Een aantal van de boeken over dagboekschrijven die ik in Amerika van de biep had geleend, heb ik later alsnog aangeschaft via Amazon – tweedehands boeken vaak voor maar 1 cent te koop! – omdat ik ze opnieuw nodig had voor Heldinne's Reis.
Life's Companion heeft als ondertitel Journal Writing as a Spiritual Quest, en het is opgezet als een reisboek, voorzien van prachtige, Indiaans aandoende tekeningen.
Momenteel heeft mijn dagboek weinig van een spirituele reis, of het moest zijn omdat ik mijn dromen opschrijf als ik ze nog weet. Verder is het zakelijk: hoe de lichamelijke toestand is, wat ik gedaan of gemaakt heb – maar heel soms komt er weer een reisbericht, een stukje groei.
Ik weet nu ook – oud en wijs – dat zulke dingen in golven gaan. De perioden van grote, snelle groei, en de perioden van pauze en inkeer wisselen elkaar af. Bovendien vindt veel onuitspreekbaars zijn weg in het beeldende werk dat ik doe.
Op een gegeven moment heb je het ook allemaal wel eens opgeschreven. Ik heb best veel van de dagboekboeken ook weer weggedaan, en alleen die bewaard die me iets bijzonders brachten toen ik ze voor het eerst las.
Ik neem me voor om ooit mijn dagboeken te herlezen en op te tekenen wat ik wanneer las, en wat ik erover opschreef. (In het begin vergat ik vaak bij citaten te noteren uit welk boek ik ze had, kan mezelf achteraf wel voor de kop slaan.)
dagboekschrijven
creëerveer
Ik herinner mij The Call to Create als ook een van de meer doorslaggevende boeken. Ik heb het meerdere keren gelezen, maar heb er niets in onderstreept – jammer, want dan had ik nu een paar kant-en-klare citaten gehad om aan te geven waardoor het zoveel indruk maakte.
Ik weet nog wel dat het gaat om creativiteit in heel algemene zin, en dat niemand moet zeggen "ik ben niet creatief" of "zij is zó creatief" want iedereen is creatief. Iedereen is dagelijks bezig met iets te scheppen, met keuzes hoe het leven in te richten, of de woonkamer, of de sla in de schaal.
Maar als dit een schrijfveer was, zou ik mezelf erop betrappen dat ik aan het theoretiseren sla omdat ik de diepte niet in wil.
Het rare is – en ik heb geen idee of dit kan kloppen – is dat ik een heel vage herinnering heb dat ik dit boek lees in het logeerbed bij mijn ouders. En dat ik me ontzettend geraakt voelde door iets wat ik las.
Ik zie nu dat er drie uitgeprinte blaadjes (Amerikaans formaat) achterin zitten. Een een lijst met emotions, op de andere twee een lange rij Meditation Questions. Die vind ik terug op de computer, ze zijn van 16 december 2003. Twee prachtige lijsten vol schrijf- en creëerveren. Ik zal ze maar online zetten, dan heeft iedereen er iets aan.
poëtisch
Denken over Dichten is een prachtig boek uit de nalatenschap van paps. Ik heb er nog geen letter in gelezen, sla het nu voor het eerst open. Het is een boek dat ik nooit kopen zou (€34,50 zegt de prijssticker achterop), typisch een boek om uit de bibliotheek mee te nemen, en vlinderend door te bladeren, alsof het een duur tijdschrift is.
Maar het is geloof ik heel mooi. Als de zon nu echt gaat schijnen, ga ik er dit weekend mee op balkon zitten. Want het is raar, ik heb zo mijn vaste leesmomenten op de dag (zoals je ook je vaste eet- en drinkmomenten hebt) en dit boek past nergens in, dan heb ik een extra – speciaal – moment nodig. Een uurtje of vier, een groot glas ijsthee, zonnebril, zonnebrand, en nadenken over poëzie.
enneagram
Ik weet niet meer wie mij in contact bracht met het enneagram, het kan zo maar nicht Emma geweest zijn. Ik kocht het boek van Russo – dat schijnt wel het standaardwerk te zijn – in 2004, maar volgens mij was ik er al veel eerder mee bezig.
Het is namelijk een enorm goeie hulp bij het creëren van personages, en zelfs van plot. Want als je van elk van de negen types de grootste valkuil weet, kun je ze daar als schrijver met volle vaart in sodemieteren.
Maar het belangrijkste is, dat je zo personages creëert die sterk van elkaar verschillen, en ook niet allemaal op jezelf lijken. Daarvoor hoef je helemaal niet in de typologie te geloven.
Het Nederlandse boek is een werkboek waar ik zo te zien niets mee gedaan heb, maar het ziet er nog steeds inspirerend uit. Het Enneagramspel bevat kaarten, dat heb ik vast gekocht in de tijd van het schrijfcafé, omdat je er leuke schrijfopdrachten mee kunt doen. Wie weet komt het ooit allemaal nog terug. Vooreerst maar terug in de kast.
rijk leven
Je Leven in de Hand Nemen is het boek waarop ik mijn autobiocursusprogramma (fijn galgjewoord) Zeven over Leven heb gebaseerd. Ik kwam destijds op dat idee door het tv-programma Seven Up, waarbij een groep Engelse kinderen wordt gevolgd vanaf hun zevende jaar. Ze worden elke zeven jaar opnieuw geïnterviewd en het is fascinerend om te zien hoe erg de man al in het zevenjarige kind zit.
Burkhard verdeelt het leven ook in perioden van zeven jaar, geeft een overzicht van al die perioden en eindigt met vragen bij elke periode, aan de hand waarvan je je autobiografie kunt schrijven. Ik heb er zelf aan de hand van de lessen nog vragen aan toegevoegd.
In de groep die ik had was het leeftijdsverschil behoorlijk groot (variërend van 50 tot 90), en het was zo bijzonder om te merken dat al die mensen toch op dezelfde leeftijd met dezelfde problemen en vragen geconfronteerd werden. Maar ook hoe het leven verbeterd was – of in sommige gevallen juist minder goed geworden.
Nu ik het boek zo doorblader krijg ik bijna zelf zin om ermee aan de slag te gaan. Ik schreef vaak wel mee in de les – vanuit een gevoel van eerlijk delen, zij gaven zich zo bloot, ik vond dat ik dat ook moest doen – maar dat was toch meer hapsnap.
Gisteravond keek ik naar Adieu God, met Arthur Japin. Hij vond het leven haast niet te doen voor een mens. Terwijl ik dit allemaal opschrijf en denk: wat is het leven rijk.
barbarij
Wat is een klassieke roman? Ik zou het niet weten. Nu ja, of natuurlijk wel. Ik denk meteen aan Couperus. Voor mijn gevoel is een klassieke roman naturalistisch en noodlottig, de fout in de held de oorzaak van zijn onherroepelijke ondergang.
Maar doet het er toe? Ik ben nu op een derde van dit boek (het is een erfstuk van paps), en vind het vooral goed voor mijn algemene ontwikkeling en de slijping van de duffe preThersentjes om het te lezen.
En tegelijk vraag ik me – gezien mijn dikke onderstrepingen in het hoofdstuk over Dostojevski – af of ik mijn vader beter leer kennen door zo'n boek. Hij onderstreepte nooit, bij hem mocht niets ooit beschadigd raken, of het nu een boek, een koffiepot of een geëmailleerde pan was (die laatste twee mijn zonden, het was alsof de wereld verging).
Klassiek is volgens Coetzee dat wat bezield is door de oude mythen. En dat wat de ergste barbarij overleeft.
keurig
Ik heb Write for Life al lang, ik heb het nog in Aberdeen gekocht. Het is een van die schrijfboeken die je erop wijzen dat je als schrijver álles uit jezelf moet halen. Dat je dus alles moet durven schrijven, ook al heb je vroeger geleerd dat iets niet netjes was of zelfs verwerpelijk. De hele maatschappij is erop gericht om niets uit jezelf te halen, om er alleen maar dingen in te stoppen. Om te consumeren en jezelf het spreken te beletten omdat je het veel te druk hebt met overleven.
Je kunt taal gebruiken om jezelf ergens van te weerhouden, én je kunt taal inzetten om jezelf te vergroten. Je kunt wel denken dat keurige taal en een keurige verbeelding alles oplossen, maar you sure as hell dump the pile-up of waste on someone else's doorstep. (En dat geldt niet alleen voor individuen maar ook voor landen.)
Kortom, een pittig en provocerend schrijfboek, vol openbrekende opdrachten.
(grappig genoeg zit er een kalenderblaadje tussen, waarop staat: "Overdenk je woorden voordat je ze uitspreekt.")
prachtig geleerd
Narrative Dynamics is een boek vol hoogtheoretische essays over hoe narratieven werken, qua tijdsverloop, plot, beginnen en eindes en noem maar op. Ik vermoed dat ik het heb aangeschaft vanwege een aantal beroemde namen bij de bijdragers, zoals E. M. Forster, Vladimir Propp en Northrop Frye.
Ik heb het geloof ik nooit gelezen, en als ik het opensla denk ik: wat is het toch interessant allemaal. Hoe verhalen werken, waarom we ze vertellen en hoe we ze uitsnijden tussen ervoor en erna. Ik blader het door, en zie toch onderstrepingen, en langzaam komt er iets van herkenning. Oja. Dat was toen ik begon met Honderd Valkuilen (die begonnen als een serie artikelen voor Trouw), en meer theorie nodig had dan ik op internet kon vinden.
Theorie die ik me voor een deel heb eigen gemaakt, techniek om over te beschikken. Eigenlijk heb ik het boek niet meer nodig maar het staat wel prachtig geleerd in de kast.
kouder, altijd kouder
Alweer zou ik mijn oude dagboeken moeten herlezen om erachter te komen wanneer ik De Schelp van Michel van der Plas voor het eerst uit de ouderlijke boekenkast trok en getroffen werd door het eerste gedicht. En dan dat lieve Sinterklaasgedicht van mijn moeder aan mijn vader, ze waren nog maar heel kort verloofd. De kennis van nu zou je soms niet willen bezitten.
ten dode
Ik pluk het uit de kast en heb even géén idee wat voor boekje dit is. Laat staan dat ik me nog herinner hoe ik eraan kom. Het blijken de vrome veersjes van Hieronymus van Alphen te zijn. (Een uur van onbedachtzaamheid kan maken dat men weken schreit.)
De blaadjes zitten nog met twee draadjes aan elkaar, het boekske lijkt den dode opgeschreven.
Mijn lieve kinders, schrikt dan niet,
Wanneer gij doode menschen ziet;
Zoudt gij voor lijken beven?
Zegt liever vrolijk – deze man,
Die hier niet zien of hooren kan,
Mag in den Hemel leven.
Kunnen we nog iets aan hebben in deez' terroristische tijden.














