in gedichten wonen kan, maar ze zijn toch belangrijk voor me. Sommige gedichten helpen je door de tijd omdat ze eindelijk in compacte vorm onder woorden weten te brengen wat zo vormloos in je rondwoelde. Andere maken iets wakker dat nog sliep. En er staan nog heel veel ongelezen. Erfenis, alweer.
Helemaal rechts de boekenklok die nog stug volhoudt dat het zomer is. Daar bovenop een ingenieuze standaard waar een wijnfles in kan hangen, door kindeke meegenomen van haar wereldreis. En ervoor een klein conferentietje van beeldjes, verbaasd om zich samen te vinden. Het poesje met de glinsteroogjes dat ik van oma kreeg. Het Omaanse trommelmannetje dat ik in Oman van mijn blokfluitleerlingetjes kreeg. Het kleine lezertje dat mijn moeder voor me uitgezocht heeft, al weet ik niet meer waar. En een piepklein Compostella-Jacobusje dat ik van thuis heb meegenomen. Ze kunnen het goed samen vinden.
wonderlijk stukje
Het doel van het leven, schrijft Rudy Kousbroek in dit boek, is het opsporen van wonderen.
Des te wonderlijker is het dat ik dit boek nooit gelezen heb. Ooit een liefgekozen, smaakvol verjaardagscadeau, en hop in de kast alsof het een strijkplank is.
Nu vind ik het heerlijk om voor het noodzakelijk middagdutje een of twee stukjes te lezen. Dat was zo prettig van het boek van Adriaan van Dis over Parijs, en van het boek van Annie MG over haar jeugd. En nu heb ik zomaar weer een nieuw stukjesboek in de kast gevonden. Prachtig vormgegeven, een wonderlijke foto met een beschouwing ernaast. Van die boeken waarvan je denkt: schreef ik zelf maar elke dag een stukje.
Gilgamesj
Ik maakte kennis met het Gilgamesj-epos op de bibliotheekacademie. Ik herinner me nog goed dat openbarende gevoel: wat? Meer zondvloeden? Het was of ik in een klap in een veel grotere, mondialere, wereld terechtkwam. Het is ongelooflijk wat je allemaal NIET leert op school, en hoe belangrijk het is om te blijven studeren, om uit al die hokjes te treden waar opvoeding, school en maatschappij je in willen houden.
En natuurlijk is het Gilgamesjverhaal ook een Heldenreisverhaal. Een rechtstreekse verbinding met een verleden van meer dan vierduizend jaar geleden. Kleitabletten met ingespijkerde letters. Dezelfde cultuur als het Heldinne's Reis-verhaal van Inanna. Nu wordt het allemaal vernietigd.
Zonder alle verhalen te kennen worden mensen makkelijk beesten.
onderwatergedoe
Ik pak dit boek uit de kast (ik ben al op bladzij 22), en laat me meteen verleiden om een online typologietest te doen. Ik blijk een INFJ, en daar zijn er maar weinig van, bijzonder!
Ik heb het altijd al leuk gevonden om zulke tests in te vullen, of andere typologieën te bestuderen: enneagram, astrologie, noem maar op. Het is ook een ideale manier om fictieve personages te creëren die heel anders in het leven staan dan jijzelf als schrijver. Anders worden het toch makkelijk allemaal kloontjes.
En Jung heeft toch ook wel veel invloed gehad, al heb ik van hemzelf maar weinig gelezen. Wel Memories, Dreams, Reflections – dat heeft veel indruk gemaakt. Maar hij werkt door in Campbell, in Cameron, noem maar op. Al dat onderwatergedoe interesseert mij, verrijkt mij. Brengt vreugde.
ooit, binnenkort
Niet verder dan tot bladzijde 33 ben ik gekomen in Patronen van een jeugd. Ik heb het ergens in de afgelopen jaren aangeschaft, omdat ik las dat het voor mij van betekenis zou zijn. Waarschijnlijk om de patronen van mijn jeugd beter te kunnen duiden. Het voelt niet vreugdevol, maar wel belangwekkend. Ik ga het lezen. Ooit, binnenkort.










