57 – nog was alles goed

Als Ma Bo op schoot had, keek ze altijd even nauwkeurig naar zijn hoofdje. Het was nog steeds glad en bruin maar als je er overheen streek voelde je toch iets van dons. Ik wist niet of Jonnama wist van mijn haar. Het was wel iets voor Rodva om het er gewoon bot uit te gooien, zo van: ja, die rare zuster van mij, ze heeft immers ook wit haar …
Nog was alles goed.

En ik merk bij mezelf een grote weerzin voor dit grote kantelpunt in mijn verhaal. Alles wat er tot dan toe gebeurd was, wat op het moment zelf zo belangrijk leek – de munten, de ruzie tussen Va en Ma, met Pucima naar de kreek, de gesprekken met Storma, het vertrek van Vulema – was toch niet meer dan aanloop. Moeiteloos paste ik het allemaal in mijn leven in, met de flexibiliteit en de levenslust van de jeugd, met onwetendheid als bril. Ik had alles wat mijn hartje begeerde, de mooiste en machtigste (bijna dan) man van het dorp, het zachtste bed, het heerlijkste eten. Ik had veel meer van de wereld gezien dan de meeste mensen uit Dunkitaba, ik had gepootjebaad in de Helvarderaflu …

Dat vergeet ik nog te vertellen: toen ik het vak onderin de draagzak klaar had en de flesjes en potjes erin deed, zag ik dat op de etiketjes de namen stonden van de grote rivieren: Helvarderaflu, Murmerflu, Graysaflu, Bridawertflu en Wispelerflu. Wat er op de twee potjes stond, kon ik niet lezen.

Ik deed de muntjesdoek en de munt met mijn beeltenis in het daarvoor bestemde vakje, dat ik op Pucima's aanwijzing met koperdraad versterkt had. Ik deed dit allemaal alsof het een leuk, avontuurlijk project was. Wat ik me voorstelde was dat ik eens samen met Bo naar de kreek zou gaan, visjes en vogels kijken, lekker plonzen door het water. Of we konden, als hij groter was, eens de zandduinen intrekken en ons daar op een lap leer vanaf laten roetsjen. Ik was kind met mijn kind. Zelfs als ik de wensen van mijn man vervulde, was ik als een kind, willoos en instinctief genietend van alles wat lekker was en zacht en vrolijk (en snel vergetend wat pijn deed, wat kwaad was, bokkig, nors).

Het kantelpunt maakte dat ik in één keer kind-af was.
En ik wil mezelf wel op de vingers slaan: toe dan! Schrijf dan! Ik zou het liever beitelen. Met venijnige, nauwkeurige tikken.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

3 Reacties op 57 – nog was alles goed

  1. Lianne Hartman schreef:

    Dit hele hoofdstuk voelt als een twijfeling. Het irriteerde me: waarom zo rommelig, waarom die zijstappen. Tot de laatste regels, het is de twijfel van de oude vrouw, de aarzeling van de verteller om het kinderlijke los te laten. Knap gedaan!

  2. Fenna schreef:

    Lianne verwoord het precies goed. Ik zie uit naar morgen!

  3. Hella schreef:

    dank dames!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *