66 – Valma

Ik rechtte mijn rug. Een eindje verderop zag ik mensen in de rij staan bij een grote stenen oven. Brood! Ik sloot me aan, achter een vrouw in een haveloos zwart gewaad.
"Hoeveel kost het?" vroeg ik haar.
Ze draaide zich naar me om. "Nieuw hier?" Nieuwsgierig nam ze me op, ze streek Bo over zijn wangetje. "Waar vandaan?"
"Registana," antwoordde ik.
"Valt niet mee, met een kind. De meesten komen alleen."

De rij schoof door. Ik gaf geen antwoord. Zo weinig mogelijk informatie geven, dacht ik bij mezelf. Als er naar me gevraagd wordt …
Het brood kostte evenveel als in Dunkitaba. Ik gaf een halve hem – dat mochten wij niet zeggen thuis, je moest zeggen vijftig ren - en kreeg er vijf platte broden voor terug.
De vrouw in het zwart bleef naast me staan wachten. "En melk voor die kleine?"
Ik knikte.
"Kom mee," zei ze.
We liepen het dorp door, mensen keken wel nieuwsgierig maar niemand zei iets. Veel dichter naar de zuidkust stond haar huisje, onder een paar palmbomen. In de omheining voor de hut stonden twee geiten, een ervan werd op dat moment gemolken door een jongen van een jaar of tien.
"Kom. Zit."

Ik moest haar wel vertrouwen. Vertrouwen is een besluit dat je neemt, zou ik onderweg leren. Je neemt het op basis van je instinct. Instinct was iets waarop ik juist nooit vertrouwd had. Of liever: ik wist niet eens dat ik het had, dat het bestond. Laat staan dat je erop kon, en misschien nog wel belangrijker, mocht vertrouwen.
Ze zette een kom melk bij me neer. Ik scheurde stukjes van het brood af, doopte het erin, en gaf het Bo in zijn mondje.

De vrouw maakte intussen thee bij het vuurtje in de andere hoek van de omheining. De jongen keek nieuwsgierig naar ons.
"Hoe heet je?" vroeg ze, toen we weer samen op de mat zaten. De thee was heerlijk sterk en zoet. Moest ik wel mijn eigen naam geven?
"Stijma," zei ik gauw.
"Ik ben Valma, en deze verlegen jongen – kom zitten en eet wat – is Pydva."
Valma nam Bo op schoot. "En jij, m'n kleintje?"
"Bo," zei ik.
"Ik zal niet vragen waarom je gevlucht bent. Maar terug kun je niet. Wordt er op je gejaagd, denk je?"

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *