304 – op het strand van Barra

Bij een pomp vulde ik mijn waterzak, en terwijl ik om me heen keek zag ik een wachter. En nog een. Opeens leek het ervan te wemelen, zag ik overal rode mantels. Ik moest weg hier! Ik rende mijn neus achterna, mijn neus die de zee rook ver voordat ik hem zag. Daar was het strand. Er lagen boten, er werd vis te koop aangeboden, vrouwen zaten netten te repareren, hoe kwam ik hier vandaan?

Nergens zag ik wat ik had verwacht (of liever geleerd): de verende loopplanken die moesten leiden naar het eerste van de eilanden, Thiarchia. Dat klopte dan alvast niet, ik herinner me hoe ik dat zakelijk registreerde, alsof ik nu echt was begonnen met het opstellen van de bewijslast. Even dacht ik aan Va's model van de Rots, met de latjes en de plantjes. Toen thuis nog veilig was. Of leek.

Wel lag een eind verder op zee een groot schip, zo'n zelfde schip als waarmee ik met de kinderen naar Barraspira was gevaren. Een man met een roeiboot sprak me aan: "Moet u naar Gralda?"
Ik schudde mijn hoofd. Ik moest naar Thiarchia, dat wist ik zeker. En tegelijk wist ik ook zeker dat ik dat niet hardop moest zeggen. En dat ik hier weg moest, en snel ook.

Toen hoorde ik een vreemd getrommel. Een langzame mars was het, op de maat waarvan twee mannen naar een grote zwarte roeiboot liepen. Tussen hen in, aan een lange stok, hing een groot, fijnmazig net. Daar bovenop zat een grootuil. Iedereen op het strand leek versteend, zelfs de vogels waren stil, alleen het monotone, dreigende getrommel ging door. Ik zag de trommelaar niet, het geluid leek haast van over het water te komen.

Toen de mannen de zwarte boot hadden bereikt, elk aan een kant, het net boven de boot, liet de grootuil het net los. Met een akelig geluid, alsof holle houten stokken op elkaar werden geslagen, viel de inhoud in de boot. Botten. Skeletten. Voetje voor voetje, diep in mijn mantel gedoken, schuifelde ik dichterbij tot ik het met eigen ogen zag. Beenderen. Schedels. Flarden van ooit witte stof. De grootuil cirkelde erboven rond, ik voelde de zucht van zijn vleugelslag.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

5 Reacties op 304 – op het strand van Barra

  1. Elly van Doorn schreef:

    misterieus griezelig spannend. wouw.

  2. Ferrara schreef:

    Hella, je weet ons wel weer bezig te houden. Spannend is het zeker.
    Je brein moet wel op volle toeren werken. Wanneer dokter je dit allemaal uit. Al schrijvend achter je pc, als je ontspannen met je boekjes bezig bent, lig je 's nachts wel eens wakker met de vraag hoe nu verder?

    • Hella schreef:

      Vruchtbaarste droommoment is voor ik in slaap val voor de middagdut. Maar verder laat ik het gewoon komen, ik heb de route en ik weet ongeveer wat er op alle eilanden moet gebeuren. Soms krijg ik onverwachte ideeën van afbeeldingen of foto's, laatst heb ik wat betekenissen van namen opgezocht en dat paste ook weer ergens bij ...
      Tijdens het knutselen luister ik meestal naar de radio of naar een luisterboek, dan denk ik verder niet, dat is ook wel prettig.
      's Nachts kan ik wel opeens bedenken: 'nee, dat klopt niet' of 'daar moet nog iets bij' maar hoe nu verder is meestal geen probleem.

  3. Ferrara schreef:

    Dank voor dit inkijkje.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *