Nog drie van die Duitse kunstpocketjes. Ik geloof dat ik ze vooral gekocht heb voor de afbeeldingen, niet omdat ze verplichte literatuur waren. Das Barock-Schloß herinnert me eraan dat ik – bevooroordeeld – bij kunstgeschiedenis barok heb leren waarderen. Ik vond het altijd kitsch en overdadig, ik leerde zien hoe'n geraffineerd totaaltheater zo'n paleis of zo'n kerk eigenlijk is. Maar van het boekje word ik niet warm of koud meer, het heeft zijn dienst gedaan.
Die Kunst der römischen Katakomben staat me nader aan het hart. Een tijdperk waar ik voor ik aan kunstgeschiedenis begon helemaal niets van wist, de vroeg-christelijke periode, werd me daar geopenbaard, met alle mysterie van dien. We hebben de katakomben onder de Sant'Agnese bezocht, kindeke en ik, er was verder niemand (bij de grote katakomben aan de Via Appia staan rijen, zoals bij de Sint Pieter), en het greep me zo aan! En de beeldende kunst uit die tijd is nog zo zoekend, nog zo weinig dogmatisch. Vreugde. Mag blijven.
Ik denk dat we op onze Frankrijk-vakanties wel haast alle romanische Portale hebben bezocht en bedia'd. Die dia's zijn inmiddels weggemariekondood, maar als ik het boekje doorblader, voel ik het hart opspringen. Die kunst is zo magisch-mooi, dat blijft me eeuwig aanspreken. Vézelay is een van de grootste schoonheidservaringen van mijn leven.
kunst leren
onveilig oneens
Het werd natuurlijk alsnog een slecht nachtje, na mijn stuk van gisteren. En ik vraag mij af: hoe doen jullie dat? Hoe kun je je tegelijk druk maken om wat er gebeurt, en het je tegelijk niet laten raken?
Ik ben me ervan bewust dat er een hoop woelende monsters in mijn rugzakje zitten. Als ik zie hoe mensen – opiniemakers – zich klakverloren achter iemand scharen, beweren dat wat hij of zij zei glashelder en wijs was terwijl je kunt terugluisteren dat dat onjuist is (ik denk nu aan Claudia, maar bijvoorbeeld ook aan Abou Jaja), dan komt alles in mij in opstand.
Ik weet dat ik me een machteloos kind voel, precies zoals vroeger, als paps oreerde over hoe de wereld in elkaar zat, en weerwoord niet gewenst was. Ik droom ook vaak dat ik schreeuw terwijl er geen geluid komt.
Tegelijk vind ik ook, dat ik nu ik groot ben, niet mág wegkijken. Dat ik íets moet doen om de wereld te laten zien: hier wordt gelogen. Hier klopt iets niet. Daarom check ik ook zoveel. Laatst nog, op twitter, een foto van "Fransen" die "Algerijnen" hadden onthoofd. (Subtekst, het is oké dat IS Fransen vermoordt.) De foto bleek van Spanjaarden in de Marokkaanse Rifoorlog. Maar het kostte heel wat speurwerk om dat uit te vinden, zo vaak was hij al geretweet met de onjuiste informatie erbij. Ik schreef al eerder over dit onderwerp.
Mág ik niets doen? Ik denk aan twee uitspraken. Die van Elie Wiesel: We must take sides. Neutrality helps the oppressor, never the victim. Silence encourages the tormentor, never the tormented.
En die andere, misschien van Edmund Burke: The only thing necessary for the triumph of evil is that good men do nothing.
Hoe zorg ik ervoor, dat ik me niet elke keer zo met huid en haar overlever? Ik weet waar het vandaan komt. Ik maakte pas nog een collage met de tekst It Is Safe to Disagree. Maar waar het hoofd weet van heeft, heeft hart en maag nog altijd niet bereikt. Het moet anders. Maar hoe?
Claudia en de asielplaag
Ik weet niet meer wat ik moet doen. Me terugtrekken uit de wereld en heel zen proberen te worden, of me blijven drukmaken om wat er allemaal gebeurt, ook al gaat dat ten koste van mijn gezondheid.
Afgelopen weekend was er op twitter een rel om de Asielplaag – kop in de Telegraaf, boven een artikel over criminele asielzoekers.
Ik vond dat er terecht een link werd gelegd met het fascistische verleden van de krant, waarin het woord Jodenplaag niet werd geschuwd. Uit de dagboeken van Klemperer kwam maar al te duidelijk naar voren hoe het werkt, het dehumaniseren van een bevolkingsgroep. Of lees anders even de Ten Stages of Genocide (stadium 4).
Niet oké dus, hoe genuanceerd het artikel onder die kop ook geweest mag zijn. (Ik heb het niet gelezen, het is ook niet waar het hier om gaat.)
Vanmorgen bij het mediaforum op radio 1 mocht Marianne Zwagerman daar haar zegje over doen. Ze kwam niet veel verder dan tig keren roepen hoe horden criminele asiekzoekers hele dorpen leegroofden. Het was alleen maar goed om dat te benoemen, niet dan, ja toch?
Zoals gewoonlijk haakte dwdd weer fijn in op de ophef, en liet vrouw Zwagerman andermaal haar zegje doen. Dolf Jansen verwaardigde zich niet om tot haar niveau af te dalen. Matthijs liet als gewoonlijk totaal niet merken waar hij stond, maar vroeg wel aan Claudia de Breij – daar om nog even gefêteerd te worden wegens de oudejaarsconference – om haar mening.
"Ik ben het eigenlijk wel met Marianne eens," sprak zij.
Nu moet ik het hele gesprek uitschrijven, want iedereen op twitter hoorde iets anders.
"Het probleem is alleen dat de Telegraaf – ik weet niet hoor, ik heb niet alle Telegraafs gelezen van de laatste weken – als er OOK een artikel staat over alle daadwerkelijke oorlogsvluchtelingen – volgens mij zijn de meeste mensen het er over eens dat we die ruimte moeten bieden, maar dat tuig, wat er wel degelijk zit uit Algerije en Marokko, wat ook echt heel lastig uit te zetten is, omdat Marokkanen en Algerijers niet terug willen en ik begrijp heel goed waarom, als we zeggen jamaar, je moet ook niet de fout maken, je besmet eigenlijk de groep echte oorlogsvluchtelingen door te doen alsof het hetzelfde is. Dat kun je doen door zo'n kop te maken, dat vind ik ook niet zo fraai van de Telegraaf, maar je doet het ook door erop te reageren met het verwijt aan de Telegraaf dat de Telegraaf doet alsof alle asielzoekers het zijn, want dan doe je datzelfde."
Dolf Jansen zegt dat hij daaarom een vraag stelde aan de Telgraaf, wat ze met die kop beoogden.
Claudia: "Jamaar ik schrok dus niet zo van die kop. Want waar het artikel over gaat, dat zijn ook mensen die voor grote problemen zorgen en waar je …"
interruptie
"De Telegraaflezer is niet zo stom, die leest …"
Dolf Jansen is bang voor wat er gebeurt als je elke keer deze termen gebruikt.
Claudia: "Ik ben daar niet zo bang voor. Alleen ik hoop wel dat de Telegraaf en alle andere kranten – want ik bedoel asielstroom, dat woord gebruiken NRC en Volkskrant ook, dat is ook een in de letterlijke zin ontmenselijkende term. Dat is niet het jongetje in het voetbalteam van je zoontje, dat is een stroom, tsunami, daar kun je van zeggen ja dat heeft niks met mij te maken, maar dit is een artikel over een groep die voor heel veel overlast zorgt, die heel negatieve gevolgen heeft en waar inderdaad geen oplossing voor lijkt te zijn. Welke politicus gaat daar stelling over nemen, zodat niet iedereen die denkt ik word hier bang van alleen maar richting Wilders kan."
Haar fans prezen haar om haar nuance en kwetsbaarheid en zeiden dat het een glashelder betoog was.
Voor mij werd alleen maar het gevoel dat ik bij haar conference had, bevestigd. Ik geloof haar niet. Mijn nardar slaat altijd een beetje uit bij Claudia. En al helemaal toen ze in het haar toebedachte tijdsslot mocht vertellen over die gewéldige show. Hoe ze speciaal voor de show naar de arme vluchtelingetjes was gereisd zodat ze ons precies zou kunnen vertellen hoe erg en hoe zielig. Want daar hadden wij natuurlijk geen idee van, want dat had zij ook niet. Allemaal foto's van Claudia in de zon met een vluchtelingenkindje op de arm. Zo begaan! De nardar sloeg nog wat verder uit.
En wat doet Clau, geschrokken, thuis op de bank? Twitteren.
"Voor de goede orde & extreme duidelijkheid: ik vind dehumaniserende koppen NIET goed. Dat zei ik ook. Wie dat niet horen wil, jammer."
Nu maar eens kijken of ik de slaap kan vatten.
toevoeging dd 120117
Gister stak Pieter Derks mij al een hart onder de riem, en vandaag kreeg ik de reactie van Sunny Bergman onder ogen. Ik sta gelukkig niet alleen.

wunderschön
Eigenlijk ben ik wel benieuwd naar de boekenlijst voor kunstgeschiedenis van tegenwoordig. Zouden er nog zoveel geleerde Duitse boeken op staan? Dertig jaar geleden waren mijn studiegenootjes al erg blij met de uittreksels die ik ervan maakte, ik had gelukkig nog Duits voor m'n eindexamen gehad. Het staat ook weer stikvol onderstreepsels, deze Ikonographie und Ikonologie.
Tegenwoordig weet ik nauwelijks meer het verschil tussen die twee. Toch kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om het weg te doen. Een mengeling van bewondering voor mijn vroegere zelf, en kleine glimmertjes van fascinatie, waar men er uiteindelijk nooit genoeg van kan hebben.
voorouders
vader en moeder
van vader
van moeder
van mij
gelli plate op deli paper, sjablonen, foto op deli paper, posca stift, kleurpotlood
het genot van studeren
Als er één boek staat voor het absolute genot van studeren, is het wel Assunto. Die Theorie des Schönen im Mittelalter was zo'n boek dat ik echt te lijf moest om het te kunnen begrijpen, en wat was het heerlijk als dat lukte. Als ik zaterdagdienst had gehad, had ik de hele maandag vrij, en dan studeerde ik tot de stukken eraf vlogen.
En wat is het ook een fascinerend onderwerp. Wat verstond de Middeleeuwer onder schoonheid, wat is er allemaal over geschreven in die tijd. Het was een onderdompeling in een geesteswereld die me aansprak omdat de uitingen ervan zo wondermooi waren.
Het boek staat vol onderstrepingen, toch is er uiteindelijk niet veel van blijven hangen, behalve het voorbeeld van de glazen zaag, die onmogelijk 'mooi' kan zijn omdat je er verder niets mee kunt (Thomas van Aquino). Maar het gevoel dat je je hersens haast voelt groeien, dat is onvergetelijk.
rare vreemdelingen
Gisteravond las ik Wês net Bang (mar wol foarsichtich) – Wees niet Bang (maar wel voorzichtig) – van Hanneke de jong. Het waargebeurde verhaal van de 17-jarige Lilan die uit Syrië naar Nederland vlucht voor het oorlogsgeweld. Ik heb Lilan zelfs ontmoet toen de schrijfster de Simke Kloostermanprijs kreeg uitgereikt. Het is bijna ongelooflijk als je leest wat zo'n meisje moet doormaken om de vrijheid en veiligheid van het westen te bereiken. Terwijl ze in Aleppo een gewoon schoolmeisjesleven leidde, met vriendinnen en basketbal en vioolles.
Het is geen dik boek, ik las het in een adem uit, mee met al die busjes en bootjes en treinen en eindeloze wandeltochten. Lilan is flink, goed voorbereid, en houdt zich goed aan het motto dat ze van haar vader heeft meegekregen.
Ik miste eigenlijk maar één ding: wat meer couleur locale. Een "bos" of een "boerderij" in Syrië ziet er vast totaal anders uit dan in Nederland, maar ik kreeg er geen beeld van. Ook de steden waar ze af en toe halt houdt, zie ik niet voor me. Ze heeft "eten en drinken" mee voor onderweg, maar wat dan? Vast geen boterham met pindakaas en een pakje melk. Nu blijft het verhaal voor mij een beetje te afstandelijk.
En dan nog iets wat heel persoonlijk is, en waarvan ik me afvraag of meer mensen er last van hebben.
Ik schreef pas nog over Geronimo, waarin een Nederlandse schrijver een Amerikaanse hoofdpersoon ten tonele voert. Hier wordt in het Fries een Syrische hoofdpersoon geschapen. In dit geval ligt het nóg meer aan mij persoonlijk, omdat Fries de taal van mijn pake en beppe is, met alle associaties van dien. Als het over Lilans "beppe" gaat, zie ik een Fries oud vrouwtje voor me. Beppe woont op een "pleats" en dan zie ik een kop-hals-rompboerderij in een weiland voor me, niet de verzameling zandkleurige bouwsels die zoiets in Syrië waarschijnlijk behelst.
Dit is iets anders dan culturele toe-eigening (of tenminste, dat is niet het punt dat ik maken wil). Dit gaat erover of het geloofwaardig is om in je eigen taal een hoofdpersoon uit een ander land te beschrijven. Ik probeer na te gaan welke schrijvers dat nog meer doen, en kom meteen op Japin. Ik denk aan De Overgave en Vaslav. Daar had ik er totaal geen moeite mee. Weet iemand nog andere voorbeelden in het Nederlands?
Ik denk aan hoe het werkt als je uit een ver land vertaalde boeken leest. Murakami, bijvoorbeeld, of Pamuk. Dan is het meer alsof een tolk je het originele verhaal vertelt, en ben je je ook de hele tijd bewust van het feit dat iedereen in werkelijkheid Japans of Turks spreekt.
Het is toch een kwestie van inleven, denk ik. En de lezer zo zintuiglijk mogelijk deelgenoot laten worden van de beleving van het personage. In Wês net Bang lukte mij dat net niet goed genoeg door te weinig details van de omgeving. Bij Geronimo lag het er meer aan dat Tom een flat character is, een clichémannetje.
Wat allemaal niet wegneemt dat Wês net Bang een fantastisch boek is voor jonge mensen om te begrijpen dat vluchtelingen geen rare vreemdelingen zijn, maar vaak gewone scholieren die ooit bijna net zo leefden als zijzelf.
een varend eiland
Ik heb mijn eerste Sinterklaascadeau uit, de brieven van Slauerhoff. Ik vind het lezen van brieven altijd iets heel magisch' hebben. Je vangt als met een toverlantaarn beelden op uit een lang vervlogen leven, en karaktertrekken van de schrijver openbaren zich min of meer per ongeluk.
Slau komt hier bepaald niet als een makkelijk mens uit naar voren, ik begrijp nu beter dat hij alleen in zijn gedichten wonen kon. Hij zwierf van hot naar her, maakte verre reizen zonder zich ooit ergens thuis te voelen. Leefde in 38 jaar genoeg voor een heel leven, en toch ook niet.
Bijna al zijn brieven besluit hij met: schrijf gauw terug! Laat snel iets van je horen! Wanneer komt je me bezoeken?
Ik ga zijn gedichten nu met nieuwe ogen lezen, denk ik. Ze staan ook op de dbnl.
Geronimo!
We lezen Geronimo van Leon de Winter met de leesclub, en ik geniet ervan als een meisje dat een spannend jongensboek leest. Smulboeken voor mannen kunnen alleen door mannen geschreven worden, denk ik tijdens het lezen. Veel techniek erin, stoere helden, wereldomvattende plots. Vrouwen doen dat geloof ik alleen in fantasy.
Als ik het uit heb, zoek ik recensies. Arjen Fortuin slaat de spijker op de kop met Het Genot van een Goed Complot. Rob Schouten is boos want dit is je reinste trash. Ook Coen Peppelenbos verzucht dat het allemaal niets meer met Literatuur te maken heeft. (Wat hij verder schrijft over het vertoon van superioriteit van "onze" cultuur tegenover de barbarij in het oosten, snijdt zeker hout.)
Tot mijn verbazing vind ik ook veel Duitse recensies.
Het zou een boek van John LeCarré kunnen zijn, schrijft Daniel Haas in Die Zeit (hoewel Le Carré heel wat minder zwart/wit denkt dan De Winter). In de Süddeutsche Zeitung verwijt Samir Sellani De Winter melodrama (de hertenogen van Julia Roberts), en ook het feit dat het alleen de Westerse cultuur (in de vorm van Bach) is, die het Afghaanse meisje redden kan.
Ik zit al die recensies door te vlooien om erachter te komen hoeveel sterren ik Geronimo zal toekennen op Goodreads. Qua leesgenot staat het op hetzelfde plan als Kearsley: een meisjesboek met vier sterren, gewoon vanwege de vertelkwaliteit binnen het genre.
Geronimo zit goed in elkaar, zelfs al is de plot ongeloofwaardig. Bin Laden is destijds niet gedood, maar ontvoerd, en Tom Johnson, voormalig CIA, vindt uit hoe dat allemaal zit. Tom is de Held van het verhaal. Omdat hij zijn eigen dochtertje heeft verloren bij de aanslagen in Madrid (2004), voelt hij zich extra verantwoordelijk voor het Afghaanse meisje Apana, wier vader tolkt op de legerbasis. Na zijn dood vangen de Amerikanen het meisje op, en Tom leert haar houden van Bach. De Goldbergvariaties, daar zijn ze weer.
Bij een aanval op de basis wordt Apana meegenomen door de Taliban, en haar oren en handen worden afgehakt omdat ze duivelse muziek luistert en speelt. Tom doet alles om haar terug te vinden.
Er zijn dus twee spanningsbogen, cynisch gezegd een voor de jongens en een voor de meisjes. Wat is er gebeurd met Bin Laden en waar is Apana.
Tom is de verteller. Aan het begin vertelt hij in een telefoongesprek aan zijn ex-vrouw dat hij alles wat er gebeurd is, op wil schrijven. Puur therapeutisch.
Tom is een Amerikaan in een Nederlands boek. Zijn huis heeft sidings en hij draagt een black tie. Zijn Nederlandse zinnen zou je rechtstreeks kunnen overzetten in het Engels, al legt hij soms dingen uit speciaal voor de Nederlandse jongens en meisjes. "Geronimo, zoals het opperhoofd van de Apaches?" Duh …
Het plan voor de ontvoering van Bin Laden wordt uitgebroed onder het genot van veel drank, maar Tom weet nog letterlijk wat er gezegd werd, en hoe de football-wedstrijd op tv verliep.
In chronologisch gerangschikte hoofdstukken beschrijft hij wat er inmiddels in Abottabad gebeurt (hoewel hij dat zelf pas achteraf allemaal hoort). Kunst- en vlechtwerk van de schrijver. Goed voor de spanningsbogen, slecht voor de Literatuur. Want in een echt boek zou het gaan over hoe iemand in Godsnaam zulke gebeurtenissen rechtgebreid krijgt in zijn hoofd, zonder gek te worden of suicidaal. Maar Tom is immers van de Special Operations, en een Held.
Er is zelfs een hoofdstuk waarin Obama zijn "we hebben Osama"-speech voorbereidt. Ik schrijf in de kantlijn "helpt dit de plot vooruit?" Vijftig bladzijden later word ik op mijn wenken bediend: de speech zorgt ervoor dat Tom weer op zoek gaat naar Apana.
We hebben Apana inmiddels al verminkt gezien, als bedelaresje in Abottabad. Nu vertelt Tom over het meisje op de basis, dat van Bach leerde houden en sprak: "Ik wil pianist worden." Ik schrijf erbij: "is dit nu melodrama? Want we vinden het extra zielig omdat we al weten dat haar handen afgehakt worden."
Ja, het is melodrama. Een goed boek zou ons de kale feiten geven. Het meisje dat piano speelt. Het afhakken. Het bedelen, het eten als een hond uit een voederbak. Nu zit de hele tijd Tom ertussen om te vertellen hoe erg het is en vooral: hoe erg hij het vindt. Hij beschrijft het gezicht van een van zijn companen als gaaf, intelligent, mannelijk. "Hij had boven zijn lustvolle lippen een snor." Kan zo de boeketreeks in!
Het blijkt uiteindelijk allemaal te draaien om een usb-stick, verstopt in een krukje. Die kruk is de MacGuffin: een plotinstrument in de vorm van een voorwerp waarnaar verschillende vijandige groepen op jacht zijn. Een van de slimme spanningselementen, want elke keer als iemand op het krukje plaatsneemt, hoop je dat de poot eraf breekt.
En opeens wordt het duidelijk: hoe groot het leesgenot ook was, aan het eind van de rit – en zeker na het über-melodramatische einde waar ik echt het nut niet van inzag – sta je als lezer met lege handen. Je bent gefopt, niet verrijkt. Dan was Kearsley eigenlijk nog beter.
Dus, Leon, het worden drie sterren. Alleen omdat je zo foutloos knutselen kan.
filmgeschiedenis
Dit was ook weer zo'n collegereeks waar ik me suf bij genoot, Geschichte des Films verplichte literatuur, al zie ik er geen onderstrepingen in. (Ik weet trouwens niet meer wie* het gaf, filmgeschiedenis.) In die tijd waren we ook vaste klant bij het filmhuis, kenden we al die regisseurs bij naam, en de meeste acteurs ook.
Ik weet niet waarom dat verflauwd is. Is het weggezakt doordat we weggingen uit Europa, en niet meer in touch waren met wat er daar gebeurde? In Schotland en Amerika heb ik denk ik nooit één niet-Engelstalige film gezien. En daarna? Mondjesmaat. Een heel enkele keer naar het filmhuis, een enkele keer zo'n late film opnemen en hem maanden later terugkijken of toch maar, wegens ruimtegebrek op de harde schijf, weer wissen. Eigenlijk neem ik veel te weinig de tijd om rustig een film te kijken.
Nog een voornementje erbij dan maar?
*hoor van een studiegenoot dat het gegeven werd door Nico Brederoo










