95 – broertje

Een zachte stem klonk vanaf het bed. "Neem Mia mee."
"Natuurlijk niet, hoe kom je erbij," zei Rotiva.
"Ik kan niet … het komt niet goed met mij …"
Ik knielde bij haar neer en voelde haar voorhoofd. Het gloeide. Ze tilde de deken op waaronder ze lag en draaide zich een beetje op haar zij. Ze bloedde verschrikkelijk.
"Er moet een genezer komen!" zei ik, denkend aan Metyva met zijn tas vol kruiden.
"Wij hebben geen genezer. Op Middelgront wordt niemand ziek. Leven en dood zijn in de handen van de grote Hemren," zei Rotiva, alsof het een lesje betrof, of nog een extra gebod.
Hij keek op zijn vrouw neer, letterlijk en figuurlijk.
Toen pakte hij het kind op en zei tegen mij: "Kom, we gaan."
"Maar je vrouw …"
"Ga," fluisterde Jirma. "Pas op mijn meisje."
Ik streek haar nog een keer over het voorhoofd. Woorden waren verder zinloos. Met moeite kwam ik overeind, de draagzak was nu veel zwaarder.
Mia, op de arm van haar vader, keek verbaasd naar Bo, die daar zo prinsheerlijk zat. "Kindje!" zei ze. "Broertje!"
De vrouw op het bed snikte. Zo had ze gehoopt op een broertje voor Miama.
Rotiva duwde mij voor zich uit, de deur uit, het pad op naar het westen van het eiland, daar waar aan de overkant Takasan lag, een verwaaid kustdorp waar we op huwelijksreis doorheen gereden waren.

Zoals mannen bij ons stranddispensatie kregen om te handelen in producten van de eilanden, zo hadden op Middelgront een paar mannen dispensatie om naar het vasteland te gaan. Dat was een eer. Wie het privilege misbruikte, werd ter dood gebracht. In het Graysameer gegooid, dus.
Dit alles werd mij zakelijk meegedeeld. Dat het meisje zulke dingen moest horen, maakte kennelijk niets uit. Ik vergat bijna om aan mezelf te denken, zo vreselijk vond ik het. Kon dit de bedoeling zijn van de grote Hemren? Was dat een Goede Vader?
Maar toen we tussen de bomen door Rotiva's boot op het strand zagen liggen, sloeg de werkelijkheid mij om het hart. Ik had weinig illusies over wat ze in DunKitaba met mij zouden doen. En met Bo?
Toen we de boot bereikt hadden, zei Rotiva: "Je hebt een keus. Als je Mia meeneemt, breng ik je naar Schorre Clif."
Verbijsterd keek ik hem aan. Gaf hij zijn dochter aan mij? Hoe moest hij dat uitleggen op Middelgront? Of had hij andere plannen?
Hij ging het me niet vertellen.
"Zeg het maar."
Rotiva zette Mia op de grond. Ze pakte als vanzelfsprekend mijn hand. Mijn hand die niet meer doorzichtig was. Rotiva duwde de boot het water in. Wij trokken onze laarsjes uit en volgden hem. Ik tilde Mia in de boot en klom toen zelf aan boord, Bo nog steeds op mijn rug.
Rotiva pakte de roeispanen. "En?"
Ik knikte. "Ja, dat is goed."

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

5 Reacties op 95 – broertje

  1. Elly van Doorn schreef:

    Vee te kort maar iedere keer weer even mooi geschreven. Ik wacht er iedere morgen met spanning op.
    Dank je Hella

  2. Lianne Hartman schreef:

    Ja, deze voelt inderdaad heel kort.
    Soms werkt het leven zo, voor je het weet is er veel gebeurd en kun je er alleen nog maar op terugkijken. Een mooie wending van het plot, ineens twee kinderen om voor te zorgen.

  3. Hella schreef:

    Grappig, deze is qua aantal woorden juist langer dan normaal.
    En ja, dat tweede kind kwam volslagen onverwacht!

  4. Nu met twee kindjes op de vlucht! Het wordt er niet gemakkelijker op, zeg (maar wel spannender).

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *