123 – het stadsfeest

In die eerste jaren had ik niet het gevoel dat het streng was, het regime in Lopweteka. Of tenminste in Barraspira. Het was zelfs minder streng dan in DunKitaba: je haarkleur maakte niets uit, een sluier hoefden we niet te dragen. Je mocht niet zonder begeleiding of speciale dispensatie de stad uit, maar de stad was zo groot en vol verrassingen dat me dat niet deerde. Ver weg wilde ik sowieso niet zolang de kinderen klein waren. Ik vond het al een heerlijk uitje om naar de markt te gaan, waar vaak etenswaren uit verre landen te koop waren, en een grote variëteit aan groente. Lopweteka was een vruchtbaar land, vooral het deel ten oosten van de Helvarderaflu. Ooit hoopte ik zelf een keer mee te mogen naar het Dzikomeer.

Het stadsfeest van Barraspira was als het Rotsfeest in DunKitaba: met lekkernijen op wijde schalen (een steevaste opdracht voor mij), met uitheemse kunstenmakers zoals goochelaars, acrobaten en slangenbezweerders, er werd door de mannen en jongens een dag en een nacht getrommeld en gedanst terwijl de vrouwen toekeken en meeklapten. De volgende dag werden de Tweede Meisjes die oud genoeg waren, buiten de muren gebracht. Dat was wel degelijk anders dan in Dunkitaba: daar waren ze in het wit, met al bij voorbaat een soort heiligheid. In Barraspira hadden ze vanaf hun schooldagen zwart gedragen – ze zaten ook apart in de klas – en op de dag van hun vertrek mochten ze niet spreken. Met niemand. Ze kregen een nieuwe zwarte tuniek, zonder wapenrusting, en dan verdwenen ze.

Het eerste jaar was ik te veel bezig met mijn opdracht, ik keek steeds of ik Fegman of Storeman ergens zag, of ze naar me toe zouden komen. Maar later lette ik meer op wat er gebeurde, als de kunstenmakers in het bleke ochtendlicht de stad uit gingen, als de jongens moegedanst naar huis sloften, als wij vrouwen bezig waren met het verzamelen van overgebleven voedsel, het schoonmaken van de schragentafels. Als het overal rommelig was en schemerig in de hoeken, verdween die stille stoet van in het zwart geklede meisjes, niet in het kielzog van de artiesten naar de stadspoort en de haven, maar ergens in de hoek tussen de stadsmuur en de blinde muur van de Visietunnel.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

4 Reacties op 123 – het stadsfeest

  1. Fenna schreef:

    Ah al weer zo’n mooi einde die maakt dat ik meer wil weten. Wat schrijf je toch goed Hella, van die kleine doorkijkjes, gedachtengangen, observaties, het is allemaal ook zo beeldend geschreven, ik reis en leef mee. Knap.

  2. Hella schreef:

    Zó blij mee!

  3. Inderdaad mooi einde, vol sfeer ook.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *