de wrede schrijver

(even een oude column in de herhaling voor HannieJe)

Ze vertelt mij hoe haar vriendin geleden heeft, een leven lang. Dat haar vriendin door een geschifte echtgenoot werd geterroriseerd, en nu bijna niet meer verder wil leven. Eén oor van mij leeft mee, zegt op gepaste momenten 'ach…' en 'jeetje…' en het andere oor zendt boodschappen naar het schrijversbrein: 'Onthou, onthou! Mooi verhaal!'
En degene – ik? - die tussen beide oren zit vraagt zich inmiddels af of dit allemaal wel ethisch verantwoord is: dat ik nooit voor 100% met iemand meeleef, meeluister, meedenk, dat er altijd minstens 50% van mij langs de zijlijn staat te genieten van de inspirerende wreedheid van het dagelijks leven.
'Natuurlijk is dat wel ethisch verantwoord,' vindt de schrijver. 'Want met dat verhaal van ons gaan wij de wereld verlichten, gaan wij het lijden zichtbaar maken, begrijpbaar, gaan we als het ware een standbeeld oprichten voor degene die het meemaakte.'
'Ha,' zeg ik cynisch. 'Dat zeg je alleen om jezelf te rechtvaardigen. Intussen is het een ordinaire kwestie van dood en brood. Die arme vrouw zou er meer bij gebaat zijn als ik haar te logeren uitnodigde in het fraaie Friesland.'
'Hé,' sputtert de schrijver tegen, 'dan heb ik geen tijd meer om te schrijven, als we al die zielepieten gaan verzorgen. Wil je schrijver worden als je groot bent of verpleegster? Nou dan. Jij hebt als kind zeker geleerd dat egoïsme de grootste zonde is.'
Ik knik zwijgend.
'Neem dit van mij aan,' zegt de schrijver. 'Je zei toch net dat je voor de helft meeleeft? Waarom zou de andere helft dan niet egoïstisch mogen zijn? Hoe wil je ooit iets bereiken als je alléén maar aan anderen denkt? En trouwens, hoe kom je erbij dat ik nooit aan anderen denk? Ik doe de hele dag niet anders.'
Waarmee zij het laatste woord heeft.

Geplaatst in schrijven | 2 Reacties

vakantie (3a)

de Heldenreisvis

afbeelding Naso Vlamingii (ook Vlamingii Tang)

Getagged | Een reactie plaatsen

vakantie (3)


De zee, de zee

Na een week Jordanië namen we de veerboot van Aqaba naar Nuweiba. De boottocht zelf was al een hele belevenis, al vond ik het jammer dat we niet aan dek konden zoals bij de North Sea Ferries, want wat was het mooi, die knalblauwe Rode Zee met bergen aan alle kanten, van die kale rotsbergen die me sinds Oman zo na aan het hart liggen. Oergrond van de aarde. Het was vrijdag, gebedsdag, en de gids had ons al gewaarschuwd dat het op de wc een waterballet zou zijn. Er waren in de vloerbedekking bij de toiletten kleedjes afgedrukt waarop men kon knielen, na de abluties die voor een westerling met hoge nood wel heel lang duurden, en bovendien noopten tot het optrekken der broekspijpen. Een van de groepsleden had een mooie spreuk van haar moeder die ze in ere hield: nicht ärgern, nur wundern.
Het duurde lang voor we van boord konden. Er werd alleen in het Arabisch omgeroepen, maar gelukkig zat achter ons een gezellig gezin van Egyptenaren uit Duitsland, die vertaalden dat ze nog steeds wachtten op een chauffeur op het autodek.
Wij waren een losgelaten groepje van zes argeloze toeristen toen we op Egyptische bodem stapten. Na midden-oosters hoffelijk Jordanië (de eigenaar van het bedoeïnenkamp was volgens mij stiekem een prins), waren we nu in een ander werelddeel beland. Het is grappig hoe dat werkt in je geest, je zoekt naar beelden om mee te vergelijken wat je ziet, en het waren weer de oude prenten van ontdekkingsreizigers. Ondanks vrachtauto’s hier en daar, en mensen met een mobieltje aan hun oor, wemelde het er van beelden uit het oude Afrika. Menigten mannen met grote witte tulbanden en lange, wijde, donkerbruine jurken, vrouwen met zwart omhuld maar ook in felgekleurde Vlisco, en pakken waarin makkelijk een compleet huis met inboedel zou passen. Alles loopt en schreeuwt en wriemelt en zit door elkaar, er is het gevoel van een havenstad van eeuwen her. Wel staat er gelukkig een man met een bordje dat voor ons bestemd is. Hij praat ons langs diverse hekken en politieposten, tot het tijd is om een visum te kopen. 15 dollar alstublieft, of 12 euro. Wat nou Egyptische ponden? Bij de bank haal je een visumpapier (met mooi hologram, dat zouden we nog vaak tegenkomen op entreekaartjes van bezienswaardigheden), en dan moeten er bij het echte visumkantoor nog dikke stempels overheen (zonde). We zijn er, er verschijnt een bus, een chauffeur, een gids, en we worden vervoerd naar Dahab, voor een paar dagen bruin leven.
Dahab stond niet op het lijstje, het leek me in het programma wat veel tijd innemen, een verlopen hippiebadplaats, wat moet een cultureel typje daar?


Ik moest daar snorkelen. En die ervaring kwam meteen op nummer 2 van deze vakantie (na Petra). We kochten waterschoentjes, huurden snorkels, liepen de blauwe Rode Zee in, en legden onze snorkelsnuitjes in het water. De bovenste 30 cm van het water waren bijna ondraaglijk heet, maar daaronder begon de grote blauwe koelte. Finding Nemo is mijn favoriete film om de heldenreis uit te leggen, en ik heb hem al vaak gezien, genietend van verhaal en mooie kleuren, maar nooit gedacht dat zijn koraalrif met die blauwe drop-off op werkelijkheid gebaseerd is. Wel dus.
Het is niet te beschrijven zo prachtig, het hemelsblauw van de zee dat van vloeibaar glas lijkt, en dat direct achter het diep aflopende koraalrif begint. Wolkvisjes steken er zilver tegen af, terwijl ze blauw zijn als ze rechts van je zwemmen (we zwommen naar het zuiden). Het koraal lijkt een bloementuin - weer die geest die bijpassende plaatjes levert: lijkt het hierop? hierop? nee daarop! - een tuin met pollen roze heide, blauwe vergeetmijnietjes, gele boterbloempjes, grote ronde paddestoelen en gehaakte ronde kussens om op te zitten. Daartussen vlinderen de visjes, in alle kleuren, met de mooiste dessins, alleen maar uit plezier geschapen lijkt het, zoals schilderen met vrolijke kleuren en maar kijken wat het wordt. Van een vis had ik graag een foto gemaakt: hij leek gemaakt van changeant zijde, glanzend van paars naar turquoise en weer terug. De kleuren van mijn website, van mijn huisstijl. Een vis staat volgens mijn droomboek voor spiritualiteit, en de kleuren voor wijsheid en genezing. Harmke en ik peddelden er samen rond, en af en toe moesten we even zeggen: Zag je dat! Kom hier eens kijken! En zij kent me zo goed, ze zei: heb je de Heldenreisvis gezien?
Snorkelen in de Rode Zee. Van nul met stip op twee. De ultieme mindfulness. In-het-nu-zijn ten top. Ik probeer dat vast te houden.
(En die vis, heeft iemand een idee? Ik heb hem nog niet kunnen vinden. Het googlet zo lastig op Heldenreisvis.)

afbeelding Nuweiba
afbeelding koraal

Getagged , , | 1 reactie

vakantie (2)


Lijstje

Ik had deze reis geboekt omdat er drie dingen van m’n lijstje op stonden: Petra, het Sinaïklooster, en de piramiden. Over het klooster heb ik ooit een mooie collegeserie gevolgd bij professor van Moorsel, die daar zelf onderzoek had gedaan, in de tijd dat de muur nog dichtgemetseld was, en bezoekers met een mand omhooggehesen werden. De bijbehorende boeken staan hier nog in de kast, en ik herinner me mijn gevoel van ademloze aandacht die bijna jaloezie was: was ik daar maar geweest, had ik dat maar mogen onderzoeken! Voor mijn geestesoog verschenen andere plaatjes dan die uit de boeken, of de dia’s die op college vertoond werden. Ik zag het witte woestijnlicht, schimmen van monniken die over het middenterrein liepen, de donkere kerk die van schatten flonkerde. Ik was daar als een geest, niet als een mens die er met een of ander vervoermiddel gekomen was.

Het bezoek zou voorafgegaan worden door beklimming van de Mozesberg (die van de stenen tafelen) en het aanschouwen van de zonsopgang daar. Om daarvoor op tijd de top te bereiken, moesten we om half 2 ’s nachts vertrekken, zo bleek (en dat was als je een kameel huurde). Ik heb ervan afgezien, en alles door mijn dochter laten vastleggen. Ook zij had er bepaalde verwachtingen van. Hoewel net als ik niet religieus opgevoed, had ze wel gevoel voor het belang van deze berg waar zoveel begonnen was. Ze hoopte op een bepaalde ervaring van alleenzijn met het hogere. Of zoiets. Maar niet op een berg die door horden bevolkt werd, allemaal uit op verheffing. Het was razend druk op de berg, en alleen bij de afdaling was ze nog een kort moment alleen geweest met het maanlicht.

Ik ging met de rest van het gezelschap de volgende ochtend naar het klooster. Het ligt daar als een ommuurde oase tussen berghellingen. De weg erheen wordt bevolkt door verkopers van ansichtkaarten en hoeden en heel veel toeristen. Bovenaan de hoge muur zijn nog de portaaltjes waar men te mand zijn intrede deed. De poort is nu open, we betalen entree en kunnen naar binnen. Ik had me voorgenomen om me los te maken van de groep, om zelf over het terrein te dwalen en alleen maar te weten: nu ben ik er. Nu ben ik er werkelijk.

Maar de visite is streng gereguleerd. Eerst werp je een blik op het Brandend Braambos, een felgroene struik die in niets lijkt op de braamstruiken hier thuis aan de sloot. Knip! zegt camera gehoorzaam. Dan mag je hier de kerk in – een hangend woud van lampjes, een rijke iconostase, blanke zuilen, en verboden te fotograferen. Tussen de horden kijk je gehoorzaam. Dan mag je daar de kerk weer uit (eenrichtingsverkeer), en breng je tenslotte een bezoek (opnieuw entree betalen) aan het museumpje waar de wereldberoemde iconen van Christus en Petrus bewaard worden, plus de Sinaï-codex. En ja, prachtig. Indrukwekkend. Oudste bijbel, levendste icoon. Gezien. Check, check. En klaar. Naar buiten, het witte licht weer in, nog wat vergeefse foto’s om te bewijzen dat je er geweest bent.

Sommige dingen kunnen beter op het lijstje blijven staan.

Getagged , , | 2 Reacties

vakantie (1)


Een verre reis doet me iedere keer opnieuw beseffen dat er nergens zoveel deugt als in Nederland. Hoe leven mensen in een kale woestijn, waar besta je van, waar verheug je je in? Hoe leven mensen in de armoedige wijken in Cairo, waar peur je dan geluksmomenten uit, als alles om je heen grauw, lelijk en vuil is? Als je je kinderen niet kunt voeden, jezelf niet kunt ontwikkelen? Schuldig rijd ik erlangs, met steeds vanuit mijn raam in de luxe touringcar een vlugge blik in stegen vol vuilnis. De woonblokken bestaan uit prefab skeletten van beton, met muren gemetseld van grauwe stenen. Het dak is de bovenste verdieping in aanbouw, betonnen palen met ijzeren sprieten steken omhoog voor het volgende dak. Daar gaan de kinderen wonen als ze groot zijn, en het geslacht voortzetten. Wie geld heeft, voorziet het geheel van een balkonnetje met kleur, of van een heus raam met echte luiken, of zelfs een aircomachine in de muur. Wie dat niet heeft, heeft in elk geval die kubus als huis, wat altijd beter is dan golfplaten of de blote hemel.
Maar wie hebben dan de piramides gebouwd? Wie hebben al die schatten gefabriceerd die het Egyptisch Museum herbergt? Toch diezelfden die nu de woonblokken bouwen? Ook legers van arme mensen die zwoegen, met als enig verschil met nu een toplaag met zin voor schoonheid? Nu trekken de rijken zich terug in grote villa’s aan de rand van de stad, of in luxe appartementen aan de Nijl, en ze geven niet langer opdrachten waaraan de hele wereld zich vergapen zou. Ze gapen verveeld in hun dure auto, en denken niet terug of vooruit. Er gebeurt wat er gebeurt, in een stad die nooit slaapt, waar ook midden in de nacht menigten op straat slenteren – en dat zijn de mensen die zich dat permitteren kunnen – en ze proberen te verdienen aan de horden die hun kunstschatten komen bewonderen.
Ik hoefde niet precies te weten van dynastieën en oude koninkrijken, het was genoeg om de pracht te bewonderen die vier millennia lang bewaard is gebleven en waar gelukkig de huidige Egyptenaren ook trots op zijn. Het was een openbaring om te leren dat de Arabische kunst haar motieven heeft gevonden bij de Kopten. Arabieren kwamen uit de woestijn en namen deze decoratie over in hun moskeeën, en vandaar ontstond het Cairo dat we kennen uit negentiende-eeuwse romantische foto’s en tekeningen: kaliefen en minaretten, duizend-en-een-nacht. Een Nijl vol bootjes, en altijd ergens op de achtergrond het stugge silhouet van een piramide, van een nooit meer geëvenaarde visie.

Getagged , , | 3 Reacties

wateroverlast


op de website van de Leeuwarder Courant vandaag een foto van Hoe Nat aan de Paulus Akkermanwei (terwijl ik van huis was)

Getagged | 1 reactie

liefde die verzand is tot erbarmen


verzand tot woestijn
waar bomen in de hemel
ligt nu versteend hout

Geplaatst in schrijfveerhaiku | 4 Reacties

de bron van alle kwaad


de bron van het kwaad
is dat ik die buiten zoek
binnen onverlicht

Geplaatst in schrijfveerhaiku | Een reactie plaatsen

maggiblokjes

Als ik op vakantie ga, heb ik plotseling een groot tekort aan spullen. Ik heb allemaal verkeerde schoenen, totaal geen kleren die aan de voorziene omstandigheden voldoen, geen enkele tas waar precies in past wat ik nodig schijn te hebben, de koffer moet wel weer mee want een grotere kan ik niet tillen, maar om precies dat te bevatten wat voor deze reis nodig is, zou hij een geheim vak moeten hebben dat als een magisch maggiblokje modder opeens uitdijt tot een hele kas vol. Geen modder dus, maar ruimte.
Ga ik dus sneupen bij de Bever, tussen de hebberigmakende Kleine Dingen. Ik ben vanmiddag ten prooi gevallen aan een handdoek die niet groter is dan twee maggiblokjes, en daar schijn je je helemaal super-absorberend droog mee te kunnen maken. Er zat ook zo'n bergbeklimmersachtig haakje aan, zodat ik hem eventueel buiten aan mijn koffer haken kan.
Ik wist opeens ook weer hoe aardedonker Plassen in Woestijn kan zijn, en dus moest ik dat iniminizaklampje ook mee. En aparte Pakzakken? Zodat het in die koffer niet zo'n zootje wordt tussen Schoon, Vies en Halfvies? Doetumaartwee. (Zal ik morgen toch nog een halen voor Halfvies?)
Schoenen, oh, schoenen. IJdelheid en practiciteit strijden in mij. IJdelheid wil die leuke zwarte schoentjes mee, en die vrolijke knalblauwe sandalen, en felgroene slippers. Praktisch gezien worden het ecco-sandalen, monsterlijke Nike sportschoenen waarop ik heel Rome doorkruiste, twee maanden na een gebroken enkel … maar als we nu uit eten gaan? Dan mogen die zwarte schoentjes … please?
De koffer is onverbiddelijk. Zwarte schoentjes erin? Korte spijkerbroek eruit. Het maggiblokje biedt plaats aan een extra vrolijke sjaal (ter kuise bedekking, want stel dat die eerste vies wordt, of halfvies, of saai), en de overweging dat Warme Kleding in de reisinformatie Onzin is, midzomer in de woestijn, biedt plaats aan een extra wikkelvesje met flappermouwtjes. En een zonnehoed. Of toch een sjaaltje als tulband.
Mijn complete garderobe, linnenkast, badkamerkastje en schoenenrek hebben al een paar dagen in de koffer doorgebracht. De paklijst heb ik al zeven keer overgetypt. Zonet was ik de pincet kwijt (splinter in vinger, van zolderluik waarachter de rugzakken huizen, voor Op Reis), en die zat al in de koffer. Alvast een ding waar ik zeker van ben. Of zouden ze bij Bever een opvouwbare pincet hebben? Kan ik nog een extra maggiblokje mee ...

Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties

creatief schrijven – iets voor u?

wij zijn zeventig
mevrouw, denkt u dat wij nog
niet kunnen schrijven?

Geplaatst in schrijfveerhaiku | 3 Reacties