August: Osage County

august osage countyAugust: Osage County is een drama van de bovenste plank. Dus moeten de critici er wel kritisch over schrijven, want drama – zeg maar gerust melodrama – is not done, dat weet iedereen.
Of tenminste, melodrama mag best maar dan bij Disney. Niks heerlijker dan snikken om dode bambimama's.
Ik heb dat ook wel als kritiek op mijn boek gehoord, dat er zoveel ergs gebeurde, en zo weinig leuks. Want een lezer wil af en toe ook even ontspannen, dat weet iedereen. Wat we willen is Woody Allen, psychologie met een knipoog. Geen psychologie met woede en tranen, met volslagen dysfunctionele mensen, dan is het too much.
Er valt heus wel iets aan te merken op deze film. Het belangrijkste, wat mij betreft, is het einde. Dat is een makke bij bijna alle Amerikaanse films: ze gaan te lang door. Was gestopt met dat beeld van Violet en Johnna op de trap. De moeder die eindelijk een moeder vindt. Maar nee, dan moeten we nog met Barbara mee in de pickup, want god verhoede dat er losse lijnen zijn.
En hoe goed Meryl Streep ook acteert, ze blijft Meryl Streep die goed acteert. Terwijl Julia Roberts erin slaagt te transformeren in de bittere en daardoor lelijke Barbara. Veel mooier vond ik de andere dochter, en de mannen in het stuk. En de tante, wat een wijf.
Maar het totaal, dat uitvergrote, woeste drama, van de implosie van een kolossale familiemythe: ik lust er wel pap van. So hit me.

Geplaatst in recensies | Getagged | 2 Reacties

de wand

wandEergisteravond las ik De Wand van Marlen Haushofer uit. Een paar dagen hield het boek me volledig in zijn greep. Het is zo knap geschreven, compleet foutloos en zeer effectief.
Een vrouw van in de veertig gaat met een bevriend echtpaar mee naar hun jachthuis in de bergen. Als ze er zijn, gaat het echtpaar nog even naar het dorp. De vrouw wil niet mee, en ook hond Luchs heeft geen zin. – Ik schrijf dit op en bedenk opeens: komen we de naam van de vrouw überhaupt te weten? Zij is zo bezig met de namen van de dieren, maar hoe heet ze zelf? Ik blader het boek opnieuw door en lees:

Het valt me op dat ik mijn naam niet heb opgeschreven. Ik was hem al bijna vergeten en zo moet het ook maar blijven. Niemand noemt me bij die naam, dus bestaat hij niet meer. Ik zou ook niet willen dat hij misschien op een dag opduikt in de tijdschriften van de overwinnaars.

(Ze vraagt zich nog altijd af of de wand er is geplaatst door een vijandelijke mogendheid.)
Zij kruipt vroeg in bed, en slaapt meteen. De volgende morgen ziet ze dat het echtpaar helemaal niet thuisgekomen is. Wat zou er gebeurd zijn? Ze gaat ook maar op weg naar het dorp, Luchs met haar mee, een eindje voor haar uit, en opeens begint het beest te janken, en hij heeft bloed aan zijn bek. Nog een klein stukje loopt de vrouw door, en dan opeens knalt ze tegen iets hards op. De wand. Volkomen doorzichtig maar keihard.

een gladde, koude weerstand op een plaats waar zich toch niets anders kon bevinden dan lucht.

Ze is van de wereld afgesloten, en even later ziet ze dat in de wereld geen mens meer leeft. De autoradio van de mercedes waarmee ze zijn gekomen, zoemt alleen nog.
Ze is dit relaas gaan schrijven tweeënhalf jaar na deze gebeurtenis. Een vrouw die nooit schreef, die zich als alle andere mensen liet meedrijven op de tamelijk onaangename stroom van het leven, en sinds twee jaar weduwe is.

… het is voor mij gewoon zo gelopen dat ik wel moet schrijven als ik mijn verstand niet wil verliezen …

Nu moet ze alleen overleven, met een hond en een kat en een koe, dankzij de hypochondrische eigenaar van het jachthuis een klein voorraadje medicijnen, en een jachtgeweer.
In onopgesmukte taal beschrijft ze haar bezigheden, het verloop van de seizoenen, haar omgang met de dieren, de wrede dood van sommige van hen. Het is een aangrijpend verslag van de grootst mogelijke eenzaamheid. Wat als ik de laatste mens op aarde ben, wat maakt dan dat ik doorleef? En de tijd, bestaat die nog wel als er geen mensen zijn? Ben ik vrij, zonder andere mensen, of ben ik nu de gevangene van de dieren die van mij afhankelijk zijn?

… Zolang er hier in het bos een schepsel zal zijn waarvan ik kan houden, zal ik dat doen; en als er ooit echt niets meer is, zal ik ophouden met leven. […] Het enige wezen in het bos dat werkelijk recht of onrecht kan doen ben ik. En alleen ik kan genade schenken.

Een bijbels voorspellend zinnetje op de helft van het boek.
Af en toe schrijft ze prachtige vergelijkingen. Zoals de krankzinnige hoop die ze ondanks alles nog voelde.

… ik stel me die hoop voor als een blinde mol die in mijn huist en op zijn waan zit te broeden …

Horzels die als woedende schietspoelen door de lucht schoten.
De kat krijgt jonkies, en het wilde jonge katertje

… deed alsof hij mijn enkel voor grote witte muizen aanzag die hij naar de andere wereld moest helpen …

Laat in het boek trekt ze de vergelijking met Sneeuwwitje. Maar dan alle sprookjesachtigheid voorbij.
Langzamerhand wordt ze meer een met de natuur.

Soms raken mijn gedachten verward en is het alsof het bos in mij wortel begint te schieten en met mijn hersenen zijn oude eeuwige gedachten begint te denken. En het bos wil niet dat de mensen terugkomen. […] mijn nieuwe ik waarvan ik niet zeker weet of het niet langzaam wordt opgezogen door een groter wij …

Zij maakt als mens een enorme ontwikkeling door maar wie heeft er weet van?
Alleen ik, de lezer.
Dat is natuurlijk deel van de fictionele droom. Wij accepteren van de schrijver het gegeven dat dit relaas op geheimzinnige wijze toch onze ogen bereikt, al is dat in het verhaal niet mogelijk. Deze opschorting van ongeloof is niet moeilijk.
Tegen beter weten in zette ik gisteravond toch even de film op. En daar werkte dat dus niet. Als kijker was ik me er constant van bewust dat ik vanaf deze kant door de wand heenkeek naar haar geplette wang en handen tegen het glas. Ik stond hier, met een cameraman, een geluidsman, een regisseur, en ik kon de fictionele droom niet binnen. Trouwens, alleen het begin al, dat ze bij lamplicht zit te schrijven terwijl het buiten nog niet donker is. Reken maar dat ze intussen zuiniger omspringt met haar lichtbronnen. Dus nee, ik heb de film weer uitgezet.
Het boek is filmisch genoeg. Ik vind het een wonder, hoe iemand met zulke kale woorden een verslag kan schrijven van aardappels poten, een koe verzorgen, een jachthut op de alm inrichten, en daar zo'n indringende en tot het einde toe boeiende roman van kan maken. Onvergetelijk. En dat zeg ik niet gauw.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

een simpel narcistje (2)

Ik roep al jaren dat de glorixpipo een narcist is. Altijd wordt mij dat verweten, want zo mag je toch niet oordelen over een gekozen politicus.
Ik hoop dat jullie me nu wel geloven, nu de directeur van de Pompestichting in Nijmegen het zelf zegt, in een ingezonden brief in de volksrant van vandaag.
wilders

Geplaatst in tijdgeest | Getagged | 6 Reacties

modder

the lieDe Grote Oorlog is alweer twee jaar voorbij, en Daniel Branwell is teruggekeerd naar zijn geboortedorp in Cornwall. Bij de oude weduwe Mary Pascoe vindt hij aanvankelijk onderdak. Het werken op het land doet hem goed, maar zijn nachten zijn vergeven van spookgestalten uit de oorlog, altijd voorafgegaan door de stank van slagveldmodder. Elke nacht wordt hij bezocht door zijn oude kameraad Frederick, die op het slagveld het leven liet.
Frederick was een rijkeluiszoon, de moeder van Daniel maakte er schoon, en zo kon Daniel het huis binnenkomen en zich te goed doen aan de schatten in de bibliotheek. Een schoolopleiding zat er voor hem niet in, hij werd tuinman. Hij kent oneindig veel gedichten uit zijn hoofd, en bepaalde regels achtervolgen hem veelzeggend. Zoals … because he knows, a frightful fiend / doth close behind him tread … uit The Rhyme of the Ancient Mariner. Wie de albatros heeft gedood, kan nooit meer terugkeren naar zijn eigen land. Frederick baalde ervan dat Daniel een gedicht uit zijn hoofd kende zodra hij het gelezen had, terwijl hij er zelf zo lang op studeren moest. All the poems i had learned were in my mind, as whole as eggs.
Van een van die gedichten worden de eerste twee strofen geciteerd, maar het hele gedicht is tekenend voor wat er met Daniel gebeurt:

William Ernest Henley (1849-1903)
Out Of The Night That Covers Me (Invictus)

Out of the night that covers me,
Black as the pit from pole to pole,
I thank whatever gods may be
For my unconquerable soul.

In the fell clutch of circumstance
I have not winced nor cried aloud.
Under the bludgeonings of chance
My head is bloody, but unbowed.

Beyond this place of wrath and tears
Looms but the Horror of the shade,
And yet the menace of the years
Finds, and shall find, me unafraid.

It matters not how strait the gate,
How charged with punishments the scroll,
I am the master of my fate:
I am the captain of my soul.

In het eens zo comfortabele Albert House woont nu alleen nog de dochter, met haar dochtertje. Ook haar man is gesneuveld. Samen met deze Felicia verwerkt Daniel – min of meer – de gruwelijke dood van zijn vriend.
The Lie uit de titel slaat onder andere op de detail-loze doodsberichten die de nabestaanden ontvangen, en op de brief die Daniel zelf aan Felicia heeft gestuurd. "The lies I wrote were better. They'd have convinced me, if I'd been Felicia." Daniel weet beter hoe de dood op het slagveld huishoudt.
Een andere dichtregel, uit Dover Beach van Matthew Arnold, verwijst naar een andere leugen: Ah, love, let us be true / To one another!
Er is nog een grotere leugen die de sleutelrol speelt in het verhaal, maar die vertellen zou de plot weggeven.
Helen Dunmore is een van mijn favoriete Engelse auteurs. Haar boek The Siege staat hoog op mijn lijst van mooiste boeken. Maar ook haar romans over relaties zijn de moeite waard. Zij weet als geen ander een doordringende sfeer neer te zetten. Je leest haar boeken niet, je maakt ze mee, zo zintuiglijk schrijft ze. Het land, de moestuin, de zee. De loopgraven, de stank, het prikkeldraad. Het verschil tussen stinkend slijk en groeizame aarde. En het haar van Felicia dat naar rozemarijn ruikt, net als het haar van Danny's moeder.
Mocht ik de indruk gewekt hebben dat het een soort meta-poëtisch verhaal is: nee. Het is het poten-in-de-modder verhaal van een slachtoffer van de Grote Oorlog. Die van gedichten hield.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 1 reactie

waarom schrijven?

Is schrijven nuttig? Zo vroeg een doodzieke vriendin aan Renate Dorrestein (Het Geheim Van De Schrijver): "Wat hebben we nu aan al die boeken van jou?" Een stervende denkt misschien mét Oscar Wilde: All art is quite useless. Maar kan een boek niet het onbegrijpelijke begrijpelijk maken, het zinloze zinrijk? Of, aan de andere kant (van de literaire weegschaal), kan een boek niet even respijt bieden, ontsnapping? Dit geldt voor stervenden èn levenden. Een boek biedt de mogelijkheid om leunstoelreiziger te zijn, is toegangspoort tot emoties die normaal nooit zo samengebald worden.
Verder noemt Dorrestein het nut van de schrijver als maatschappelijk geweten. Nu bereikt natuurlijk niet iedereen zoveel met zijn roman als Harriet Beecher Stowe, maar elk oprecht geschreven boek zet de lezer aan het denken.
In 1934 schreef Dorothea Brande (Becoming a writer): "Fictie biedt de enige vorm van filosofie die de meeste lezers kennen, fictie registreert hun ethische, sociale en materiële normen, bevestigt hun vooroordelen of opent hun geest naar een wijdere wereld."
Precies wat Dorrestein zei over de 'gewone lezer' die onder meer leest om zichzelf, z’n medemens en de wereld waarin hij leeft te doorgronden.
Het beste antwoord op de vraag "Waarom schrijven?" schreef Brenda Ueland ((If You Want To Write, 1938).

Omdat er niets is wat mensen zo ruimhartig, zo vrolijk, levendig, heldhaftig en meedogend maakt, en zo wars van vechten en het verzamelen van spullen en geld. Omdat de beste manier om de waarheid te leren kennen is er uitdrukking aan proberen te geven. En wat anders is het doel van ons bestaan dan het ontdekken van waarheid en schoonheid, en die te delen met anderen?

Ik schrijf om mijn waarheid, mijn mening te ontdekken, en omdat ik niets liever doe. En jullie?

Trouw column juni 2007

Geplaatst in schrijven | Een reactie plaatsen

noord houdt woord

skype ingmarReislust begrijpt iedereen. Blijflust is raar. Deze observatie kwam tot ons op Noord houdt Woord, via een skypeverbinding met Ingmar Heytze. En nee, die is al lang van zijn reisangst af maar kon geen oppas vinden.
Het was een prachtig Boekenbal-van-het-Noorden, het mag zo niet heten dus waarom zeggen ze niet gewoon Bouknbal? Ik had er het reisje naar de A A kerk graag voor over (daar moesten wij wel hard om lachen, na twee pauzes met wijn). Geen echt reisje natuurlijk, gewoon een wandeling door de stad en een rondje om de kerk op zoek naar een open deur.
Dichters lezen of performen, liedjes en soundscapes bonzen langs de zuilen omhoog, schrijvers lezen voor, verhalen. Het is als met alle voorstellingen, als het voorbij is, is het voorbij en loop je door de koude wind, herinneringen doornemend, terug naar huis.
Ik ben erg blijflustig, waar het thuis betreft. Tegelijk heb ik een enorme Fernweh, die vooral opspeelt bij films op exotische locaties, zoals The Lunchbox, wanneer gaat het vliegtuig naar India? Toen zei iemand: nou ja, maar dan heb je het gezien, en dan?
Terwijl dat juist is wat ik heb bij voorstellingen, bij voorlezingen, bij concerten. Dan heb je het gehoord, en dan?
Eigenlijk zou ik ter plekke willen meeschrijven maar dat staat zo raar. Dus heb ik alleen dat Blijflust in mijn boekje genoteerd. Maar over een tijdje is er van die avond alleen de koude wind blijven hangen die ook door de A A kerk woei, en het strakke streepjespak van Oek de Jong dat zo slecht bij zijn boeken past. Eigenlijk kunnen alleen boeken – in de kast, thuis – de ware blijflust voeden.
En het opschrijven. Blijflust houdt woord.

foto: Bijzondere Locaties Groningen

voor intimi: we kunnen Klein Schrijflust ook Klein Blijflust noemen ...

Geplaatst in autobio, recensies, schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

schrijfcursussen? zonde van je tijd

Wat grappig, een schrijver die beweert dat schrijfcursussen verspilde moeite zijn omdat zijn studenten geen verhaal kunnen vertellen.
Wat daar vooral uit blijkt, is dat meneer Kureishi een waardeloze schrijfdocent is. Als er iets is wat je kunt leren, is het wel het vertellen van een verhaal. Wat je ook kunt leren, is om het zo effectief mogelijk te vertellen. Wat je ook kunt leren, is het zo mooi mogelijk op te schrijven.
Ben je daarmee een beroemde schrijver? Nee. Maar je bent een veel betere schrijver dan voor je die schrijfcursus deed.
Altijd maar weer die mythe dat je schrijven vanzelf moet kunnen. Musici moeten oefenen, schilders moeten tekenstudies maken, maar schrijvers? Nee, die stappen kant en klaar uit het voorhoofd van de schrijfgod.
Blijkt ook maar weer dat die eeuwige spreuk "those who can, do, those who can't, teach" er ten onrechte vanuit gaat dat onderwijzen iets is wat iedereen kan. Terwijl een goede leraar Gods gift to mankind is.

Geplaatst in schrijven | 3 Reacties

Hella’s Challenge

challengeHet zal vast iemand op Facebook of twitter geweest zijn die mij heeft geïnspireerd om aan het begin van het jaar op Goodreads vast te leggen hoeveel boeken ik dit jaar zou lezen. 50 moest te doen zijn, dacht ik, gemiddeld 1 per week. Met 14 gelezen titels lig ik aardig op schema. Niet dat ik ze allemaal helemaal heb uitgelezen, maar dat hoeft ook niet. Er is nergens een reglement of een boekenpolitie. Vervelende boeken uitlezen vind ik zonde van mijn tijd, ik hoef geen innerlijke schoolmeester meer te gehoorzamen hoor.
Maar wat ik er zo leuk aan vind, is dat er een overzichtje ontstaat van wat ik gelezen heb. Voor echt boekbloggen ben ik te lui. Of liever: het beneemt me vaak de moed, als ik weet dat ik tegelijk de criticus moet aanzetten als ik lees. Lezen doe ik 's avonds, in bed, op de slaapkamer die verboden is voor de criticus. Wel benut ik de mogelijkheid van de tablet om regels en alinea's te highlighten. Op die manier kan ik van de wonderboeken nagenieten, en kan ik achteraf bij daglicht nog eens wat interessante noten napluizen. Twee wonderboeken heb ik al gescoord: Butcher's Crossing, en Zen in the Art of Writing van Ray Bradbury. Dat laatste is nu helemaal groen van de highlights. Wat die man allemaal over schrijven geschreven heeft! Dat het niet vertaald is! Ik ga alles doen wat hij zegt! En ik kan er wel een schrijfcursus mee maken!
Als een boek zo'n effect op je heeft is het heerlijk om bij Goodreads al die sterren aan te vinken, en de uitroeptekens in het eenregelig verslag te zetten. En aan het eind van het jaar kan ik zien wat me heeft helpen groeien dit jaar. Ik wou dat ik dat mijn hele leven gedaan had!

Geplaatst in lezen | Getagged | Een reactie plaatsen

hoop

Harmke BachelorGister ontving mijn kindeke haar Bachelordiploma. Baccalaureus in de filosofie, mag zij zich noemen, het moederhart zwelt! Ik had verwacht dat het wel in het Academiegebouw zou zijn, tussen al die dooie hoogleraren, maar het was in een gewoon collegezaaltje, met de tuindeur open om de warme lucht van een klas vol wijsgeren in de dop even te laten uitwaaien.
Het werd een prachtige bijeenkomst. Zeven kandidaatfilosofen werden door hun scriptiebegeleiders toegesproken over dat waar ze de afgelopen maanden diep over hadden nagedacht en over geschreven. Waar ze zich oprecht het hoofd over hadden gebroken. Medisch-ethische vragen, maatschappelijke vragen, filosofische vragen die mij de pet te boven gingen, mijn kindeke-naar-mijn-hart die zich had opgewonden over de DSM-V en toch in staat was gebleken hier met de gepaste filosofische distantie over te schrijven.
Zeven jonge mensen die hadden nagedacht over de belangrijkste zaken des levens. Ze feesten en ze beesten zoals het studenten betaamt, maar ze zijn ook – en dat stemde me zo dankbaar! – de spes patriae. Ze bestaan.

Geplaatst in autobio, tijdgeest | 4 Reacties

waarom ik de Volkskrant opzeg

2014-02-28 12.44.35-1Als een film uitgebreid wordt besproken in de vpro-gids, kun je er donder op zeggen dat hij diezelfde donderdag precies zo uitgebreid in de Volkskrant staat. Als een huilerige BN-er bij #dwdd over zijn voetbalboek mag komen praten, komt hij dat snikken nog eens overdoen in de Volkskrant.
Als er iets smeuiigs over het seksleven der vrouw te melden valt, ligt zij in de Volkskrant meteen gespreid over twee paginaas.
Als er twee paginaas leeg dreigen te blijven mag de Zwagerman ze vollullen met nietszeggend gezwets over kunst, gespeend van elke vakkennis en zo langzamerhand ook gespeend van ieder literair vlagvertoon. Wat een geneuzel over wat hij wel of niet gezien heeft en wat er daarbij wel of niet door hem heenging. Nice work if you can get it, wat zou het schuiven, zo'n spreadje?
En dan Sir Edmund. Hilarisch.2014-02-28 12.46.54
En dan de koppen! RTL Boulevard is er nix bij! Knotsgek. (over meneren met het haar in een knotje) Een hele Cruijff. (over de serie) Kind aan House. (over herriemuziek)
Kortom, zolangzamerhand blijkt dat ik mij nergens op verheug, op de columns van Sylvia Witteman na dan, de tv-recensie van Geelen, en het huisinrichtingsdeel uit het magazine. En een paar rake columnisten, zoals Sitalsing en Truijens. Maar verder lijkt de krant net zo de weg kwijt als het journaal en radio1. Op zoek naar zoveel mogelijk lezers/kijkers proberen ze iedereen te bedienen. Waarbij 'iedereen' dan staat voor de oversekste, hypezuchtige, deuntjesminnende, kritiekloze consument van wat reclamejongens hebben uitgerekend als het meest winstgevende "nieuws."
Doet u dat maar fijn zonder mij.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 3 Reacties