Het Achterspit

Tijd voor de jaarlijkse verhaspelcolumn! Ik heb de schade opgemaakt van alles wat tegen mijn zere borst stootte en daarmee weer een verhaal voor elkaar geflanst. Ik heb er het hele jaar mijn tanden in vastgebeten (daarbij tot tranens toe gesteund door de bijdragen van Ferrara) en ik geloof dat ik hier wel mee aan de man kan komen.
Ik hoop dat bij jullie het leesplezier bovenop staat!

Het Achterspit

Het is een grauwe maandagmorgen en ik zoek naar een onderwerp voor de verhaspelcolumn, toch een belofte die ik ieder jaar wil namaken. Ik wil jullie niet afzadelen met een neergeslagen sfeer, maar ik wil ook geen zoetmakertje schrijven.
Begin met waar je bent, schrijft Julia Cameron. Schiet los!
Buiten regent het. Dat slaat ook al geen hoge ogen. Laat je creativiteit de vrije loop gaan, zet de lat niet zo hoog maar zwaai er ook niet met de pet naartoe, leg de zere vinger op de juiste plek …

Ik heb dit jaar weer een x-aantal nummer verhaspelingen verzameld. Een veeg teken aan de wand, als je het mij vraagt. Het klinkt als het zwanengezang van de taal, en velen doen er in volle borst aan mee. Je staat met je oren te flapperen als je hoort hoe snel de taal afkalvert. De tijd tikt!
Sommigen zeggen: wees niet getreurd, dit virus kun je niet meer uitroeden, al gaande de weg verandert de taal. Het is vrij eenduidelijk dat mensen het lak hebben aan pietlulligheid.
Maar zijn we het niet schatplichtig aan onszelf om hier een stokje tegen te steken? Voordat de taal op leven na dood is en als een vlezig geworden hypocrisie kan worden ingezet om in steeds heverige bewoordingen zaken te propaganderen die ooit tot de meest zwartste bladzijden van de geschiedenis zullen behoren? Moeten we niet de mantelbezorgers van de taal zijn?

De overeenkomsten met de Newspeak van George Orwell – zijn boek 1984 werd overal ter wereld versleten, je kunt het antiquarisch nog wel op de kop pikken - maken mij zorgen.
Waarom fashioneert mij dit zo?
Omdat het gebrek aan kennis iets wordt waarmee men aan de man kan komen. Het gaat tussen de hoofden zitten bij mensen dat kennis, en goed taalgebruik, arestogratisch zijn. Het is de tand des tijds dat mensen tegen elkaar opgespeeld worden, dat ze in hun hoofd knopen wat hun wordt voorgekauwd, dat ze in de lynch moeten liggen met "de ander," dat ze met bosjes vermoord worden als ze niet binnen de regels kleuren. Er gaan koppen vallen! Straks word ik nog van mijn bed belicht!

Ik zie het met lege ogen aan. Soms lach ik, zoals wanneer reizigers een basilicum bezoeken, acteurs in de mariekaazje zitten, woninginrichters smaakvolle accessoiresen uitzoeken, wielrenners over geaccentueerd terrein fietsen en daarna aangelegd, verschraald bier drinken, of als iemand spreekt van een mooie metamorfoor en daarmee twee pannensetten wint.
Dat foute vervoegingen van sterke werkwoorden zo'n grote vlucht maken, wijd ik toe aan het onderwijs, dat de poort sluitte voor grammatica-onderricht en daarmee heel wat steken liet liggen. Leerlingen worden niet meer door de wol gemazeld met de nu zo vergruisde struikelblokken-oefeningen. Ondanks dat ik daarover meermalen mijn stem verheft heb, is de kous nu afgedaan. Al die tijd slijpte de oppositie de messen en werd tegenstand de kiem in gesmoord.

Het huis van de taal staat blank van de rook. Fascisme heet nu centrum-rechts. Kinderen van nu worden daarmee opgegroeid. Met de beelden van scheldende politici op hun netflix, beelden van presidenten voor nokvolle zalen, praat "het volk" laagdrempelig over hoe "de elite" denkt dat ze iets in de macht te brokkelen hebben. Ik ben versteld dat ze niet zien dat ze tegen elkaar opgespeeld worden.
Als ik hoor waarmee mensen op hun proppen komen, is er van moraal besef geen sprake meer. Wie zich ergens over uitspreekt, krijgt de volle lading. Ik wil hier wel een balans voor – of liever: tegen - breken, maar merk steeds vaker dat wat mij nauw aan het hart gaat mij ook de nek dreigt om te doen. Ik schets mijzelf af als laf, moet ik niet op zijn minst een protestlied composeren? Hoe overkom ik mijn angst?

Wat een retirade! Wat ben ik nu opgestoken?
Hoe blijft men gezond, op een grauwe maandag vlak na de verkiezingen waarbij door de Glorixpipo – bepaald niet de mannelijke pedant van Barbie – de eer werd opgestreken? Moet ik toch maar proberen om met hang- en vliegwerk de wereld elke dag een stukje mooier te maken, hoeveel bloed, zweet en tranen het ook in de aarde zal hebben? Of delven we dan het achterspit, de taal en ik?

Dit bericht is geplaatst in schrijven, tijdgeest met de tags . Bookmark de permalink.

6 Reacties op Het Achterspit

  1. Elly van Doorn schreef:

    wat knap om van zoveel onzin iets zinnigs te maken. lachen en prachtig. Toch genoot ik het meest van de laatste twee alinea's.

  2. Ferrara schreef:

    Petje af, weer een mooie afsluiter. Ik heb in de agenda voor 2024 al een bladzijde voor jou en verhaspelingen gereserveerd.
    OT: nog dank voor je compliment.

  3. lethe schreef:

    Hij is weer prachtig!

    Ligt het aan mij, of verhaspelen politici (vooral PVV'ers) de taal de laatste tijd wel heel erg?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *