of misschien toch Vlagtwedde
weer een hond, buurvrouw?
fijn, dat hij blaft in mijn huis
als hij jou niet heeft
of misschien toch Vlagtwedde
weer een hond, buurvrouw?
fijn, dat hij blaft in mijn huis
als hij jou niet heeft
Wat een merkwaardige aanvechting is toch de kamerveranderhysterie. Opeens, en wel nu, moet alles anders. Het begon zo onschuldig. Van een vriend had ik een motorpoetsdoekje gekregen dat wonderen bewerkte op de chromen poot van de paarse draaistoel. Op de andere metalen stoelpoten ook, trouwens. En wat was het glazen tafeltje stoffig. En wat stonden de plantjes verwaarloosd op de vloer. En wat was de vloer gevlekt van het watergeven. En wat had de felle zon deze hoek van de pers doen verkleuren.
Voor ik het wist zat ik in de auto en maakte het gevaarlijke rondje langs alle meubelzaken hier vlakbij op het industrieterrein. Het geluk was met mij. Ze deden hun showroomkarpetten weg voor de helft van de prijs, en daar zat precies bij wat ik onbewust zocht. Naturel, jute. Zen.
Schitterend hoe de kamer ervan opknapte, hoe ruim, leeg, nieuw, zen alles werd. Al stonden de oude lampen opeens nergens naar. Voor ik het wist scoorde ik drie nieuwe, witte, zenne.
Helaas was ik even vergeten dat Perzische tapijten zo hun eigen toverachtige wraakzuchtigheid hebben. Bij het verslepen verrekte ik mijn rug zoals hij sinds de bevalling nooit meer verrekt was.
Voor straf ligt-ie nu in de garage. Tegen elk aannemelijk bod. Wel zelf ophalen. Ga ik kijken of ik mijn rugpijn kan wegmediteren. 

Zomaar beginnen met kijken en schrijven, en vandaaruit meer de zintuigen inschakelen, en natuurbeschrijving inzetten voor het weergeven van een stemming. Aandacht is alles!
Zoek een boom of een struik of een bloemengroep die je aanspreekt.
1 ga er met je neus bovenop staan. Wat zie je?
Zeven bloemblaadjes, tien stampertjes, wasbleek als een kaarsje, terwijl je in de knop nog zo roze bent als een vette zalm, en je hartje geel en zonnig.
- Wat ik hier zo mooi aan vind, is …
dat je het hele bloemetje zo helder ziet, en dat het een bloemetje is zoals een kind het tekent
2 doe één stap achteruit. Wat zie je?
Pijlen van bloemetjes die vastgehouden worden door hele grote groene dooraderde handen, de vingers met stekelige randen.
- Wat ik hier zo mooi aan vind, is …
het contrast tussen die tere bloemetjes en die woeste, grote bladeren.
3 ga zover achteruit dat je de hele boom/struik/bloemenbos kunt zien. Wat zie je?
Veel donkergroen, groot en weelderig. De bloemetjes worden onbeduidende pluimen die wat slordig over de struik verdeeld zitten.
- Wat ik hier zo mooi aan vind, is …
mijn verbazing dat ik hem nu opeens helemaal niet meer zo mooi vind!
Voor Sultan Qaboos in 1970 aantrad, heersten in Oman malaria, tuberculose, trachoma, dysenterie, en vaagden influenza en mazelen halve bedoeïenenstammen weg. Er was één Amerikaans missiehospitaaltje met twaalf bedden, in Muttrah. De kindersterfte was de hoogste ter wereld. Er liep op de wereld één Omaanse dokter rond. Hij werd door Qaboos naar huis geroepen en tot Minister van Gezondheid benoemd.
Nu -1991- zijn er 49 ziekenhuizen en 96 klinieken, 90% van de bevolking kan zelf naar de dokter, de rest wordt met mobiele kliniekjes verzorgd. Er zijn elfhonderd Omaanse doktoren, al zijn ook hier de Indiërs in de meerderheid.
In 1987 schonk Qaboos het Royal Hospital aan zijn volk. Kleine Tom zal daar ter wereld komen. Op een zaterdagmorgen moest ik er naartoe voor zwangerschapscontrole. De entree was Royal: marmer, koper, planten en fonteinen. Wij moesten een deur verder, naar Maternity.
Voor de ingang zaten hele families op de grond te picknicken. Mannen in kreukelige dishdasha's, een rafelige tulband om het hoofd, liepen er gewichtig rond. Aan de vrouwen te zien - geborduurde broek en tuniek, feestelijk gekleurde sluier, en hennavoeten in zilveren slippers - waren ze uit afgelegen dorpjes in het Interior hierheen gekomen omdat er een familielid moest bevallen.
We baanden ons een weg naar binnen, aangestaard door tientallen zwartomrande ogen, en daar zaten horden witte jurken op banken want mannen mochten die damesafdeling niet betreden. M kocht dus ook een krantje.
Daar verdween ik, in mijn gebruikelijke spijkerbroek met mannen-T-shirt, door de Vrouwenpoort. Na het rustige mannengemompel was het daar een oorverdovend gekakel van zwarte sluiers met dikke buiken. Allemaal verdrongen ze zich voor de meldbalie, elkaar met de ellebogen aan de kant duwend. Ik was de enige westerse vrouw, en de een na de ander draaide zich om en staarde, staarde ... Van schrik lieten ze me voorgaan.
Eindelijk werd Missus Vaaiser opgeroepen, o, dat ben ik. Weer wachten op een stoel in een kamertje zonder deur. Op de gang zaten de zwarte dikke buiken op een rij op het grijze linoleum gehurkt, een piepklein meisje met bijgetekende wenkbrauwen en zwartomrande oogjes kroop ertussendoor. Een van de dames begon in het Arabisch tegen me te kleppen. Wat deze vrouwen allemaal wel niet meegemaakt hebben? Ze moeten veel jonger zijn dan ik, "oudere primipara," maar hebben al diverse kinderen gekregen en waarschijnlijk evenzovele miskramen - en ik heb gelezen dat vrouwenbesnijdenis ook voorkomt in Oman. Ze zaten daar zo knus op een rijtje op hun hurken, kwek kwek in dat schelle, harde Arabisch van het binnenland, ik denk wel dat deze vrouwen elkaar meer steunen dan wij, witneuzen op vreemde bodem.
Tenslotte mocht Missus Vaaiser naar binnen. De Indiase dokter, witte doktersjas over donkerrode sari, een eindeloze, dikke vlecht op haar rug, maakte een zeer capabele indruk. Na het onderzoek zei ze zonder een spoor van twijfel: "De baby komt op twintig augustus." Dat was tien dagen eerder dan me tot nu toe was verteld.
Het bleek precies te kloppen.
Het was vrijdagmorgen, dus om te beginnen naar de souq al Juma in Ibri. Hier geen neonbuizen en verwesterde troep (made in China), geen betonnen poorten uit 1975, maar een labyrint van steegjes onder de hoede van een hoog, ruïneus fort; mooi besneden houten deuren en gebeeldhouwde stenen deurposten hier en daar, en een weldadige, koele schemering.
De winkeltjes waren allemaal open, met een keur aan woestijnbenodigdheden, zoals prachtige koperen petroleumstellen, reusachtige kookpotten, en grote platte gouden en zilveren schalen om bezoekende bedoeïenenfamilies op dadels te kunnen trakteren. Er stonden grote jute zakken op de grond met exotisch geurende inhoud. Dan is het een gemis dat ik geen Arabisch spreek. Hoe kom je erachter wat voor spulletjes dat zijn? Wierook? Geurig sandelhout? Iets om te eten? Of te roken? Grote stapels gedroogde haai zagen we ook, de lokale delicatesse. De groente, die op een grote binnenplaats te koop aangeboden werd, glinsterde in de zon van versheid. We kochten wat tomaten en sinaasappels. Heel wat bekijks hadden we overal, blijkbaar komen er maar weinig witneuzen in Ibri.
Om weer terug te keren naar de kust moesten we opnieuw door de Hajar. De hele keten, met als hoogste top de Jebel Akhdar (Groene Berg) van 3075 meter, wordt maar op vier plaatsen doorsneden. De Sumail Gap van de heenweg is nu dan geasfalteerd, maar deze natuurlijke kloof, Wadi Hawasinah, vormde een veel oudere manier om terug te keren naar de bewoonde, moderne wereld. Hotsend en botsend en slingerend over een smal karrespoor door de bergen, over heel steile hellingen en zo nu en dan dwars door bergbeekjes ... arme kleine Tom, hij zal nu wel spierballen hebben.
De bergen waren woest en ledig, héél af en toe een hutje of zelfs een kleine wachttoren uit gewelddadiger tijden, verder niets dan rotsen met kale struiken en dan opeens ... het sprookje van een wadi met bloeiende oleanders en kabbelend water vol met verschillende visjes, geluiden, kleuren, geuren! En opeens wonen daar ook mensen, in een nederzettinkje bovenaan de berghelling, en kleine jongens klauteren als aapjes naar beneden om ons te bekijken. Noodgedwongen volgen de meisjes wat langzamer, zij hebben immers een grote teil op het hoofd om water te halen uit de wadi. Met zo'n volle teil lopen ze dan zo weer bij de helling op, zonder morsen.
Via een eindeloze, donkerbruine hoogvlakte belandden we tenslotte weer bij de snelweg. Eerst de auto met de plumeau te lijf, al hielp dat eigenlijk nauwelijks om de dikke laag woestijnstof te verwijderen. Nu is de Jeep dan echt door de wol geverfd - en wij ook, we hebben van alle landschappen van Oman iets gezien. En de stilte van de woestijn gehoord.