Categorie archief: gedichten
klachten
als kind mocht ik al niet klagen want oh, de arme mensen en wij in de oorlog, jij, luis, zere kop, klagen? schaam je schaam je haat je woei mij dan niet alles aan liefde rijkdom, hoge cijfers, vaandels van … Lees verder
nog even
je moet de woorden zeggen, ooit, eens, dat het niet waar is dat de woorden niet de waarheid zijn, dat je waarheid is geschreven door wie je maakte, wie, die geen andere waarheid kende, niet de jouwe, niet de ware … Lees verder
weg
aangeschoten wild altijd net te langzaam om de pijlen te ontwijken van wie met scherpe zekerheden schiet ongeacht de wonden van het wilde, schuwe wezen al jaren op de vlucht met een waarheid onder de arm die voor niemand te … Lees verder
allerzielig
dat ik met allerzielen ween is niet om wie ik in de aarde heb geborgen moeders, grootmoeders zijn daarboven poes mauwt hier naast me wat er is in mij vecht de schaamte van weleer je hebt het goed, denk aan … Lees verder
de dichtcoach
Een roman helpen ontstaan is prachtig, je bent een beetje de leeuwentemmer van de schrijver, hier moet je hem afremmen, daar moet je hem juist door een nieuwe hoepel leren springen. Alles met een diep respect voor de leeuwennatuur. Een … Lees verder
voor de eeuwigheid
Dichters van Geluk! Bataille, FM Droog & Oomen Dinsdag 6 mei 2014, 12:30 - 14:00 Portretfotograaf Joost Bataille fotografeerde vijftig Nederlandse en Vlaamse stadsdichters. Hij vroeg hen in gedicht verslag van de ontmoeting te doen. Dit resulteerde in het prachtige … Lees verder
mijn anker is van papier (3)
we zijn te bang voor onze eigen dromen ik zeker want ach mijn dromen wat wist ik nou, niks zeker wat weet ik? niets moeilijker dan altijd weer op het scherp van de snede mijn dromen opscherpen tot ik ze … Lees verder
mijn anker is van papier (1)
geluk woont in weinig dunne draden van een vergeelde trouwjapon ik trek de draden los van mijn hart voor een gestippeld zomerbloesje
daarom af en toe een gedicht
Vos onder ijs Deze winter, bij het schaatsen: vos onder ijs. Twee glazen ogen keken op alsof hij zo omhoog zou springen met open bek als het plotseling zomer werd. Ik vlucht voor honderd boeren. Water breekt. Ik zwem mij … Lees verder
weerloos
het lijkt wel of ik overal onveilig ben stad zonder muren geen omwalling tegen binnenvallend strijdgewoel en ieder delft naar willekeur stukken van mijn hart en ziel om er de eigen vesting mee te stutten overal onveilig overal gaten of … Lees verder









