55 – Storma 7

Het was Adirema's taak om de dood van de oude Verteller aan iedereen te verkondigen. Ze begon in het Palast om van daaruit heel Dunkitaba op de hoogte te stellen, te beginnen bij mijn vader die de grafsteen moest maken. Op Storma's steen zouden wel haar naam – en haar functie – vermeld worden, en heel het dorp zou bij haar begrafenis aanwezig zijn.

Iedereen moest in het wit gekleed gaan. De kleur van de rouw. Het maakte ontzettend veel indruk op me en ik moest onophoudelijk denken aan de witte kleren van de Tweede Meisjes. Wij waren zo gewend om ons te hullen in kleurrijke stoffen, ik was inmiddels ook gehecht geraakt aan mijn rode kroon, al dat wit leek opeens zo doods. Zelfs Bo droeg een wit pakje, waar zijn lieve bruine voetjes uitstaken als kleine diertjes.

Een hete wind schuurde over de vlakte, het doffe geluid van een omfloerste trom begeleidde Storma op haar laatste reis, begeleidde Hebotva's toespraak, waarin niets dan lof voor de oude Verteller die heel Dunkitaba had onderwezen in de geboden van de grote Hemren die vervolgens werden opgedreund door alle aanwezigen. Ik herinner me nog goed dat ik er voor het eerst met een licht cynisme naar luisterde. Ik wist immers dat Storma heel anders over deze dingen had gedacht. Kennelijk was waan belangrijker dan waar.

Ik had Storma's flesjes eerst in mijn geheime bergplaats opgeborgen. Na een paar dagen schoot me te binnen wat ze had gezegd: vastnaaien. Ik besloot ermee naar Pucima te gaan. Bo vond het altijd heerlijk daar, lekker rondkruipen en rietstengels uit bossen trekken, gekriebeld worden onder zijn voetjes met zo'n grote pluim.

Pucima zat een van haar mooie wijde schalen te vlechten, in diepe concentratie zat ze gebogen over haar werk. Ik voelde mijn handen jeuken. Hoe Bo me ook in beslag nam, ik miste het werk verschrikkelijk. Ze verwelkomde ons hartelijk, schonk meteen thee voor me in, en gaf Bo een kopje met verdunde kamelenmelk. Ze had een klein harnasje gevlochten om het kopje, met twee oren eraan. Bo dronk zonder te knoeien, zag ik bewonderend.
"Neem dat straks maar mee," zei Pucima.
Ik trok de draagzak naar me toe en hield hem open, zodat ze de flesjes kon zien die op de bodem rolden.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *