174 – schoonmaak

Ik had genoeg gezien. Ik draaide me om en zag Gladefam naar me kijken.
"We hebben zijn hand nodig," fluisterde ik snel. "Ik heb Graysaflu."
Een vreemde, wrede, koude opwinding maakte zich van me meester. Zou ik moorden om mezelf te bevrijden? Was ik dan niet even slecht als de beulen die over ons regeerden? Kon het me wat schelen?

De volgende dag hoefden we niet te spinnen. We klopten onze bedden uit en veegden daarna de hele tunnel schoon. Toen de berg stof was weggehaald, werden er een paar grote tonnen binnengerold en naar het eind van de gang gebracht. Toen ze rechtop gezet waren en de deksels eraf gingen, geurde de hele tunnel naar rozenwater, een geur zo bekend, zo geliefd dat dat me – na alle verschrikkingen – tenslotte wél aan het huilen bracht.
Heel eventjes maar, hoor. Murmerflu hield me bij de les.

Om de beurt mochten we ons wassen, en naast de tonnen lagen stapels schone broeken en tunieken. Gladefam was al lang schoon toen ik aan de beurt was. Ze kwam op de emmer zitten terwijl ik me waste. We waren alle schaamte voorbij, waarvoor zou je je nog schamen als je had gezien wat wij hadden gezien.
"Vanavond," fluisterde ze. "Geruman pakt Zalo, jij pakt Sisifam en de sleutel."

De stinkende berg van onze oude kleren werd snel weggebracht. Morgen zou de inspectie zijn. De inspecteurs zouden denken dat we voor onze lol daar zaten, omdat we zo van spinnen hielden. Hebotva zou me lachend aanwijzen en me mee terugnemen naar Dunkitaba. Een publieke rechtszaak op het plein, zodat mijn ouders ook hun dochter zouden verliezen.
Het mocht niet gebeuren. Het mocht niet gebeuren!

Voor het eerst kregen we die avond iets warms. Een soort pasteitje leek het wel, met vlees erin en stukjes ui, het smaakte verrukkelijk. En in de ton zat deze keer geen water maar druivensap. De hemelse zoetheid! Alle waakzaamheid verliet me, ik kon alleen nog maar denken aan mijn mond die in een vrucht was veranderd, ik smakte bijna bij het drinken, zoals Kuuksi dat vroeger deed als ze visnat opslurpte. Ik zat languit op mijn matrasje en droomde weg.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *