Wat betekent είναι, vraagt de redacteur van de New Yorker aan Hannah Arendt. Zijn, bestaan, zegt zij. Dat is toch Grieks? Onze lezers kennen geen Grieks. Dan moeten ze dat maar leren, zegt Hannah.
En dat geeft precies aan waarom Hannah Arendt van Margarethe von Trotta zo'n prachtige film is.
Nergens wordt ook maar iets op de knieën uitgelegd, of met een schepje suiker toegediend. Het is wat het is, en de kijker moet soms op de tenen.
Een ongelooflijk moedige vrouw die het als haar belangrijkste verantwoordelijkheid in dit leven ziet, om te doordenken waar anderen simpelweg een kant-en-klaar, duidelijk, zwart-wit oordeel vellen, waarmee het denken in hetzelfde moment wordt uitgeschakeld.
Iemand die tot de uiterste consequentie – veroordeling door de massa – eerlijk blijft, en trouw aan zichzelf.
Hoe kun je iemand – Eichmann - in een gerechtshof veroordelen als er over zijn misdaad niets in het wetboek staat? Hij volgde de toen geldende wet naar de letter. Dat zo'n wet gold en het natuurlijke gevoel voor goed en kwaad in zoveel mensen kon worden uitgedoofd, zegt iets over de effectiviteit van de nazi-propaganda. Je kunt voor jezelf nog zo zeker zijn 'mij overkomt dat niet' – als zelfs Joodse leiders hun eigen mensen gezagsgetrouw aan de vijand overleverden, zegt dat wel hoe'n sluipend gif het was.
Dat Hannah Arendt ook dat durfde aankaarten, maakte haar helemaal tot een roepende in de woestijn, en de film tot een uitnodiging voor belangrijke discussies.
Waarbij ik niet wil vergeten dat ik genoten heb van de heerlijke scènes van hun huwelijk en vriendenkring, er viel ook veel te lachen, er werd veel gerookt en gereisd, het maakte ook iets wakker in mij van heimwee, naar een tijd waarin het – zoals kindeke zei – nog cool was om een goed, diepgaand gesprek te hebben.
Hannah Arendt
Welk boek kreeg je bijna niet uitgelezen omdat het je de stuipen op het lijf joeg?
Ja, deze vraag héb ik al beantwoord, namelijk hier.
The Historian van Elizabeth Kostova stond al jaren op m'n lijstje. De biep had 't niet in het Engels, maar vertaalde Engelse boeken vind ik een kriem. Dus tegen de tijd dat ik het scoorde op zo'n grootschalig boekenfestijn in de Frieslandhal was ik al lang vergeten waarom het op m'n lijstje stond. Ik begon erin, en vond het heerlijk. Spannend, mysterieus … en opeens besefte ik dat ik het eng vond. Doodeng. Ik herinnerde me zo'n gevoel. Ik had dat heel lang geleden gehad bij de griezelverhalen van Lovecraft. Zo knap geschreven dat het lijkt of het kwaad zelf opeens bij je onder je dekbed kruipt. Raar hoe je dan heen en weer geslingerd wordt. Ik wilde doorlezen, weten hoe het afloopt. En tegelijk wilde ik dat niet in mijn slaapkamer, mijn toevluchtsoord, mijn dromen.
Misschien maar buiten verder lezen, met die hittegolf dat weekend. In het felle zonlicht komen vampiers tenslotte niet tevoorschijn ...
Lezer, ik las het uit.
Het was meer dan de moeite waard. En buitengewoon leerzaam. Hoe duw je als schrijver The Horror bij de lezer onder de huid. Niet voor niets begint Petepel de vraag van vandaag met die angstkreet. Want hoewel ik Heart of Darkness zonder problemen uitlas, bleven de trommels uit de duistere jungle tot op de dag van vandaag onder mijn huid bonzen.
afbeelding uit de grafische roman Heart of Darkness, door de Zweeds-Keniaanse kunstenaar Catherine Anyango
geschreven naar aanleiding van vraag 16 van 50books
mythes over schrijven (9)
Van non-fictie schijn je wel iets te leren. Feiten, waarheden, objectief vastgestelde omstandigheden, noem de ficties allemaal maar op, waar non-fictie zich van bedient.
Die feiten zijn bij publicatie al weer verouderd of waren om te beginnen al selectief vastgesteld, die waarheden dragen de kleur van de bril van de waarnemer, objectiviteit bestaat helemaal niet. Geen grotere fictie dan non-fictie, zou ik wel willen stellen.
Terwijl je van romans de belangrijkste kennis opdoet die een mens kan verwerven in het leven: zelfkennis. Hoe sta ik tegenover dit vraagstuk, hoe zou ik in zo'n situatie handelen, sta ik aan de kant van de misdadiger of staat deze misdadiger in zijn recht?
Goede fictie houdt zich bezig met de grote vragen. Non-fictie houdt zich bezig met de tijdelijke, kleine antwoorden, en bovendien altijd dat antwoord waar de schrijver persoonlijk bij gebaat is.
Voor mij is het geen vraag, waar je het meest van leert. Hiernaast staat een voorbeeld van zo'n leerstuk.
moeder
Kwalitijd is toch dé kurk waarop het hedendaagse kind zich drijvend moet houden? Googel het maar even, dames.
En simpelweg moeder – je moet maar durven. Ik schreef gister al een stuk over het archetype van de vader. Dat gaat niet over die man die zondags het vlees snijdt, dat gaat over Het Vaderen dat op deze wereld zo in het nauw is geraakt. Om dan ook nog aan het einde van Het Moederen bij te dragen, is alleen maar kortzichtig.
vader
Vandaag las ik De Bedoeling van Verbeelding van Willem Jan Otten, en deze zin raakte me:
"Volgens mij is dat, psychologisch gesproken, een centrale kwestie van onze tijd. De vaderverstoring."
De vader als archetype, ik zit er met Heldinne's Reis middenin. Ik bedoel niet al die concrete vaders met hun mooie en moeilijke kanten. Ik bedoel De Vader. Vroeger was dat misschien de meester op school, de dominee op de kansel, de dokter.
Al deze vaderfiguren zijn van hun sokkels gestoten, want niemand mag zich nog 'meer' voelen dan een ander. De koning wordt een jij, en de paus blijkt de chef van een pedofiele boevenbende. De archetypische vader, volgens mij het allermooist vertolkt door Gregory Peck in To Kill a Mocking Bird, hij is niet meer. In plaats daarvan hebben we een Moskowitz die een levensgevaarlijke vader des vaderlands verdedigt.
Thomas Moore wijdt in Care of the Soul een heel hoofdstuk aan de vader.
"Als mijn vader dood is, of hij was afwezig, koud, tyranniek, waar vind ik dan die gevoelens van bescherming, autoriteit, zelfvertrouwen, kennis en wijsheid? Welke vadermythe kan ik oproepen om leiding te geven aan mijn leven?"
Hij vertelt over Telemachos, die het zijn hele jeugd zonder vader Odysseus moest doen. Zo kunnen wij ons identificeren met dat gevoel in onze ziel, van gemis én verlangen.
Waarom maken de goden het Odysseus zo moeilijk? Omdat ook wij moeten meemaken hoe we, zonder vader, rondzwerven over de oceaan van het leven. Zijn avonturen vormen zijn inwijding tot het vaderschap. Dat houdt ook in: verkeren met de doden, met de onderwereld. Een goed ontwikkelde animus – onze innerlijke vader – houdt in dat we ook onze schaduwkanten onder ogen zien. Maar alles wat naar abnormaal riekt, wordt nu gemedicaliseerd zonder naar de betekenis ervan te vragen. We denken aan kracht en macht als de enige nastrevenswaardige eigenschappen ("We komen sterker uit de crisis!"), terwijl we van Odysseus leren dat je je soms gewoon moet overgeven.
Terwijl Odysseus op zee is, vervult Mentor de vaderrol voor Telemachos. We hebben altijd een voorbeeld nodig van een vaderfiguur, om ons innerlijk leiderschap aan te koppelen. Dat is ook wat we van een koning verwachten, denk ik.
Onze collectieve vaderverstoring zorgt voor een maatschappij waarin verstand en egoïsme de enige 'leiders' zijn, terwijl we een leider voor de ziel nodig hebben. Alles waar we krampachtig en met valse hoop aan vasthielden, achter ons laten, en het diepe avontuur aangaan. Om het vaderschap in de ziel te laten ontwaken, moeten we de zee op.
schoonheid
Laat ik nu eens proberen te omschrijven wat mij écht zo stoorde aan het koningslied. Alles uit mijn gedicht is waar: mijn innerlijke Sissi is dol op uiterlijk vertoon, ceremonieën, traditionele gewaden. Ik krijg zelfs tranen in mijn ogen van een muziekkorps. Tegelijk blijft mijn innerlijke schooljuffrouw heus wel wakker, en realiseert zich dat dit een effect is van volksopium.
Maar waar het echt om gaat, is dit, volgens mij.
Natuurlijk is een koningshuis niet van deze tijd. Net zomin als een kerk van deze tijd is, laat staan een klooster. Maar hoe dubbelzinnig ben je bezig als je de priester dan maar in spijkerbroek voor het altaar laat swingen, of de koning met Willempie aanspreekt? Wat wil je dan?
Ik denk dat het énige nut van deze hogere traditionele instituten is, dat ze ons in aanraking brengen met iets wat model staat voor de hogere regionen in onze eigen ziel. De kunst en kunstnijverheid die ermee gepaard gaan, het goud, de muziek, alles resoneert omdat een mens de behoefte heeft boven zichzelf uitgetild te worden.
En dit vertoon van schoonheid kan niet – heeft nooit gekund – zonder het mecenaat van de echt rijken. Al die prachtige requiems en missen zijn in opdracht gecomponeerd, al die wonderbaarlijke fresco's en mozaïeken voor de lieve heer, in opdracht van de rijke kerkheer.
Als wij menen dat wij een archetypische gebeurtenis als een kroning – wie denkt bij het woord niet aan zo'n fraaie schoolplaat van Karel de Grote – moeten vieren met een in elkaar geflanste meezinger waar precies het laagste allooi van artiesten aan meewerkt – de BN'er - slaan we de plank volledig mis. Bouwen we mee aan die sportkantine waar heel Nederland zo langzamerhand toe verwordt.
Het goede, het ware en het schone, dáár schreeuwen we om. Niet om het zoveelste 'laat de leeuw niet in zijn hempie staan.'
Wat is het boekfragment dat je het meest (letterlijk) is bijgebleven?
Och heden. Nu val ik als een oppervlakkig blondje door de mand. Want wat borrelt er meteen op? "Met de eenvoudige doch smaakvolle kantoorjurk losjes geworpen om de schouders van de Venus van Milo op mijn bureau …" en "Hoe hard rijden wij nu, Adriaan? Negentig, zei Adriaan en draaide achteloos het stuur driemaal rond."
Ik heb het de laatste veertig jaar niet meer opengehad en toch kleven deze regels onlosmakelijk aan mijn ziel.
Gelukkig kan ik in een gesprek meestal wel wat intelligentere citaten tevoorschijn schudden, maar zonder context komen alleen deze heren bovendrijven.
Oh wacht, ik hoor nog iets. "Hij keek vanaf onmetelijke hoogten neer op zijn theewater."
Plok, zei de Schaduw.
dit als antwoord op 50books vraag 15
Ach en Wee
ik wil wel
geloven in prinsen
en prinsessen,
tronen en paleizen
dat zo'n sprookje leeft
dat nooit op Sissi
wordt geschoten
zeker na oranjebitters
en ambassade-
bitterballen
zingen en wenen
van 't glanzen van
een hermelijnen mantel
koetsen zien met
paarden, en kronen, en
adellijke hoeden
koren horen zingen
liefst Händel, vuur-
werk voor mijn hart,
en donderpauken
hoort mij toch aan,
zo'n kroningslied
dat wil ik niet!
daarom af en toe een gedicht
| The Journey |
Above the mountains
the geese turn into
the light again
painting their
black silhouettes
on an open sky.
Sometimes everything
has to be
inscribed across
the heavens
so you can find
the one line
already written
inside you.
Sometimes it takes
a great sky
to find that
small, bright
and indescribable
wedge of freedom
in your own heart.
Sometimes with
the bones of the black
sticks
left when the fire
has gone out
someone has written
something new
in the ashes
of your life.
You are not leaving
you are arriving.
(House of Belonging, poetry by David Whyte)De Reis
Boven de bergen
draaien de ganzen zich
weer naar het licht
hun silhouetten
zwart geschilderd
op de open lucht
Soms moet alles
op de hemelen
geschreven worden
om de regel
te vinden
die al in jezelf
geschreven staat.
soms heb je
de hele lucht nodig
om die kleine, heldere
onbeschrijflijke
wig van vrijheid
in je eigen hart
te vinden
soms heeft iemand
met de botten
van de zwarte takken
uit het uitgebrande
vuur
iets nieuws geschreven
in de as
van je leven.
Je vertrekt niet.
Je komt aan.
vertaling: Hella Kuipers
daarom: Een gedicht voor bij de Heldenreis. Dat je altijd opnieuw weer op reis moet, en altijd weer nieuw ergens aankomt.


















