Ik was bij Yarden om een urn uit te zoeken, en bedacht dat ik gelijk de bedankkaartjes wel even regelen kon. Dan krijg je een vel met voorbeeldteksten, waaronder de volgende pareltjes: "de liefde is sterker als de dood" of "haar boek was uit." Pappa's boek was nog lang niet uit, ik denk dat hij nu op een wolkje verder leest, en van die taalfout zou hij gegruweld hebben.
Terug dus naar Bodar. De tekst op de rouwkaart was van hem, en de volgende regel in het hoofdstuk De Majesteit van de Dood luidt: Zij kennen die vrede, die weten getroost achter te blijven.
Pap was een groot bewonderaar van Bodar, ik heb hem als docent Kunstgeschiedenis gehad, hij was geweldig, maar met hem als priester heb ik niet veel. Behalve dan de troost die het vaste geloof van iemand anders kan bieden, als hij het je niet betweterig oplegt maar diepgevoeld voorleeft. Hetzelde gevoel dat oude kerkgebouwen bieden: dat rotsvaste geloof voorgeleefd in steen.
Ik ben blij dat ik geloofloos ben opgevoed, zodat ik nu zeker weet dat mijn gevoel ook echt van mij is. De vrede van het weten dat het goed is, zo, en dat ze daarboven allemaal glimlachend toezien op mij en mijn brieven, mijn boeddha, mijn boek en mijn blog.
voorleven
brieven (2)
Nu met dit mooie weer lees ik mijn oude brieven in de tuin. Wat komt er veel voorbij! Vakantiebrieven van dierbaren, brieven over het nieuwe leven met de nieuwe liefde, wat hebben jullie een boel mannen versleten, vriendinnen van me.
Een enorm pak kaarten en brieven met huwelijksfelicitaties. Pijn doen ze niet meer, maar cynisch maken wel, en dat wil ik helemaal niet.
Soms zijn er kaarten met een onleesbare afzender, of een naam die ik niet ken.
Geboortekaartjes komen voorbij, een verlovingskaartje zelfs, superdeftig met "geen ontvangdag" erop. Zouden zij nog samen zijn?
Allemaal zijn ze gericht aan de twee-eenheid die ik was, of aan de vrouw met de andere achternaam die ik was.
Dat dat dezelfde was als zij die nu in een achtertuin in Leeuwarden zit, is soms moeilijk te geloven.
Alleen dat ik al die lieve woorden geïncorporeerd heb, dat geloof ik wel. Anders had ik het nooit tot hier gebracht.
goeie tekst!
zo kreeg het huis van Oude Vadertje geen kijkers, laat staan kopers:
Aan deze tussenwoning zie je dat hier mensen met veel plezier hebben gewoond de ruim 40 jaar dat zij hier woonden getuigt hier mede van. Deze ruime woning, gelegen op loopafstand van het centrum en de bossen van Oranjewoud, heeft voor vrij uitzicht over een grote vijverpartij. Bovendien ligt de woning gunstig t.o.v. uitvalswegen die aansluiting geven op A32.
Deze ruime tussenwoning vraagt om modernisering, wordt verwarmd met gaskachels heeft eenvoudig sanitair en keuken.
De 128 m² woonoppervlak maakt veel mogelijk. Bij binnenkomst ervaart u een ruime hal, woonkamer (31 m²) en keuken (6 m²).
Op de verdieping 4 slaapkamers (14, 11, 6, 5 m²) en badkamer.
Tweede verdieping, overloop, veel bergruimte en ruime zolderkamer van ruim 16 m². In de tuin een stenen berging en achterom via mandelig pad. De woning is uitstekend onderhouden, nieuwe goten, nieuw dak schuur, schilderwerk 2010.
en zo, met de door mij geschreven nieuwe tekst, was er binnen een week een kijker die een koper werd:
Waar in Heerenveen krijg je zoveel huis voor zo weinig geld? Het huis ligt prachtig, met vrij uitzicht op een grote vijverpartij, en een fijne achtertuin op het zuidwesten met veel privacy. Kwartiertje lopen en je bent of in hartje Heerenveen of in de bossen van Oranjewoud. Twee minuten rijden en je zit op de snelweg.
Ruim veertig jaar lang hebben de eerste bewoners in dit huis gewoond. Ze hebben het altijd goed onderhouden: het huis heeft nieuwe goten, het schilderwerk is van 2010, en de schuur heeft een nieuw dak en is opnieuw gevoegd.
Binnen moet je even door al dat jaren zeventig bruin en beige heenkijken. Bezoek het huis op een zonnige dag en ervaar hoe ruim het is, hoeveel mogelijkheden het biedt. Badkamer en keuken zijn aan modernisering toe, maar daartoe biedt de lage vraagprijs alle mogelijkheid. Het huis heeft vier slaapkamers en een grote zolder, dus er zijn mogelijkheden te over voor slaap, werk, hobby en studie. Kortom: een buitenkans die u zeker moet bezichtigen!
Leg jouw zakelijke tekst (website, folder) voor aan de schrijfcoach, dan maken we er samen iets moois van!
zegeningen van het web
We kregen één rouwkaart onbestelbaar retour. Aan een oude tante uit Duitsland. Of tante ... vroeger noemde je iedere vriend of vriendin van je ouders oom of tante, en zo was het met haar ook.
Het probleem was alleen, dat mijn vader haar recentste verhuizing niet in zijn adressenbestand had doorgevoerd. En zij was altijd zo trouw geweest in haar contact, ze moest het weten!
Googlend op haar naam vond ik niets. Maar wel vond ik haar zoon. Hij zat op LinkedIn, en reageerde gelukkig op mijn contactverzoek. En zo kan het droeve bericht haar alsnog bereiken.
Hij wist niet meer wie ik was, en ik herinner me hem ook niet. Ik was twee, en hij was acht? We waren zo vrolijk!
geluk
Ik was een kwartier te vroeg bij het station. Ik draaide alle ramen open en liet de autoradio aan. Ellen ten Damme zong Het Regende Zon, en ik was een kort moment volmaakt gelukkig. Het specifieke geluk dat hoort bij bus- en treinstations en bootterminals. Het reizen over de aarde, het gevoel van vrijheid en herinnering dat daarmee annex is.
DENKEND AAN JACQUES PRÉVERT EN JOSEPH KOSMA
Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam
we omhelsden elkaar
je zei dat je blij was
ik wist waar de bus
de 26 die ons zou voeren
langs het volk van Belleville
naar waar het beviel
de Rue des Pyrénées
waar ik ‘obrigado’
tegen de conciërge zei
waar je kon zetten je tas
en wassen je haar
en vragen wat nu
Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam.
Je had een taak een adres
films over onderdrukte rassen
ver van Abbesses
maar onbedreigd te zien
in een culturele ruimte
ver van de rest
Court Saint-Louis
in die buurt moest je wezen
meteen na de lunch
in Popincourt het Elfde
je trok nieuwe schoenen aan
we liepen via Père-Lachaise
Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam.
Later in straten
vol afbraak en gaten
in Ménilmontant
wou ik je wijzen
op de tand der tijden
en hoe ons hart desondanks
maar je kneep in mijn hand
en zei dat een ander
en dat de dingen nu eenmaal
Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam.
Ach de blaren die dood zijn
de passen verstorven
alleen in mijn hoofd nog die deun.
Remco Campert
dwdd university
Gisteravond gaf Robbert Dijkgraaf bij dwdd college over de oerknal. Heb je het nog niet gezien, stop dan nu met lezen en ga kijken. Het was een van de mooiste
tv-programma's die ik ooit gezien heb, en mijn verrukking deed me denken aan de fantastische colleges van Van Moorsel over de catacomben en van Van Leeuwen over de wolkenkrabbers.
Dat je getuige bent van iets dat je voordien niet kende, en nu aan je sterrenstof hebt toegevoegd, fascinerend en verrijkend.
Op twitter kreeg ik nadien een felle discussie met iemand die mopperde: nou ja, komt er iets over de oerknal, ligt iedereen in katzwijm. Ik knalde terug in 140 tekens: er zijn weinig belangrijker zaken dan EINDELIJK een
tv-programma dat mensen serieus neemt en niveau heeft in deze stompzinnige tijd. Hij: alsof je daarmee oorlog, honger en ziekte de wereld uit helpt. Ik: jazeker! Als al die stupide shows en spelletjes door zulke programma's vervangen werden, die kennis en wijsheid vermeerderen in plaats van de mensen dom te houden. Nou, mopperde hij terug, dan kan je beter een programma wijden aan de belabberde stand van het onderwijs. Nee! zei ik. Dat gaat alleen over de stand van het onderwijs, en dat wisten we al!
Het domhouden van mensen is net zoiets als het dooreetstofje in chips, het is een bewuste en legale vorm van mensontering. Chips en kwizzen, de Romeinen wisten het al. Wat mij betreft is de dwdd-university een blijvertje. Laat geleerden vertellen over hun passie, over hun kennis. De aloude volksverheffing. Volgens mij nu meer dan ooit keihard nodig. Anders laten we ons voorgoed leiden door degenen met de grootste bek en de grootste zak geld.
op wadi
Een wadi is een droge rivierbedding en daardoorheen rijdend kun je ongerepte stukken Oman verkennen. Je neemt kampeerspullen mee, volgepropte koelboxen, een extra tank benzine, een extra reservewiel en een bandenpomp, want onderweg is er niets.
Wij begonnen met een mini-waditje in onze nieuwe Jeep. Achter in Ruwi, door de laatste steegjes tussen de laatste dobbelsteenhutjes, verlieten we het asfalt, om via een steile graded road de bergen in te rijden. Een minuutje verwijderd van de twintigste eeuw zit je in een voorwereldlijke wildernis die nog nauwelijks door mensenhanden is aangeraakt. Van het Interior zijn geen kaarten te koop, maar gelukkig heeft PDO een afdeling Topografie.
Daar hobbelden we dan, heel voorzichtig, M had nog geen idee hoe snel je moet rijden over een wasbord (veel sneller, hoorden we later. Dan raak je als het ware alleen maar de bovenkant van de ribbels), en bovendien ben ik een beetje zwanger ...
We kwamen uit in een enorme wadi, een brede keienvallei, met aan weerskanten bergen. Daar rijd je dan, moederziel alleen op de wereld. Onee, toch niet, een knalblauw tankwagentje reed ons voorbij. Dat was de drinkwaterman, die tegenwoordig zelfs de verste gehuchtjes van schoon water voorziet, weer een van de betere ideeën van His Majesty!
Langs de bergwand liep een falaj - een eeuwenoud irrigatiesysteem van stenen waterkanalen die het water uit de bergen naar de binnenlandse plantages voeren. En daar flitsten inderdaad, tussen het rotsgrijs, de groene sterren van dadelpalmen. Eronder was alfalfa geplant - knalgroen - en opeens reden we er middenin: een zandspoor dat nog net breed genoeg was om de auto door te laten liep door het hart van de plantage. Alweer speelden we in een exotische avonturenfilm.
Aan het eind van de tunnel verbreedde zich de weg, om door het dorp Yiti te voeren: links en rechts kleine, grauwe huisjes. Geen mens te zien, op wat gehurkte figuren in verderweg gelegen velden na. Zo hebben mensen hier eeuwenlang gewoond, maar dan zonder drinkwatertanks, zonder electriciteit, zonder auto's, met wat eigenlijk wel? Alleen die alomtegenwoordige brutale geiten, die zelfs bovenop de huizen stonden, en de dadelpalmen. En de vissen natuurlijk, Yiti ligt vlak bij de zee. Voorbij de huizen was een lagune vol vogels, en het zandpad daarlangs voerde regelrecht naar het strand.
De zee is blauw als ogen, de grillige rots in het water goudbruin. Op het strand spelen de echte acteurs uit deze film: de kinderen van Yiti. Prinsesjes in sprookjesjurken, sommigen in nylon jurkjes met petticoat, anderen in authentieke kleding, een geborduurd broekje met een tuniek erover in dezelfde stof, met borduursel langs de randen. Jongetjes zijn soms in dishdash, maar meestal in een glimmend sportbroekje en een fluorescerend T-shirt met een gewelddadige tekenfilmheld erop.
Ze rennen daar over het strand, zoeken schelpen, laten vliegers op … Dat is wat onherroepelijk voorbijgaat, als de vooruitgang zijn sporen trekt.
(Op google satelliet zie ik dat de hele kust daar nu tot badplaats is ontwikkeld. Ongelooflijk wat een pijn dat doet. Moet je HIER eens kijken.)
hoofdstedelijk
Muscat is de hoofdstad van het land. Dus staat er het paleis van de Sultan, bekleed met paarse, turquoise en gouden tegeltjes, het geheel rustend op buiten-proportioneel naar boven toe uitlopende zuilen: Gezicht Negentienzeventig. Bloeiende perken, watervallen en fraaie hekken met scherpe koperen punten omgeven het kleurige bouwsel. Die hekken moeten constant gepoetst worden, niet alleen de puntjes, maar ook de Omaanse wapens op een gouden plaquette, om de drie meter. Dit wordt verzorgd door de Koninklijke Hekkenpoetser.
Hij leek te genieten van al dat gefonkel in de zon. Wij brachten onze vrije dagen door met het verkennen van de omgeving en waanden ons op een exotische vakantiereis. Wat stond het paleis daar prachtig aan de oude baai van Muscat. Op oude prenten zie je hoe de elegante stad daar vroeger lag, een weelde van paleizen en schaduwrijke tuinen ingeklemd tussen beschermende rotsen rondom. Grote forten op de rotsen links en rechts van de baai getuigen nu nog van de voorbije glorie. We liepen onder de oude stadspoort door, die in de dagen van Qaboos' vader elke avond op slot ging.
Vlakbij het paleis was een wijk waar we nog een paar resten van de vroegere elegantie zagen. Prachtig witte, strakke huizen, zonder dat protserige van de tegenwoordige villa's, maar met grote gebeeldhouwde houten deuren, met kleine vensters op een rij, voorzien van ajour houtsnijwerk of van een scherm van donkere latten. Een enkele ambassade is er gevestigd, en verder huizen daar de leden van de Diwan of the Royal Court. Nou ja, ze wonen er natuurlijk niet, ze werken er aan hun hofhoudelijke taken. Aan Mercedessen met vergulde velgen geen gebrek.
Voor de rest sliep Muscat. Terwijl het toch nog niet het uur was van de mad dogs & Englishmen. Een paar straatjes verder was het helemaal gedaan met de hoofdstedelijke grandeur. Geen luxe, westerse winkels te zien zoals in Ruwi of Qurum, maar een complex van lage, witte schoenendoosjes: Sale of Foodstuff, Barber, Laundry, Tailoring, Cafeteria, we kochten een flesje cola en gingen dat op een muurtje zitten opdrinken, onder veel bekijks vanuit de passerende auto's.
We hadden zicht op een bouwterrein waar men bezig was met de restauratie van de oude stadsmuren en slotgracht. Tegen twaalven arriveerde daar, luid toeterend, een grote bus. Uit alle hoeken en gaten kwamen de bouwlieden tevoorschijn en klommen in de bus. Voor hen golden de nationale feestdagen blijkbaar niet. Even later wandelden ze de bus weer uit met hun lunch: drie op elkaar gestapelde blikjes in één handvat geklemd. Ons Nederlandse schuldgevoel stak de kop op toen we ons voorstelden wat voor leven zulke mensen hebben: zeven dagen per week werken, ook in de zomerse hitte (al schijnt er dan veel meer 's nachts gedaan te worden), wonen in een soort turkenpensions en maar eens per twee jaar naar huis. Maar van het schijntje dat ze hier verdienen, kunnen ze in India of Pakistan hun hele familie onderhouden.
zandlopergedicht
moest ik geperst
zo was
ik
zo was
ik natuurlijk niet
ik was véél groter
dit was een schrijfcafé-opdracht van Ingrid: eerst een lang stuk schrijven naar aanleiding van een spreuk op een getrokken kaart, daarvan 1 zin onderstrepen en verder schrijven, dat nogmaals, en toen uit het laatste stuk een zinsnede kiezen van 4 woorden, en daarmee een zandlopergedicht maken (4-3-2-1-2-3-4 woorden)















