Saskia Goldschmidt – Schokland

Op zich is Schokland best een mooi boek. Het geeft een goed beeld van hoe het is om in het Groningse aardbevingsgebied te wonen, en je oude boerderij om je heen te zien instorten tot het er binnen uitziet als een gestutte mijngang.
Op Schokland woont de familie Koridon met z'n drieën: opa Zwier, dochter Trijn en kleindochter Femke. Het jaar 2017 is het jaar waarin alles kantelt. Niet alleen komt er een grote aardbeving waardoor de helft van de veestapel het loodje legt, ook is er een begin van een nieuwe bedrijfsvoering: Femke wil overschakelen op biologisch boeren. Daarbij spelen ook nog de liefdesperikelen van moeder en dochter.
Het is een tamelijk somber boek. Dat is logisch, gezien het onderwerp, maar het maakt het ook taai om te lezen.

Maar waar ik me het meest aan heb gestoord, is de schrijfstijl.
Ik had het er laatst nog met iemand over: soms krijg je bij een boek vanwege iets schijnbaar onbenulligs een graatje in je keel, en dat gaat dan niet meer weg. Je ziet alleen nog maar bevestigingen van je ergernis en het leesplezier verdwijnt daardoor.

Goldschmidt is zo'n schrijver die een lezer alles wil uitleggen. (Het is natuurlijk ook niet eerlijk: ik ben tegelijk in Old Filth bezig, en dat is een summum van literair schrijven, van schijnbaar achteloze zinnetjes die een wereld aan betekenis met zich meedragen.)
p 105
De ondergaande zon fonkelt aan de horizon in het westen … Ja, duh.

p126
Het gras langs de maar is hoog opgeschoten, erin een heelal van uitgebloeide paardebloemen
Dat is een fraaie vergelijking. Maar voor het geval we hem niet begrijpen gaat de zin door: … witte sterren van pluismateriaal.

p165
Fokko, een buurman wiens boerderij al is afgebroken, maakt een strijdplan. Nobody fucks with Fokko.
Trijn glimlacht.
Maar daar stopt de zin niet. De lezer mocht die glimlach eens fout interpreteren!
Het is een vriendelijke glimlach, maar niet eentje waaruit hoop en vertrouwen spreekt. Hier stampt de schrijver werkelijk het toneel op. Het is zo zonde!

Een tweede ergernis is hoe Goldschmidt het vertelperspectief aanpakt. Geen moment heb ik het gevoel dat we in het hoofd van een der personages zitten. Het boek is overduidelijk geschreven door een randstedeling. Een begane, bekommerde randstedeling, maar toch. Ze is bij elke scène aanwezig om ons te vertellen hoe de personages zich voelen.

We zitten bijvoorbeeld in het perspectief van Femke, tijdens het bezoek van drie heren van de "fakkelorganisaties." (p.92)
Femke voelt haar hart in de keel bonzen, ze aarzelt, het bonzen wordt luider, en opeens, tot verbazing van Trijn en misschien nog wel het meest van haarzelf, vraagt ze
Die verbazing van Trijn, wie neemt die waar?

Op p 95 gaat het over de veranderende bedrijfsvoering.
De politieke discussies over het verplicht maken van de weidegang is in de ogen van Trijn capituleren voor de valse sentimenten van een onzekere natie.
Bepaald niet de woorden van een zwijgzame, koppige boerin.

p110
Femke en haar vriendin stappen "langs de popperige rode bakstenen huisjes van het dorp."
Dat popperig, dat is een kwalificatie door de schrijver. Iemand die daar haar leven lang gewoond heeft ziet dat niet zo.

p149
Een alinea van 7 regels over meidoornbloesem en kwinkelerende meesjes eindigt met: … ze merkt het allemaal niet op. Wie heeft dit dan net opgeschreven?

p177
Bij de beschrijving van een grootschalig en ludiek protest staat van alles over de bonkige mensen in stugge jassen … Het lijkt verdikke wel een antropologische studie!

Nou, hier ben ik opgehouden met dingen onderstrepen.
Het klinkt allemaal wat kattig en rodepotloodschooljuffrouwig, dat weet ik. Maar dat is toch vooral omdat ik niet begrijp dat een redacteur niet heeft gezien dat dit in potentie een heel goed boek is, dat nu bedorven wordt door de ballast van twee technische mankementen die zo makkelijk te verhelpen zouden zijn geweest.

Schrijverkens: vertelperspectief is alles. Kruip heel diep onder de huid van je hoofdpersoon en blijf daar. Zie wat zij ziet, voel wat zij voelt, en spreek met de woorden die zij kent en gebruikt. Lever je mooischrijverij maar in bij de firma Hallmark, of schrijf een apart boek over een poëtische schrijfster op het Groningse platteland. En onderschat je lezer niet. Die begrijpt meer dan je denkt, en bovendien heeft het verhaal veel meer impact als hij zelf dingen moet uitvogelen.

Dit bericht is geplaatst in recensies, schrijven met de tags , . Bookmark de permalink.

6 Reacties op Saskia Goldschmidt – Schokland

  1. Lianne Hartman schreef:

    Als ik dit zo lees, voel ik de kriebels ook onder mijn huid. Zo zonde dat dat dan niet bij een goede redacteur gekriebeld heeft.

  2. Erik Scheffers schreef:

    Hoi Hella, je weet het weer prachtig te verwoorden! Als ik kritiek heb op een boek, dan kom ik vaak niet verder dan wat vage algemeenheden, zoals een slechte stijl, een beroerde vertaling of een ongeloofwaardig verhaal. Zoals jij het brengt kom je als lezer ook een stuk verder. Groetjes, Erik

  3. Ferrara schreef:

    Hella, wat een fijne, begrijpelijke beschrijving van valkuilen, het is alsof ik mijn eigen schrijfjuf hoor. En wat zonde van het boek. Eens met Erik Scheffers.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *