29 – Vulema 2

Ik sloeg mijn arm om Vulema heen. Ik zou haar zo missen! Maar ik bleef veilig hier, wat zou haar te wachten staan? "Ben je bang?" vroeg ik.

"Mijn moeder zegt dat mij niets zal overkomen zolang ik op de Heerweg blijf," zei ze.
Dat zeiden alle moeders. De Heerweg was de veilige weg. Niemand wist waar hij lag, het was geen bestraat pad van hier naar daar. Het was eerder een zuigende kracht, iets dat aan je trok als een touw.

"Wat neem je mee?" vroeg ik. En meteen er achteraan: "Ik heb ook nog iets voor je, ik zal het zo even pakken." Ik wilde haar een van mijn munten meegeven. Ik had de doek onlangs tevoorschijn gehaald om te zien of ik ze kon gebruiken voor metaalbewerking, en toen had ik iets heel vreemds ontdekt. Twee van de munten hadden mijn beeltenis.

"Een warme mantel. Wat medicijnen. Een vuurglas. Mijn schild," somde Vulema op. "Ik heb wat geld gespaard, ik hoop dat ik onderweg wat kan verdienen met borduren, ik neem wat draad mee, en wat ceintuurs om te verkopen."
Ze zei het flink en zakelijk maar ik voelde alles wat we nooit uitspraken. De kans was groot dat we elkaar nooit weer zouden zien.

We liepen terug naar huis, en ik zei tegen Va dat we nog even thee gingen drinken. Nu maar hopen dat Rodva nog met zijn vrienden op het marktplein rondhing. Ma wist wel dat ik de verscheurde doek en de muntjes bewaard had. "Gaan jullie maar lekker op jouw bed zitten," zei ze hartelijk, "dan breng ik zometeen thee."

Ik legde in het zijkamertje mijn matras op de grond, en haalde uit mijn hoofdrol het bundeltje met de munten. Ik spreidde het geheel op mijn schoot uit, Vulema zei: "Wat zonde van die mooie stof!" Ze trok de doek voorzichtig onder de losse munten uit. Uit het tasje aan haar riem haalde ze een naald, en een draad die bijna dezelfde kleur rood had. Met vlugge, kleine steekjes maakte ze de scheur dicht. "Wil je dat ik die muntjes er ook weer op naai?"

Ik gaf ze haar een voor een aan, op twee na. Een ervan was voor Vulema. Aandachtig bestudeerde ze het gezicht op de munt. Met haar hand aan mijn kin draaide ze mijn hoofd opzij.
"Hoe kan dit?"
"Geen idee," fluisterde ik.

Toen hoorde ik Rodva aankomen, zijn zware jongensstamp onmiskenbaar. Gauw het bundeltje terug in mijn bedrol. Ma kwam binnen met het theeblad. Drie glaasjes muntthee en een paar heerlijke koekjes erbij. Ze knielde bij ons neer, en ze vertelde dat haar jongere zusje vroeger ook Tweede Meisje was geweest. Haar ogen keken terug in de tijd, en in de leegte. Het was voor het eerst dat ik dat hoorde.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

6 Reacties op 29 – Vulema 2

  1. Elly van Doorn schreef:

    Steeds weer blij als de melding binnen komt

  2. Fenna schreef:

    Ik begin er naar uit te zien, de nieuwe afleveringen.

  3. Ferrara schreef:

    Geheimzinnig blijft het, net als in de ban van de ring, je wilt doorlezen om te weten wat er achter de volgende bocht ligt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *