Categorie archief: feuilleton
146 – de begrafenis van Fegman
De begraafplaats van Barraspira ligt buiten de muren aan de noordkant, in die kleine strook land voor de grens met Madzi Osangalala. Ik was er in al die tijd nog nooit geweest, al had ik soms wel een begrafenisstoet gezien, … Lees verder
145 – een angstig voorgevoel
Ik kon niet slapen, die nacht. Had Bo maar niets verteld! Wat had Morfam gehoord? Ik droomde van Nuzafam in de Visietunnel, een vrouw vol gaten met in ieder gat een baby van amethist. Ook Mia lag te woelen en … Lees verder
144 – Bo’s geheim (3)
"Ik stond daar in de hoek en had echt geen idee. Toen voelde ik opeens Kuuksi rondjes draaien om mijn benen en steeds opspringen naar mijn linker hand, nageltjes uit, je kent dat wel, steeds feller tot je eindelijk doet … Lees verder
143 – Bo’s geheim (2)
"We gaan dan met een ploegje jongens die het nog nooit geprobeerd hebben naar het plein. 's Ochtends heel vroeg, voor de markt begint. We gaan naar die hoek waar de Tweede Meisjes verdwijnen, tussen de stadsmuur en de muur … Lees verder
142 – Bo’s geheim
Een paar manen later - we zaten weer aan tafel - vertelde Bo ons een geheim. "Doe maar niet," zei ik aanvankelijk. Het liefst wilde ik niets weten wat me in gevaar kon brengen, wat aan mijn mond kon ontsnappen … Lees verder
141 – naar Nuzafam
Ik kreeg meestal zoveel opdrachten van Fegman dat ik ze maar nauwelijks op tijd afkreeg. Het was fijn dat Otta zo'n goede leerling bleek, ze kon al heel veel basiswerkzaamheden van me overnemen. Dodenmatten kon ze al bijna met de … Lees verder
140 – het verhaal van Mia en Bo
Ik begon met de korte, simpele versie. Over Dunkitaba, over Hebotva. Over het witte haar dat daar een zonde was. Iets waar ik achteraf nog steeds niets van begreep. Over mijn vlucht via de Zanden. Over Rodvabroer. En over Mia. … Lees verder
139 – wie was mijn vader?
Bo veranderde erg toen hij eenmaal uit huis was. Hij kwam alleen thuis op de vrije dagen, en zelfs dan ging hij voor de nacht terug naar de jongensborg. Hij groeide en ging steeds meer op zijn vader lijken. Of … Lees verder
138 – terug naar huis
Nuzafam woonde in de eerste weef aan de rechter kant, ze hoefde niet onder de Visietunnel door, of helemaal omhoog te klimmen door al die straatjes. Ik durfde niet te vragen of ze het niet vreselijk vond om die baby'tjes … Lees verder
137 – het Dzikomeer (2)
Met pijn in het hart nam ik afscheid van het Dzikomeer, overtuigd dat ik het vast geen tweede keer zou zien, nu ik eenmaal aan Rietmeisje had getoond welke soorten riet mijn voorkeur hadden. Ook onderweg had ik dat gevoel. … Lees verder









