Er zijn dagboekschrijvers die al tijdens het schrijven hopen dat hun dagboek later wordt uitgegeven. Anne Frank was er een van, en zelf had ik in de zwartste puberjaren ook de stille hoop dat ik jong zou sterven en daarna beroemd zou worden. Ik las Het Onkruid En De Bloem, en iemand zei dat het meisje op de voorplaat wel wat op mij leek ...
Ach ja, en nu hoop ik honderd te worden, maar dan nog: wat doe ik met mijn dagboeken? Ik ken iemand die ze echt verbrand heeft. Niemand hoefde na haar dood gekwetst te worden door haar waarheid. Ook mijn geweten heeft lange tijd gewroegd: mocht ik mijn woede ongestraft spuien, in die Morning Pages die ik elke dag produceerde? Mocht deze vuile was ooit buiten wapperen?
Mensje van Keulen heeft haar dagboeken netjes (en gekuist) overgetikt voor ze geopereerd werd. Dan zou het oeverloze en stijlloze gejeremieer tenminste niet zo de wereld ingaan. Alle Dagen Laat is leuk om te lezen, maar nu ik dit weet, denk ik aan wat me overkwam bij die uitgebreide uitgave van Anne Frank. Het volmaakte meisje dat sinds mijn tiende mijn absolute rolmodel was geweest, bleek goddank ook een gewoon kind met filmsterrenplaatjes aan de muur.
Het heeft te maken met zelf-acceptatie: ook dat ben ik, die zeurpiet, die jeremieerder. Door het op te schrijven was ik die dag waarschijnlijk beter te gebruiken. Het was niet de enige waarheid, het was een deel van de waarheid. Ik laat mijn dagboeken maar rustig in hun kisten en koffers. Wie ze wil lezen, mag dat doen, maar een rituele verbranding met een lekker glas wijn erbij is ook prima. Nu zijn ze mijn tweede brein, dan zijn ze het stoffelijk overschot van mijn ziel.
column juli 2009























