11 – reizigers

Reizigers uit Inhemren kwamen soms naar DunKitaba. Kooplieden, voornamelijk. Ze droegen exotische kledij en spraken met een wonderlijk accent. Ze kwamen binnen door de poort, hun rij- of lastdier werd naar de Tuin gebracht om te grazen in de schaduw. De koopwaar werd onder de bogen rond het marktplein uitgestald, waarna Hebotva's klerken beoordeelden of dit mannen- of vrouwenspullen waren. In het laatste geval ging een klerk door de straten om de huisvrouwen op te roepen om naar de markt te komen. Ik vond het altijd weer opwindend: de andere mensen, de kleurrijke spullen of sappige lekkernijen.

Daar had ik ook mijn sluier met de muntjes vandaan. Die kwam uit UkuFila, een kleine Heerlijkheid waar we op school niets over leerden. De dogman had ooit de ligging aangeduid: aan zee, in het oosten begrensd door de Bridawertflu.

Omdat het ver bij de Heerweg vandaan lag, kwamen er nauwelijks reizigers uit UkuFila naar het diepe zuiden. Het wonderlijkste van alles: deze reiziger was een vrouw. Ze droeg mannenkleren, een wijde wollen broek en een vilten jas (het was winter en dus niet zo heet in Registana), met om haar hoofd zo'n sluier met muntjes, die zachtjes rinkelden als ze zich bewoog. Ma en ik stonden haar in ons op te nemen, we vergaten gewoon naar de koopwaar te kijken. Wollen kleden vooral, die zacht en warm zouden zijn op de lemen zitbanken in ons huis, en een paar ragdunne wollen doeken met muntjes erop genaaid.

Ma zag me kijken, ze zei: Wil jij zo'n doek? Vol ongeloof keek ik mijn moeder aan. Mocht dat zomaar? Zou Va dat goed vinden? Ma begon te onderhandelen over de prijs van een kleed. De vrouw spreidde het voor haar uit op de grond, rood, oranje, bruin en zwart vlamden op. Ik speelde onverschilligheid, zo gehaaid was ik intussen wel. Even onverschillig zei mijn moeder: ik ga akkoord als ik er zo'n doek bij krijg. Snel keek ik naar de vreemde vrouw. Onze ogen ontmoetten elkaar, zij lachte en deed de muntjes rinkelen. Goed, zei ze. Ze wilde de rode doek al over mijn hoofd draperen maar Ma schudde haar hoofd en stak haar hand uit. De vrouw rolde het kleed op. Ma stopte de doek in de zak van haar schort, waar ze ook het geld uit opdiepte. Samen droegen we het kleed naar huis.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *