schrijfveer: extreme lamlendigheid

extreem lamlendig
bewoog de salsadanser
hemel en aarde

Geplaatst in schrijfveerhaiku | 1 reactie

fotobiografie


Ik voel me schuldig. Ik kreeg hem in 2001 op mijn verjaardag. Een van de eerste digitale camera's, ik geloof dat hij 700 dollar kostte. Je kon er wel 80 foto's mee maken, je kon er filmpjes mee maken, en dat steeds weer opnieuw. Met Photoshop kon je onderbelichte foto's verhelderen, en bewogen foto's opscherpen, je kon uitvergroten, je kon spelen. Wat was ik blij! En wat is er veel gekiekt door deze lens! Alle schoonheid van Amerika: wolkenkrabbers en woestijnen, reuzensequoia's en wijde Mississippi's. De schoonheid van vakanties in Friesland: luchtballonnen in Joure, oude kerkjes op terpen, de Waddenzee vanaf de Koegelwieck. Ons fraaie huis in Houston, de Texaanse nep-Russische blauwe cowboycat die Pjotr was, een kind in schooluniform, de leuke gele schoolbus waar zij elke ochtend om kwart voor 7 instapte, de mensen met wie we aten of lazen of dronken of schreven.
In 2005 reisde hij mee naar Nederland en legde de verhuizing vast: het psychedelies geverfde huis, de overwoekerde tuin, een diepgelukkige Pjotr die nu zonder hijgen struinen kon, de knalgele bank, familie en vrienden.
In de film-modus heb ik zelfs – zonder op dat moment te weten waarom – een voicemailberichtje van mijn moeder opgenomen, die eind 2007 overleed. Ik kocht de laatste memorysticks die voor dit model te krijgen waren. Ik kocht een nieuwe computer die mijn ouwe Sony niet herkende, maar na een dag googlen en buitenlandse nerdfora doorploegen kwam ik er toch uit hoe het moest.
Hij is oud maar nog steeds in goede staat.
Voor mij geldt dat wat minder. Zware tassen worden steeds zwaarder, lijkt het. En zo leek het me toch heerlijk om zo'n toestelletje te hebben ter grootte van een pakje sigaretten (een rokende mij is in 2006 voor 't laatst geregistreerd). En zo wordt de oude digi met zijn 3.3 megapixels ingeruild voor zo'n opschepperig jong ding met 14.1. Ik kan me wel in zijn gevoelens verplaatsen. Vandaar dit eerbetoon aan de fantastische levensgezel die hij is geweest. Dankjewel mijn lieve Sony cybershot DSC-S75!

Geplaatst in autobio | Getagged | 7 Reacties

schrijfveerhaiku’s

mijn fijnste vakantie

lopen in Rome
zijn waar niemand anders is
dan zij van vroeger

op de hoek wacht …

hij speelde voor niets
op zijn klarinet voor mij
en Joni Mitchell

ingewikkelde berekeningen

geef jij een ketting
leg ik mij vast, de krijger
door gever gepakt

een blauwe vaas

roze trosanjers
in de blauwe glazen vaas
jarenzestigbloei

wegwijs maken

de wijze wegen
zijn bekend en begaan met
de nog zoekenden

bereisd en belezen

overal geweest
alles gelezen, gedaan
maar toch nooit gezien

soberheid een deugd

schrijven is schrappen
zo wint nederland nooit van
barokke belgen

sprookjes

luister maar naar mij
breek jij je blonde hoofdje
niet, dat doe ik wel

knuffelbeer

ik zag hem vandaag
de knuffelbeer en voelde
zo lang niet geaaid

Geplaatst in schrijfveerhaiku | 2 Reacties

Godenslaap – Erwin Mortier (2)

Een tijd geleden schreef ik een jubelende recensie over Godenslaap. Omdat ik er zo enthousiast over was, besloten we het met onze leesclub te gaan lezen, en ik zou de inleider zijn.
Dus moest ik het boek na een maand of vijf nogmaals lezen. Daarnaast moest ik informatie over de schrijver verzamelen, en recensies lezen. Pas verscheen "Wat voorbij is, begint pas : lichtzinnige meditaties over het schrijven," eveneens van Mortier, en dat leek me als aanvulling ook heel geschikt (plus dat ik natuurlijk altijd alle boeken die over schrijven gaan, moet hebben).
Dat laatste was een schitterend boek. Ik heb in mijn recensie blijk gegeven van mijn diepe bewondering en eerbied voor Mortiers taalkunst en opvattingen.
Maar toen terug naar Godenslaap. En ik bemerkte, tot mijn verdriet, dat de betovering was uitgewerkt. Waar ik me de eerste keer voelde alsof langzaam de steen voor een rijkversierde farao-tombe werd weggeschoven, en het licht speelde over alle schatten die daar lagen, zo voelde ik nu erger het gebrek aan plot. Mevrouw Helena was me wat teveel bezig met de stokpaardjes van Mortier zelf, met de woorden, met het schrijven. Er waren zoveel vragen die ze onbeantwoord liet, en opeens voelde ik haar als een marionet in de handen van de schrijver, gebruikt om zijn punten te maken, niet de hare.
Waarom haatte ze haar dochter zo? Met wie pleegde ze ontrouw om zich voor te bereiden op de dood van haar grote liefde? Waarom wil zij haar verhaal nu opschrijven?
Mortier vergelijkt ergens België met kant – kantklossen als de kunst van de leegte. Na de tweede lezing van Godenslaap bleef ik zitten met dat beeld: het was een prachtig kantwerk, maar ertussenin waren veel gaten, was veel lucht.
En hoe ik ook zijn taal bewonder, het visionaire van de beelden die hij in dat kantwerk schetst en de zinsbegoocheling die dat teweegbrengt, voor mij is dat in een roman niet genoeg.
Het is wel precies wat Connie Palmen vraagt van literatuur. Een literaire roman moet zich tot het schrijven verhouden, zegt zij.
Ik geloof dat ik het daar niet mee eens ben. Ik heb liever dat een schrijver zich tot het schrijven verhoudt in essays, of in dagboeken. Van een roman wil ik toch voornamelijk dat hij zich verhoudt tot het menselijk tekort. Natuurlijk, Godenslaap gaat ook over de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, en het feit dat dat in een Nederlandstalige roman nog niet eerder zo uitgebreid was gebeurd, was een van de redenen waarom de AKO-jury aan Mortier de prijs toekende. Maar als de bloemrijke taal de kanten sluier wordt waardoorheen we die verschrikkingen meemaken, dan gaat het boek in de eerste plaats over taal, en niet in de eerste plaats over de personages die het verhaal bevolken. Ik geloof dat dat het was wat me bij de herlezing van Godenslaap teleurstelde.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

wat voorbij is, begint pas

Erwin Mortier – Wat voorbij is, begint pas : lichtzinnige meditaties over het schrijven.

Mortier zou er niet als een rustige boekhouder uit moeten zien maar als een kalief in een juwelenflonkerende mantel, zo prachtig zijn de zinnen in dit boek. Ik zou het uit m'n hoofd willen leren, of het tenminste overschrijven om met de citaten mijn kamer te kunnen behangen.
Hij vertelt over de boekenkasten in zijn grootouderlijk huis, over het lezen als een vesting, het enige hemelse Jeruzalem waarin hij kan geloven. Hij vertelt hoe de cultuur van verzwijgen hem juist tot schrijven heeft gebracht. Hij vertelt over het schrijven: hoe een boek zich "als een wonde" dichtschrijft, waardoor alle andere mogelijkheden worden uitgesloten.
Hij spreekt over de grote Vlaamse schrijvers, over de taal van Claus en Boon en Walschap. Hij doet dat niet als een recensent die de bekende definities op hun werken loslaat (de Grote Verkavelaars der Literatuur), maar als iemand die de woorden opneemt in zijn bloedbaan en onderzoekt wat ze met zijn lichaam doen, met zijn hart en met de bouw van zijn hersenen.
Hij leest schrijversdagboeken, en gaat met de schrijvers in gesprek. Met Virginia Woolf, en hij is net zo verrukt als ik was van haar idee dat een schrijver achter zijn personages flonkerende grotjes moet uitgraven. Hij maakt duidelijk hoe het idee van golven (The Waves) door haar werk stroomt, en door haar manier van schrijven. Ze liet het opkomen als een branding in haar hoofd, en luisterde naar de golven.
Hij praat met Oek de Jong, en over de durf om de wereld eerst en vooral te durven zien of horen 'gebeuren.' De onbewogenheid van de schrijver. Dat sluit deernis, verontwaardiging en inleving niet uit. Dit is een pleidooi om kunst niet te laten verworden tot een getoonzette maatschappijkritiek, die zich uitspreekt over de hete hangijzers van het ogenblik, de hitsige wanen van de jongste dag.
Hij verzet zich tegen de hokjesgeest in Literatuurland, die het zo nodig vindt om geschriften naar genre in te delen. Is het poëzie, is het proza?
Doet het terzake? Hij verzet zich tegen het criterium van de vernieuwing. Is er een lineaire ontwikkeling in de kunst? Natuurlijk niet. Voorgangers kunnen na ons komen, en navolgers voor ons.
Het genot, het mysterie, de taak, het doel, het (on)vermogen van het schrijven – dichter daarbij dan in dit boek kun je niet komen.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | Een reactie plaatsen

je levensdagen

En dan, op een dag, ben je al achtenzestig. Je belt een oude schoolvriendin, Karina. Haar verjaardag was je vergeten, maar je wilt haar alsnog feliciteren.
'Van harte,' zeg je, en vraagt hoe het gaat.
Zij zegt: 'Och,' en dat betekent zoveel als: we worden allemaal een dagje ouder.
Hoeveel dagen moet ik nog? denk je. Hoeveel dagen kan ik nog?
'Hoe is het bij jullie?' vraagt Karina.
Je ziet haar voor je. Hoe ze bij de telefoon zit, op een haastig door een zorgzame echtgenoot aangeschoven stoel. Ze heeft vast nog dezelfde tevreden ogen van vroeger. Je zegt: 'Och,' en dat betekent: vraag maar niets. Ze weet het immers.
Zij hoort de tranen in je stem en formuleert de vraag opnieuw, beter. 'Hoe is het met je, Loes?'
Je zegt: 'Ik kan niet meer.'
Zij vraagt: 'Wat is er gebeurd?'
Hoe vaak heeft ze die vraag niet gesteld? Op de ochtend na de bruiloft, toen je onder het mom van verse broodjes naar haar huis gerend was. Met haar dikke buik onder een geruit schortje met de vouwen van het strijken er nog in, deed ze open, trok je naar binnen, troostte je en zei niet: 'Ik heb je gewaarschuwd.' Ze liep met je mee naar de bakker, die toen nog op de hoek woonde en waar je een dropje mocht uitzoeken, ook als je groot was.
Je vertelde niet alles, daarvoor schaamde je je teveel. Lodewijk was een bijzondere man, als hij zei dat je alles verkeerd deed, had hij waarschijnlijk gelijk. Hij had gestudeerd, jij was pas na drie keer geslaagd voor je typediploma. Hij was mooi, jij droeg een dikke bril.
Je voelt dat je contactlenzen verschuiven op je tranen en antwoordt: 'Niets. Alles is nog hetzelfde. Het duurt al veertig jaar. Wil je op de receptie komen en ons feliciteren?'
Toen de kinderen geboren waren kon je niet meer weg. Je had je handen vol, en geen tijd om te kijken hoe laat de trein vertrok. Karina verhuisde met haar zorgzame Jan naar een beeldig huis in een lieflijk dorpje. Jullie zagen elkaar alleen nog op haar verjaardag. Die je dit jaar vergeten was. Bij jou kwam niemand graag op visite. Lodewijk was ongenaakbaar en ongenietbaar. Af en toe belde je, als Lodewijk naar zijn werk was.
'Wat is er gebeurd?' vroeg Karina dan. En je vertelde een gekuiste versie van de vernederingen, van zijn onberekenbare humeur, zijn ingebeelde kwalen. Je vertelde het met humor, omdat je met Karina vroeger zo kon lachen. Jullie jeugd, in de smalle straat met de donkergroene ijzeren hekjes om de voortuinen, leek wel één grote lachbui. In gebloemde of gestippelde jurken, met een strik op de rug en pofmouwtjes, zag je de twee vriendinnen tegen zo’n hekje hangen. Het was een zwart-witfoto die de werkelijke herinneringen overschaduwde met zijn lange zonnestralen.
Toen het huis leeg was en je weer tijd kreeg, gingen je ogen open. Je keek in de spiegel. De lege ogen in het verzakte gezicht ontnamen je alle moed. Van een trein wist je alleen nog dat je ervoor kon springen. De bijzondere man was een vreemde in je huis. Het was alleen niet jouw huis. Het was zijn huis. Werken kon hij niet meer. Zijn ingebeelde kwalen hadden hem ziek gemaakt.
Jan ging met pensioen. Als je Karina tegenwoordig belde, kreeg je hem soms aan de lijn. 'We zouden net boodschappen gaan doen,' zei hij steevast. Of: 'Het voetballen begint zo.' Dan hield Karina het kort en haar stem klonk zo neutraal als een blik beige verf.
‘Stil maar,’ zegt Karina. Je herinnert je hoe mooi jullie vroeger samen zongen, in het kleedhok in het zwembad. 'In ‘t groene dal, in ‘t stille dal' op twee stemmen, alle meisjes in het koude, schemerige schapenhok klapten. Dat was voor je Lodewijk leerde kennen. Hij zei dat je niet kon zingen. Hij hield niet van muziek. Oppervlakkig vermaak, zei hij.
Je vraagt: 'Wat moet ik doen?'
Je hoort een lepeltje in een kopje rinkelen. Haar man heeft haar thee gebracht. Die van jou ijsbeert woedend boven je hoofd en je wilt al lang niet meer weten waarom. Je bent koud en moe. Je bent oud.
'Waarom ga je niet scheiden?' zegt Karina. Je schrikt er van. Het is een woord dat uit haar mond klinkt als een vloek. Al deze jaren heeft ze het nooit uitgesproken.
'Waar moet ik dan van leven?' vraag je.
'A.O.W.' zegt ze.
Je denkt aan een klein huisje, waar je helemaal alleen zou mogen wonen. Vrij. Het is alsof je eindelijk toestemming gekregen hebt.
'Dat jij dat zegt,' zeg je verbaasd, en je hoort de levendige klank in je eigen stem.
'Och,' zegt ze. Het klinkt moe en koud. Je stelt het beeld van je vriendin aan de andere kant van de lijn een beetje bij. De stoel heeft ze zelf aangetrokken, met een voet om een poot. De thee had ze net zelf ingeschonken en ze roert doelloos in het koude restje. Haar man heeft de tv al aangezet en gebaart dat ze moet opschieten.
'Ik moet ophangen,' zegt ze. 'Jan wil het journaal zien.'
In gedachten heb je al een huisje. Met een logeerkamer.

Geplaatst in schrijven | Getagged | 1 reactie

vreugde in de lucht


21 mei 1971
meisje van dertien
fractale spiraal naar
vrouw van onzekere leeftijd
21 mei 2010
en weer vrijdag
en weer zon
en de liefde een cadeau
om nooit uit te pakken
leven spiraalt in en uit
van naar kern
van naar grens
die openbreken
naar wijdere hemels

Geplaatst in autobio, gedichten | Getagged | 2 Reacties

lente nocturne


dat het water zilver is
de lucht roze overbloosd
de bomen van het teerste, uitgeveegdste groen
wat meer zou je nog schrijven
om wat te bewijzen?

Geplaatst in gedichten | Getagged | 1 reactie

Zó’n dag


een zoon valt uit de lucht
leeft
een vader valt, ligt
leeft
een dochter gaat, lift
leeft
een kat krabt, spint
leeft
vrouw, dochter, moeder schrijft
leeft
en de zonsondergang
was prachtig

Geplaatst in autobio, gedichten | Een reactie plaatsen

circumplaudo meinummer

Vanaf pagina 10 een artikel over mijn Heldenreis ... there and back and here now!

Geplaatst in autobio, schrijven | Getagged , | Een reactie plaatsen