die zijn dode moeder
draagt dan hoeft hij
haar niet te dragen
Premières funerailles
laatste opdracht bij autobioserie "Het Huis"
Bij de afbeelding: Als je droomt over een huis, droom je over jezelf. Elke ruimte staat voor een bepaald aspect van jezelf.
zolder = bewustzijn, spiritualiteit
kelder = onbewuste
keuken = voeding (voor lichaam en geest), plannen maken (bekokstoven)
woonkamer = omgang met andere mensen
eetkamer = zorg voor jezelf, voeding, vriendschap
slaapkamer = rust, dromen, seksualiteit
badkamer = reinigen, oude dingen opruimen
balkon, terras = jezelf 'uitbreiden', rust en genieten
fundering = innerlijke kracht, hoe stevig je staat
deur = gelegenheid om meer over jezelf te ontdekken
tafel = dingen doen samen met anderen
stoel = hoe je jezelf ziet, je houding met betrekking tot het leven
toilet = je moet bepaalde zaken loslaten

Ik logeerde bij mijn beste vriendin thuis (al was het haar huis niet), en ik kreeg er ruzie, ik wilde weg, ál mijn spullen waren daar. Eerst maar alleen de kleren mee, en wat er nog in de wasmachine zat, dat kon ik thuis wel opnieuw wassen. Zou ik mijn bestekcassette ooit compleet terugzien? De messen die snoeiden, de vorken getand als een splitsing van wegen, de lepels die maar mondjesmaat voedden? Het voelde als een opluchting om daar weg te gaan.
"Thuis" was het ouderlijk huis. Ik legde daar eerst maar al mijn rode onderbroeken op de verwarming te drogen. Per ongeluk had ik een shirt van Heleen meegenomen, het was me veel te klein.
Uit het raam zag ik een donkere lucht, alleen aan de zoom was het nog zonsondergangroze. In de baai lag een verlicht cruiseschip. Iemand probeerde er een foto van te maken, ik realiseerde me dat mijn fototoestel, mijn perceptieinstrument, ook nog daarginds was.
We liepen naar het schip en we konden nog mee (er was opeens een oorlogsdreigende sfeer). Ik had niets bij me, zelfs geen telefoon om mijn ouders te waarschuwen want die zouden zo ongerust worden.
Aan een lange bar zaten veel mensen, ik kende niemand behalve Irene. Ik ging naast haar zitten. Ze waren een spel aan het doen: van een vel papier een woord kiezen en dan moest iemand anders daar heel snel iets over zeggen. Op het papier stonden alleen zakelijke gegevens, geen inspirerende woorden of zoiets, alleen in het briefhoofd zag ik AMEN staan. De jongen die aan de beurt was kon daar niets mee, ik legde uit hoe ik dat met schrijfcursisten deed: kijk naar binnen en zie wat het eerste beeld is dat bij je opkomt. Misschien wel dat van de Edwin Hawkin's Singers.
In mijn droomboek zocht ik de letters op: de A van het nieuwe begin, de M van balans, en EN stond voor verandering.
Het zij zo.
Een droom als een wonderlijk geschenk.
In de lessenserie Het Huis (uit Honderduit - Autobiografisch Schrijven) kwam vandaag bij de autobiocursisten de kelder aan de orde. Nadat iedereen haar herinneringen had voorgelezen, deelde ik afbeeldingen van kelders uit. Ik vertelde dat in dromensymboliek de kelder staat voor het onbewuste. Dat wat je niet weet van jezelf, maar wat toch veel van je handelingen bepaalt. Ik vroeg de cursisten in de les te schrijven over: "Welke kelder past het best bij hoe jij je onbewuste ziet?"
Sommigen vonden het moeilijk, maar iedereen schreef. En degenen die het minst van zichzelf blootgaven, waren in feite het veelzeggendst. Zelf doe ik altijd mee met het schrijven in de les, al die zielen en zaligheden, daar moet ik de mijne bijvoegen, anders zou het niet eerlijk zijn.
Ik twijfelde, zo schreef ik, tussen het cellarium en de werfkelder. Ik stel me voor dat mijn onbewuste een kelder vol schatten is, en heel af en toe gaat het deurtje open, als ik héél geïnspireerd aan het schrijven ben bijvoorbeeld, en dan duwt de kelderwachter een schat omhoog. "Kijk, gebruik deze maar." En ook al begrijp ik niet goed wat ik moet met het geschenk (hij duwt bijvoorbeeld een oude typemachine door het luik en ik heb geen flauw benul hoe die in mijn verhaal past), ik aanvaard en gebruik het, omdat ik wel heb geleerd de geschenken van mijn onbewuste te vertrouwen.
De werfkelder is een ander verhaal. Niet voor niets ligt die aan het water, dat in dromenland symbool staat voor emoties. Ik zie hoe het schip van mijn emoties door de gracht vaart, en zijn voorraad lost in mijn werfkelder. Ik heb het zo gauw niet eens gemerkt: de flits van woede, de huiver van angst, de korte, hevige droefheid. Want ik ben een zeewaardig schip en heb geen tijd voor woeste golven.
Het schip lost zijn vracht, en pas als de werfkelder tot de nok toe vol is, komt er een uitbarsting. Huil ik tranen met tuiten om een aflevering van Friends, of word ik ziedend omdat iemand een woord verkeerd uitspreekt.
Ik kan de lading van het schip maar beter meteen aan wal brengen en uitsorteren.