124 – hoogverraad

Ieder jaar probeerde ik – onopvallend – te zien waar de Tweede Meisjes precies verdwenen, en nooit lukte het me. Ieder jaar dacht ik aan de laatste keer dat ik de glazen korreltjes had uitgestrooid, en de haaks op elkaar staande uitwegen die ze me hadden getoond. En dan vergat ik het weer. Ik ging terug naar de weef waar Blufam en Morfam op de kinderen pasten toen die nog te klein waren om mee te mogen naar het stadsfeest, en ik vergat het weer voor een jaar.
Behalve op Langen San waren de Tweede Meisjes overal ongewenst, het was wat ik wist, wat ik kende, waar ik geen vraagtekens meer bij zette.

Letifam werd een echte vriendin, zo vanzelfsprekend en gezellig als het ooit met Vulema was geweest. Toch vertelde ik haar nooit wat mij precies was overkomen, of waar ik precies vandaan kwam. Ook wist ze niet dat Mia niet mijn eigen kind was. Mia leek het ook vergeten te zijn, maar ze bleef nachtmerries houden, die ze nooit kon navertellen maar we hoorden haar dan roepen, Bo en ik: "Niet in het water vava! Niet in het water!" Zachtjes schudde ik haar dan wakker. "Yimama," zuchtte ze opgelucht, en viel ook meteen weer in slaap.

Blufam was naaister. Ze maakte vooral kinderkleertjes: tuniekpakjes in wit voor de meisjes, jongetjes droegen rode tuniekjes. Ook volwassen mannen droegen rood: hetzij een fluwelen mantel, hetzij een langere tuniek. Vooral het wit-op-wit naaien vereiste goed licht, daarom zat Blufam vaak op het dak. Als ik zelf priegelwerk had, klom ik ook naar boven. Gebogen over ons werk lieten we af en toe iets los van de ware verschrikkingen. Maar ik moest dat niet te vaak doen, waarschuwde Blufam me. Want al kon de torenwachter onze gesprekken niet horen, hij kon ons wel zien. En omgang met een vrouw van wie de man in de noordelijke Visietunnel zat – dat betekende levenslang wegens hoogverraad – was niet aan te raden.

Hoogverraad? Wat betekende dat? Ik dacht aan Liduva, zijn enige vergrijp een grote mond opzetten tegen Hebotva. Hop de woestijn in, een soort Visietunnel in de open lucht. Ik dacht aan grootva Yiva en zijn tweede dochter. En wat ik zelf had gedaan was in de ogen van Hebotva natuurlijk ook hoogverraad.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *