286 – lopen en hopen

"Ben jij daar langs gekomen op je paard?" vroeg ik.
"Ik volgde de Rondweg," zei Bo. "Ik ben er in de nacht héél hard overheen gegaloppeerd." Ik hoorde aan zijn stem dat zijn gezicht straalde. Ik hoorde mijn kleine Bo die zo graag een held wilde zijn. Maar intussen was dat nu geen optie. We moesten een manier vinden om zelf over de Heerweg heen te galopperen, want iets zei me dat grootuilen weleens door de mist van Graysaflu heen konden kijken.

Ditmaal vonden we geen holletje voor de nacht. We bouwden een muurtje van keien om ons te beschutten tegen de ijswind, kropen weer diep in onze mantels, met mijn schild over ons heen. Ik knoopte alle paneeltjes los zodat het groter was, en het gaf me een gevoel van grote bescherming. Ik moest denken aan hoe we eronder geschuild hadden op Langen San, toen ik ook daar werd vervolgd. Aan Valma en Pydva dacht ik, en aan alle mensen die me hadden geholpen op deze lange reis, en zo werd het een droom en sliep ik, onder het schild, stijf tegen mijn grote zoon aan.

Zodra we wakker werden – heel vroeg was het nog, de zon piepte maar net boven de horizon uit – wist ik het: vandaag moesten we de Heerweg oversteken. Er was niets om een vuurtje mee te maken, dus we gingen maar meteen op weg, hard stampend om wat warmte in onze voeten te krijgen. Grote kans dat er bij de Heerweg wel herbergen zouden zijn, met warm eten, warm water, warme bedden … maar waarschijnlijk niet veilig genoeg voor ons.

"Zou er nog een kamp zijn ergens?" vroeg ik aan Bo.
"Als we geluk hebben," zei hij. "Alle verzetters weten van de toegenomen activiteit in MancuKundalu, misschien zijn er meer van die kampjes als waar jij en Clarma …"
We konden alleen maar hopen. En lopen.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

2 Reacties op 286 – lopen en hopen

  1. Ferrara schreef:

    Herenigd met haar kind, maar echt gelukkig wordt het niet. Het doet goed te lezen dat ze stijf tegen haar zoon aankruipt. Ik miste de warmte tussen moeder en zoon of ligt dat aan mij. Te druk met overleven.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.