Vluchtstofgoud – Dien L. de Boer

Ik vind het lastig, een recensie schrijven van een dichtbundel. Ik heb geen "verstand" van poëzie, ik ben ook geen kenner. Maar ik weet wat ik mooi vind, wat werkt voor mij. Er zijn verschillende redenen waarom een gedicht mij aanspreekt. Het kan zijn omdat het iets verwoordt wat in mijn ziel om woorden zocht – dat zijn vaak de gedichten die ik in mijn boekjes gebruik -, het kan zijn dat het me een beeld voor ogen tovert dat ik niet eerder zo, of zo helder, gezien heb. En soms is het gewoon – nou ja, gewoon – de taal, een enkele zin, een strofe, die me naar adem doet happen van bewondering.

In Vluchtstofgoud staan ze allemaal, en dat is best wonderlijk, want deze bundel is eigenlijk een autobiografie in gedichten, heel persoonlijke poëzie die probeert te vangen hoe het is om op te groeien in een Gronings dorp, daarna je vleugels uit te slaan in grote steden, hoe daar een depressie toeslaat, wat de liefde vermag, en hoe rijk het Friese platteland is voor een dichter.

Om met het laatste te beginnen, een paar van de mooie zinnen die ik heb onderstreept:
• een vader die zich omgrenst met de krant
• het pikkedonker waar de vooruitgang vlamde in de affakkeling van het gas
• de remsloffen van het hogeland
• afdalen in de geheime dienst van de ziel
• het voorbeeld dat ik moest ontvolgen
• deze infrastructuur van tederheid
• het ei van de droom breekt open

Gedichten die mijn gevoel verwoorden:
• dreams, berlijn, waarin het schrijven in een dagboek leidt tot het besef "dat aan iets maken, observeren vooraf gaat"
• eilandenrijk, over een kind dat wegwandelt uit de archipel van het gezin "als een waddeneiland met wenselijk landverlies en winst aan de oostzijde"
• niet de zon, dat je in poëzie niet over de maan moet beginnen, maar dat toch doen: "dat ik het maans bleek te verstaan"

Gedichten met heldere beelden (of zelfs een kort filmpje):
• oma slochteren, die van de affakkeling van het gas en de gadobus die door het pikkedonker rijdt
• handscape, over de oude handen van de moeder
• kind, over een jongen die antieke scherven opdiept uit de vaart
met de prachtige slotzin:
"ik wist niet – voor hij bestond – dat geluk
hem nodig had om te worden opgediept."

Wat een prachtige en rijke bundel weer!
(over de eerste bundel van Dien L. de Boer schreef ik hier)

Dit bericht is geplaatst in gedichten, recensies met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *