Dit is een uitstekend boek over psychiatrie, Cullberg is een schrijver die met mededogen de verschillende psychiatrische aandoeningen beschouwt. Ik zit te bedenken waarom ik het destijds (1988) meenam uit de biep (het is een afgeschreven exemplaar), en herinner me dat ik toen al last had van hyperventilatie en paniekaanvallen. Als je ergens precies verwoord ziet waar je aan lijdt, wordt het al iets minder angstaanjagend.
Het moest dus mee naar Oman, en uit voorzorg heb ik Adam en Eva op de voorplaat zwart gekleurd. Boeken en LP's werden regelmatig door de douane in beslag genomen als er mensenvlees op stond afgebeeld. Bij iemand anders waren de blote kerstengeltjes uit zijn StilleNachtLPhoes geknipt.
Ik denk niet dat Cullberg iets heeft geschreven over de verkniptheid daarvan.
verknipt
wondertje
Wat dokter Spock tussen de schrijfboeken doet, is mij niet geheel duidelijk. Maar dat hij mag blijven wel. Wat een onmisbaar boek voor nieuwe moeders die hun kindje in het buitenland krijgen en niet om ieder wissewasje hun eigen moeder kunnen bellen. Dokter Spock geeft raad: dit is normaal, en voor dat moet je naar de dokter.
Er staan ook opvoedingstips in, en die zijn, sinds de eerste uitgave van 1957 waar ik zelf het slachtoffer van werd, gelukkig wat minder rigoureus. Of ik was zelf wat minder rigoureus, dat kan natuurlijk ook.
In elk geval: Spock doet me denken aan de tijd dat kindeke klein was, het grote genieten van het zien opgroeien van zo'n wondertje in het verre Oman.
waarom lezen
Het bonnetje achterin is zo goed als helemaal verbleekt maar bij strijklicht kan ik nog net ontwaren dat paps De Ouderdom van Simone de Beauvoir in 2008 heeft aangeschaft. Ik heb het meegenomen met zo'n gevoel van "moet ik beslist nog eens lezen," en toch weet ik niet of het er ooit van komt.
Binnenkort gaan we met de leesclub Where I'm Reading From lezen, ik hoop dat ik daaruit eens wat redenen kan destilleren waarom ik zelf lees.
Om te genieten toch vooral. En om wijzer te worden, om me te laten meeslepen door andermans wijsheid. Om geïnspireerd te raken. Om de hersentjes te laten kraken of waaien. Om mezelf en anderen beter te leren begrijpen. Om mezelf te helpen.
De eerste helft van dit boek gaat over de ouderdom in geschiedenis en hedendaagse maatschappij. Hedendaags in 1970, ik weet niet hoe actueel dat nog is. Deel twee is waarschijnlijk interessanter.
Maar vreugde schenkt het me niet als ik het doorblader. Ik kom niet één zin tegen die me toeroept: lees mij, bewaar mij.
Het lijkt me duidelijk, Marie Kondo heeft gesproken.
woorden tellen
Het is een van de oudste, bekendste schrijfboeken, How to Write a Novel van John Room at the Top Braine. Het is uit 1974 en voor mijn gevoel heb ik het altijd gehad. Wat niet waar is want deze editie is uit 2000.
Enniwees.
Wat het zo goed maakt, is dat het een uitermate praktische en onromantische handleiding is. Hoofdstuk 1: a writer is a person who writes. Dat je het maar weet.
En hoeveel moet je schrijven? Simpel sommetje. Een roman is een boek tussen de 40.000 en 150.000 woorden. (Mijn roman Brandsporen is 264 bladzijden, 109.578 woorden, 415 woorden per bladzij.)
Oké, zegt Braine. Houd voor je eerste boek 60.000 woorden in gedachten. Hoeveel woorden schrijf je per sessie van twee uur? 500? Hoe vaak red je dat in een week? 3x? Reken maar uit: 120 sessies, dan kom je op 40 weken, dan heb je dus binnen tien maanden de eerste versie van je boek klaar. Moet kunnen! Dan schrijf je een synopsis om te zien of je verhaallijn klopt, en dan ga je reviseren.
Zo zie je maar. Schrijven? Iedereen kan het. Hophop!
springstof
Nu weten jullie al dat ik helemaal niet zo omzichtig met boeken omspring. Ik breek hun ruggetjes, onderstreep en maak aantekeningen, vouw bladzijhoekjes om, noem maar op. En toch heb ik dit journal nog altijd niet gewreckt. Ik kreeg het van kindeke op Sinterklaas, vast met een zeer toepasselijk gedicht erbij en de aanmaning om het ook werkelijk te doen! Maar het staat in de kast, alsof het net zo'n zoet schrijfboek is als alle andere.
Ik houd mezelf maar voor dat ik uit mezelf al genoeg uit de band spring.
schitterende schatten
Alweer een boek waarvan ik niet meer weet hoelang ik het al heb. Wel herinner ik me dat ik geprobeerd heb een schilderij te maken van iets heel moois dat ik erin tegenkwam: wat Virginia Woolf beschrijft over het uitdiepen van karakters, dat je als het ware een grot achter ze uitgraaft waar allemaal schitterende schatten in blijken te zitten. ... how I dig out beautiful caves behind my characters ...
Wel weet ik dat ik een miljard keer liever een dagboek van een schrijver lees dan een biografie over haar. Ik heb die hele dikke, van Hermione Lee, die staat nu al meer dan een jaar in het kastje bij mijn bed, aanvankelijk vond ik het wel interessant maar algauw raakte ik intens verveeld.
Er staat voor mijn gevoel iemand tussen jezelf en de echte beleving in, iemand die jou vertelt wat je voor waar aan moet nemen. Dat bepaal ik liever zelf.
Natalie Goldberg
Het is ook een mooie gelegenheid om orde te scheppen in de schrijfboekenkast. Want nu moest ik tien minuten zoeken voor ik alles van Natalie Goldberg bij elkaar had. Ik wist toch zeker dat Living Color een rood boek was.
Over Writing down the Bones heb ik al geschreven.
In 2002 schreef ik de volgende column:
‘Goed, je mag op vakantie,’ zei de Neanderthaler, ‘maar ik ga mee!’
Als een schaduw volgde hij me naar het Land van Betovering, New Mexico. Natuurlijk wilde ik naar Taos, de stad waar schrijfgoeroes Julia Cameron en Natalie Goldberg hun voor mij zo belangrijke boeken schreven. Het voelde als een bedevaart: eindelijk zou ik de Sangre de Cristo Mountains, eeuwig lyrische achtergrond in ‘The Right to Write’, in het echt zien. Ik zou me kunnen voorstellen dat Cameron daar, of daar, woonde, in een van de vele romantische adobe huizen in de droge wildernis aan de voet van de bergen. Haar voetstappen door de smalle, zonnige straatjes zouden me inspireren.
Maar met de Neanderthaler in mijn kielzog pakte het anders uit. Ik liep door het oude centrum van Taos en voelde wrevel. Wrevelig bekeek ik de ene galerie na de andere, stelde vast dat in Taos blijkbaar nooit een wc kapot ging of een overhemd gestreken moest worden want gewone winkels waren er niet. Als ijzerhandel fungeerde een atelier waar van lappen blik kunstige lampjes geknutseld werden, een huishoudzaak bood uitsluitend beschilderde theepotten. In alle kleuren, stijlen en seizoenen spatte het bloed van Christus uit galeries op de hete stoep. Mensen gingen gekleed als figuranten voor Jesus Christ Superstar.
De Neanderthaler schudde zijn grove kop. Hij gromde: 'Wat een would-be artiesten hier,' en ik zat met een glas ijsthee onder een boom en was het met hem eens. Iedereen in Taos was een would-be artiest, en wilde ik dáár nu bij horen?
'Natuurlijk niet,' zei de Neanderthaler. Hij nam een slok bier en boerde vergenoegd.
Daarom is het voor ons "nuchtere Nederlanders" (alsof dat per se iets is om trots op te zijn) zo goed dat mensen als Goldberg ons elke keer weer enthousiast weten te maken.
Thunder and Lightning kocht ik nog in Amerika, Living Color in Nederland, True Secret heb ik als e-book, en over Old Friend from Far Away schreef ik in de nieuwsbrief het volgende:
Je autobiografie is niet een opsomming van hier geboren, daar naar school, keurig langs het gangpad van je leven.
De momenten moeten erin staan, waarop je de auto keerde en van de brug af in de rivier sprong omdat het water zo helder was, en je opeens moest denken aan boterhammen met pindakaas, en het liedje dat de bakker vroeger floot.
Of toen je besefte dat je er helemaal niet van hield om aandrijfriemen voor tractors te verkopen.
Een autobiografie is ook geen ouwemensenland. Duik erin, hoe oud of jong je ook bent. Waar je dit boek ook openslaat, er staat een stukje tekst, en daaronder het woord GO. En je stroomt over van inspiratie, en van blijdschap dat het er nog steeds is, dat stukje schrijverschap in je, ook al gunt het leven je geen tijd voor je roman, ook al blijven de gedichten steken achter het geroep van plichten.
Ten minutes, GO!
Een herinnering aan kool. Die keer dat je jeuk had. Een kopje waar je graag uit dronk. Hoe arm je was. Hoe denk je over appels?
Wat ben je kwijtgeraakt?
In elk geval je vermogen om te schrijven niet.
Waarvan akte!
uiensoep
Nog twee extra exemplaren van Brandsporen heb ik. Wat lijkt het inmiddels al lang geleden dat ik het uitbracht. En nog verschrikkelijk veel langer geleden dat ik het schreef. Het grootste deel heb ik in Houston geschreven, dat was een heerlijke flow, ik kon echt overal schrijven, ik bracht kindeke naar paardrijden en bleef zelf met de laptop in de auto zitten, raampjes open, en laat maar komen.
Een andere fase die ik me nog goed herinner was die van de revisie. Oorspronkelijk schreef ik het in de derde persoon, maar ik was niet tevreden. De goede vorm vond ik pas na het lezen van Holes (met flashbacks in de tegenwoordige tijd) en Crossing to Safety (iemand die het verhaal in de ik-vorm aan iemand anders vertelt). Toen ik op een kwade dag ontzettend door mijn rug ging en alleen nog maar plat kon liggen, heb ik al die zijs in iks veranderd.
De Mexicaanse werkster zei dat uienwater zo goed was voor de rug, en ze bekleedde mij met natte soeplappen. De geur van uiensoep is voor altijd verbonden met schrijven.
oude woorden
Ik blijk dus twee Gilgamesj-epossen (-epi?) te hebben. Paps heeft ze respectievelijk in 2009 en 2011 aangeschaft, ik vermoed dat ik deze heb gekregen toen hij de nieuwe uit de Perpetua-reeks kocht. Nu sta ik met beide in handen en denk: welke zal ik bewaren?
De SUN-uitgave is doorwrochter: meer wetenschappelijk, veel meer tekst eromheen, afbeeldingen van de kleitabletten en alles. De Perpetua is meer om voor je plezier te lezen. Als ik móest kiezen, koos ik deze witte. Maar niks moet. Ik zet ze gebroederlijk naast elkaar, de beide Gilgamesjen.
Want wegdoen is geloof ik niet aan de orde. Er gaat zo'n wonderlijke fascinatie uit van die oude teksten, die oude woorden, ik heb dat ook met het oude testament. En met Grieks vroeger. En met alles wat ik heb uitgezocht over Inanna.
the writer’s journey
Het is haast onvoorstelbaar, maar dit eigenste exemplaar van de derde editie van The Writer's Journey vond ik bij De Slegte (die oude nog) in Groningen. Tussen de managementboeken, onder het subkopje communicatie. Wat kan je hart toch opspringen als je zo'n ontdekking doet! Op dat moment wist ik niet eens dat er een nieuwe uitgave was, waarin Vogler veel van de nieuwe bevindingen heeft verwerkt waarover hij in Houston al verteld had.
Dat er nog altijd geen vertaling is, vind ik onbegrijpelijk. Ik ben er zelf wel eens aan begonnen, maar wat een werk is dat! Ik ben ook te eigenwijs om vertaler te zijn. Vogler schrijft veel minder goed dan hij praat, valt in herhalingen, is soms langdradig … En toch is het zo'n belangrijk boek. Het gaat niet alleen over schrijven, of het verzinnen van filmscripts, het gaat over het leven zelf, en de Heldenreis die ieder bewust levend mens maakt. En de Heldenreis die het schrijven van een boek is. Daarom heet het ook The Writer's Journey.








