26 – naar de kreek 3

Pucima knikte. "En zie je dat donkere puntje aan de horizon?"
Ik haalde me de in het zand getekende kaart van de dogman voor de geest. "Is dat Mingia?"
"Nee, Mingia ligt ergens daar," ze maakte een weids gebaar met haar rechterarm. "Dat is de rots van Kraeckten San."
"We gaan!" riep de wachter nogmaals.

Vlug daalden we af naar de kreek. Nog even lekker met de blote voeten door het water, met mijn zere handen ook. We moesten het riet nog inpakken in de zadeltassen, bundelen in de ronde mat, en in onze rugtassen stoppen. De wachters stegen op, wij liepen achter hen aan, de ezel tussen ons in, de volle tassen op onze rug. Ik herinner me zo goed hoe boos ik me voelde. Wij hadden de hele dag gewerkt, zij hadden de hele dag geluierd onder een boom, en nu mochten zij zitten en wij …

"Luister Yima," zei Pucima. "Verzet je niet tegen de toestand zo die is. Op dit moment kun je er niets aan veranderen. Misschien zie jij ooit in je leven andere tijden, andere toestanden, je weet het niet. De kans daarop is het grootst als je een vak verstaat."
Ze vertelde me over haar leven, over haar man die omgekomen was op zee, over het kind dat niet levend ter wereld was gekomen.

En ik vroeg: "Kraeckten San? Dat hebben we niet gehad op school."
De wachters reden ver voor ons uit. Pucima zei: "In het zuiden liggen de Zanden. Kleine eilandjes waar mensen wonen die … laat ik zeggen dat ze zich nergens thuisvoelden in Imhenren. Zij blijven daar, wij blijven hier, het is beter als kinderen dat niet weten."
Heel anders dus dan de eilandjes in het noorden, waarvan de mensen juist leefden vóór Inhemren. Of zo hadden we het in elk geval geleerd. "Hoeveel zijn het er?" vroeg ik.

Pucima wilde ze opnoemen, maar voor ons klonk een harde stem: "Doorlopen!"
De ondergaande zon streek over de ruggen van de zandduinen. Heel in de verte, als een luchtspiegeling, trilde het Palast in de laatste stralen.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

3 Reacties op 26 – naar de kreek 3

  1. Fenna schreef:

    Mooi weer Hella, het wordt steeds spannender. Er zit een mooie opbouw in.

  2. Ferrara schreef:

    Het is alsof ik mijn moeder hoor.
    "Je leert hoe dan ook een vak, wie zegt dat de prins op het witte paard blijft. Haar eigen prins galoppeerde er namelijk vandoor."
    Mooie laatste zin, houdt de sfeer nog even vast.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *